¶ Inleiding: Geweld in onze Cultuur
Let op. Kijkwijzer 16. Je kunt bijna geen serie kijken of je krijgt deze waarschuwing. Los van soms wat seks, drugs of groftaalgebruik, is het stevast omdat er veel geweld te zien is. Geweld is al onvertegenwoordigd in onze beeldcultuur. En dan heb ik het nog over vrij onschuldige misdaadseries of thrillers op de NPO. Tel daarbij nog eens alle horror en gore als jongers bij op. En helemaal alle duistere dingen die je in het illegale circuit kunt vinden.
Waar komt die fascinatie met geweld vandaan? Kijk, dat Romeinen graag naar gevechten gingen kijken, vinden we bizar. Maar wij zijn ook niet afkerig van een goede slagpartij. En wat zijpelt door van die beeldcultuur in ons alledaagse leven? Hoe verhoudt het zich tot hooliganisme, huiselijk geweld, oorlog?
¶ Georges Bataille: Erotiek is Geweld
In het diepste wezen is erotiek geweld, stelde de Franse filosoof Georges Bartij: Geweld is volgens hem niet zomaar een bijverschijnsel, maar een wezenlijk kenmerk van onze cultuur. In deze aflevering van de podcastfilosofie kijken we naar Geweld door de bril van Georges Partij. Продолжение следует... Goed dat je luistert naar deze speciale aflevering van de podcast Filosofie.
Lang kijken we door de ogen van mystieke denkers naar de wereld van u. Het terugkeer van de sterke man, ecologisch bewustzijn, persoonlijke groei in geven. tijden. We kijken naar wat denkers uit de afgelopen eeuwen ons hierover. Dat doen we samen met het Tieters Brandsma Instituut.
En in deze aflevering ontvang ik samen met Willem de Witte en bekende van de show, Mark de Kezel. We hadden net even uitgerekend, voor de vijfde keer te gast. Heel mooi dat je er bent, Mark, essayist, filosoof en amerikus hoogleraar in de filosofie. Ja, die reeks, ik ga ze even allemaal opnoemen zien. Lacan, een live event en dan nu dus. En zoals met mij kun je kennen van de eerdere afdeling.
¶ Onze Deelname aan Geweldscultuur
Daar gaan we het over hebben. En ik zei het al in de intro: geweld is een centraal thema in onze cultuur. Hoe graag we dat misschien ook willen ontkennen, kun je ons allereerst eens even een toer geven door onze cultuur, waar wij allemaal geweld zien op gewenste en verwachte plekken en misschien ook op onverwachte plekken. Wel, in het medialandschap van het moment dat ik een scherm open, s'avonds voor het journaal of een Hollywoodfilm of een B-film of wat dan ook, ik zie altijd nooit gelukkige.
Idyllische pastorale scènes. Helemaal op het einde wel. Het begint altijd met vrede en het eindigt met vrede. Maar die andere 150 minuten. Die worden gevuld met spanning, geweld, met mensen die de grens tegen de grens aanschuren en over de grens heen gaan. En dat is meteen waar Bataille het over heeft. De mens leeft op die grens, is gefascineerd, niet alleen door die grens, maar wat over die grens heen ligt.
En is dus in wezen transgressief gestructureerd wil de grens overschrijden. En dat is wat we voortdurend doen als we lekker op de bank naar tv kijken. Dan zijn we bezig met die transgressie, terwijl we, door precies op de bank te zitten, ons ver weghouden van die transgressie. Die dubbelheid. Op de bank in de plus. Met een biertje erbij. En dan zien we eigenlijk datgene wat we tegelijkertijd niet beleven, maar imaginair beleven.
En die beeldcultuur is niet alleen wat we op de bank beleven, die beeldcultuur is ook aan zet, omdat wij vanuit diezelfde bank over de wereld regen. Dus we strooien geweld rond. En we denken dat we bezig zijn met tevreden te brengen. Dat is vandaag de dag bijzonder actueel. Want we strooien geweld rond. Op welke manier heb ik dat als gemiddelde bankzitter? Doe ik daaraan mee?
Dictators bedenken die vanaf een bank legers ergens heen sturen. Maar waar zit ik als gemiddelde bankzitter? Waar stroo ik geweld rond? Maar als het politiek lijkt, natuurlijk, als ik straks naar de stembus moet, dan kan ik voor partijen stemmen die helemaal met dat geweld eens zijn en die denken dat dat. Al het kwaad in de wereld, met een gigantische bezem van een serieuze politiek uit de wereld moet weggeveegd worden. Dat geweld er houden wij van mij.
En we zijn natuurlijk indirect betrokken bij dat geweld, maar omdat wij naar televisie kijken, maken wij de televisie legitiem. maken wij de media meditiem, en dus we kunnen niet zeggen dat we buiten de media staan. Wij voeden die.
¶ Bataille's Radicale Filosofie van het Zijn
De media voedt ons en wij voeden de media. Dus er moet ergens iets in de mens zitten dat houdt van dat geweld. Dat is bataai. Dus zoals bataai is. Ja, 100 jaar terug. In een tijd waarin het geweld... Ook sociaal gezien, een beetje net zoals nu. Misschien één op één is het niet hetzelfde. Maar begin 1900 staat de wereld ongeveer in brand. Die ontploft in 1914. Maar daarvoor was al Zors Sorel met zijn geschrift over de violence, over het geweld. De opkomst van de massa's, de opstand ter horden.
Zoals Otoï Gasset dat noemt. Er is de socialistische strijd, er is de revolutionaire strijd, het fascisme ontstaat in de jaren twintig, de volksmassa's ontstaan, dat geweld. Hoe moeten we dat denken? Dat is het uitgangspunt van bataille. En dat geweld is niet. in uiteraard wel heeft enorm veel fout in zich.
Maar je kunt het fout van dat geweld niet zonder meer remediëren door te zeggen dat het fout is. Je moet dat geweld begrijpen. In die stroming zit bataille. Je moet het geweld van binnenuit begrijpen. Hoe komt het? Dat de mens gewelddadig is. En dat is zijn punt. En hoe komt het dat de mens die gewelddadig is met datzelfde geweld, dat er nogthans is, geen weg kan?
Met andere woorden, en dat is de diepgang van batijs en interventie in onze cultuur. De grondslagen van wat we denken dat de werkelijkheid is. Die worden daar bevraag. Ja of door Bataille zelf. Namelijk, is de werkelijkheid gemaakt om niet gewelddadig te zijn of om wel gewelddadig te zijn? Is de werkelijkheid een gevaar voor zichzelf of niet?
¶ Eindigheid als Basis van het Zijn
En Bathaï is zijn punt behoorlijk radicaal. De werkelijkheid is een gevaar voor zichzelf. Dat is niet min. Dan valt de hele Westerse filosofie, in zekere zin. Als Parmena zegt het zijn is, het niet, zijn, is het niet. En we gaan ons nu rustig als we goed nadenken, concentreren op het zijn, en dan hebben we wat is. En het zijn is eeuwig, dan zegt Bataille. Nee, het is heel.
Opgeruimd dat Parmenie des verhaal. Dat is heel opgeruimd het parmeniedesvaal. Er is zijn, er is niet zijn. Die staan tegenover elkaar. Wij focussen lekker op wat het zijn. Heel opgeruimd en fijn. En Batij zegt dus dan daar tegenover. Zegt dat het zijn een gevaar is voor zichzelf. En dat dat gevaar voor het zijn niet van buiten af komt, maar het zijn heeft in zich wat hij dan noemt een transgressieve neiging. Het zijn wil zichzelf te buiten gaan. Het zijn wil dood.
