Vreemde Taal: das Mijn Taal: — Vreemde Taal: Hotel Mijn Taal: hotel Vreemde Taal: im Hotel Mijn Taal: bij het hotel Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: John Mijn Taal: John Vreemde Taal: kommt Mijn Taal: arriveert Vreemde Taal: kommt Mijn Taal: komt Vreemde Taal: an Mijn Taal: bij Vreemde Taal: checkt ein Mijn Taal: checkt in Vreemde Taal: der Mijn Taal: — Vreemde Taal: Er Mijn Taal: Hij Vreemde Taal: Rezeption Mijn Taal: receptie Vreemde Taal: Rezeption
Mijn Taal: receptie Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: Empfangsdame Mijn Taal: Receptionist Vreemde Taal: lächelt Mijn Taal: glimlacht Vreemde Taal: warmherzig Mijn Taal: warm Vreemde Taal: einen Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: einen Schlüssel Mijn Taal: een sleutel Vreemde Taal: gibt Mijn Taal: is Vreemde Taal: gibt Mijn Taal: geeft Vreemde Taal: gibt ihm Mijn Taal: geeft hem Vreemde Taal: ihm Mijn Taal: hem Vreemde Taal: Schlüssel Mijn Taal: sleutel Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: zij
Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: Zij Vreemde Taal: dankt Mijn Taal: bedankt Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: ihr Mijn Taal: haar Vreemde Taal: Dann Mijn Taal: Toen Vreemde Taal: er Mijn Taal: hij Vreemde Taal: geht Mijn Taal: gaat Vreemde Taal: geht Mijn Taal: loopt Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: Zimmer Mijn Taal: kamer Vreemde Taal: Zimmer Mijn Taal: kamers Vreemde Taal: zu Mijn Taal: aan Vreemde Taal: zu Mijn Taal: ook
Vreemde Taal: zu Mijn Taal: richting Vreemde Taal: Das Mijn Taal: deze Vreemde Taal: Das Mijn Taal: Dat Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: sauber Mijn Taal: schoon Vreemde Taal: schön Mijn Taal: aardig Vreemde Taal: schön Mijn Taal: mooi Vreemde Taal: schön Mijn Taal: gracieus Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: legt ab Mijn Taal: legt neer Vreemde Taal: seine Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: Tasche Mijn Taal: tas Vreemde Taal: Als nächstes Mijn Taal: Vervolgens
Vreemde Taal: der/die/das Mijn Taal: — Vreemde Taal: Pool Mijn Taal: zwembad Vreemde Taal: Der Mijn Taal: De Vreemde Taal: Urlaub Mijn Taal: vakantie Vreemde Taal: groß Mijn Taal: groot Vreemde Taal: sehr Mijn Taal: heel erg Vreemde Taal: sehr groß Mijn Taal: erg groot Vreemde Taal: den Mijn Taal: — Vreemde Taal: im Pool Mijn Taal: in het zwembad Vreemde Taal: schwimmt Mijn Taal: zwemt Vreemde Taal: fühlt Mijn Taal: voelt Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: blije Vreemde Taal: glücklich
Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: Nach Mijn Taal: Na Vreemde Taal: Schwimmen Mijn Taal: Zwemmen Vreemde Taal: Schwimmen Mijn Taal: zwemmend Vreemde Taal: genießt Mijn Taal: geniet Vreemde Taal: genießt seinen Urlaub Mijn Taal: geniet van zijn vakantie Vreemde Taal: sein Urlaub Mijn Taal: zijn vakantie Vreemde Taal: Urlaub Mijn Taal: Feest Vreemde Taal: Urlaub Mijn Taal: vakantie Vreemde Taal: Urlaub Mijn Taal: vakantie Vreemde Taal: älter
Mijn Taal: oudere Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: Leben Mijn Taal: Leven Vreemde Taal: Frau Mijn Taal: vrouw Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: Rosa Syabitova Mijn Taal: Rosa Syabitova Vreemde Taal: alleine Mijn Taal: alleen Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: klein Mijn Taal: klein Vreemde Taal: lebt Mijn Taal: levens Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: Zij
