Eisenloeffel - podcast episode cover

Eisenloeffel

Jun 30, 202229 minSeason 1Ep. 3
--:--
--:--
Download Metacast podcast app
Listen to this episode in Metacast mobile app
Don't just listen to podcasts. Learn from them with transcripts, summaries, and chapters for every episode. Skim, search, and bookmark insights. Learn more

Episode description

Bij de verbouwing van het Binnenhof werd op de zolder van de Ridderzaal een meubel aangetroffen dat ooit in de Hoge Raad hing. Deze lamp is ontworpen door Jan Eisenlöffel, een ontwerper die men rekent tot de stroming van de Amsterdamse School.

Marieke en Lieven van Horens volgen de lamp van de vindplaats, via het depot tot en met de bruikleen aan Museum het Schip in Amsterdam. Onderweg horen we hoe zo’n object verplaatst en gerestaureerd wordt. In het proces worden een aantal vragen gesteld. Hoe knap je zo’n waardevol stuk op en hoe zorg je ervoor dat hij er niet weer als nieuw uitziet? Wat is de Amsterdamse School ook alweer en tegen welke uitdagingen liepen kunstenaars in die tijd aan? En wat komt er allemaal kijken bij het plaatsen van zo’n lamp in een nieuwe, museale context?

Laat deze aflevering je oren strelen en ga achteraf onder het licht van de geschiedenis zitten in Museum Het Schip. Kijk voor actuele openingstijden op hetschip.nl

Veel dank aan wie hun licht heeft laten schijnen over deze aflevering, namelijk:

Daphne Nieuwenhuijse, Julia Leunge, Mike Katzberg, Hay Kranen, Alice Roegholt, Sylvia van Schaik, Hans Waalewijn, Adinda van Wely, chauffeurs Rob en Henk en leenauto Harold, Joeri van de Putten en Fidessa en de Wolven.

Deze aflevering werd gemaakt door Marieke van de Ven en Lieven Heeremans. Voice over Joost van Pagee. Eindredacteur Corinne Heyrman, mixage, muziek en sounddesign Floris van Bergeijk en enthousiaste support van onze collega’s Michiel van de Weerthof en Jozien Wijkhuis.

Horens.audio bestaat uit Floris van Bergeijk, Lieven Heeremans, Corinne Heyrman, Joost Van Pagée, Marieke van de Ven, Michiel van de Weerthof en Jozien Wijkhuijs.

Met veel dank aan de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, in het bijzonder Fransje Kuijvenhoven, Daphne Nieuwenhuijse en Adinda van Wely.

Transcript

Hey Lieven. Hey Marieke. We zijn hier in het  trappenhuis van jouw woongroep in Den Bosch Ja, klopt. Jij wilde jouw zolder laten zien. Ja. Kom maar mee. Wow. Vet. Pas op je hoofd. Ja. Heel veel bruine balken en vooral  heel veel... Spullen! Troep. Oh my god Ja, je zou het troep kunnen noemen. Ramen, deuren, dozen, isolatiemateriaal. Dakpannen. Oh, ja. Hier allemaal campingspullen. Sportspullen, koelbox. Het is ook nog niet zo anders  dan de meeste andere zolders, behalve dan dat

het heel groot is. Ja, en het is van heel veel  verschillende mensen want we wonen hier in een gebouw met ongeveer 40 mensen samen en  we hebben dus ook een gezamenlijke zolder. In Amersfoort staat een depot tjokvol kunst  en objecten. Spullen die belangrijk zijn voor Nederland. Heel veel schilderijen en  sculpturen maar ook lampen, wandtapijten, een bank van Gispen, een broek van Fong Leng...  Net een distributiecentrum. De werken komen

en gaan. We zijn in de Rijksdienst voor  het Cultureel Erfgoed. in de podcast Wie Wat Bewaart nemen we je mee het depot in en  reizen de kunstwerken achterna die in- en uitgaan. Aflevering 3. Wij zijn Lieven en Marieke van Horens en we maken deze podcast in samenwerking met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Gevonden  voorwerp. Deze aflevering, die begint dus op de zolder van mijn huis en misschien herken je dat  wel, dat je spullen op zolder legt en dat je ze