Het zij wil zichzelf verliezen. Dat zelfverlies. That is the basis of it being. But where do we see that in? Ik zie vooral, ik heb een vrij jong zoontje, die zie ik vooral heel veel eten en aandacht trekken. Die zie ik niet zozeer willen verdwijnen of willen doodgaan. Die zie ik vooral krampachtig willen leven. Er is een enorme drive. Да, всегда. To live in. Dus die levensdrift zit overal in, dat wel. Maar die levensdrift is. Dat zal jouw zoontje nog niet zo beseffen. Weet je niet hè?
Maar toch wel eigenlijk, omdat het bewustzijn komt ook niet meteen aanwezig bij het leven. Het bewustzijn groeit naarmate de levenservaring zich, hoe zou ik zeggen, zich ontwikkelt. En als we vanuit die levenservaring en vanuit dat bewustzijn ons bewustzijn, dan beseffen wij op een bepaald moment dat wij met al onze levensdrift weliswaar leven om dood te gaan.
En dan lezen we Albert Camus over het absurde. En dan zeggen we, ja, het is toch absurd? En wat moeten we doen in een wereld waarvan we denken dat die logisch in elkaar zit. Maar waarom moeten we dan leven om door te gaan? Dus je voelt wel dat die dood iets is dat... de werkelijkheid bij uitstek is en tegelijkertijd door alles wat wij werkelijkheid noemen, ontkend wordt.
Het is precies die snede, die contradictie, die uitgangspunt is. Niet alleen van Bathaisdenken, maar die Batij overneemt van 19e, 20e eeuwse denkers, 19e eeuw Hegel. Nietzsche. En neemt die over, vrouwt dan in de 20e eeuw. En neemt die snede in het denken over. Wij leven, maar het leven is radicaal eindig.
Dus filosofisch gezien, behoort Batuin tot die moderne denkers die de eindigheid als uitgangspunt nemen om de oneindigheid te denken. Daar waar wij meestal het anders doen. We hebben in ons de belofte van oneindigheid, maar helaas moeten we sterven. We hebben de belofte van een eeuwig leven en we moeten onze dood aanvaarden vanuit het feit dat wij een hemel kunnen verdienen. Dat is het punt.
Vanaf de 19e eeuw, zeker vanaf Hegel, maar zeker vanaf Nietzsche en Schopenhauer, we moeten de oneindigheid denken vanuit de eindigheid. We zijn eindig. Dat we zeggen, dat is ons leven hier. En dat leven is gericht weliswaar op iets dat buiten dat leven gaat. Maar die eindigheid wordt nooit opgegeven. Als die eindigheid opgegeven wordt, worden wij opgegeven. Gaan wij door.
¶ Geweld: Tragedie versus Werkelijkheid
Je gaat meteen ook heel mooi de diepte in. Ik denk dat het leuk is om dat daar nog iets meer uit te pakken. Want het is ook een al-oud thema, denk ik, in de filosofie, wat je zegt als zodanig. En met name in die... Griekse tragedie spelen, met name, ik moet nou denken aan de Bagga en Euripides, zie je ook heel sterk dat verschil wat je net schetst. Tussen dat je verlekkeren aan geweld op een afstand, als iets wat je consumeert, als
Als filmkijker of als theaterganger of zo. En dat geweld waarin je daadwerkelijk fysiek betrokken op wordt. Dus dat je overgaat tot zelf het plegen van een vorm van geweld. Kijk, ziet Partij daar nog een belangrijk onderscheid, want je ziet natuurlijk nu in onze cultuur, we hadden pas die protest op het Malieveld, die moord op Charlie Kirk is nou volop in het nieuws geweest. Geweld wordt weer prominenter op de straat. Yeah.
Niet alleen maar in films. Waar ligt daar een grens voor bataille? Hoe zou die die grens duiden? En hoe belangrijk is dat voor ons vandaag de dag? Om daar een grens te zien? I'll see the rest. Ja, maar die grens is er wel. De grens is er tussen het geweld dat zonder meer uitgeleefd wordt en het geweld dat op het niveau van de voorstelling voorgesteld wordt. Je verwijst naar de Griekse tragedie. Waarvan de context de Dionysus cultus is. Wat thij fascineert in die oude culturen.
Dat is dat het theater, dat het geweld representeert. Een religieuze context heeft, Dionysus, die in een wereld waarin alles zich aan zichzelf vasthoudt. Want dat is de Griekse wereld, dat is de wereld van de zelfheid, waar de mens zijn eigen zelf ontdekt. Waar hij ontdekt dat hij de basis is van de werkelijkheid, worstelt hij met op het niveau van de scène, ook, van de voorstelling, met mensen die zichzelf verliezen. In de Baggai, de koning, verliest zichzelf en wordt doorgekrezen.
Zijn eigen familieleden, die zichzelf verloren hebben, de dood ingebracht. Wat daar fascineert, is dat neergezet. Dit wordt neergezet als een bijzonder tragische scene. Wat Bathaï analyseert in de filosofie en in de filosofie voor het volk die het christendom geworden is, is dat dat tragisch inzicht. Verdonkereand of is verschalkt of is genegeerd door het idee dat dat tragisch moment maar een moment is in de realisering van een eeuwige orde.
We moeten even door een soort dalletje heen, maar daarna komt toch weer die zijn is, zijn, niet zijn is, niet zijn. Die eindigheid als het ware op zichzelf inplooien, en dan wordt die eindigheid de poort naar de oneindigheid. Dat is wat eigenlijk aan onze cultuur aanwijft, eigenlijk.
¶ Christendom, Dood en Transgressie
En daarom is de referentie naar het christendom bij Batuin centraal. Omdat in het christendom die ontkenning een prominente plaats heeft. Het symbool van het heil, met andere woorden, het symbool van de weg naar het leven. Want ik citeer nu de Didaghe, die het christendom definieert als de hodos. To Biou, de weg naar het leven, die anders is dan de Hodos. Tanatu, de weg naar de dood. Want dat is het christendom. Je kunt twee wegen kiezen: ofwel het leven of de dood.
En als je voor het leven kiest, dan kiest je voor degene die de dood overwonnen heeft. Dat is Christus. En Christus heeft de dood overwonnen, hoe? Door letterlijk de dood in te gaan. Het oneindige is het eindige ingegaan, om het eindige in het oneindige op te heffen. Dat is wat het christendom doet. En wat daar zijn punt is, het christendom kijkt naar...
Horror naar dood. Letterlijk. Je ziet een lijk aan een kruishangen, een gemartelde. Het christendom is gebouwd op de getuigenisverslagen van martelaren, waar alleen maar vredheid getoond wordt. Maar lezend wat die vrijheid inhoudt, kijkend naar Christus aan het kruis, ziet de christen de heilbrengende God. Die hij natuurlijk niet ziet, want je kunt God niet zien. Maar hij kijkt naar dood.
En hij ziet het leven. Het enige wat Bathay doet, is eigenlijk in die blik de blik op zijn realiteit trachten terug te brengen. De mens is Kijkend naar de dood, gefascineerd door die dood. Want hij is eindig en hij is gefascineerd door die eindigheid. Maar zijn fascinatie is niet de ontkenning van die eindigheid.
Zijn fascinatie moet de erkenning van die eindigheid zijn, de erkenning van de dood. En dat ziet hij in die antieke culturen. In die tragische culturen ziet hij een erkenning van die eindigheid, erkenning van de dood. Maar voor zo'n partij. Dus hij heeft kritiek op laten we zeggen dat je verlekkeren aan afbeeldingen van die transgressie, omdat je dan zelf ergens.
Op afstand blijft en je bent niet direct betrokken. Maar laten we zeggen, zou Bataille dan, laten we de howelijke snieuw van het Malieveld bezingen. Zij trekken de uiterste consequenties. Zij geven zich over aan dat geweld. Is dat waar we die transgressie dan moeten zien? Van dat van de van de opstand? Die transgressie is daarin, dat wel. Maar een cultuur, ze zijn tegelijkertijd een symptoom, dus die hooligans zijn een symptoom van een cultuur die die transgressie niet erkent.