Vreemde Taal: Wohnung Mijn Taal: appartement Vreemde Taal: Wohnung Mijn Taal: Appartement Vreemde Taal: erhält Mijn Taal: ontvangt Vreemde Taal: jeden Mijn Taal: iedere Vreemde Taal: Monat Mijn Taal: maand Vreemde Taal: Rente Mijn Taal: pensioen Vreemde Taal: Rosa Mijn Taal: Rosa Vreemde Taal: es Mijn Taal: Het Vreemde Taal: es Mijn Taal: het Vreemde Taal: Geld Mijn Taal: geld Vreemde Taal: genug Mijn Taal: genoeg Vreemde Taal: Jedoch Mijn Taal: Echter Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet
Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet Vreemde Taal: bezahlen Mijn Taal: betalen Vreemde Taal: Essen Mijn Taal: eten Vreemde Taal: Essen Mijn Taal: Voedsel Vreemde Taal: Essen Mijn Taal: voedsel Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: muss Mijn Taal: moet Vreemde Taal: muss Mijn Taal: moet Vreemde Taal: Rechnungen Mijn Taal: rekeningen Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: ihr Mijn Taal: haar Vreemde Taal: Jeden Mijn Taal: Elk Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie
Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sorgt Mijn Taal: maakt zich zorgen Vreemde Taal: um Mijn Taal: rond Vreemde Taal: mag Mijn Taal: leuk vinden Vreemde Taal: mag Mijn Taal: houdt van Vreemde Taal: sehr Mijn Taal: heel erg Vreemde Taal: sparen Mijn Taal: redden Vreemde Taal: wenig Mijn Taal: een beetje Vreemde Taal: zu Mijn Taal: aan Vreemde Taal: zu Mijn Taal: ook Vreemde Taal: zu Mijn Taal: richting Vreemde Taal: frei Mijn Taal: gratis Vreemde Taal: gärtnern
Mijn Taal: tuin Vreemde Taal: liebt Mijn Taal: houdt van Vreemde Taal: Zeit Mijn Taal: tijd Vreemde Taal: Zeit Mijn Taal: Tijd Vreemde Taal: aber Mijn Taal: maar Vreemde Taal: bunt Mijn Taal: kleurrijke Vreemde Taal: ein Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: Garten Mijn Taal: tuin Vreemde Taal: Ihr Mijn Taal: Haar Vreemde Taal: Blumen Mijn Taal: Bloemen Vreemde Taal: Gemüse Mijn Taal: Groenten Vreemde Taal: züchtet Mijn Taal: verbouwt Vreemde Taal: Freunde
Mijn Taal: Vrienden Vreemde Taal: Freunde Mijn Taal: Vrienden Vreemde Taal: ihren Mijn Taal: haar Vreemde Taal: mit Mijn Taal: met Vreemde Taal: teilt Mijn Taal: deelt Vreemde Taal: helfen Mijn Taal: helpen Vreemde Taal: können Mijn Taal: kan Vreemde Taal: manchmal Mijn Taal: Soms Vreemde Taal: wenn Mijn Taal: als Vreemde Taal: ein Leben Mijn Taal: een leven Vreemde Taal: einfach Mijn Taal: eenvoudig Vreemde Taal: einfach Mijn Taal: gemakkelijk Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: blije
Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: Leben Mijn Taal: leven Vreemde Taal: Leben Mijn Taal: Leven Vreemde Taal: aufgeregt Mijn Taal: opgewonden Vreemde Taal: aufgeregt Mijn Taal: opgewonden Vreemde Taal: bin Mijn Taal: ben Vreemde Taal: ein berühmter Sportler Mijn Taal: een beroemde atleet Vreemde Taal: Heute Mijn Taal: Vandaag Vreemde Taal: ich Mijn Taal: Ik Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: Sonntag Mijn Taal: zondag
Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: zu interviewen Mijn Taal: interviewen Vreemde Taal: hat gewonnen Mijn Taal: heeft verworven Vreemde Taal: hat gewonnen Mijn Taal: heeft gewonnen Vreemde Taal: Ihr Mijn Taal: Haar Vreemde Taal: Lisa Mijn Taal: Lisa Vreemde Taal: Name Mijn Taal: naam Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: viele Meisterschaften Mijn Taal: veel kampioenschappen Vreemde Taal: freuen auf
