Hey Lieven. Hey Marieke. We zijn hier in het trappenhuis van jouw woongroep in Den Bosch Ja, klopt. Jij wilde jouw zolder laten zien. Ja. Kom maar mee. Wow. Vet. Pas op je hoofd. Ja. Heel veel bruine balken en vooral heel veel... Spullen! Troep. Oh my god Ja, je zou het troep kunnen noemen. Ramen, deuren, dozen, isolatiemateriaal. Dakpannen. Oh, ja. Hier allemaal campingspullen. Sportspullen, koelbox. Het is ook nog niet zo anders dan de meeste andere zolders, behalve dan dat
het heel groot is. Ja, en het is van heel veel verschillende mensen want we wonen hier in een gebouw met ongeveer 40 mensen samen en we hebben dus ook een gezamenlijke zolder. In Amersfoort staat een depot tjokvol kunst en objecten. Spullen die belangrijk zijn voor Nederland. Heel veel schilderijen en sculpturen maar ook lampen, wandtapijten, een bank van Gispen, een broek van Fong Leng... Net een distributiecentrum. De werken komen
en gaan. We zijn in de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. in de podcast Wie Wat Bewaart nemen we je mee het depot in en reizen de kunstwerken achterna die in- en uitgaan. Aflevering 3. Wij zijn Lieven en Marieke van Horens en we maken deze podcast in samenwerking met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Gevonden voorwerp. Deze aflevering, die begint dus op de zolder van mijn huis en misschien herken je dat wel, dat je spullen op zolder legt en dat je ze
dan vergeet, en dat je het dan pas ben jaren later tegenkomt. zo lagen er ook spullen opgeborgen op de zolder van de Ridderzaal. Dat is die grote zaal waar de koning altijd de troonrede houdt op Prinsjesdag. Op die zolder lag een lamp die Jan Eisenloeffel in 1938 heeft ontworpen. En die lamp, die waren we dus een
een tijdje kwijt. Ja, precies. Hij lag op zolder van de Ridderzaal, nog van de vorige verbouwing, dus dat was in de jaren '80, hadden ze hem daar neergelegd en nu gingen ze dus weer verbouwen voor de huidige verbouwing van de Tweede Kamer en toen vonden ze dus die lamp. Wat raar is, want het is zo groot, je kan er bijna niet omheen. Deze lamp, die zit in de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed en conservator Sylvia van Schaik vertelt hoe het is om zoiets terug te vinden. Het is absoluut waar dat er een schat lag daar, ja. Verborgen op die stoffige zolder. Het was natuurlijk ook niet zomaar een zolderkamertje. Nee, het is een enorme zaal, ja, die zolderkamer is echt behoorlijk, en er stonden ook tronen uit de Ridderzaal en rekjes, houten rekjes die normaal dan om zo'n troon heen staan, en ze hebben heel veel dingen ook dubbel of in reserve of, ja
dus dat staat allemaal kriskras door elkaar. Het is een soort schatkamer, zo'n zolder, dan ineens. Beetje stoffig. En Lieven, jij hebt deze lamp al gezien, kan je hem eens omschrijven? Ja, hoe moet je het voorstellen? Een beetje als een lamp die je in de kroeg boven een biljart kan zien hangen. Dus heel groot en van koper en hij hangt aan vier ijzeren kettingen uit het plafond naar beneden. Het is echt een enorme lamp, hoe kan zoiets verdwijnen?