Niet erkend, omdat op het niveau van de cultuur die transgressie te weinig plaats krijgt. Dus Batij heeft een soort heimween naar primitieve culturen. Waarin die transgressie officieel centraal in de cultuur een plaats krijgt en dat de mensen beseffen wat ze zien. Dat is eigenlijk zijn punt.
¶ Continuïteit, Discontinuïteit en Erotiek
Want wat het andere woord versluiert het in een zekere zin. En misschien nog even voor de helderheid: die transgressie van wat naar wat? Wat is welke grens gaat je over? Die grens naar het niet zijn, naar de dood toe. Ja, om het met een terminologie van Bathait te zeggen, want die heeft een hele filosofie opgebouwd, die mijn sinds niet echt houdbaar is, maar die heeft een soort ontologie.
Hij heeft wel de pretentie in zijn denken mij uit te leggen wat het zijn is. Ik heb een aantal teksten geschreven die uitlegen dat sinds kan dat ding aan zich onbekend is, is, en dus wat het ding aan zich is. Ja, en wat je weet dat het dingen aan zich, het zijn dus, tegelijkertijd een neiging is naar niets zijn. Het zijn zelf is tegelijkertijd niet zijn. Vandaar zijn fascinatie voor Hegel dat het bewustzijn ontstaat in ogenschouw met de dood. Eigenlijk is het zijn wat hij noemt continuïteit.
Continuïteit betekent dat er geen verschil is tussen zijn en niet zijn. Als je naar de natuur kijkt, de natuur is één apotheose van geweld. Waar bij elke bloem die ontstaat, oneindige verspilling is van alles en nog wat. Het ene zaadcelletje, de miljoenen anderen gaan dood, en dat een ontstaat. Dus één verspilling. Dood is alon tegenwoordig, dood en leven zijn samen daar, dat is het zijn. De mens ontstaat maar, En het zijn ontstaat maar dus.
Het idee dat er iets is wat het is, ontstaat maar door de vormelijkheid. Te genereren, de vormelijkheid aan te brengen in die continue orde. En dat is het discontinu. De mens is discontinu. Het zijn, is het discontinu. Nee, het zijn zelf is continu. Maar wat ik het zijn noem. Υπότιτλοι AUTHORWAVE Wat ik ben, wat jij bent, wij zijn ten aan zijn van elkaar begrensd. Discontinu. Zun is er geen continu leven. Behalve.
Als wij aan erotiek gaan doen. Als wij aan erotiek gaan doen, dan voel je duidelijk: niet in de radicale zin, we gaan elkaar niet het leven ontnemen, maar we voelen wel in de erotiek een zelfverlies. We voelen dat wij ons moeten geven aan elkaar. En dat we zich niet echt geven aan elkaar, want er is niemand anders aan wie ik mij geef. Er is een gedeeld zelfverlies. En die deling van dat zelfverlies is ook continu. Je kan zich niet vasthouden.
En dat is een fascinatie voor erotiek, eigenlijk. Al zijn verhalen, maar ook zijn theorie, nemen zowel religie als erotiek als uitgangspunt. Want dat zijn de twee elementen in onze cultuur waar wij nog voeling hebben. Met datgene wat de filosofie toedekt. De filosofie wil alles afbaken. Discontinu. In grenzen. En het onbegrenste, waar we ook door gefascineerd zijn in onze beeldcultuur, maar waar we eigenlijk.
In die fascinatie ervoor ontkenend te werk gaan. In de erotiek en in de religie, zeker in de primitieve religie, kan die ontkenning niet werken. Of de erotiek leeft maar van de Het leeft niet bij de gratie van de ontkenning. Ik geef mij over aan de liefde.
¶ Aangaan van het Zelfverlies: Abberante Erotiek en het Kwaad
Mm-hmm. En ik verlies mijzelf. Alleen hebben wij die erotiek. GECOPPELD AAN UN KOPPELTLE Ja, want ik zou zeggen. je verliest jezelf. Maar ik denk: als ik nou denk over een soort imaginaire hokjes die we creëren, dan zou juist de elotiek en de liefde die je daar dan mee associeert, misschien. Is juist misschien zo'n ultiem hokje. Want daar vind ik mezelf. Daar kan ik echt mezelf zijn. Dan verlies ik mezelf, maar word ik één met de ander of iets. Waardoor je dan toch een soort.
Ja, hemels bolletje met elkaar creëert waar je dan lekker in gaat zitten. En dat klinkt weer discontinu in het verhaal van de partij. Ja, tuurlijk. En de manier waarop hij erotiek beteleeft, komt de facto altijd neer op een orde aan de discontinuïteit. Vandaar dat bataille die erotiek altijd plaatst waar ze. Schuurt tegen die discontinue mythe, tegen die mythe die wij op de erotiek kleven.
En daarom gaat hij de aberrante erotiek opzoeken. De erotiek in een bordeel. De erotiek in waar het onaanvaardbaar is. De erotiek waar we de wal tegelijkertijd zoeken. Dat is ook het punt. Omdat het dan namelijk toch die discontinuïteit, dat bolletje eromheen weer openbreekt. Daar toont het, dat verlies toont zich daar radicaler.
In een gewone koppelverhouding, als ik verliefd word, en is er wel een moment van verlies liever, maar dat verlies dat dus niet economisch is, want dat is eigenlijk een ander schema. Economie, niet economie. De economie die ons samenbrengt als koppel, is gebouwd in de niet-economie, in het verlies dat we hebben eigenlijk.
Maar dat verlies in een koppelrelatie is meteen opgeheven in een economische relatie. Wij vormen een koppel. En we zijn een beetje bang dat mijn partner met niemand anders ga meegaan. Want dan. Maar precies in die ontrouw van de Eros, in de Eros die zich aan nergens aanbindt, bordeelwezen bijvoorbeeld, daar toont zich zeggen, een excessiviteit, een transgressie. Die niet geëconomiseerd wordt.
Ja, en in koppels is het natuurlijk ook wat we zeggen: ik hou voor altijd van je. Ook daar zit een soort eeuwigheidsverlang haast in. Dit bolletje is voor eeuwig nooit stuk. Terwijl op zijn minst is het tot de doodje scheit. Zo is het eigenlijk altijd. Dat er toch een eindigheid aan zit. Maar ja, interessant. Ja, dus het is erotiek op de goede manier, op Batijsmanier begrepen, is dus wel die continuïteit. En het is interessant, vind ik.
Dat als je denkt over het zijn in de verheven zin, ze van oud van zijn is zijn en niet zijn is niet zijn. Dat associeer ik snel bij continuïteit. Maar het is dus juist die mix van het zijn en het niet zijn, dat is de continuïteit. En de discontinuïteit zijn de kunstmatige hokjes die erin praat. En die continuïteit is in wezen een ondraaglijk idee van de mens.
Omdat het ondraaglijk is voor een idee te koer. Een idee is altijd een grens. Een idee is dat ik een verschil maak tussen dit en dit. Maar continuïteit is een wereld van onverschil. Het is een wereld die door het christendom God genoemd wordt. Je noemde Parmenides van zijn, niet zijn, is niet zijn. Hier kleitels is er van dat alles strook. Daar klinkt het in. We staan nooit twee keer in dezelfde rivier, die blijft altijd maar gaan. Associëert hij daar ook mee of is dat meer niet.
Je zal die idee wel, hoe zou ik zeggen, liken, om het modern te zeggen. Hij vengt het aan. Maar bij Parmenides, of bij Heracle, heb je nog het idee dat door dit te zeggen, heb je alles vast. Hegeliaan, door te zeggen dat niets te zeggen is, heb je nog alles gezegd. Ja. Daarom vind je waar je het over hebt, pas in de ervaring van... staan tegenover het ondraaglijk walgelijke.
