Vreemde Taal: sie gingen glücklich Mijn Taal: ze gingen blij Vreemde Taal: Freunde Mijn Taal: Vrienden Vreemde Taal: Freunde Mijn Taal: Vrienden Vreemde Taal: gut Mijn Taal: goed Vreemde Taal: gut Mijn Taal: goed Vreemde Taal: gute Freunde Mijn Taal: goede vrienden Vreemde Taal: Sam Mijn Taal: Sam Vreemde Taal: sind Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: Tom Mijn Taal: Tom Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: der/die/das Mijn Taal: — Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in
Vreemde Taal: mögen Mijn Taal: leuk vinden Vreemde Taal: Park Mijn Taal: park Vreemde Taal: Park Mijn Taal: Park Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: Zij Vreemde Taal: spielen Mijn Taal: toneelstuk Vreemde Taal: spielen Mijn Taal: spelen Vreemde Taal: zu Mijn Taal: aan Vreemde Taal: zu Mijn Taal: ook Vreemde Taal: zu Mijn Taal: richting Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: Eins Mijn Taal: Eén Vreemde Taal: finden
Mijn Taal: vinden Vreemde Taal: Karte Mijn Taal: kaart Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: Tag Mijn Taal: dag Vreemde Taal: Tag Mijn Taal: Dag Vreemde Taal: alt Mijn Taal: oude Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: interessant Mijn Taal: interessant Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: sehr Mijn Taal: heel erg Vreemde Taal: einen Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: geheime Mijn Taal: geheim Vreemde Taal: Ort
Mijn Taal: plaats Vreemde Taal: zeigt Mijn Taal: toont Vreemde Taal: Abenteuer Mijn Taal: avonturen Vreemde Taal: Abenteuer Mijn Taal: avontuur Vreemde Taal: Abenteuer Mijn Taal: Avontuur Vreemde Taal: auf Mijn Taal: op Vreemde Taal: auf Mijn Taal: op Vreemde Taal: ein Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: ein Abenteuer Mijn Taal: een avontuur Vreemde Taal: gehen Mijn Taal: gaan Vreemde Taal: gehen Mijn Taal: gaan Vreemde Taal: gehen Mijn Taal: wandelen
Vreemde Taal: gehen Mijn Taal: Lopen Vreemde Taal: losgehen Mijn Taal: doorgaan Vreemde Taal: wollen Mijn Taal: Wil Vreemde Taal: Bus Mijn Taal: bus Vreemde Taal: den Mijn Taal: — Vreemde Taal: nehmen Mijn Taal: neem Vreemde Taal: nehmen Mijn Taal: nemen Vreemde Taal: Wald Mijn Taal: bos Vreemde Taal: zum Mijn Taal: aan Vreemde Taal: zum Mijn Taal: naar de Vreemde Taal: Bäume Mijn Taal: bomen Vreemde Taal: der Mijn Taal: — Vreemde Taal: In Mijn Taal: In Vreemde Taal: sehen Mijn Taal: zien
Vreemde Taal: sehen Mijn Taal: te kijken Vreemde Taal: viele Mijn Taal: veel Vreemde Taal: viele Mijn Taal: heel veel Vreemde Taal: lachen Mijn Taal: lachen Vreemde Taal: lachen Mijn Taal: lachen Vreemde Taal: zusammen Mijn Taal: samen Vreemde Taal: es Mijn Taal: Het Vreemde Taal: es Mijn Taal: het Vreemde Taal: heiß Mijn Taal: heet Vreemde Taal: scheint Mijn Taal: schijnt Vreemde Taal: scheint Mijn Taal: lijkt Vreemde Taal: Sonne Mijn Taal: zon Vreemde Taal: Am Mijn Taal: Op
Vreemde Taal: Am Ende Mijn Taal: Aan het einde Vreemde Taal: Am Ende Mijn Taal: Aan het einde Vreemde Taal: die Mijn Taal: die Vreemde Taal: Ende Mijn Taal: einde Vreemde Taal: Ende Mijn Taal: einde Vreemde Taal: Ende Mijn Taal: Einde Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: blije Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: Haus Mijn Taal: huis Vreemde Taal: Haus Mijn Taal: Huis Vreemde Taal: im Park Mijn Taal: in het park Vreemde Taal: im Park