Mijn Taal: kijkt uit naar Vreemde Taal: Ich Mijn Taal: Ik Vreemde Taal: Ich Mijn Taal: Ik Vreemde Taal: ihre Reise Mijn Taal: haar reis Vreemde Taal: lernen Mijn Taal: leren Vreemde Taal: lernen Mijn Taal: leren Vreemde Taal: über Mijn Taal: over Vreemde Taal: über Mijn Taal: overheen Vreemde Taal: über Mijn Taal: gedurende Vreemde Taal: über Mijn Taal: Boven Vreemde Taal: als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: als Mijn Taal: dan Vreemde Taal: als Mijn Taal: als (deel van uitdrukking)
Vreemde Taal: begonnen Mijn Taal: begonnen Vreemde Taal: fünf Jahre alt Mijn Taal: vijf jaar oud Vreemde Taal: gerade Mijn Taal: alleen Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: Zij Vreemde Taal: spielen Mijn Taal: toneelstuk Vreemde Taal: spielen Mijn Taal: spelen Vreemde Taal: Sport Mijn Taal: sport Vreemde Taal: Sport Mijn Taal: sport Vreemde Taal: war Mijn Taal: was Vreemde Taal: hart Mijn Taal: hard Vreemde Taal: ihrer Schulmannschaft Mijn Taal: haar schoolteam
Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: spielte Mijn Taal: speelde Vreemde Taal: trainierte Mijn Taal: trainde Vreemde Taal: eine professionelle Athletin Mijn Taal: professionele atleet Vreemde Taal: immer Mijn Taal: altijd Vreemde Taal: träumte Mijn Taal: droomde Vreemde Taal: von zu werden Mijn Taal: om te worden Vreemde Taal: Dieser Mijn Taal: deze Vreemde Taal: ihr Mijn Taal: haar Vreemde Taal: ihre Fähigkeiten Mijn Taal: haar vaardigheden
Vreemde Taal: für Wohltätigkeit Mijn Taal: voor liefdadigheid Vreemde Taal: jeden Tag Mijn Taal: iedere dag Vreemde Taal: schob Mijn Taal: duwde Vreemde Taal: Traum Mijn Taal: droom Vreemde Taal: Traum Mijn Taal: Droom Vreemde Taal: verbessern Mijn Taal: verbeteren Vreemde Taal: verbessern Mijn Taal: versterken Vreemde Taal: verbessern Mijn Taal: om te verbeteren Vreemde Taal: verbessern Mijn Taal: verbeteren Vreemde Taal: zu trainieren Mijn Taal: te trainen Vreemde Taal: gewonnen
Mijn Taal: gekregen Vreemde Taal: mehrere Medaillen Mijn Taal: verschillende medailles Vreemde Taal: teilgenommen Mijn Taal: nam deel Vreemde Taal: viele Wettbewerbe Mijn Taal: veel wedstrijden Vreemde Taal: für ein Wohltätigkeitsturnier Mijn Taal: voor een liefdadigheidstoernooi Vreemde Taal: Jetzt Mijn Taal: Nu Vreemde Taal: nächsten Monat Mijn Taal: volgende maand Vreemde Taal: vorbereiten Mijn Taal: voorbereiden Vreemde Taal: vorbereiten Mijn Taal: bereiden Vreemde Taal: vorbereiten
Mijn Taal: voorbereiden Vreemde Taal: Dieses Mijn Taal: deze Vreemde Taal: fördern Mijn Taal: bevorderen Vreemde Taal: fördern Mijn Taal: bevoorraden Vreemde Taal: in Not Mijn Taal: in nood Vreemde Taal: Kinder Mijn Taal: Kinderen Vreemde Taal: Kinder Mijn Taal: kinderen Vreemde Taal: Kinder Mijn Taal: kinderen Vreemde Taal: Turnier Mijn Taal: toernooi Vreemde Taal: zielt Mijn Taal: heeft als doel Vreemde Taal: zu helfen Mijn Taal: helpen Vreemde Taal: dass Mijn Taal: dat Vreemde Taal: glauben
Mijn Taal: geloven Vreemde Taal: viele junge Athleten Mijn Taal: veel jonge atleten Vreemde Taal: wird inspirieren Mijn Taal: zal inspireren Vreemde Taal: Dies Mijn Taal: deze Vreemde Taal: eine großartige Gelegenheit Mijn Taal: geweldige mogelijkheid Vreemde Taal: für Wohltätigkeit Mijn Taal: voor liefdadigheid Vreemde Taal: als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: als Mijn Taal: dan Vreemde Taal: als Mijn Taal: als (deel van uitdrukking) Vreemde Taal: Aufregung Mijn Taal: opwinding