Er zijn heel veel meubelen rondom het Binnenhof en ook zo'n pand als de Hoge Raad die daar natuurlijk vlakbij gelegen was, zijn inderdaad daar op de zolder gewoon opgeborgen en als wij dat dan niet weten, dan is hij gewoon op dat moment, wel ingeschreven, maar op dat moment vermist. En hij is daar echt tientallen jaren, is hij daar gewoon geweest
samen nog met Gispenlampen. En hoe was dat ,om zo'n bijzondere lamp weer terug te vinden? Alles wat je terug vindt is natuurlijk fantastisch, dus het is het is wel ook even schrikken, zeg maar, waar je dan terecht komt en dat je denkt van: jeetje, heeft dat al die jaren daar in die omstandigheden gestaan? Nee, het was echt smerig. Echt een enorme stoflaag erop en duiven die er hebben
gezeten. En dan is het ook wel weer heel bijzonder dat je toch weer, dat dat nog in zulke zo'n goeie conditie eruit komt van zolder, en dat je hem dan toch weer helemaal pico bello in orde kan maken, want zeker met gebruiksvoorwerpen kun je eigenlijk altijd wel alles weer restaureren. Jan Eisenloeffel ontwierp deze lamp speciaal voor de Hoge Raad. En er is nog zo'n lamp, althans, ze zijn bijna identiek, en die lamp, die hangt in Amsterdam. Namelijk in Museum Het Schip, Ja,
die andere lamp, die die ken ik al, want in 2017 was ik stembureaulid in Museum Het Schip. Dat is een museum wat draait om de Amsterdamse School in Amsterdam-West en toen heb ik dus een hele avond stemmen lopen tellen onder die lamp. De tweelinglamp. Ja, dat is hem. Ja. Dus het is heel mooi dat ze ook herenigd worden, hè? Twee lampen die ook echt bij elkaar horen of in ieder geval in hetzelfde pand hebben gehangen en nu ook in Museum Het Schip samen een plekje krijgen, dus
dat vind ik wel heel fijn, dat het op die manier gaat. Ja. Maar voordat deze lamp naar Museum Het Schip gaat wordt hij eerst opgehaald in Den Haag en gaat hij naar het depot in Amersfoort voor restauratie en een flinke schoonmaakbeurt. Ja en ik mocht dus mee met het transport. Onderweg. Ja, je denkt misschien: verhuizen, saai. Maar omdat het zo'n waardevol en ook een beetje stoffig object is gaat het er net iets
anders aan toe dan toen ik laatst mijn spullen in een verhuisbusje gooide. Het gaat sowieso in een geacclimatiseerde, maar ook geanonimiseerde vrachtwagen. De meneer van de podcast staat al naast me. Hij staat hier, staat-ie. En de chauffeurs die je hoorde, dat zijn Rob en Henk. Ja, dat klopt. Let's Go! Dan gaan we rollen. En die reden het dus van een tijdelijke opslagplek in Den Haag naar het depot in Amersfoort en ik reed achter ze aan.
Goedenmiddag. Hoi, ik heb een afspraak met Hans Waalewijn. Ja, ik ga u binnenlaten, klein ogenblikje. Oké, dank u. Hans Waalewijn is verantwoordelijk voor transport bij de RCE en hij laat me zien waar de spullen het depot binnenkomen. De vrachtwagen is bijna binnen. Hier zijn de loading docks. Het lijkt eigenlijk op een vliegdek, een vlieghangar. Ja, precies. Daar zijn de quarantaineruimtes.
Als we dit soort spullen binnenkrijgen van stoffige zolders kan er wel eens een schimmeltje of een houtwormpje in zitten en dan worden ze hier in een laagzuurstofruimte gezet. Ik las vanochtend nog dat het zelfs dodelijk is als je daar nu naar binnen gaat. Voor mensen? Voor mensen. Oké. Dus dat gaan we niet doen. Dat gaan we niet doen. We zijn het nog niet zat. Nou, kijken of de pas werkt. De pas werkt en het luik gaat open. Kijk, wie zien we daar?
Hey, goedendag. Goedendag, welkom. Hey, Hans. Hallo. Ja, wat zien we? We zien vooral veel, inderdaad, letterlijk verhuidozen letterlijk verhuisdozen, dat staat er ook op: verhuisbox. U hoorde de art handlers al spreken. Dat zijn art handlers. Ja, zeker. Dat zijn geen verhuizers, dat zijn de art handlers. Die lopen vaak met Van Goghs en Rembrandts en vandaag lopen ze met beschimmelde dozen. Het is maandag. Ja, en zo rolt hij letterlijk het depot van de Rijksdienst dus in. En daar zag ik
de lamp dus voor het eerst, maar toen lag die wel in stukken. Oei. In het restauratieatelier neem ik aan. In het restauratieatelier, en daar sprak ik Julia Leung, metaalrestaurator, en ik vroeg haar hoe zij de lamp voor het eerst aantrof. De Restauratie.