Mijn Taal: in het park Vreemde Taal: im Park Mijn Taal: in het park Vreemde Taal: im Park Mijn Taal: In het park Vreemde Taal: nach Hause gehen Mijn Taal: naar huis gaan Vreemde Taal: nach Hause gehen Mijn Taal: naar huis gaan Vreemde Taal: sie gingen glücklich Mijn Taal: ze gingen blij Vreemde Taal: die liebt einkaufen Mijn Taal: dat graag winkelt Vreemde Taal: ein Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: Mädchen Mijn Taal: Meisje
Vreemde Taal: Maria Mijn Taal: Maria Vreemde Taal: braucht Mijn Taal: behoeften Vreemde Taal: Heute Mijn Taal: Vandaag Vreemde Taal: kaufen Mijn Taal: koop Vreemde Taal: Kleid Mijn Taal: kleden Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: geht Mijn Taal: gaat Vreemde Taal: geht Mijn Taal: loopt Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: Zij Vreemde Taal: zum Einkaufszentrum Mijn Taal: naar het winkelcentrum
Vreemde Taal: es gibt Mijn Taal: daar Vreemde Taal: es gibt Mijn Taal: er zijn Vreemde Taal: Geschäfte Mijn Taal: winkels Vreemde Taal: gibt Mijn Taal: is Vreemde Taal: gibt Mijn Taal: geeft Vreemde Taal: Im Einkaufszentrum Mijn Taal: Bij het winkelcentrum Vreemde Taal: viele Mijn Taal: veel Vreemde Taal: viele Mijn Taal: heel veel Vreemde Taal: Bekleidung Mijn Taal: kleding Vreemde Taal: betritt Mijn Taal: gaat binnen Vreemde Taal: stolz Mijn Taal: trots Vreemde Taal: Geschäft
Mijn Taal: zakendoen Vreemde Taal: an den Kleidern Mijn Taal: naar de jurken Vreemde Taal: schaut Mijn Taal: op zoek naar Vreemde Taal: blau Mijn Taal: blauwe Vreemde Taal: sieht Mijn Taal: ziet Vreemde Taal: wunderschön Mijn Taal: prachtig Vreemde Taal: wunderschön Mijn Taal: prachtig Vreemde Taal: an Mijn Taal: bij Vreemde Taal: es Mijn Taal: Het Vreemde Taal: es Mijn Taal: het Vreemde Taal: im Umkleideraum Mijn Taal: in de paskamer Vreemde Taal: probiert Mijn Taal: past Vreemde Taal: Das
Mijn Taal: deze Vreemde Taal: Das Mijn Taal: Dat Vreemde Taal: ihr Mijn Taal: haar Vreemde Taal: passt Mijn Taal: fit Vreemde Taal: passt Mijn Taal: past Vreemde Taal: perfekt Mijn Taal: perfect Vreemde Taal: perfekt Mijn Taal: perfect Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: blije Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: sehr Mijn Taal: heel erg Vreemde Taal: das Mijn Taal: — Vreemde Taal: kauft Mijn Taal: koopt Vreemde Taal: bezahlt
Mijn Taal: betaald Vreemde Taal: mit ihrer Kreditkarte Mijn Taal: met haar creditcard Vreemde Taal: Nach dem Einkaufen Mijn Taal: Na het winkelen Vreemde Taal: nach Hause Mijn Taal: naar huis Vreemde Taal: zeigt Mijn Taal: toont Vreemde Taal: zu ihrer Mutter Mijn Taal: aan haar moeder Vreemde Taal: auf sie Mijn Taal: op haar Vreemde Taal: Ihre Mijn Taal: Haar Vreemde Taal: Ihre Mijn Taal: Hun Vreemde Taal: Mutter Mijn Taal: moeder Vreemde Taal: stolz Mijn Taal: trots Vreemde Taal: stolz
Mijn Taal: trots Vreemde Taal: die Mijn Taal: die Vreemde Taal: ein Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: findet Mijn Taal: neemt Vreemde Taal: findet Mijn Taal: vindt Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: Jahr Mijn Taal: jaar Vreemde Taal: Jedes Mijn Taal: Elke Vreemde Taal: Kulturfestival Mijn Taal: cultureel festival Vreemde Taal: Stadt Mijn Taal: stad Vreemde Taal: Stadt Mijn Taal: dorp Vreemde Taal: Stadt Mijn Taal: stad