dan vergeet, en dat je het dan pas ben jaren later  tegenkomt. zo lagen er ook spullen opgeborgen op de zolder van de Ridderzaal. Dat is die grote zaal waar de koning  altijd de troonrede houdt op Prinsjesdag. Op die zolder lag een lamp die Jan Eisenloeffel in 1938  heeft ontworpen. En die lamp, die waren we dus een

een tijdje kwijt. Ja, precies. Hij lag op zolder van  de Ridderzaal, nog van de vorige verbouwing, dus dat was in de jaren '80, hadden ze hem daar neergelegd  en nu gingen ze dus weer verbouwen voor de huidige verbouwing van de Tweede Kamer en toen vonden ze  dus die lamp. Wat raar is, want het is zo groot, je kan er bijna niet omheen. Deze lamp, die zit in de  collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel

Erfgoed en conservator Sylvia van Schaik vertelt hoe het is om zoiets terug te vinden. Het is absoluut waar dat er een schat lag daar, ja. Verborgen op  die stoffige zolder. Het was natuurlijk ook niet zomaar een zolderkamertje. Nee, het is een enorme zaal, ja, die zolderkamer is echt behoorlijk, en er stonden ook tronen uit de Ridderzaal  en rekjes, houten rekjes die normaal dan om zo'n troon heen staan, en ze hebben heel  veel dingen ook dubbel of in reserve of, ja

dus dat staat allemaal kriskras door elkaar. Het  is een soort schatkamer, zo'n zolder, dan ineens. Beetje stoffig. En Lieven, jij hebt deze lamp al  gezien, kan je hem eens omschrijven? Ja, hoe moet je het voorstellen? Een beetje als een lamp die je in de  kroeg boven een biljart kan zien hangen. Dus heel groot en van koper en hij hangt aan vier  ijzeren kettingen uit het plafond naar beneden. Het is echt een enorme lamp, hoe kan zoiets verdwijnen?

Er zijn heel veel meubelen rondom het Binnenhof  en ook zo'n pand als de Hoge Raad die daar natuurlijk vlakbij gelegen was, zijn inderdaad  daar op de zolder gewoon opgeborgen en als wij dat dan niet weten, dan is hij gewoon  op dat moment, wel ingeschreven, maar op dat moment vermist. En hij is daar echt tientallen  jaren, is hij daar gewoon geweest

samen nog met Gispenlampen. En hoe was dat ,om zo'n bijzondere lamp weer terug te vinden? Alles wat je terug vindt is natuurlijk fantastisch, dus het  is het is wel ook even schrikken, zeg maar, waar je dan terecht komt en dat je denkt van: jeetje,  heeft dat al die jaren daar in die omstandigheden gestaan? Nee, het was echt smerig. Echt een enorme  stoflaag erop en duiven die er hebben

gezeten. En dan is het ook wel weer heel bijzonder  dat je toch weer, dat dat nog in zulke zo'n goeie conditie eruit komt van zolder, en dat  je hem dan toch weer helemaal pico bello in orde kan maken, want zeker met gebruiksvoorwerpen kun  je eigenlijk altijd wel alles weer restaureren. Jan Eisenloeffel ontwierp deze lamp speciaal  voor de Hoge Raad. En er is nog zo'n lamp, althans, ze zijn bijna identiek, en die lamp, die hangt  in Amsterdam. Namelijk in Museum Het Schip, Ja,

die andere lamp, die die ken ik al, want in 2017  was ik stembureaulid in Museum Het Schip. Dat is een museum wat draait om de Amsterdamse School  in Amsterdam-West en toen heb ik dus een hele avond stemmen lopen tellen onder die lamp. De  tweelinglamp. Ja, dat is hem. Ja. Dus het is heel mooi dat ze ook herenigd worden, hè? Twee lampen  die ook echt bij elkaar horen of in ieder geval in hetzelfde pand hebben gehangen en nu ook in  Museum Het Schip samen een plekje krijgen, dus