Nou ja, hij lag toen op een soort kussentje, hier op een pallet. Stoffig, stoffig en vies. Ik heb het nu gestofzuigd, eerst, dat je bijvoorbeeld ook loszittende zandkorreltjes, die kunnen weer een kras maken op je oppervlak, dus die stofzuig ik eraf, en hier heb ik eigenlijk al een deel verwijderd van dat doffe laagje. Je ziet hier allemaal een kleine ingeponste streepjes. Die zie je opeens veel beter. Ja, dat is het leuke van, als je iets schoonmaakt, dan zie je opeens... Het kan al heel
veel schelen als je er alleen maar met water en zeep zelfs soms dingen schoonmaakt. Ja, het is een beetje uitzoeken wat het vuil verwijdert maar niet het object beschadigt. Dat is precies wat je wil dus je hebt hele fijne staalwol, zoals hier, en het lijkt op bijna watten, maar dat is dus toch te hard voor koper. En hoe is het om zo'n waardevol object in je handen te hebben? Ja, daar denk ik niet echt over na, hoor, hoeveel iets waard is. Meestal, dat probeer ik niet.
Je moet gewoon meteen weer vergeten en gewoon doen want je moet doen. De restaurator denkt eigenlijk vooral aan het behoud van het object, en hoe dat optimaal kan gebeuren, dus als je dit bijvoorbeeld helemaal weer schoon gaat maken, dat kan je wel doen maar als je het over 20 jaar nog een keer doet, en nog een keer, en nog een keer, blijft er steeds minder van het object over omdat je steeds een klein bovenlaagje weg haalt. En je hebt de lamp helemaal uit elkaar gehaald
en ik zie hier allemaal tekeningen en cijfers en alle onderdelen heel systematisch uitgestald. Ja, ik heb een heel diagram getekend, soms iets teveel informatie waarschijnlijk opgeschreven, maar ja, je moet gewoon met zo'n lamp zoals dit, je moet het gewoon organiseren, anders dan gaat het mis en dan raak je dingen kwijt en soms ben je ook door schade en schande wijs, dan denk
oh, ik heb alles goed gedaan, en dan vergeet je toch nog iets sufs. We hebben ook wel eens dat we iets uit elkaar halen en dan aan de schades moeten terugzoeken waar het nou heeft gezeten. Hier zat een butsje, dus dit hoort hier, en dat wil je gewoon niet. Zeker niet als het van iemand anders is. Omdat er wel eens een schroefje ontbreekt kan er voor Julia en haar collega's op elke zolder en in elke
garage een schat liggen. Als er iets, een lading schroeven, oude schroeven op Marktplaats komt dan kopen we dat, en dat kan altijd van pas komen, zeg maar, omdat we heel veel historische, ook lampen behandelen. Ja, er zit eigenlijk heel vaak geen metrische schroefdraad, wordt daar gebruikt en, ja, het kan heel vaak zijn dat je net iets mist of dat er iets kapot gaat tijdens de demontage, kan ook gebeuren. Aan de ene kant moet je wel heel veel dan bewaren maar aan de andere kant dus
dan komt het wel altijd zo weer een keer van pas. Op zo'n stoffige zolder verliest de lamp misschien zijn glans, maar het blijft een heel waardevol object. Ja, want het wordt immers straks een museumstuk. Ja, en nu is het eigenlijk de vraag welke gebruiksporen bij de lamp zijn gaan horen. Ja, want Museum Het Schip heeft dus ook allemaal ideeën over hoe dat werk tentoon gesteld moet worden. Het gaat eigenlijk
van gebruiksobject in de Hoge Raad naar kunstwerk in een museum. Dit is Alice Roegholt, de oprichter van