Vreemde Taal: Stadt Mijn Taal: Stad Vreemde Taal: statt Mijn Taal: plaats Vreemde Taal: Buddha Mijn Taal: Boeddha Vreemde Taal: Das Mijn Taal: deze Vreemde Taal: Das Mijn Taal: Dat Vreemde Taal: das Festival Mijn Taal: Het festival Vreemde Taal: verlässt Mijn Taal: gaat weg Vreemde Taal: ein Festival Mijn Taal: een festival Vreemde Taal: feiert Mijn Taal: Viert Vreemde Taal: Festival Mijn Taal: festival Vreemde Taal: Festival Mijn Taal: festival Vreemde Taal: Geburt Mijn Taal: geboorte
Vreemde Taal: von Mijn Taal: economie Vreemde Taal: von Mijn Taal: door Vreemde Taal: aus Mijn Taal: uit Vreemde Taal: kommen Mijn Taal: komen Vreemde Taal: Menschen Mijn Taal: mensen Vreemde Taal: Menschen Mijn Taal: Mensen Vreemde Taal: Menschen Mijn Taal: bevolken Vreemde Taal: Orte Mijn Taal: plaatsen Vreemde Taal: verschiedene Mijn Taal: verschillende Vreemde Taal: viele Mijn Taal: veel Vreemde Taal: viele Mijn Taal: heel veel Vreemde Taal: Aufführungen Mijn Taal: optredens
Vreemde Taal: bunt Mijn Taal: kleurrijke Vreemde Taal: genießen Mijn Taal: genieten Vreemde Taal: genießen Mijn Taal: genieten Vreemde Taal: genießen Mijn Taal: genieten Vreemde Taal: Paraden Mijn Taal: parades Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: Zij Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: Es Mijn Taal: Het Vreemde Taal: hell Mijn Taal: helder Vreemde Taal: hell Mijn Taal: helder Vreemde Taal: Lichter Mijn Taal: lichten Vreemde Taal: scheinen Mijn Taal: straalt
Vreemde Taal: scheinen Mijn Taal: lijkt Vreemde Taal: sind Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: Familien Mijn Taal: Gezinnen Vreemde Taal: Familien Mijn Taal: families Vreemde Taal: feiern Mijn Taal: vieren Vreemde Taal: feiern Mijn Taal: vier Vreemde Taal: um Mijn Taal: rond Vreemde Taal: versammeln Mijn Taal: zich verzamelen Vreemde Taal: versammeln Mijn Taal: verzamelen Vreemde Taal: zusammen Mijn Taal: samen Vreemde Taal: alle Mijn Taal: allen Vreemde Taal: alle Mijn Taal: zij allemaal
Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: Gerichte Mijn Taal: gerechten Vreemde Taal: Traditionelle Mijn Taal: Traditioneel Vreemde Taal: zubereitet Mijn Taal: heeft voorbereid Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Rolle Mijn Taal: een rol Vreemde Taal: im Festival Mijn Taal: in het festival Vreemde Taal: Musik Mijn Taal: muziek Vreemde Taal: Musik Mijn Taal: Muziek Vreemde Taal: Rolle Mijn Taal: rol Vreemde Taal: Rolle Mijn Taal: Rol
Vreemde Taal: spielt Mijn Taal: speelt Vreemde Taal: wichtig Mijn Taal: belangrijk Vreemde Taal: der/die/das Mijn Taal: — Vreemde Taal: die Veranstaltungen Mijn Taal: gebeurtenissen Vreemde Taal: gemeinsam Mijn Taal: gedeeld Vreemde Taal: gemeinsam Mijn Taal: gebruikelijk Vreemde Taal: singen Mijn Taal: zingen Vreemde Taal: singen Mijn Taal: zingen Vreemde Taal: singen Mijn Taal: zingen Vreemde Taal: singen Mijn Taal: zingend Vreemde Taal: tanzen Mijn Taal: Dans Vreemde Taal: tanzen
Mijn Taal: dansen Vreemde Taal: während Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: tijdens Vreemde Taal: Atmosphäre Mijn Taal: atmosfeer Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: Freude Mijn Taal: vreugde Vreemde Taal: gefüllt Mijn Taal: gevuld Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: Lachen Mijn Taal: Lachen Vreemde Taal: Lachen Mijn Taal: lachen Vreemde Taal: mit Mijn Taal: met Vreemde Taal: Erinnerungen Mijn Taal: herinneringen