Vreemde Taal: Aufregung Mijn Taal: opwinding Vreemde Taal: das Spiel Mijn Taal: de wedstrijd Vreemde Taal: Der Mijn Taal: De Vreemde Taal: Fans Mijn Taal: fans Vreemde Taal: Fans Mijn Taal: fans Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: mit Mijn Taal: met Vreemde Taal: Stadion Mijn Taal: stadion Vreemde Taal: summend Mijn Taal: zoemde Vreemde Taal: versammelt Mijn Taal: verzamelde Vreemde Taal: versammelt Mijn Taal: samelopen Vreemde Taal: war Mijn Taal: was Vreemde Taal: bereit
Mijn Taal: klaar Vreemde Taal: das gefürchtete Pumas-Team Mijn Taal: het felle Pumas-team Vreemde Taal: gegen Mijn Taal: Tegen Vreemde Taal: gegen Mijn Taal: tegen Vreemde Taal: gegenübertreten Mijn Taal: Stonden tegenover elkaar Vreemde Taal: Juárez Mijn Taal: Juárez Vreemde Taal: eine tolle Saison Mijn Taal: geweldig seizoen Vreemde Taal: hatte Mijn Taal: had Vreemde Taal: in ihren Fähigkeiten Mijn Taal: in hun vaardigheden Vreemde Taal: Pumas Mijn Taal: Pumas Vreemde Taal: und Mijn Taal: en
Vreemde Taal: waren Mijn Taal: waren Vreemde Taal: zuversichtlich Mijn Taal: zelfverzekerder Vreemde Taal: Aufstellung Mijn Taal: opstelling Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: einen neuen Stürmer Mijn Taal: nieuwe aanvaller Vreemde Taal: einige Überraschungen Mijn Taal: enkele verrassingen Vreemde Taal: einschließlich Mijn Taal: inclusief Vreemde Taal: Die Fans Mijn Taal: fans Vreemde Taal: eifrig Mijn Taal: gretig Vreemde Taal: eifrig Mijn Taal: gretig Vreemde Taal: sehen
Mijn Taal: zien Vreemde Taal: sehen Mijn Taal: te kijken Vreemde Taal: sich entwickeln würde Mijn Taal: zou zich ontvouwen Vreemde Taal: wie Mijn Taal: hoe Vreemde Taal: wie Mijn Taal: zoals Vreemde Taal: die Oberhand hatte Mijn Taal: had de overhand Vreemde Taal: glaubte Mijn Taal: geloofde Vreemde Taal: Juárez’ Mijn Taal: Juárez' Vreemde Taal: sein Team Mijn Taal: zijn team Vreemde Taal: Trainer Mijn Taal: Coaches Vreemde Taal: Trainer Mijn Taal: Coach Vreemde Taal: Als Mijn Taal: Terwijl
Vreemde Taal: begann Mijn Taal: begon Vreemde Taal: begann Mijn Taal: begonnen Vreemde Taal: begann Mijn Taal: begon Vreemde Taal: die Atmosphäre Mijn Taal: de sfeer Vreemde Taal: elektrisierend Mijn Taal: elektrisch Vreemde Taal: Aggressivität Mijn Taal: agressie Vreemde Taal: Beide Mijn Taal: Beide Vreemde Taal: der Anfang Mijn Taal: het begin Vreemde Taal: der Anfang Mijn Taal: het begin Vreemde Taal: der Anfang Mijn Taal: de start Vreemde Taal: der Anfang Mijn Taal: de start
Vreemde Taal: Mannschaften Mijn Taal: teams Vreemde Taal: Mannschaften Mijn Taal: ploegen Vreemde Taal: von Mijn Taal: van Vreemde Taal: von Mijn Taal: door Vreemde Taal: zeigten Mijn Taal: lieten zien Vreemde Taal: ein Tor Mijn Taal: een doelpunt Vreemde Taal: hoffend auf Mijn Taal: hopend op Vreemde Taal: jubelten Mijn Taal: juichten Vreemde Taal: laut Mijn Taal: luid Vreemde Taal: laut Mijn Taal: luid Vreemde Taal: das erste Tor Mijn Taal: het eerste doelpunt Vreemde Taal: die erste Hälfte
Mijn Taal: eerste helft Vreemde Taal: durch Mijn Taal: door Vreemde Taal: hat getroffen Mijn Taal: scoorden Vreemde Taal: Mitten Mijn Taal: Temidden Vreemde Taal: brach aus Mijn Taal: barstte Vreemde Taal: in Jubel und Applaus Mijn Taal: in juich en applaus Vreemde Taal: Menge Mijn Taal: De menigte Vreemde Taal: mit einem brillanten Spiel Mijn Taal: met een schitterend spel Vreemde Taal: regroupiert Mijn Taal: reorganiseerden Vreemde Taal: retaliiert Mijn Taal: wreken Vreemde Taal: schnell