Dus de filosofie, en daar komt de mystiek in. De filosofie vindt haar waarheid pas in een ervaringselement waarin het denken zichzelf moet verliezen. Dus als ik denk ik moet mijzelf verliezen, heb ik. Heb ik nog, dankzij mijn denken, dat zelfverlies mooi ingekapseld in mijn idealiteit van denken. En daarom moet ik de enige plaats voor bataille waar ik kan denken, dat is de plaats waar niemand.
Het denk gesitueert, het bordeel, de rand van de samenleving, de misdaad, le mal, het kwaad. Dus in datgene wat onaanvaardbaar is, daar wordt het zijn gedacht.
¶ De Economisering van Transgressie in Cultuur
En de cultuur ontstaat pas, of de cultuur die naamwaardig is voor Bataï Pas daar, die daar ergens plaats voor heeft. Je zou kunnen zeggen, wat moeten we dan doen voor Batij? Maar dat is juist als je de vraag stelt: hoe moeten we dan leven voor Bathain? Het kwaad zit in die vraag, natuurlijk. Ik wil een levenshouding mooi discontinu, mooi gevormd, mooi zeker, waar ik het aan heb.
echte kultuur begint, hvor jeg naturlig Een aantal regels heb waarin ik leef, maar tegelijkertijd heb ik buiten die regels een soort element waar ik de ontregelende van die regels celebreer. En dat is naast de erotiek de religie. En daarom is de essentie van de religie ondragelijke vreedheid. Dus wat hij apprecieert, in het christendom, is precies waar wij geen weg meer mee kunnen. Namelijk, zonder. Vreedheid, martelaren, dat morbide in de christelijke liggen, dat zit erin.
Kristum is in zekere zin een apotheose van sadismen. Leest de legenda aurea van Voragin. Dat is gewoon vredheid die van begin tot einde. Leest Tertulanus wat is de hemel is? De hemel is kijken naar de helft om te zien hoe elendig ze daar hebben. Dat is het één geluk van de man en de hemel. Dat is wat wij om televisie doen. We zitten in de hemel, we kijken naar de hel en denken dat het hier goed? Het enige wat we doen voor bataille, is dat we inzien dat we met dat geweld iets hebben.
Dat dat geweld iets van ons is. En dus dat we dat niet in ons bewustzijn kunnen binnenhouden. Is dit niet ergens al de cultuur waarin wij precies nu leven? De cultuur waarin CEO's in hun privéleven tegelijkertijd doen aan sadomas-ochistische secten. Waar iedereen in het weekend zijn pilletje popt en die roeservaring opzoekt bij de EDM-feesten. Waar mensen vechtsport doen om elkaar helemaal maf te slaan. Ook weer eens in de zoveel tijd.
We leven al in een cultuur waarin die transgressie heel mooi is ingebakken. In een cultuur waarin om die bureaucratische geweld van het systeem te overleven. Vinden mensen in het weekend plek om zich over te geven aan een transgressie in de roest? Maar wat voedt dat in de hand, de juiste manier om het systeem te laten doordenderen zoals het is?
Want als ik niet hoef na te denken over mijnzelf, dan is het veel makkelijker om deze verzekeringsaanvraag af te keuren. Om deze migratieaanvraag af te keuren. We zijn allemaal onderdeel van die erotische eenheid. Wat maakt het uit? Hoe zou je ingaan op een dergelijke kritiek? Waar ligt voor hem het verschil tussen een dergelijke transgressie die hij voor ogen heeft en deze transgressie, die eigenlijk al door onze cultuur is, status coaliseerd? Ik weet niet of Batai daar veel antwoord op heeft.
Het antwoord dat Bathaai heeft is. In eerste instantie altijd theoretisch. Vanuit zijn theorie zal hij zeggen dat wij in het Westen hebben die transgressie geëconomiseerd. Dus die transgressie is een. Een uittreden uit de economische orde. Maar wat hebben wij gedaan? Van het uittreden van die economische orde, van die verspilling, van die. Van die consumptie. Want dat is wat hij noemt la notion de consommation. Dus consumptie betekent dat ik wat ik economisch opgeweld heb verbruik.
We hebben van die verspilling economisch goed gemaakt. Dat is onze divertissement, onze ontspanningscultuur. Dus. Zijn theorie is precies dat wij door van die transgressie iets ontspannends te maken, dat wij de angel uit die transgressie halen. Of wij daar veel. Of hij daar een blauwdruk voor heeft, hoe we wel moeten met die dingen omgaan, en kan eigenlijk alleen verwijzen dan, en dat is de zwakte van zijn denken, naar.
Astekische cultuur, naar primitieve religie, naar mensenoffers, wat volstrekt onmogelijk is, want ja, we kunnen het toch in mensenoffers doen, onze cultuur staat dat niet aan, kan dat niet aan überhaupt.
¶ De Crisis van Beeldcultuur en Denken
Maar dat is wat hij voorhoudt eigenlijk. We moeten een verhouding hebben met geweld, dat dat geweld als zodanig toont. Maar de vraag is of dat in een beeldcultuur als onze überhaupt mogelijk is. Ik heb daar mijn twijfels over. Onze beeldcultuur is qua structuurdueel. In de zin van, je hebt vraag en antwoord. Ik kijk en het beeld heeft de neiging onmiddellijk te antwoorden op mijn vraag. Dat is die duele structuur van een beeld.
En het denken heeft altijd een triangulaire structuur nodig. Die vraag en antwoord moet er kruist worden. Dus dat is eigenlijk de grond van onze cultuurcrisis in zekere zin. We zitten in een medialandschap waarin iemand heeft een onbehaging, iemand heeft een probleem en een ander moet antwoord hebben.
En iedereen weet dat er natuurlijk geen antwoord is op mijn vraag, want wie ben ik? Ik ben geen probleem dat een antwoord is. De mens verdraagt ook geen antwoord. De mens is een probleem, dat moet een probleem blijven. Dus iedereen weet dat wel. Maar de menswetenschappen, als we als we iets moeten weten, hebben we het probleem waar we een oplossing voor hebben.
En we hebben een derde poot nodig die precies ons open houdt als vraag. We zijn een probleem en we zullen een probleem blijven, en we moeten een cultuur maken van dat probleem als probleem. In die sfeer zit bataai. We zijn gewelddadig. Maar we hebben geen oplossing voor dat geweld. Omdat precies dat geweld moet onoplosbaar ergens in onze cultuur krijgen. Wat hebben we nu.
¶ Geweld, Fascisme en Foutieve Heilsleren
En dat is omdat we als we. Dat hangt samen met die continuïteit en discontinuïteit. Als wij onszelf een oplossing vinden, dan zoeken we in een discontinue structuur, zetten we onszelf vast, zeggen we, oh dit is hem. Ja. En ik ben nog heel even benieuwd, daarna vooral verder met je verhaal, dat geweld, zeg maar, wat is dat? Is dat? Principieel is dat de kern van de zaak, of is dat een heenwijzing naar de kern van de zaak?
Dus gaat het om het geweld of is het geweld een soort soort poort waarin wij zien dat dat het leven die continuïteit is van dood en en leven? Het geweld... Ja, de beide denk ik. Je moet altijd bij een batij opletten als je zegt wat is iets? Ja, zit gewoon weer vragen. Maar misschien kan ik die scène naar voren brengen. Dat zal iets helderder zijn, of dat zal een hint geven. Op het einde van Le Bleu du Ciel.
Van het Bl van de Hemel. Het vertaald in het Nederlands. Een roman uit 35, die hij pas in 1957 uitgegeven heeft. Is een van de langere verhalen van Bataï. Daarin beschrijft hij een liefdesrelatie, dus altijd hetzelfde, die transgressie. Centraal bestellen en dus een quasi onmogelijke liefdesrelatie. Een liefesrelatie met dirty. En dirty is Dorothea, noemt ze. En Dorothea is het geschenk van God.