Vreemde Taal: Erinnerungen Mijn Taal: Herinneringen Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: blije Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: glücklich Mijn Taal: gelukkig Vreemde Taal: Jeder Mijn Taal: Iedereen Vreemde Taal: Jeder Mijn Taal: Elk Vreemde Taal: verlässt Mijn Taal: gaat weg Vreemde Taal: der/die/das Mijn Taal: — Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: dunkel Mijn Taal: donker Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een)
Vreemde Taal: gefüllt mit Mijn Taal: Gevuld met Vreemde Taal: Nacht Mijn Taal: nacht Vreemde Taal: Nacht Mijn Taal: nacht Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: Vorfreude Mijn Taal: verwachting Vreemde Taal: war Mijn Taal: was Vreemde Taal: die Zahlen Mijn Taal: de nummers Vreemde Taal: eifrig Mijn Taal: gretig Vreemde Taal: eifrig Mijn Taal: gretig Vreemde Taal: Fernseher Mijn Taal: tv Vreemde Taal: zu gewinnen Mijn Taal: over winnen Vreemde Taal: Fernseher Mijn Taal: televisies
Vreemde Taal: ihrer Mijn Taal: hun Vreemde Taal: Menschen Mijn Taal: mensen Vreemde Taal: Menschen Mijn Taal: Mensen Vreemde Taal: Menschen Mijn Taal: bevolken Vreemde Taal: um Mijn Taal: rond Vreemde Taal: versammelt Mijn Taal: verzamelde Vreemde Taal: versammelt Mijn Taal: samelopen Vreemde Taal: zu hören Mijn Taal: horen Vreemde Taal: Autos Mijn Taal: auto’s Vreemde Taal: Häuser Mijn Taal: huizen Vreemde Taal: Häuser Mijn Taal: huizen Vreemde Taal: Luxus Mijn Taal: luxe Vreemde Taal: schön
Mijn Taal: aardig Vreemde Taal: schön Mijn Taal: mooi Vreemde Taal: schön Mijn Taal: gracieus Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: zij Vreemde Taal: Sie Mijn Taal: Zij Vreemde Taal: träumten Mijn Taal: droomde Vreemde Taal: von Mijn Taal: economie Vreemde Taal: von Mijn Taal: door Vreemde Taal: als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: als Mijn Taal: dan Vreemde Taal: als Mijn Taal: als (deel van uitdrukking) Vreemde Taal: anzukündigen Mijn Taal: aankondigen Vreemde Taal: begann Mijn Taal: begon
Vreemde Taal: begann Mijn Taal: begonnen Vreemde Taal: begann Mijn Taal: begon Vreemde Taal: Der Mijn Taal: De Vreemde Taal: die Gewinner Mijn Taal: de winnaars Vreemde Taal: er Mijn Taal: hij Vreemde Taal: lächelte Mijn Taal: glimlachte Vreemde Taal: Lotto Mijn Taal: loterij Vreemde Taal: Moderator Mijn Taal: presentator Vreemde Taal: Atem Mijn Taal: adem Vreemde Taal: den Hauptpreis Mijn Taal: de grote prijs Vreemde Taal: hielt Mijn Taal: hield tegen Vreemde Taal: ihr Mijn Taal: haar
Vreemde Taal: Jeder Mijn Taal: Iedereen Vreemde Taal: Jeder Mijn Taal: Elk Vreemde Taal: warten auf Mijn Taal: wachtend op Vreemde Taal: Aufregung Mijn Taal: opwinding Vreemde Taal: Aufregung Mijn Taal: opwinding Vreemde Taal: den Raum Mijn Taal: de kamer Vreemde Taal: erste Mijn Taal: eerste Vreemde Taal: füllte Mijn Taal: gevuld Vreemde Taal: wurde angekündigt Mijn Taal: werd aangekondigd Vreemde Taal: Zahl Mijn Taal: nummer Vreemde Taal: aus Mijn Taal: uit Vreemde Taal: brach aus
Mijn Taal: barstte Vreemde Taal: die Menge Mijn Taal: de menigte Vreemde Taal: einige Mijn Taal: enkele Vreemde Taal: in Tränen Mijn Taal: in tranen Vreemde Taal: Jubel Mijn Taal: proost Vreemde Taal: waren Mijn Taal: waren Vreemde Taal: Hoffnung Mijn Taal: Hopen Vreemde Taal: in vielen Herzen Mijn Taal: in veel harten Vreemde Taal: wuchs Mijn Taal: groeiden Vreemde Taal: wurde genannt Mijn Taal: werd geroepen Vreemde Taal: zweite Mijn Taal: Tweede Vreemde Taal: die dramatische Nacht