Mijn Taal: snel Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: rap Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: Das Mijn Taal: deze Vreemde Taal: Das Mijn Taal: Dat Vreemde Taal: würde erinnert werden Mijn Taal: zal worden herinnerd Vreemde Taal: mit durchgehenden Aktionen Mijn Taal: met actie van eind tot eind Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: Spel Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: wedstrijd Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: Wedstrijd Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: spel
Vreemde Taal: beide Mannschaften Mijn Taal: beide teams Vreemde Taal: beide Mannschaften Mijn Taal: beide teams Vreemde Taal: beide Mannschaften Mijn Taal: beide selecties Vreemde Taal: bis Mijn Taal: aan Vreemde Taal: die letzte Pfeife Mijn Taal: het eindsignaal Vreemde Taal: erklang Mijn Taal: blies Vreemde Taal: hart Mijn Taal: hard Vreemde Taal: kämpften Mijn Taal: vochten Vreemde Taal: Am Ende Mijn Taal: Aan het einde Vreemde Taal: Am Ende Mijn Taal: Aan het einde
Vreemde Taal: die drei Punkte Mijn Taal: drie punten Vreemde Taal: sicherte Mijn Taal: heeft behaald Vreemde Taal: triumpierte Mijn Taal: overwonnen Vreemde Taal: das Mijn Taal: — Vreemde Taal: ein Spiel Mijn Taal: een spel Vreemde Taal: ein Spiel Mijn Taal: een wedstrijd Vreemde Taal: Es Mijn Taal: Het Vreemde Taal: für lange Zeit Mijn Taal: lang tijd Vreemde Taal: würde erinnert werden Mijn Taal: zal worden herinnerd Vreemde Taal: beispiellos Mijn Taal: ongekend Vreemde Taal: Boston Celtics
Mijn Taal: Boston Celtics Vreemde Taal: die Mijn Taal: die Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: ein Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: gegen Mijn Taal: Tegen Vreemde Taal: gegen Mijn Taal: tegen Vreemde Taal: gegenüberstand Mijn Taal: Confronteren Vreemde Taal: Herausforderung Mijn Taal: uitdaging Vreemde Taal: Herausforderung Mijn Taal: Uitdaging Vreemde Taal: ihr Mijn Taal: haar Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in
Vreemde Taal: kürzlich Mijn Taal: recent Vreemde Taal: Los Angeles Lakers Mijn Taal: Los Angeles Lakers Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: Spel Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: wedstrijd Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: Wedstrijd Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: spel Vreemde Taal: Ambitionen Mijn Taal: ambities Vreemde Taal: Dieses Mijn Taal: deze Vreemde Taal: entscheidend Mijn Taal: cruciale Vreemde Taal: entscheidend Mijn Taal: cruciaal Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: ihrer
Mijn Taal: hun Vreemde Taal: insbesondere Mijn Taal: vooral Vreemde Taal: insbesondere Mijn Taal: bijzonder Vreemde Taal: mit Mijn Taal: met Vreemde Taal: Playoff Mijn Taal: Playoff Vreemde Taal: Playoff Mijn Taal: playoff Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: spelers Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: speler Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: spelers Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: Speler Vreemde Taal: Star Mijn Taal: ster Vreemde Taal: verletzt Mijn Taal: gewond Vreemde Taal: verletzt