Maar ze noemt wel dirty, wat meteen ook het vuil betekent. Voor Bataille is datzelfde. Dat is datgene wat aan de andere kant van de grens ligt. Want God is het vuil, God is het onaannemelijke. God is het absoluut in de zin wat zich onttrekt aan onze economie en waar wij een verspillende verhouding mee kunnen hebben. Heel de mystiek gaat daarover. De film eindigt na een deprimerende liefdesverhaal, typisch battij. Alles is al mislukt. Dat is duidelijk. Alles is een mesh.
En dan neem hij die trein in Frankfurt terug naar Frankrijk. Want ze hebben een reis gemaakt in Trier enzovoort. En neemt die trein in dan hoort hij in het station. Лидер. Een soort koorgezang. Gaat kijken, dat is een Hitlerjoegend die daar strijdliederen zingen. Strijdliederen die, en dat valt hem op, meneer Tropman. Naam van Grote misdadiger in het begin 20e eeuw, die figuur, ook typisch battrijd.
Die tropman hoort dat. En wat hoort hij? Hij hoort mensen die bewust de dood ingaan. Ze gaan zich opofferen voor het. Ewigdurende duizendjarige Rijk van Hitler. Ze zijn tenminste echte mannen die precies de dood ingaan, en dat is het leven. En dan maakt hij zich de bedenking. En ze weten niet wat ze zingen. Ze weten niet dat ze de dood in gaan. Het enige wat hij wil, is dat ze op dat moment beseffen wat ze zingen. Dat is alles. En dan zullen ze misschien niet Europa in brand steken.
Want dat is 35. Met Breton en andere surralisten, ondanks alle ruzies met de surralisten die hij heeft, zit hij in een gezamenlijk front, letterlijk een contra-attack, contre le fascisme. Het fascisme is echt het waarop hij. De setting waarop je zijn denken het best kunt verstaan. Het fascisme. Zou je kunnen zeggen, is batayaans, omdat het racisme iets heeft met het geweld. Nog geen beetje. Bataille is een van de weinigen. In de jaren dertig, die van metavaan, van in de jaren twintig al.
Meteen contra het fascisme is. Het fascisme is, omdat het fascisme juist de foute omgang is met het geweld. Wat doet het fascisme? Het fascisme wil gewelddadig zijn, maar maakt van dat geweld een heilsleer. Gaat zeggen dat als we nu eventjes de dood rotseren, dan hebben we inderdaad, zoals Hitler het noemt, een duizendjarig. Of dan gaan we ons doen van die vuiligheid die het Joodse volk ziet, die parasieten.
Die christenen zijn zwak, omdat ze de boodschap van het christenen, namelijk het heil realiseren. Dat ze dat met hun zwakte precies niet kunnen doen. Wij gaan eens met ons aristocratische ethos, met de bezum, door deze tijd gaan. En dat is precies. Het is die heilsleer. Die altijd in zeer gewelddadig is, maar die bij het fascisme dat geweld naar boven brengt, apert maakt. Het is juist het heilselement in die heilsleer die gevaarlijk is.
We moeten eigenlijk af van een heil slepen. En dat is voor de moderne tijd oneindig moeilijk. Want we zijn helemaal wild van het heil. We willen. Ondanks het feit dat we postchristelijk zijn of postpostchristelijk, doet er niet veel toe. We denken altijd dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven. Het is onuitroeibaar. Batailles en strijd is dit.
¶ De Moderne Moeite met Heilsleren en Martyrdom
Is is is daar tegen. We weten al wel dat we niet in de beste van alle werelden leven. En wat gaan we dan doen? We lezen de stoïci en we verdragen onze eindigheid, wat ook een heilsleer is. Uiteraard. Ook als ik het die vertel, we zitten erin. Maar we hebben wel dat soort... Dat soort, hoe zou ik zeggen, die waaghalserij van een Batayaanse filosofie nodig om de contouren van ons denken te zien. Dat is ook het enige wat de filosofie kan. De filosofie moet de contouren van ons denken opzoeken.
En dan kun je van de filosofie geen oplossingen verwachten. Althans, naar mijn mening niet. Zoals de filosofie in Nederland fungeert, niet onterecht, als een soort alternatieve huilsleer, Na het failliet van de evangelies wil iedereen evangelist zijn. En als bataai één ding is, hij is geen evangelist. Omdat het evangelisme precies een ontkenning is van het geweld dat er nogtans in aanwezig is. En je kunt dat geweld er niet uithalen. Je moet dat geweld apert naar boven plaatsen.
Ja, want ik moest net denken toen je het had over de ontvankelijkheid van de Europese westerse beeldcultuur, voor die soort beelden van geweld. Wat zou, nou je hebt het idee dat Een beeld van geweld, dat nu ook met de toename van geweld cultuurbreed een soort herintreden doet en heel aansprekelijk en machtig blijkt te zijn, is dat beeld van de Martelaar. En iemand die.
In het gezicht van Groot Verzet, zichzelf heeft geofferd aan zijn doel. En dat is denk ik een heel krachtig beeld, maar een beeld dat ook makkelijk misbruikt kan worden. En daar zit ook dat idee van die huilsleer in. Daar zou Bathain zich dus ergens op tegen verzetten. Maar het draagt wel die kern van geweld, dus in zich. Dus het is best wel een subtiele denkwijze.
Die battij van ons vraagt. Omdat onderscheid te kunnen zien tussen hele directe manifestaties van geweld. Pardon, die in het teken staan van. Dus uiteindelijk een poging om de dood en het geweld te overwinnen. En die vormen van geweld die dus juist alle mogelijke vormen van inperking, rationalisering, formalisering te niet doen. En daarin ruimte geven voor die pure. Scheppende, creatieve, overstromende kracht in ons, in het zijn, in de werkelijkheid als zodanig.
Maar het is inderdaad zeer subtiel, vandaar mijn verwijzing liever naar de grond van de filosofie van ons denken. Want ons denken begint met het onderscheid tussen is en wat is en wat niet is, tussen zijn en niet zijn. En eigenlijk morelt bataille aan de grondslag van het denken in het spoor van Hegel. Die contradictie tussen zijn en niet zijn, die de basis is.
¶ Waarheidscrisis en Ritualisering van Geweld
We kunnen niet anders reden leren. Er is met die contradictie iets. De grondslag van onze cultuur, waar waarheid en leugen van elkaar gescheiden worden. Die grondslag klopt ergens niet. En het rare is dat symptomatisch, op het hoogste niveau van de wereld, Zie me dat gewoon gebeuren? Het mediakanaal van de grootste hefter van de planeet momenteel is Trump, naast Poetin en Xie natuur. Maar het mediakanaal van Trump noemt de truth. Dus het onderscheid tussen leugen en waarheid.
Onze Donald heeft daar niet veel last. Und brav da. Ja, dat is praafde. Er is iets met waarheid in onze cultuur. En de filosofie is sinds niets: een bevraging van de waarheid als zodanig. De claim van de waarheid. Wat is dat mij? Dat is een symptoom van de post-christelijke tijd. Maar maar je zou toch bijna kunnen zeggen dat dan Trump een soort de geweldade, hij doet de ge waarheid zo geweld aan, dat hij ergens de...
Toedekking wegneemt voor een heel groot deel van de mensen. Voor een ander deel van de mensen dekt hij het misschien juist extra toe. Maar voor een heel deel zijn natuurlijk ergens de ogen geopend voor de totale relativiteit tussen waarheid en niet waarheid. Daarom is Trump de spiegel van onze onmacht dat we met geweld eigenlijk geen weg kunnen. Dat geweld. U zou ik zeggen, de mensen die voor Trump stemmen, stemmen voor Trump omdat hij het geweld gaat opheffen. Zo simple is het.