Museum Het Schip. Het wordt allemaal een beetje stoffig en doffig en soms is er ook bijvoorbeeld verfspatten opgekomen van de schilder die eens een keer een plafonnetje heeft gedaan en, nou ja, zo'n lamp maakt een hoop mee, maar je kan hem, je kan koper oppoetsen tot je een ons weegt en dan gaat het helemaal glimmen, maar je kan ook denken van: nou, die lamp is oud, en die mag ook wel een beetje oud aanvoelen, visueel. We staan tenslotte niet in een lampenzaak om een nieuwe lamp
te kopen. En dat zijn beslissingen, die kunnen restauratoren in een team met de RCE goed maken. Het is echt een samenspel van alle onderdelen, want dan heb je dus je lamp mooi de koper gepoetst maar dan zie je nog wel hier een butsje en daar een butsje en dan is die verflaag wel geel en je moet het een beetje, dat in perspectief houden. Maar ja, dan, op een gegeven moment moet je ook een beslissing nemen, want anders dan laat je iets maar liggen ja, van: nou, we weten het niet
dan doen we er maar niks mee en dan ligt het weer 20 jaar te stoffen op een zolder. Ja, dus dat is ook een afweging die je moet maken. Wil je dat, of wat wil je eigenlijk? Hoe en wat te restaureren is dus een constante dialoog tussen de RCE en de bruikleennemer. Kijk, je behandelt hem als kunstwerk, en dat kunstwerk kwam van de kunstenaar en dat wil je zo goed mogelijk overbrengen. En dat hij daarna gebruikt is en dat de schilder erop gemorst heeft, nou, dat zijn allemaal dingen die
ook gebeurd zijn, vind ik voor hier niet zo'n interessant verhaal. Als ik moet kiezen tussen de kunstenaar en het gebruiksverhaal, dus anders als je bijvoorbeeld een een museumhuis hebt waar bijvoorbeeld de hele boedel nog in zit en de eigenaar of de laatste bewoner is net overleden, dan kan je ervoor kiezen om het allemaal zo precies te houden, en dan zeg je: nou ja, als er een vlek op het tafellaken zit, die laat je erin, die ga je conserveren zelfs, hè? Ja, dat is helemaal mooi.
En dan komen er bezoeers, en: oh ja, dat was een beetje iemand die zijn tafelkleed niet meer verschoonde. Nou, dat is dan onderdeel van je verhaal, Nou dat is heel legitiem, maar hier zou dat niet legitiem zijn want we zitten niet in de Hoger Raad, wij weten ook niet welk merk sigaren er gerookt is, dus dat gaan we ook allemaal niet nadoen enzo, hier zijn we er voor de kunstenaar. Dus dat is
wat je over wil dragen. Je wil dus zien hoe de kunstenaar met zijn materiaal omging. De lamp, die zit weer in elkaar en het koper, het glas en de elektra zijn gerestaureerd, en de lamp is ingepakt. Hij kan weer op transport. Nice, dan pak ik het stokje weer over. Ik mocht bij Museum Het Schip zijn toen de lamp aankwam en opgehangen werd. Dus daar was ik, op een maandagochtend in mei en ondertussen is sprak ik ook Alice Roegholt, de directeur van het museum over Jan Eisenloeffel
en de Amsterdamse School. Volgens mij zijn dat ze, of niet? Ziet er heel zwaarbeladen uit, die bus. In bruikleen. Hoe herken je nou dat iets Amsterdamse School is? Dat is best wel ingewikkeld en ook heel simpel. Het is ingewikkeld om uit te leggen maar als je het één keer ziet dan ga je ervan genieten en dan
zie je het overal. En waarom het ingewikkeld is om uit te leggen, is omdat de stroming ontstond al doende, er was geen program, hè, bij sommige bewegingen in de architectuur of kunst zegt men: we zijn hier met een club vrienden en als we ons hier aan houden, dit zijn de regels, dan heet het zo.