dat vind ik wel heel fijn, dat het op die  manier gaat. Ja. Maar voordat deze lamp naar Museum Het Schip gaat wordt hij eerst opgehaald in Den  Haag en gaat hij naar het depot in Amersfoort voor restauratie en een flinke schoonmaakbeurt.  Ja en ik mocht dus mee met het transport. Onderweg. Ja, je denkt misschien: verhuizen, saai. Maar omdat het zo'n waardevol en ook een beetje stoffig object is gaat het er net iets

anders aan toe dan toen ik laatst mijn  spullen in een verhuisbusje gooide. Het gaat sowieso in een geacclimatiseerde, maar ook geanonimiseerde vrachtwagen. De meneer van de podcast staat al naast me. Hij staat hier, staat-ie. En de chauffeurs die je hoorde, dat zijn Rob en Henk.  Ja, dat klopt. Let's Go! Dan gaan we rollen. En die reden het dus van een tijdelijke opslagplek in Den Haag  naar het depot in Amersfoort en ik reed achter ze aan.

Goedenmiddag. Hoi, ik heb een afspraak met Hans Waalewijn. Ja, ik ga u binnenlaten, klein ogenblikje. Oké, dank u. Hans Waalewijn is verantwoordelijk voor transport bij de RCE en hij laat me zien waar de spullen het depot binnenkomen. De vrachtwagen is bijna  binnen. Hier zijn de loading docks. Het lijkt eigenlijk op een vliegdek, een vlieghangar.  Ja, precies. Daar zijn de quarantaineruimtes.

Als we dit soort spullen binnenkrijgen  van stoffige zolders kan er wel eens een schimmeltje of een houtwormpje in zitten en  dan worden ze hier in een laagzuurstofruimte gezet. Ik las vanochtend nog dat het zelfs dodelijk is als je daar nu naar binnen gaat. Voor mensen? Voor mensen. Oké. Dus dat gaan we niet doen. Dat gaan we niet doen. We zijn het nog niet zat. Nou, kijken of de pas werkt. De pas werkt en het luik  gaat open. Kijk, wie zien we daar?

Hey, goedendag. Goedendag, welkom. Hey, Hans. Hallo. Ja, wat zien we? We zien vooral veel,  inderdaad, letterlijk verhuidozen letterlijk verhuisdozen, dat staat er ook op: verhuisbox. U hoorde de art handlers al spreken. Dat zijn art handlers. Ja, zeker. Dat zijn geen verhuizers, dat zijn de art handlers. Die lopen vaak met Van Goghs en Rembrandts en vandaag lopen ze  met beschimmelde dozen. Het is maandag. Ja, en zo rolt hij letterlijk het depot  van de Rijksdienst dus in. En daar zag ik

de lamp dus voor het eerst, maar toen lag  die wel in stukken. Oei. In het restauratieatelier neem ik aan. In het restauratieatelier, en daar sprak ik Julia Leung, metaalrestaurator, en ik vroeg haar hoe zij de lamp voor het eerst aantrof. De Restauratie.

Nou ja, hij lag toen op een soort kussentje, hier op  een pallet. Stoffig, stoffig en vies. Ik heb het nu gestofzuigd, eerst, dat je bijvoorbeeld ook loszittende zandkorreltjes, die kunnen weer een kras maken op je oppervlak, dus die stofzuig ik eraf, en  hier heb ik eigenlijk al een deel verwijderd van dat doffe laagje. Je ziet hier allemaal  een kleine ingeponste streepjes. Die zie je opeens veel beter. Ja, dat is het leuke van, als je  iets schoonmaakt, dan zie je opeens... Het kan al heel

veel schelen als je er alleen maar met water  en zeep zelfs soms dingen schoonmaakt. Ja, het is een beetje uitzoeken wat het vuil verwijdert  maar niet het object beschadigt. Dat is precies wat je wil dus je hebt hele fijne staalwol,  zoals hier, en het lijkt op bijna watten, maar dat is dus toch te hard voor koper. En hoe  is het om zo'n waardevol object in je handen te hebben? Ja, daar denk ik niet echt over na, hoor,  hoeveel iets waard is. Meestal, dat probeer ik niet.