De religieuze mensen in de US, maar ook de anderen, die denken dat dat een stevige leider is, die dat drugsgeweld en ander geweld gaat aanpakken en law en orders tegt. Dus terwijl hij de law en order helemaal onderuit haalt... Krijgt hij stemmen van mensen die denken: dat is nodig. Dat is fascisme. Er is een laatste geweld nodig. Want dan komen er. En je zei, als die Hitlerjugend die bataille tegenkomt, in het boek dat het hoofdpersoon tegenkomt.
Zouden weten wat ze zouden zingen, dan zouden ze dat geweld niet doen of anders worden. Daar zouden ze met dat geweld anders om gaan. Het enige wat hij kan bij mij weten. Ik heb veel bataille gelezen. Een concreet oplossing zit hij niet op wat Hitlerjuegend zou moeten doen, maar hij verwijst altijd naar primitieve culturen, dus naar niet-westerse culturen. Niet-westerse culturen die bijvoorbeeld aan mensen nog voor doen, daar wordt de dood centraal gesteld. Maar die dood wordt daar.
Oog in oog, hoe zou ik zeggen, niet in een economie gebracht die de dood ergens heen leidt. Die dood wordt daar neergesteld en die dood wordt dus. Hoe zou ik zeggen, het gevaar van die dood wordt daar buiten de samenleving gehouden. Dat is wat in een feest gebeurt. Dus hij heeft een van zijn referenties is ook, dat heeft hij van Marcel Moos uit de uit.
Uege Sociologie van in Frankrijk, dat is de potlet. Er zit ook een anticapitalisme in battij. Wat doet het kapitalisme? En dat zijn aanvullingen op markt. Marx denkt dat het kapitalisme zichzelf gaat opheffen, omdat het kapitalisme. zou ik zeggen. De strijd tussen kapitalist en proletariar gaat zo hevig dat er geen kapitalisten meer over zijn. Want de kapitalisten bestrijden zichzelf. En wat Marx niet gezien heeft, is dat die arbeider niet alleen arbeidt, maar ook consumeert.
Dat die arbeider niet iemand is die aan de wereld werkt. Dus aan economie doet. Maar ook datgene wat hij met dat werk gerealiseerd heeft, verspilt. En dat is wat het kapitalisme wel goed gezien heeft meteen. Dat is wat Amerika goed, het Amerikaanse kapitalisme moet gezien. Je moet de arbeider laten consumeren. Niet de kapitalist moet consumeren, iedereen moet consumeren. En je maakt van die consumptie een economisch goed. Dat is intelligentie. Wat haalt hij uit Marcel Moos?
Ik zal het anders nog uitdrukken: vandaar dat kapitalisme, dat is zeer batajaans van inzicht, maar dat staat eigenlijk al bij Markt. Dat kapitalisme, omdat dat zijn, die verspilling dracht te kapitaliseren bij de kapitalismen.
¶ Potlatch: Niet-Economische Verspilling
In een primitieve cultuur, in een cultuur van de potledge, gebeurt dat niet. Hij verwijst naar de studies van Boas. Het is winter. Twee indianen stammen in het Vankoereiland gaan diplomatiek met elkaar feestvieren, worden drie weken feest gevierd. Dat begint met elkaar giften, schenken. Maar het schenken van die giften gaat increscendo. De eerste dag schenken ze een.
Een boogje en een pijltje, dan een beetje pluimpjes. En op den duur gaan ze om elkaar te eren, elementen aangeven. Ik zeg maar iets, twintig wigwans. En om te zeggen, jij bent een fantastische leider, dank u nog eens dat ik hier mag zijn. Je ziet die wiegwangs, ik steek ze de fik. En de andere zegt, maar dat is fantastisch wat je gedaan hebt. 50 gigam steekt ze ook in de fik. Men gaat collectief zaken vernietigen. Men gaat eigenlijk doen wat men in een oorlog doet.
Dus die notion de dépens, die notie van verspilling en geweld, wordt voor zich gesteld. En de mensen staan tegenover dat geweld als geweld te kijken en genieten daarvan. Terwijl wij hebben oorlog nodig in het kapitalisme. We zijn nu bezig, het kapitalisme heeft die oorlog nodig. Hoewel het ook duidelijk keert Rusland zal zijn economie opkrikken met die oorlog. Omdat we dan een tekort stichten, dus we hebben een economie nodig die leeft van de verspilling.
Want dat genereert terug als economie een tekort dat die economie aanzwengelt. En wat doen dan deze stammen in Noord-Amerika? Die ritualiseren dat geweld? Ja. Die ritualiseer dat geweld op een niet-economische wijze. Dat is eigenlijk het. En kanaliseren ze het daarmee? Ja, ja, ze altijd kanaliseren. Dus ze behoeden zich voor het geweld in zichzelf. Door dat geweld een vorm te geven die bewuster is dan het westerse bewuste denken. Dat is eigenlijk wat mij vermoeit. Ja, het is.
Zeker supermering. Dus wat het mensen doet, is natuurlijk vreet. Maar het mensen gaat de vreedheid die in mij zit, Slachtoffen. Die het geweld van mij overnemen. In plaats van dat het in alle dag. En dan kijkt iedereen ernaar. En dan gebeurt er op het niveau van de ervaring een bewustzijn die transgressief is. Zonder dat dat bewustzijn dat doet wat het Westensbewustzijn doet, dat opheffen in een idee die er vat op heeft.
Dus ons begrip van deze praktijk is al heel moeilijk, want wij gaan hem al heel snel toch weer vertoretiseren en zeggen, oh dan is het dus dit. En dat is de zwakte, want wij kunnen ons westerse bewustzijn niet uitschakelen. Of anders uitgedraakt, precies waar wij denken dat we het uitgeschakeld hebben. Want die zijn er genoeg. Er zijn genoeg mensen die denken we terug naar de heksen en druiden en moeten er overal naartoe terug. Dat is precies.
Toppunt van Westerse denken. Dan denk je dat je het andere dan het Westerse denken kunt mooi accapareren. En het is juist die accaparatie, die toe eigening die Westers is. Dat is het genie van het Westers denken dat het zo open is. Dus de genie van het Westers denken is dat het gigantisch tolerant is. Het is nieuwsgierig naar alles wat nieuws is. Auch für Matthias eigentlich. We zijn nog steeds als de Romeinen met een oneindige pantheons waar gewoon voor alles een plekje te vinden is.
Ja, we geven alles een plaats. We zijn imperiaal van denken. Het waarheidsdenken is imperiaal eigenlijk, omdat het waarheidsdenken alles een plaats heeft in het zijn, ten koste van de grote exclusie, die het niet zijn is. En dat niet zijn dat moet ergens, dat is in ieder geval wat die ervaring van de grenzen van het westerse denken aangeeft, dat niet zijn moet ergens een plaats krijgen.
Ja, wij kunnen dus alles incorporeren, behalve het niet zijn. Dat is eigenlijk het punt. Dus wij kunnen werkelijk wel alles passen in ons verhaal. En het rare is dat wij... Oigenschijnlijk niet anders doen dan dat niet zijn, incorporeren. Want we zijn alleen maar bezig met de dood. Dat is onze beeldcultuur. We zijn alleen maar bezig met transgressie eigenlijk.
Maar we gaan die transgressie altijd opeten. We gaan die toe eignen. Battuin wil dat schema eruit halen, eigenlijk. En daarom de grenzen van ons Westers denken aangeven.
¶ Zinloos Geweld en de Dood van God
Maar als ik je goed begrijp, ook als het gaat over het willen voorkomen met die vormen van, laten we zeggen, transgressief geweld, die vormen van offer. Het voorkomen dus van zo'n voorbeeld van bijvoorbeeld de. Uh Legende van Minos. En het eens in de zeven jaar moeten sturen. Van al die jonge bruitjes en maagjes naar het labyrint om daar geofferd te worden aan de Minotawers. Daar zouden bij tijd dus zeggen. Nee, dit is zo'n goddelijke economie. Dus daarin probeer je.