Maar dat gebeurde niet, mensen gingen gewoon mooie dingen doen en ze waren goed bevriend met elkaar en ze stimuleerden elkaar, namen dingen over van elkaar, citeerden elkaar in bouwvormen en grapjes, ook vooral veel grapjes, en in 1915 kwam er een congres van architecten en daar kwamen ze ook van buiten de stad enzo, en er was grote commotie wat er hier toch in Amsterdam aan het gebeuren was, dat de een of andere gek
die verticaal ging metselen, dakpannen als gevelbekleding gebruikte, nou dat komt toch werkelijk niet, en toen stond er iemand op en die zei: nou dat noemen we dan maar Amsterdamse School. Ja, doe maar dicht hoor. Dicht? Oké. En als ik het goed begrepen heb gaat het bij de Amsterdamse School niet alleen over de buitenkant maar ook over de binnenkant. Ja, die verbinding tussen de buiten en de binnenkant
die was sterk aanwezig omdat men vond dat het huis eigenlijk geborgenheid moest geven. De geborgenheid heeft niet alleen maar te maken met vier muren en een dak, maar ook dat het mooi is vormgegeven en daar kwam een hele nieuwe impuls omdat die nieuwe stijl kwam en allerlei kunstenaars die haakten ook aan, en op een gegeven moment was het gewoon zo: nou, ja, als je een buffetje hebt staan dan moet er ook een vaasje op, en: nou, wie gaat er dan een vaasje ontwerpen, en dan moeten
we ook een lamp boven de tafel, wie gaat dat dat weer doen, enzo. En zeker in het wat duurdere segment konden kunstenaars natuurlijk helemaal zich uitleven op vernieuwende producten die er vernieuwend uitzagen en daar is natuurlijk ook die Eisenloeffellamp een exponent van. Ben je benieuwd? Ik denk dat Mikehet meest benieuwd is. Hallo, ik ben Mike Katzberg, ik ben
medewerker collectiebeheer en -behoud bij Museum Het Schip en ik zorg voor de collectie. Dus ik ga dit transport goed in de gaten houden. Wat wil je dat ik eigenlijk met die buizen doe? Nou, die moeten we even apart houden zodat dit eruit kan. Bram, mag ik jou ook deze geven? Ik had het nooit verwacht. Hier, nog eentje. Ho. Maar de kunstenaars die zagen aan de ene kant dat de Industriële Revolutie hun het ambacht ontnam, aan de andere kant was
het ook zo dat in principe de fabrieken ook productie konden draaien. En als je dan iets in een productielijn kon zetten dan kon het ook goedkoper verkocht worden en dan komt het ook bij die arbeider thuis komen. Dat was echt wel ideaal. Daar komt nu een lamp hier binnen. Maar Eisenloeffel, waar we hierover zitten, die liep tegen de grenzen aan van zijn idealisme.
Hij wilde graag dingen maken, mooie dingen, een theelichtje, dat moest ook een mooi theelichtje kunnen zijn voor het arbeiderswoninkje, maar als hij dat in productie liet nemen, wat er dan gebeurde was dat er andere mensen dat een beetje goedkoper gingen doen, die gingen dat zelf ontwerpen en dan, ja, dan kreeg hij er geen geld meer van omdat het auteursrecht is pas in 1912 geregeld. Oké. uitpakken denk ik hè?
Aan de ene kant dad je dus dat de machine het overnam waardoor eigenlijk de samenspraak Wat een kunstenaar met zijn materiaal doet wegk wam te vallen omdat de machine het overnam, en aan de andere kant kreeg je er eigenlijk ook geen geld voor. Dus dat was een hele slechte combinatie, dus hij moest nadenken: wat wil ik nou eigenlijk in het leven? Ik zit even praktisch te denken: het onderdeel dat als eerste opgehangen wordt is niet deze.
Dus we hebben eigenlijk de verkeerde eerst uitgepakt, of niet? Ja. In zijn jonge jaren, dat hij eigenlijk ook dat idealisme had, en ook werkelijk een heel groot kunstenaar was, heeft hij gedacht: ik moet het anders gaan aanpakken. Ik moet hele rijke opdrachtgevers gaan zoeken waar ik unica's voor kan maken. Want hij voelde een enorme drang om hele mooie individuele dingen te maken. En daar is hij ook een meester in. Lukt het?
Nou, het is wel een gepiel. Je kan zien hoe hij dat geklopt heef, hoe die met klinknageltjes dat vastgemaakt heeft, hè, die verschillende lagen, wat hij dan van die koperen rand, en daar was ook wel echt kritiek op wante er waren al mensen die zeiden, met name metaalbewerkers, die zeiden: ja, maar dat kan allemaal niet. Niet loslaten hoor. Nee, nee, ondersteunen maar- wij gaan die kant op. Ik pak hem eerst hier. Zou iemand mij willen assisteren met meten?