Mijn Taal: geblesseerd Vreemde Taal: war Mijn Taal: was Vreemde Taal: als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: als Mijn Taal: dan Vreemde Taal: als Mijn Taal: als (deel van uitdrukking) Vreemde Taal: angesehen Mijn Taal: gezien Vreemde Taal: das Mijn Taal: — Vreemde Taal: dieser Mijn Taal: deze Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: wertvoll Mijn Taal: waardevolle Vreemde Taal: Ergänzung Mijn Taal: Aanvulling Vreemde Taal: Faktor Mijn Taal: factor
Vreemde Taal: in diesem Spiel Mijn Taal: in deze wedstrijd Vreemde Taal: Jaxson Hayes Mijn Taal: Jaxson Hayes Vreemde Taal: Mannschaft Mijn Taal: team Vreemde Taal: neu Mijn Taal: nieuw Vreemde Taal: relativ Mijn Taal: relatief Vreemde Taal: zu Mijn Taal: aan Vreemde Taal: zu Mijn Taal: ook Vreemde Taal: zu Mijn Taal: richting Vreemde Taal: ab Mijn Taal: afzonderlijk Vreemde Taal: andere Mijn Taal: ander Vreemde Taal: andere Mijn Taal: anderen Vreemde Taal: der Mijn Taal: —
Vreemde Taal: Entscheidungen Mijn Taal: keuzes Vreemde Taal: Entscheidungen Mijn Taal: Beslissingen Vreemde Taal: Fähigkeit Mijn Taal: vermogen Vreemde Taal: Fähigkeit Mijn Taal: vaardigheid Vreemde Taal: festlegen Mijn Taal: set Vreemde Taal: ihn Mijn Taal: hem Vreemde Taal: lesen Mijn Taal: lezen Vreemde Taal: lesen Mijn Taal: lezen Vreemde Taal: lesen Mijn Taal: lezen Vreemde Taal: machen Mijn Taal: maken Vreemde Taal: machen Mijn Taal: iets te maken Vreemde Taal: machen Mijn Taal: maken
Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: rap Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: Sein Mijn Taal: Zijn Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: von Mijn Taal: van Vreemde Taal: von Mijn Taal: door Vreemde Taal: beeindruckend Mijn Taal: indrukwekkend Vreemde Taal: Chancen Mijn Taal: kansen Vreemde Taal: Chancen Mijn Taal: kansen Vreemde Taal: defensiv Mijn Taal: defensief Vreemde Taal: Fähigkeiten
Mijn Taal: vaardigheden Vreemde Taal: gleich Mijn Taal: evenzeer Vreemde Taal: mehrere Mijn Taal: meerdere Vreemde Taal: mehrere Mijn Taal: meerdere Vreemde Taal: Opposition Mijn Taal: tegenstander Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: vereiteln Mijn Taal: verhinderen Vreemde Taal: Während Mijn Taal: Als Vreemde Taal: Während Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: Während Mijn Taal: Tijdens Vreemde Taal: waren Mijn Taal: waren Vreemde Taal: Als
Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: bemerkenswerte Mijn Taal: opmerkelijk Vreemde Taal: Druck Mijn Taal: Druk Vreemde Taal: Druck Mijn Taal: druk Vreemde Taal: Gelassenheit Mijn Taal: kalme Vreemde Taal: gezimmet Mijn Taal: wond Vreemde Taal: Hayes Mijn Taal: Hayes Vreemde Taal: herunter Mijn Taal: naar beneden Vreemde Taal: Uhr Mijn Taal: bekijken Vreemde Taal: Uhr Mijn Taal: klok Vreemde Taal: unter Mijn Taal: onder Vreemde Taal: unter Mijn Taal: onder Vreemde Taal: zeigte Mijn Taal: toonden
Vreemde Taal: aber Mijn Taal: maar Vreemde Taal: auch Mijn Taal: ook Vreemde Taal: beeindruckt Mijn Taal: onder de indruk gebracht Vreemde Taal: Lakers Mijn Taal: Lakers Vreemde Taal: Leistung Mijn Taal: uitvoering Vreemde Taal: Leistung Mijn Taal: prestatie Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet Vreemde Taal: nur Mijn Taal: alleen Vreemde Taal: nur Mijn Taal: slechts Vreemde Taal: sicherte Mijn Taal: heeft behaald Vreemde Taal: Sieg Mijn Taal: overwinning