Juist dat te instrumentaliseren. Daar heeft het een soort van doel om de bestaande machtsorde te handhaven, of wat dan ook. Dat is niet wat we willen. Het moet een soort van zinloos geweld zijn. Dus het is lang leefde het zinloze geweld, ergens in partij. En ineens zullen ze zoveel tijd moet er gewoon een kindje geofferd worden.
Misschien wel gewoon plotseling op straat. Maar het kent wel een. Wat is het verschil tussen die geritualiseerde momenten van geweld en zo'n economische geweldorde die dus een transgressieve element verliest? Want er zit allebei een structuur in, een soort ordentelijkheid. En het is eigenlijk hetzelfde. En dan de contouren en de eindigheid van Bathais denken ook. Het enige wat Bataille wil, is dat het bewustzijn van de mens die in de cultuur deelneemt, dat die anders is.
Dus heeft op zich niets tegen het feit dat de Hitlerjugend met de dood bezig is in zijn gezongen, want we zijn altijd bezig met de dood. We moeten daar op een andere manier tegenovers staan. En we moeten dat die andere manier om tegenover te dood te staan, cultuurvormen geeft. En we hebben dat gedaan in het religieuze wereldbeeld van de middeleeuwen, waar die God, de kapitalisator van het geweld was, eigenlijk.
Er was die oneindige, maar ook ondergrondlijke goedheid die meteen ook Portugal een aardbeving kan geven, die Lissabon in 1755 een aardbeving kan geven. Gods wegen zijn ondergrondelijk. Die ondergrondelijkheid had nog plaats in een religieus wereldbeeld. Maar die god is dood. En dat God dood is, betekent niet dat de mens nu meester is van de werkelijkheid, het is die dood die meester blijft van de werkelijkheid. Dat is die alte meisten. Dus het is eigenlijk een religie, bataille ziet op.
Een enig heil tussennaligstekens. In een religieus bewustzijn of een artistiek bewustzijn van die dode godtuig. Hij noemt het zelf zo: dat een deel van zijn geschriften noemt hij zijn ateologisch uivel. Het is een soort theologie, maar waar God ont hoofd is. De hele samenleving is gebouwd rond datgene wat die samenleving niet bij kan. En die die samenleving zal vernietigen. Het is gebouwd rond haar dood eigenlijk. En mysterie i centrum. De hele cultuur is een bezwering van die dood.
En wat wij verloren hebben, is de gevoeligheid voor het bezwerende van die doodtij. Het christendom was daar minder ergen, maar we zijn eigenlijk nog altijd steeds christelijk, omdat we van het christendom die ontkenning zijn. In dat bezweringsmoment overgenomen hebben. Maar het bezweringsmoment in het christendom was wel ontkennend.
De dode Christus is het leven, maar de facto in de cultuur is dat een cultuur waar die dood alom aanwezig is, en waar mensen huilen en waar mensen bang zijn voor het eeuwig leven. De christenen zeggen wel: als een christen doodgaat in Paradisoek, ik ga naar het paradijs, maar iedereen staat te huilen, want ze zijn dood. Ja, en dat paradijs is zeer geweldig. Maar het is verschrikkelijk dat iemand het paradijs in moet. Dus die spanning. Het christendom heeft hij wel bezworen.
Op een ontkende manier, en in plaats van die bezwering, hoe zou ik zeggen, de kant van een beter heil, een menselijker heil, om te gaan, die bezwering moet. moet zijn waarheid meer bloot geeft, zijn onmogelijkheid meer blootleven.
¶ Kunst en de Grens van het Westerse Denken
Je zegt sublimatie, zeiden we net. Je noemt net even kunst. Is dat een pad wat bataille ingaat? Want je kunt erg natuurlijk dat geweld ritualiseren. Tragedies noemen we al bij, dat zijn natuurlijk allemaal vormen die misschien wat minder negatieve impact hebben op dagelijks leven dan inderdaad een kind offer. Uiteindelijk komt de batij bij kunst uit. Dat wel. In de kunst gebeurt iets.
Van die transgressie eigenlijk. En die kunst is, waar hij dan aan verwijst, in onze cultuur een marginaal fenomeen geworden. Waar de kunst in de naissance nog leidend was, superatief van kunnen. De mens kon niet dankzij God, en in die kunst toonde zich de mens deelachtig aan het kunnen van God. Dat is Fasari, dat is Michelangelo, da Vinci. Maar in het 1920ste eeuw is die kunst in onze beeldcultuur gemarganiseerd, het toppend van kunnen.
Is helemaal niet de kunst, want Kun is een ingenieur die de Eifeltoren maakt eind 19e eeuw. Dat zinloze gebouw 300 meter hoog, En wat Bataille ziet, is de zinloosheid daarvan. Dus Bataille neemt de kritiek van de 19e eeuw, dat gebouw over. Dit is zinloos. Alleen, wij vinden dat helemaal niet meer zinloos. Winden dat leuk. We gaan erop. We vinden het gezellig. Dus we zien de zinloosheid ervan hier. Het is geen verspilling dus in de goede zin dan.
Het is absolute verspilling, alleen zien wij het niet als verspilling. Ja, ze sah. Want we hebben dat in onze consumptiecultuur is dat een bron van inkomsten geworden voor de Stad Parijs tot en met eigenlijk. Maar als je de kritieken van 1890 leest, Effeltoon is object geweest van gigantische kritiek. En heel terecht, waar halen we het in onze kop? Maar Batij vindt dus niet die eiveltoren in zijn wezen een heel goed ding, omdat het zinlozer en verspillend is.
Moest de cultuur dat neerzetten als pure zinloosheid. Субтитры сделал DimaTorzok Maar ja, dan zou dat cultuur, een positieve cultuur zijn voor hem. Want het is natuurlijk goed en zinvol. Dus dat er bordeelwezen is, dat vindt hij fantastisch. Natuurlijk, vandaag de dag geldt dat helemaal niet mee, want het bordeelwezen in de 19e eeuw was nog niet zo gecommercialiseerd. Maar nu is dat gewoon.
Het bordeelwezen in Parijs is er absoluut, is vertienvoudigd, maar is een goor mensenhandel economie geworden. Wat is dat? In de 19e eeuw is dat nog iets. Baudelaire zit in beordelen. Er is nog iets. Het heeft nog een plaats in die kleine Biot Parijs. Maar vandaag de dag is dat. Helemaal dat economische model is eigenlijk... Desde economía, ¿eh?
Dus in die zin van Bataille kun je niet, naar mijn bescherming, kun je van Bataille niet veel positieve antwoorden verwachten. Maar hij geeft wel eens een analyse een soort richting aan. Om de contouren van ons bewustzijn, van ons staan in de wereld aan te geven. Dat is met veel filosofen zo. Als je van die filosofen antwoorden vraagt, let op.
Dat vind je wel, we vinden altijd antwoorden. Maar je mist de filosofische diepgang, die altijd over de grondslagen gaat. De grondslagen veranderen niet zomaar. We kunnen ons waarheidsdenken niet meer veranderen. We hebben dat geprobeerd in het postmodernisme. We gaan eens denken zonder waarheid. Maar ja, op het moment dat je denkt ik ga denken zonder waarheid, denk je dat denken zonder waarheid de waarheid is. Ja, zitten we toch weer in plaats van de continuïteit. Ja.
En je moet wel die transcendentaliteit aanhouden om die contouren te zien waarin die zit. Dat is wat Batalij wel doet eigenlijk. Dus hij heeft wel een punt eigenlijk. We zijn met verspilling bezig. Terwijl we eigenlijk alles denken dat we helemaal alles in eenheid brengen en dat we alles zinvol maken.