Ja, ja, ja. Dat u hem hier bij het puntje vasthoudt, dat de rolmaat net niet de lamp raakt. Oké. 1,15. Ja hoor. Oké, en dan gaan we hem weer eruit halen. Klinknagels, dat gebruik je, ja, bij hele grote constructies, hè, bijvoorbeeld Centraal Station daar gebruik je klink- voor die overspanningen, hele Eiffeltoren, brug in Porto, dat zijn allemaal klinknagels, maar ja, dat zijn enorme stukken ijzer die bij elkaar gehouden moeten worden. Nou,
dit had je ook best wel op een andere manier kunnen doen, maar hij had daar plezier in. Hij had er plezier in om te kijken wat je met allemaal technieken en materialen kan. En dan ging die dat voor de arbeider, zeg maar, vanuit die z'n standpunt, een beetje oneigenlijk gebruiken. Maar er waren natuurlijk ook mensen die dat heel erg leuk vonden. Alice, kan jij nog even beschrijven, want straks
hangt hij dus dan kan je niet meer de binnenkant zien, maar wat zien we aan de binnenkant? Aan de binnenkant zien we nu dat de lampen, de armaturen voor de lampen geïnstalleerd worden, want de lamp moet kunnen branden, en verder zien we het ruim van het schip. Het is echt als een schip gebouwd. Het heeft ook de vorm van een uit eind jaren '20, en daarmee sluit het ook heel mooi aan bij het gebouw. En het ruim van het schip dat zie je natuurlijk alleen maar nu.
Ja, een beetje alsof we hem gaan optuigen ofzo. Tewaterlaten. Ja, hij wordt nu zeewaardig, ja. Ik vind het ook wel, als je zo kijkt is dat een beetje soort futuristisch bijna. Ja, het heeft een soort motioneffect, snelheid, motion, modern. Ja, dat was de bedoeling van de Amsterdamse School. De suggestie van beweging. Ik vind het ook- De suggestie van beweging ja. Goed gezegd. Ja dit hoogte is veel beter, denk ik.
Alice! alles veranderde, alles, ja, er kwamen zoveel nieuwe mogelijkheden en vindingen en daar had hij zijn plezier in. Dat je een techniek gebruikt die voor hele grote dingen wordt ingezet, voor iets wat heel futiel en klein is en wat je eigenlijk met een plakbandje had kunnen doen, bij wijze van spreken. Het spannende moment: het licht gaat aan. Ik zie nog niks. Nee, ik ook niet. Oké. Ze heeft er geen zin in. Ding! Aahh! Heel goed. Wow. Heel mooi. Ja, er moet zeker niet minder licht in.
Ben je blij, Alice? Ik vind het geweldig, echt. Het is een soort ontbrekende schakel in die ruimte. Alice, dit is de transportbon, die moet jij nog even tekenen. Ja. Heb je er al onder gezeten? Ja. Ja, dat is heel mooi, de rest van de lampen zijn uit. 's Avonds als het donker is dan heb je de alleen de licht van dit lamp en dit is een hele mooie ervaring. Het is de sfeer, het is een sfeerverlichting als de rest van de lampen zijn uit. Ja, van 100 jaar
terug, ben je 100 jaar terug in de tijd. Je voelt het gewicht van de geschiedenis op je schouders en licht valt op je schouders en dat voel je en dat zie je, dat ervaar je en daar denk je aan, hoop ik. Nice, en nu hangen de lampen van Eisenloeffel samen in de lunchroom van Museum Het Schip. Je kan er lekker onder lunchen nu. Ja. Doe jij dat ook zelf? Kroketje. Ja, nee, dit is ruimte voor het publiek maar op maandag zitten we hier zelf ook zo. Ja. Leuk. Precies.