Vreemde Taal: Teamkollegen Mijn Taal: teamgenoten Vreemde Taal: Analysten Mijn Taal: Analisten Vreemde Taal: Analysten Mijn Taal: analisten Vreemde Taal: der/die/das Mijn Taal: — Vreemde Taal: Folgen Mijn Taal: implicaties Vreemde Taal: Folgen Mijn Taal: gevolgen Vreemde Taal: Folgen Mijn Taal: gevolgen Vreemde Taal: Held Mijn Taal: held Vreemde Taal: In Mijn Taal: In Vreemde Taal: preisen Mijn Taal: prezeneteerden Vreemde Taal: unbesungen Mijn Taal: ongrijpbare Vreemde Taal: Asset
Mijn Taal: activum Vreemde Taal: bewiesen Mijn Taal: bleek Vreemde Taal: dass Mijn Taal: dat Vreemde Taal: er Mijn Taal: hij Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: Letztendlich Mijn Taal: Uiteindelijk Vreemde Taal: wertvoll Mijn Taal: waardevolle Vreemde Taal: die Mijn Taal: die Vreemde Taal: Durchbrüche Mijn Taal: doorbraken Vreemde Taal: Funktionsweisen Mijn Taal: werkingen Vreemde Taal: Gehirn Mijn Taal: hersenen Vreemde Taal: haben Licht geworfen auf Mijn Taal: nieuw licht geworpen op
Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: Jüngste Mijn Taal: recente Vreemde Taal: menschlich Mijn Taal: menselijk Vreemde Taal: Neurowissenschaft Mijn Taal: neurowetenschap Vreemde Taal: rätselhaft Mijn Taal: enigmaticus Vreemde Taal: von Mijn Taal: van Vreemde Taal: von Mijn Taal: door Vreemde Taal: aufdecken Mijn Taal: onthullen Vreemde Taal: Bildgebung Mijn Taal: beeldtechnieken Vreemde Taal: Innovativ Mijn Taal: Innovatieve Vreemde Taal: jetzt Mijn Taal: nu
Vreemde Taal: kompliziert Mijn Taal: ingewikkeld Vreemde Taal: kompliziert Mijn Taal: compliceert Vreemde Taal: kompliziert Mijn Taal: gecompliceerd Vreemde Taal: neural Mijn Taal: neurale Vreemde Taal: Techniken Mijn Taal: technieken Vreemde Taal: Techniken Mijn Taal: Technieken Vreemde Taal: unsichtbar Mijn Taal: onzichtbare Vreemde Taal: Verbindungen Mijn Taal: verbindingen Vreemde Taal: Wissenschaft Mijn Taal: wetenschap Vreemde Taal: Wissenschaft Mijn Taal: Wetenschap Vreemde Taal: zu
Mijn Taal: aan Vreemde Taal: zu Mijn Taal: ook Vreemde Taal: zu Mijn Taal: richting Vreemde Taal: zuvor Mijn Taal: voordat Vreemde Taal: zuvor Mijn Taal: eerder Vreemde Taal: Auswirkungen Mijn Taal: Impact Vreemde Taal: Auswirkungen Mijn Taal: impact Vreemde Taal: Auswirkungen Mijn Taal: impacten Vreemde Taal: Wohlergehen Mijn Taal: welzijn Vreemde Taal: Diese Mijn Taal: Dit Vreemde Taal: eine erhebliche kognitive Störung Mijn Taal: een aanzienlijke cognitieve stoornis Vreemde Taal: erhebliche
Mijn Taal: aanzienlijk Vreemde Taal: Fortschritte Mijn Taal: vooruitgangen Vreemde Taal: Fortschritte Mijn Taal: Vooruitgangen Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: haben Mijn Taal: hebben Vreemde Taal: kognitiv Mijn Taal: cognitief Vreemde Taal: Störungen Mijn Taal: verstoringen Vreemde Taal: Störungen Mijn Taal: stoornissen Vreemde Taal: Verstehen Mijn Taal: Begrip Vreemde Taal: Biomarker Mijn Taal: biomarkers Vreemde Taal: hinweisend Mijn Taal: indicatief Vreemde Taal: identifiziert
Mijn Taal: geïdentificeerd Vreemde Taal: Krankheiten Mijn Taal: ziekten Vreemde Taal: neurodegenerative Mijn Taal: neurodegeneratief Vreemde Taal: Studien Mijn Taal: studies Vreemde Taal: wichtig Mijn Taal: belangrijk Vreemde Taal: beeinflussend Mijn Taal: beïnvloedend Vreemde Taal: beide Mijn Taal: beide Vreemde Taal: Bereiche Mijn Taal: velden Vreemde Taal: Bereiche Mijn Taal: gebieden Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: erweitern Mijn Taal: zich uitstrekken Vreemde Taal: erweitern