¶ Bataille's Mystiek: Grens-Ervaring en Zelfverlies
Dit is dus een reeks in lijn met Titus Brandsma. Dat is de aanleiding voor onze reeks over mystici en de actualiteit. Je hebt al even kort gerefereerd aan waarom het inderdaad in wezen mystiek denken is. Ik ga je niet vragen om Georges Partij en Titus Brands maar in één verhaal bij elkaar te brengen. Maar wel nog een keer dat mystieke. Kun je daar nog een paar woorden? Jazeker, want dat... Maakt dit nou dus tot een mystiek denken?
Ja, en mystiek is voor Battu heel belangrijk. Dus niet omdat die kritiek op het waarheidsdenken die hij in het Westen ontwaart... Maar valoriseer de ervaring. Je hebt whoop nodig. Je hebt de grenzen nodig, niet alleen van je denken, ook van je denken, maar van je hele mens zijn, omdat het over het zijn gaat. En daarom gaat hij terug op die christelijke mystiek. Als je de christelijke mystiekes leest, zijn die christelijke mystiekes myes die de grens opzoeken.
Wij zien natuurlijk altijd in de christelijke mystiekers mensen die God ervaren hebben en dus de zin van de religie naar voren gebracht hebben. Dat zeggen wij omdat wij Slayermacher en gelezen hebben en William James, waar mystiek het zijn centrale punt is van de religie. Bij Batai niet. Niet dat mystiek niet centraal staat in religie, maar niet omdat de kern van de religie is voor Bathaai. Het feit dat de mens zich verliest.
En dat leest ze in de mystiek, niet in een God die heilzaam je opneemt. Dat zijn die korte momenten van mystieke ervaring, waarvan de meeste mystieci zeggen als je mystieke ervaring hebt, het is niet zo erg. Gaat wel over. Want de mystiek gaat over de mystieke nacht. Die mystik geht über die unmöglichkeit von einem Menschen sich selbst zu verlieren.
En dus wordt hij geconfronteerd in die teksten met het verschrikkelijke waarvoor men staat. En tegelijkertijd is dat verschrikkelijke precies datgene wat mij aantrekt. Dus die spanning tussen aantrekking en afstoting. Die komt in de mystieke teksten anders dan in andere teksten, komt die naar voren. En zeker in de vroegmoderne tijd. De mystieke uiver is nog onontgonden, in zekere zin. Onontgonnen, omdat de worsteling van de moderne mens met zijn excessieve neiging daar.
Ik zei bijna excessief naar boven, eigenlijk. En wat wij doen, is het altijd toedekken en denken die mystiekes, al die dogmatiek, dat moeten wij niet weten. We hebben dus de ervaring. Wat is die ervaring? Mijn eindige ik is opgenomen in het oneindige ik. Ik ben nog groter, ik heb mezelf opgeblazen. En er zit nog een waarheidsdenken achter.
Ik heb dat ervaren, dat is mijn waarheid. Als jij daar kritiek op hebt, sorry jongen, dat is mijn ervaringswaarheid. Religie is een kwestie van geloof, en jij moet daar niet tussen. Ik kan geloven wat ik wil. Dus het is heel gevaarlijk. We zijn heel gevaarlijk bezig met religie, gigantisch gevaarlijk. Want religie is de plaats geworden waar een waarheidsclaim zich niet meer moet verantwoorden.
Schrikkelijk is dat. En de religie heeft daaraan meegewerkt. Dus de religieuze crisis is gigantisch diep. Vandaar dat de partij bezig is met religie, niet om die religie te affirmeren, maar om precies datgene uit de religie te halen waar voor onze tijd nodig is. Het gaat om de waarheid en om onze verhouding tot de waarheid, die niet zonder maar aan ons toe te eignen is.
De vorige hadden we daar ook over in relatie tot Tieters Brandsma. Dat idee van verantwoording, dat in die mystieke, wat je net heel mooi benoemt, die subjectivistische opvatting van. Mystiek, dat hele solepsistische ervan. Dat het iets creëert van een soort ongenaakbaarheid. Ik mag vinden wat ik wil. Ik heb dit contact met het goddelijke. Jij hebt dat contact, maar je kan niks zeggen over mijn diepe mystieke ervaring. Dus je al die verantwoordelijkheid.
Een aanspraak wordt uitgeschoute, als het ware. Waar zit dan die aanspraak uit? Voor Bataai. Waar vindt hij die basis, ook in zijn opvatting van de mystiekes, voor een soort van. Je kan mij ook ter verantwoording roepen. Je kan mij ook aanspreken op mijn mystieke concepties, als het waar. Mystiek is niet het element waar ik kan putten om aanspraak te doen op concepties. Precies niet. Mystiek is de plaats waar mijn concepties over de werkelijkheid, mijn ideeën over de werkelijkheid.
Hoe zou ik zeggen, in diskrediet komen. Dus mystiek is een cultuurelement in die religieuze cultuur van de middeleeuwen en van de vroeg moderne tijd, waarin. De waarheid van, de waarheidsclaim van die religieuze traditie. Waarin die door die in zero serieus te nemen op haar grenzen stoot. En waar je de mens toont in zijn onmogelijkheid die waarheid te assumeren. Dat is het punt.
Hij apprecieert dat zelfs in die dogmatische cultuur van het christendom, is dat op een of andere manier toch kunnen gebeuren. Dus daar zit hij in een hoop punt eigenlijk. De mystieci hebben door dat wat mij doet verlangen naar mijzelf, is een. Een verhouding tot mijzelf die mij buiten mijzelf brengt, bij een God die er helemaal niet is en die eigenlijk dood is. En dus het bewustzijn van de dood komt bij de mistici in een experimenteele ruimte.
Genuanceerd en beleefd, in al in die duizenden bladzijden die ze vaak produceren, te sprake. En dat is fantastisch aan hem, eigenlijk. De onmogelijkheid van de mens om zijn transcreatieve neiging vorm te geven, wordt daar toch vormgegeven. Maar ondanks zichzelf. Dat is een antwoord. Want wij willen altijd vorm geven, omdat wij die vorm willen beheersenen. Maar in dat individuele gevecht van de mens met God, geeft hij de facto.
Aan iets waar hij geen enkele vorm nog voor heeft. En die in het christendom altijd marginaal functioneert. Dat het zo raar is dat de mystiek centraal gesteld is. Want die marginaliteit is wel wezig voor de mystiek. De kerk heeft de mystische nood gedraagd eigenlijk. De brandstapel belandt, et cetera. Ja. die eigenlijk die discontinue orde die we graag in stand willen houden ondergraven. Ja, door precies de waarheid van die discontinue orde.
experimenteel te beleven en dan te zien dat die discontinue orde, bataillaans uitgedrukt, naar continuïteit legt. Yeah. Vecht met een continuïteit. Waar die discontinue vormlijke orde, die dogma's. Yeah. Dank Mark. Wat een ongelooflijk interessante tocht hebben we afgelegd. Ook mooi dat het graven en het zoeken en ook wel de hele tijd de moeilijkheid die we in deze reeks zo veel vaker gaan tegenkomen.
Proberen te denken wat je buiten je denken. En proberen te denken op een manier zoals je niet wilt dat je wilt denken, et cetera. Het schaduwgevecht wat we bijna hebben, is ontzettend interessant. En heel boeiend om dat met Georges Partij te doen. Dankjewel voor jouw verhaal. Dankjewel Willem. En jij bedankt voor het luisteren.
¶ Afsluiting en Vooruitblik
Luister dus vooral verder, want over een weekje zijn we er alweer. Hoe leuk is dat? En dan gaan we het hebben over Walter Benjamin. Misschien niet direct met de mystieke traditie associeert, maar waar ook in... Zoektocht in zit naar de verhalen die we poneren en de verhalen die we daarmee tegelijkertijd moeten ondergraven. Dat wordt weer een hele boeiende aflevering. Heel graag tot dan. En ook een belangrijke oproep: deel.