Je moet gewoon meteen weer vergeten en gewoon  doen want je moet doen. De restaurator denkt eigenlijk vooral aan het behoud van het  object, en hoe dat optimaal kan gebeuren, dus als je dit bijvoorbeeld helemaal weer schoon gaat  maken, dat kan je wel doen maar als je het over 20 jaar nog een keer doet, en nog een keer, en nog een keer, blijft er steeds minder van het object over omdat je steeds een klein bovenlaagje weg haalt. En je hebt de lamp helemaal uit elkaar gehaald

en ik zie hier allemaal tekeningen en cijfers en  alle onderdelen heel systematisch uitgestald. Ja, ik heb een heel diagram getekend, soms iets teveel  informatie waarschijnlijk opgeschreven, maar ja, je moet gewoon met zo'n lamp zoals dit, je moet  het gewoon organiseren, anders dan gaat het mis en dan raak je dingen kwijt en soms ben je ook door schade en schande wijs, dan denk

je

oh, ik heb alles goed gedaan, en dan vergeet je toch nog iets sufs. We hebben ook wel eens dat we iets uit elkaar halen en dan aan de schades moeten  terugzoeken waar het nou heeft gezeten. Hier zat een butsje, dus dit hoort hier, en dat wil je  gewoon niet. Zeker niet als het van iemand anders is. Omdat er wel eens een schroefje ontbreekt kan er voor Julia en haar collega's op elke zolder en in elke

garage een schat liggen. Als er iets, een  lading schroeven, oude schroeven op Marktplaats komt dan kopen we dat, en dat kan altijd van pas  komen, zeg maar, omdat we heel veel historische, ook lampen behandelen. Ja, er zit eigenlijk heel vaak  geen metrische schroefdraad, wordt daar gebruikt en, ja, het kan heel vaak zijn dat je net iets mist  of dat er iets kapot gaat tijdens de demontage, kan ook gebeuren. Aan de ene kant moet je wel  heel veel dan bewaren maar aan de andere kant dus

dan komt het wel altijd zo weer een keer van pas.  Op zo'n stoffige zolder verliest de lamp misschien zijn glans, maar het blijft een heel waardevol object. Ja, want het wordt immers straks een museumstuk. Ja, en nu is het eigenlijk de vraag welke gebruiksporen  bij de lamp zijn gaan horen. Ja, want Museum Het Schip heeft dus ook allemaal ideeën over hoe dat werk tentoon gesteld moet worden. Het gaat eigenlijk

van gebruiksobject in de Hoge Raad naar kunstwerk  in een museum. Dit is Alice Roegholt, de oprichter van

Museum Het Schip. Het wordt allemaal een beetje  stoffig en doffig en soms is er ook bijvoorbeeld verfspatten opgekomen van de schilder die eens  een keer een plafonnetje heeft gedaan en, nou ja, zo'n lamp maakt een hoop mee, maar je kan hem, je  kan koper oppoetsen tot je een ons weegt en dan gaat het helemaal glimmen, maar je kan ook denken  van: nou, die lamp is oud, en die mag ook wel een beetje oud aanvoelen, visueel. We staan tenslotte  niet in een lampenzaak om een nieuwe lamp

te kopen. En dat zijn beslissingen, die kunnen  restauratoren in een team met de RCE goed maken. Het is echt een samenspel van alle onderdelen, want  dan heb je dus je lamp mooi de koper gepoetst maar dan zie je nog wel hier een butsje en  daar een butsje en dan is die verflaag wel geel en je moet het een beetje, dat in perspectief  houden. Maar ja, dan, op een gegeven moment moet je ook een beslissing nemen, want anders dan laat je  iets maar liggen ja, van: nou, we weten het niet

dan doen we er maar niks mee en dan ligt het weer  20 jaar te stoffen op een zolder. Ja, dus dat is ook een afweging die je moet maken. Wil je dat, of wat wil je eigenlijk? Hoe en wat te restaureren is dus een constante dialoog tussen de RCE en de  bruikleennemer. Kijk, je behandelt hem als kunstwerk, en dat kunstwerk kwam van de kunstenaar en dat wil je zo goed mogelijk overbrengen. En dat hij daarna gebruikt is en dat de schilder erop  gemorst heeft, nou, dat zijn allemaal dingen die