Mijn Taal: uitbreiden Vreemde Taal: jenseits Mijn Taal: voorbij Vreemde Taal: medizinisch Mijn Taal: medisch Vreemde Taal: Pathologie Mijn Taal: pathologie Vreemde Taal: psychologisch Mijn Taal: psychologische Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: Als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: analytisch Mijn Taal: analytisch Vreemde Taal: analytisch Mijn Taal: Analytisch Vreemde Taal: auftauchen Mijn Taal: tevoorschijn gekomen Vreemde Taal: auftauchen Mijn Taal: verschijnen Vreemde Taal: dieser
Mijn Taal: deze Vreemde Taal: dringend Mijn Taal: dringend Vreemde Taal: dringend Mijn Taal: dringend Vreemde Taal: ethisch Mijn Taal: ethisch Vreemde Taal: Thema Mijn Taal: onderwerp Vreemde Taal: tief eintauchen Mijn Taal: diepgaand onderzoeken Vreemde Taal: tiefer Mijn Taal: dieper Vreemde Taal: Überlegungen Mijn Taal: overwegingen Vreemde Taal: wir Mijn Taal: we Vreemde Taal: Entdeckung Mijn Taal: ontdekking Vreemde Taal: fordert Mijn Taal: Eisen Vreemde Taal: fordert Mijn Taal: roept op tot
Vreemde Taal: Forschung Mijn Taal: onderzoek Vreemde Taal: Forschung Mijn Taal: Onderzoek Vreemde Taal: leiten Mijn Taal: geleiden Vreemde Taal: Praktiken Mijn Taal: praktijken Vreemde Taal: Praktiken Mijn Taal: Praktijken Vreemde Taal: Rahmen Mijn Taal: kader Vreemde Taal: rigoros Mijn Taal: rigoureus Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: rap Vreemde Taal: schnell Mijn Taal: snel Vreemde Taal: Tempo Mijn Taal: tempi
Vreemde Taal: ein Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: Innovation Mijn Taal: innovatie Vreemde Taal: Innovation Mijn Taal: Innovatie Vreemde Taal: Kliniker Mijn Taal: klinici Vreemde Taal: Neurowissenschaftler Mijn Taal: neurowetenschappers Vreemde Taal: schafft Mijn Taal: creëert Vreemde Taal: Umgebung Mijn Taal: omgeving Vreemde Taal: Zusammenarbeit Mijn Taal: samenwerking Vreemde Taal: Zusammenarbeit Mijn Taal: samenwerking Vreemde Taal: zwischen Mijn Taal: tussen
Vreemde Taal: Ansätze Mijn Taal: benaderingen Vreemde Taal: ein umfassendes Verständnis von Gehirnfunktionalität Mijn Taal: een uitgebreid begrip van de hersenfunctionaliteit Vreemde Taal: fördern Mijn Taal: bevorderen Vreemde Taal: fördern Mijn Taal: bevoorraden Vreemde Taal: Funktionalität Mijn Taal: functionaliteit Vreemde Taal: interdisziplinär Mijn Taal: interdisciplinaire Vreemde Taal: Solche Mijn Taal: zo Vreemde Taal: umfassend Mijn Taal: Diepgaande Vreemde Taal: umfassend
Mijn Taal: omvattend Vreemde Taal: Verständnis Mijn Taal: begrip Vreemde Taal: Verständnis Mijn Taal: begrip Vreemde Taal: Behandlungen Mijn Taal: behandelingen Vreemde Taal: diese Mijn Taal: deze Vreemde Taal: diese Mijn Taal: deze Vreemde Taal: Entdeckungen Mijn Taal: ontdekkingen Vreemde Taal: führen Mijn Taal: leiden Vreemde Taal: führen Mijn Taal: leiden Vreemde Taal: Gesundheit Mijn Taal: gezondheid Vreemde Taal: könnten Mijn Taal: zou kunnen Vreemde Taal: Letztendlich
Mijn Taal: Uiteindelijk Vreemde Taal: mentale Mijn Taal: mentaal Vreemde Taal: Probleme Mijn Taal: problemen Vreemde Taal: Probleme Mijn Taal: problemen Vreemde Taal: Probleme Mijn Taal: kwesties Vreemde Taal: revolutionär Mijn Taal: revolutionair Vreemde Taal: aber Mijn Taal: maar Vreemde Taal: Ära Mijn Taal: tijdperk Vreemde Taal: bloß Mijn Taal: slechts Vreemde Taal: das Mijn Taal: — Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet
Vreemde Taal: über Mijn Taal: over Vreemde Taal: über Mijn Taal: overheen Vreemde Taal: über Mijn Taal: gedurende Vreemde Taal: über Mijn Taal: Boven Vreemde Taal: verbessernd Mijn Taal: verbeterend Vreemde Taal: Wohlergehen Mijn Taal: welzijn