Nou, over tot de orde van de dag. Doeg, fijne avond. Bedankt. En zo werd onze vondeling een pronkstuk in het museum. Supernice. Dit is ook het eerste stuk uit Wie Wat Bewaart wat je ook gewoon permanent kan bekijken. Ik heb het even opgezocht: Museum Het Schip is open van 11 tot 5, van dinsdag tot en met zondag. En als je gaat, neem dan vooral de tijd om even onder de lamp te gaan zitten
of staan. Er zitten heel veel details in het ontwerp van Eisenloeffel, en als je goed kijkt zie je de gebruikssporen maar ook het handwerk dat onder het stof vandaan kwam. Wie Wat Bewaart is een audioproductie van Horens in samenwerking met de Rijksdienst
voor het Cultureel Erfgoed. Veel dank aan wie hun licht heeft laten schijnen over deze aflevering, namelijk: Daphne Nieuwenhuijse, Julia Leunge, Mike Katzberg, Hay Kranen, Adina van Wely, Alice Roegholt, Sylvia van Schaik, Hans Waalewijn, chauffeurs Rob en Henk en leenauto Harold, Joeri van der Putten en Fidessa en de wolven. Deze aflevering werd
gemaakt door Marieke van de Ven en Lieven Heeremans. De voiceover Joost van Pagée, eindredacteur Corinne Heyrman, mixage, muziek en sounddesign Floris van Bergeijk en enthousiaste support van onze collega's Michiel van de Weerthof en Jozien Wijkhuijs. Wij nemen als Horens even een kleine zomervakantie waarin we op zoek gaan naar kunstwerken in de openbare ruimte, daar gaat namelijk de volgende aflevering over. Dus abonneer je vooral als je die
aflevering automatisch in je podcastapp en we laten verschijnen. En ondertussen heb ik dan ook nog een kleine extra podcasttip voor jullie, namelijk: de podcast Windoog. Hun vijfde aflevering ging over zo'n kunstwerk in de openbare ruimte, namelijk: Delta werk//. Daarvan laten we nu de trailer horen. Ieder gebouw vertelt een verhaal. Een architectonisch manifest, een gestrande
droom, een uitkomst van een toevallige samenloop van omstandigheden. In gesprek met opdrachtgevers, gebruikers en ontwerpers gaat Windoog op zoek naar de feiten en ficties die besloten liggen in de hedendaagse architectuur. Dat brengt ons in dorpjes in de polder. De gemeente Opmeer is een klein plaatsje in
Noord-Holland met 11,5 duizend inwoners, met bijna dubbele aantal koeien. Waar selfmade man Dirk Scheringa de architect Herman Zijnstra vroeg een bakstenen museum te ontwerpen voor zijn collectie magisch-realistische kunst. Het moest een daglichtmuseum worden omdat juist dit soort werken ook gaan sprankelen als er een bepaald echt licht op valt. En waar en navel ging van het magisch realisme ook de architect speelt met wat werkelijk en wat voorstelling is.
De tijd die achter ons richting architectuur wordt natuurlijk gedomineerd door te proberen met minimale middelen maximaal ruimtelijk effect te krijgen. Dat is natuurlijk hier het tegenovergestelde. Maar ook in Amsterdam naar de bekendste gevangenis van Nederland. De bajes is gewoon een heel bijzondere plek. Waar we zien hoe je van een bajes een woonwijk maakt. We hebben een aantal selectiecriteria gesteld. Hè, dus hoe ga je om met het cultureel erfgoed, maar ook de wijze waarop het
complex als een enclave herkenbaar blijft. Want hoe transformeer je een gevangenis zonder de geschiedenis volledig uit te wissen? Wat je ziet is dat je heel duidelijk die ruigheid van die gebouwen van de bajes blijft ervaren. En we gaan naar het noorden van Limburg, waar we een dorpje aantreffen dat de wens heeft om zijn gebrek aan een kerktoren te repareren. Elk dorp heeft een eigen kerktoren, en de gemeente Bergen die had geen kerktoren.
Een ongewonde vraag, vond ook Monadnock, het bureau dat geselecteerd werd om de toren te ontwerpen. Het was belangrijker dat daar een landmark kwam dan daar een specifieke functie voorbedacht was. Maar ondanks hun poging het opvallende torentje lokaal in te bedden is niet iedereen in het dorp erover te spreken. Wat vind u van de toren zelf, hoe die eruit ziet? Ik vind het nergens op slaan. Dit staat als een tang op een varken, zouden ze hier zeggen. Dit en
meer in de eerste afleveringen van Windoog, een podcast over architectuur. Mijn naam is Sereh Mandias en ik maak Windoog samen met Elsbeth Ronner, Stef Bogaerds, Saskia Naafs en Bart Tritsmans. abonneren kan nu via je favoriete podcastapp, of luister via de website. Voor meer informatie over Windoog: kijk op windoog.nl.