ook gebeurd zijn, vind ik voor hier niet zo'n interessant verhaal. Als ik moet kiezen tussen de kunstenaar en het gebruiksverhaal, dus anders  als je bijvoorbeeld een een museumhuis hebt waar bijvoorbeeld de hele boedel nog in zit en de  eigenaar of de laatste bewoner is net overleden, dan kan je ervoor kiezen om het allemaal zo  precies te houden, en dan zeg je: nou ja, als er een vlek op het tafellaken zit, die laat je erin,  die ga je conserveren zelfs, hè? Ja, dat is helemaal mooi.

En dan komen er bezoeers, en: oh ja, dat was een beetje iemand die zijn tafelkleed niet meer verschoonde. Nou, dat is dan onderdeel van je verhaal, Nou dat is heel legitiem, maar hier zou dat niet legitiem zijn want we zitten niet in de Hoger Raad, wij weten ook niet welk merk sigaren er gerookt is, dus dat gaan we ook allemaal niet nadoen enzo,  hier zijn we er voor de kunstenaar. Dus dat is

wat je over wil dragen. Je wil dus zien hoe  de kunstenaar met zijn materiaal omging. De lamp, die zit weer in elkaar en het koper, het  glas en de elektra zijn gerestaureerd, en de lamp is ingepakt. Hij kan weer op transport. Nice, dan pak ik het stokje weer over. Ik mocht bij Museum Het Schip zijn toen de lamp aankwam en opgehangen  werd. Dus daar was ik, op een maandagochtend in mei en ondertussen is sprak ik ook Alice Roegholt,  de directeur van het museum over Jan Eisenloeffel

en de Amsterdamse School. Volgens mij zijn dat ze, of niet? Ziet er heel zwaarbeladen uit, die bus. In bruikleen. Hoe herken je nou dat iets Amsterdamse School is? Dat is best wel ingewikkeld en ook heel simpel. Het is ingewikkeld om uit te leggen maar als je het één keer ziet dan ga je ervan genieten en dan

zie je het overal. En waarom het ingewikkeld is  om uit te leggen, is omdat de stroming ontstond al doende, er was geen program, hè, bij sommige  bewegingen in de architectuur of kunst zegt men: we zijn hier met een club vrienden en als we ons  hier aan houden, dit zijn de regels, dan heet het zo.

Maar dat gebeurde niet, mensen gingen gewoon  mooie dingen doen en ze waren goed bevriend met elkaar en ze stimuleerden elkaar, namen dingen over van elkaar, citeerden elkaar in bouwvormen en grapjes, ook vooral veel  grapjes, en in 1915 kwam er een congres van architecten en daar kwamen ze ook van  buiten de stad enzo, en er was grote commotie wat er hier toch in Amsterdam aan  het gebeuren was, dat de een of andere gek

die verticaal ging metselen, dakpannen als gevelbekleding gebruikte, nou dat komt toch werkelijk niet, en toen stond er iemand op en die zei:  nou dat noemen we dan maar Amsterdamse School. Ja, doe maar dicht hoor. Dicht? Oké. En als ik het goed begrepen heb gaat het bij  de Amsterdamse School niet alleen over de buitenkant maar ook over de binnenkant. Ja, die  verbinding tussen de buiten en de binnenkant

die was sterk aanwezig omdat men vond dat  het huis eigenlijk geborgenheid moest geven. De geborgenheid heeft niet alleen maar te maken met  vier muren en een dak, maar ook dat het mooi is vormgegeven en daar kwam een hele nieuwe impuls  omdat die nieuwe stijl kwam en allerlei kunstenaars die haakten ook aan, en op een gegeven moment was het gewoon zo: nou, ja, als je een buffetje hebt staan dan moet er ook een vaasje op, en: nou, wie  gaat er dan een vaasje ontwerpen, en dan moeten

we ook een lamp boven de tafel, wie gaat dat dat weer doen, enzo. En zeker in het wat duurdere segment konden kunstenaars natuurlijk helemaal  zich uitleven op vernieuwende producten die er vernieuwend uitzagen en daar is natuurlijk  ook die Eisenloeffellamp een exponent van. Ben je benieuwd? Ik denk dat Mikehet meest benieuwd is. Hallo, ik ben Mike Katzberg, ik ben

medewerker collectiebeheer en -behoud bij Museum Het Schip en ik zorg voor de collectie. Dus ik ga dit transport goed in de gaten houden. Wat wil je dat ik eigenlijk met die buizen doe? Nou, die moeten we even apart houden zodat dit eruit kan. Bram, mag ik jou ook deze geven? Ik had het nooit verwacht. Hier, nog eentje. Ho. Maar de kunstenaars die zagen aan de ene kant dat de Industriële Revolutie hun het ambacht ontnam, aan de andere kant was

het ook zo dat in principe de fabrieken  ook productie konden draaien. En als je dan iets in een productielijn kon zetten  dan kon het ook goedkoper verkocht worden en dan komt het ook bij die arbeider thuis  komen. Dat was echt wel ideaal. Daar komt nu een lamp hier binnen. Maar Eisenloeffel, waar we hierover zitten, die  liep tegen de grenzen aan van zijn idealisme.

Hij wilde graag dingen maken, mooie dingen, een theelichtje, dat moest ook een mooi theelichtje kunnen zijn voor  het arbeiderswoninkje, maar als hij dat in productie liet nemen, wat er dan gebeurde  was dat er andere mensen dat een beetje goedkoper gingen doen, die gingen dat zelf  ontwerpen en dan, ja, dan kreeg hij er geen geld meer van omdat het auteursrecht is pas  in 1912 geregeld. Oké. uitpakken denk ik hè?

Aan de ene kant dad je dus dat de machine  het overnam waardoor eigenlijk de samenspraak Wat een kunstenaar met  zijn materiaal doet wegk wam te vallen omdat de machine het overnam, en aan de andere kant kreeg je er eigenlijk ook geen geld voor. Dus dat was een hele slechte combinatie, dus hij moest  nadenken: wat wil ik nou eigenlijk in het leven? Ik zit even praktisch te denken: het onderdeel dat als eerste opgehangen wordt is niet deze.

Dus we hebben eigenlijk de verkeerde eerst uitgepakt, of niet? Ja. In zijn jonge jaren, dat hij eigenlijk ook  dat idealisme had, en ook werkelijk een heel groot kunstenaar was, heeft hij gedacht: ik moet  het anders gaan aanpakken. Ik moet hele rijke opdrachtgevers gaan zoeken waar ik unica's  voor kan maken. Want hij voelde een enorme drang om hele mooie individuele dingen te  maken. En daar is hij ook een meester in. Lukt het?

Nou, het is wel een gepiel. Je kan zien hoe hij dat geklopt heef, hoe die met klinknageltjes dat vastgemaakt heeft, hè, die verschillende  lagen, wat hij dan van die koperen rand, en daar was ook wel echt kritiek op  wante er waren al mensen die zeiden, met name metaalbewerkers, die zeiden: ja, maar dat kan allemaal niet. Niet loslaten hoor. Nee, nee, ondersteunen maar- wij gaan die kant op. Ik pak hem eerst hier. Zou iemand mij willen assisteren met meten?

Ja, ja, ja. Dat u hem hier bij het puntje vasthoudt, dat de rolmaat net niet de lamp raakt. Oké. 1,15. Ja hoor. Oké, en dan gaan we hem weer eruit halen. Klinknagels, dat gebruik je, ja, bij hele grote  constructies, hè, bijvoorbeeld Centraal Station daar gebruik je klink- voor die overspanningen, hele Eiffeltoren, brug in Porto, dat zijn allemaal klinknagels, maar ja, dat zijn enorme stukken  ijzer die bij elkaar gehouden moeten worden. Nou,

dit had je ook best wel op een andere manier  kunnen doen, maar hij had daar plezier in. Hij had er plezier in om te kijken wat je met allemaal  technieken en materialen kan. En dan ging die dat voor de arbeider, zeg maar, vanuit die z'n standpunt, een beetje oneigenlijk gebruiken. Maar er waren natuurlijk ook mensen die dat heel erg leuk vonden.  Alice, kan jij nog even beschrijven, want straks

hangt hij dus dan kan je niet meer de binnenkant  zien, maar wat zien we aan de binnenkant? Aan de binnenkant zien we nu dat de lampen, de  armaturen voor de lampen geïnstalleerd worden, want de lamp moet kunnen branden, en verder  zien we het ruim van het schip. Het is echt als een schip gebouwd. Het heeft ook de vorm van een  uit eind jaren '20, en daarmee sluit het ook heel mooi aan bij het gebouw. En het ruim van  het schip dat zie je natuurlijk alleen maar nu.

Ja, een beetje alsof we hem gaan optuigen ofzo. Tewaterlaten. Ja, hij wordt nu zeewaardig, ja. Ik vind het ook wel, als je zo kijkt is  dat een beetje soort futuristisch bijna. Ja, het heeft een soort motioneffect, snelheid, motion, modern. Ja, dat was de bedoeling van de Amsterdamse School.  De suggestie van beweging. Ik vind het ook- De suggestie van beweging ja. Goed gezegd. Ja dit hoogte is veel beter, denk ik.

Alice! alles veranderde, alles, ja, er kwamen zoveel  nieuwe mogelijkheden en vindingen en daar had hij zijn plezier in. Dat je een techniek  gebruikt die voor hele grote dingen wordt ingezet, voor iets wat heel futiel  en klein is en wat je eigenlijk met een plakbandje had kunnen doen, bij wijze  van spreken. Het spannende moment: het licht gaat aan. Ik zie nog niks. Nee, ik ook niet. Oké. Ze heeft er geen zin in. Ding! Aahh! Heel goed. Wow. Heel mooi. Ja, er moet zeker niet minder licht in.

Ben je blij, Alice? Ik vind het geweldig, echt. Het is een soort ontbrekende schakel in die ruimte. Alice, dit is de transportbon, die moet jij nog even tekenen. Ja. Heb je er al onder gezeten? Ja. Ja, dat is heel mooi, de rest van de lampen zijn uit. 's Avonds als het donker is dan heb je de alleen  de licht van dit lamp en dit is een hele mooie ervaring. Het is de sfeer, het is een sfeerverlichting  als de rest van de lampen zijn uit. Ja, van 100 jaar

terug, ben je 100 jaar terug in de tijd. Je voelt  het gewicht van de geschiedenis op je schouders en licht valt op je schouders en dat  voel je en dat zie je, dat ervaar je en daar denk je aan, hoop ik. Nice, en nu hangen de lampen van  Eisenloeffel samen in de lunchroom van Museum Het Schip. Je kan er lekker onder lunchen nu. Ja. Doe  jij dat ook zelf? Kroketje. Ja, nee, dit is ruimte voor het publiek maar op maandag zitten we hier zelf ook zo. Ja. Leuk. Precies.

Nou, over tot de orde van de dag. Doeg, fijne avond. Bedankt. En zo werd onze vondeling een pronkstuk  in het museum. Supernice. Dit is ook het eerste stuk uit Wie Wat Bewaart wat  je ook gewoon permanent kan bekijken. Ik heb het even opgezocht: Museum Het Schip  is open van 11 tot 5, van dinsdag tot en met zondag. En als je gaat, neem dan vooral de  tijd om even onder de lamp te gaan zitten

of staan. Er zitten heel veel details in  het ontwerp van Eisenloeffel, en als je goed kijkt zie je de gebruikssporen maar ook  het handwerk dat onder het stof vandaan kwam. Wie Wat Bewaart is een audioproductie van  Horens in samenwerking met de Rijksdienst

voor het Cultureel Erfgoed. Veel dank aan  wie hun licht heeft laten schijnen over deze aflevering, namelijk: Daphne Nieuwenhuijse, Julia Leunge, Mike Katzberg, Hay Kranen, Adina van Wely, Alice Roegholt, Sylvia  van Schaik, Hans Waalewijn, chauffeurs Rob en Henk en leenauto Harold, Joeri van der Putten  en Fidessa en de wolven. Deze aflevering werd

gemaakt door Marieke van de Ven en Lieven  Heeremans. De voiceover Joost van Pagée, eindredacteur Corinne Heyrman, mixage,  muziek en sounddesign Floris van Bergeijk en enthousiaste support van onze collega's  Michiel van de Weerthof en Jozien Wijkhuijs. Wij nemen als Horens even een kleine zomervakantie  waarin we op zoek gaan naar kunstwerken in de openbare ruimte, daar gaat namelijk de volgende  aflevering over. Dus abonneer je vooral als je die

aflevering automatisch in je podcastapp en we laten  verschijnen. En ondertussen heb ik dan ook nog een kleine extra podcasttip voor jullie, namelijk: de  podcast Windoog. Hun vijfde aflevering ging over zo'n kunstwerk in de openbare ruimte, namelijk:  Delta werk//. Daarvan laten we nu de trailer horen. Ieder gebouw vertelt een verhaal. Een  architectonisch manifest, een gestrande

droom, een uitkomst van een toevallige samenloop  van omstandigheden. In gesprek met opdrachtgevers, gebruikers en ontwerpers gaat Windoog op zoek  naar de feiten en ficties die besloten liggen in de hedendaagse architectuur. Dat brengt ons  in dorpjes in de polder. De gemeente Opmeer is een klein plaatsje in

Noord-Holland met 11,5 duizend inwoners, met  bijna dubbele aantal koeien. Waar selfmade man Dirk Scheringa de architect Herman Zijnstra vroeg een bakstenen museum  te ontwerpen voor zijn collectie magisch-realistische kunst. Het moest een daglichtmuseum  worden omdat juist dit soort werken ook gaan sprankelen als er een bepaald echt  licht op valt. En waar en navel ging van het magisch realisme ook de architect speelt  met wat werkelijk en wat voorstelling is.

De tijd die achter ons richting architectuur  wordt natuurlijk gedomineerd door te proberen met minimale middelen maximaal ruimtelijk  effect te krijgen. Dat is natuurlijk hier het tegenovergestelde. Maar ook in Amsterdam  naar de bekendste gevangenis van Nederland. De bajes is gewoon een heel bijzondere plek. Waar we zien hoe je van een bajes een woonwijk maakt. We hebben een aantal selectiecriteria gesteld. Hè, dus hoe ga je om met het cultureel  erfgoed, maar ook de wijze waarop het

complex als een enclave herkenbaar blijft.  Want hoe transformeer je een gevangenis zonder de geschiedenis volledig uit te wissen? Wat je ziet is dat je heel duidelijk die ruigheid van die gebouwen van de bajes blijft ervaren. En we gaan naar het noorden van Limburg, waar we een dorpje aantreffen dat de wens heeft om zijn gebrek aan een kerktoren te repareren.  Elk dorp heeft een eigen kerktoren, en de gemeente Bergen die had geen kerktoren.

Een ongewonde vraag, vond ook Monadnock, het bureau dat geselecteerd werd om de toren te ontwerpen. Het was belangrijker dat daar een landmark kwam dan daar een specifieke functie voorbedacht was. Maar ondanks hun poging het opvallende torentje lokaal in te bedden is niet iedereen in het dorp erover te spreken. Wat vind u van de toren zelf, hoe die eruit ziet? Ik vind het nergens op slaan. Dit staat als  een tang op een varken, zouden ze hier zeggen. Dit en

meer in de eerste afleveringen van Windoog, een podcast over architectuur. Mijn naam is Sereh Mandias en ik maak Windoog samen met  Elsbeth Ronner, Stef Bogaerds, Saskia Naafs en Bart Tritsmans. abonneren kan nu via  je favoriete podcastapp, of luister via de website. Voor meer informatie  over Windoog: kijk op windoog.nl.

Transcript source: Provided by creator in RSS feed: download file
For the best experience, listen in Metacast app for iOS or Android