Mijn Taal: de dramatische nacht Vreemde Taal: letzte Mijn Taal: laatste Vreemde Taal: vollendend Mijn Taal: afsluitend Vreemde Taal: wurde enthüllt Mijn Taal: werd onthuld Vreemde Taal: andere Mijn Taal: ander Vreemde Taal: andere Mijn Taal: anderen Vreemde Taal: betrachteten Mijn Taal: peinsden Vreemde Taal: Einige Mijn Taal: Sommige Vreemde Taal: ihren Verlust Mijn Taal: hun verlies Vreemde Taal: Tränen Mijn Taal: tranen Vreemde Taal: von Freude Mijn Taal: van vreugde Vreemde Taal: während
Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: tijdens Vreemde Taal: weinten Mijn Taal: huilden Vreemde Taal: ging weiter Mijn Taal: ging verder Vreemde Taal: Leben Mijn Taal: leven Vreemde Taal: Leben Mijn Taal: Leven Vreemde Taal: mit Mijn Taal: met Vreemde Taal: noch lebendig Mijn Taal: nog steeds levend Vreemde Taal: so Mijn Taal: dus Vreemde Taal: so Mijn Taal: dus Vreemde Taal: Träume Mijn Taal: droomt Vreemde Taal: Und Mijn Taal: En
Vreemde Taal: zu gewinnen Mijn Taal: over winnen Vreemde Taal: das Mijn Taal: — Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine komplexe Wechselwirkung zwischen Gerechtigkeit und Recht Mijn Taal: complexe interactie tussen rechtvaardigheid en wet Vreemde Taal: Gerechtigkeit Mijn Taal: gelijkheid Vreemde Taal: Gerechtigkeit Mijn Taal: gerechtigheid Vreemde Taal: Gerechtigkeit Mijn Taal: Gerechtigheid Vreemde Taal: Gesellschaft Mijn Taal: maatschappij
Vreemde Taal: Gesellschaft Mijn Taal: samenleving Vreemde Taal: Gesellschaft Mijn Taal: aan de samenleving Vreemde Taal: Gesetz Mijn Taal: recht Vreemde Taal: Herz Mijn Taal: hart Vreemde Taal: In Mijn Taal: In Vreemde Taal: jede Mijn Taal: iedere Vreemde Taal: komplex Mijn Taal: complex Vreemde Taal: liegt Mijn Taal: liegt Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: von Mijn Taal: economie Vreemde Taal: von Mijn Taal: door Vreemde Taal: Wechselspiel Mijn Taal: wisselwerking
Vreemde Taal: zwischen Mijn Taal: tussen Vreemde Taal: abweichen Mijn Taal: afwijken Vreemde Taal: Anwendung Mijn Taal: applicatie Vreemde Taal: Diese Mijn Taal: Dit Vreemde Taal: ihrer Mijn Taal: hun Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: Konzepte Mijn Taal: concepten Vreemde Taal: manchmal Mijn Taal: Soms Vreemde Taal: tief Mijn Taal: diepe Vreemde Taal: tief Mijn Taal: diep Vreemde Taal: verbunden Mijn Taal: verbonden Vreemde Taal: während
Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: tijdens Vreemde Taal: zwei Mijn Taal: twee Vreemde Taal: als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: als Mijn Taal: dan Vreemde Taal: als Mijn Taal: als (deel van uitdrukking) Vreemde Taal: Letztendlich Mijn Taal: Uiteindelijk Vreemde Taal: Beispiel Mijn Taal: voorbeeld Vreemde Taal: darf Mijn Taal: mag Vreemde Taal: die Form der Vergeltung Mijn Taal: de vorm van vergelding Vreemde Taal: die Gerechtigkeit
Mijn Taal: de gerechtigheid Vreemde Taal: die Rechtssysteme Mijn Taal: de rechtsstelsels Vreemde Taal: ein Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: eine Form der Vergeltung Mijn Taal: vorm van wraak Vreemde Taal: einige Mijn Taal: enkele Vreemde Taal: einige Rechtssysteme Mijn Taal: sommige rechtssystemen Vreemde Taal: Form Mijn Taal: formulier Vreemde Taal: Form der Vergeltung Mijn Taal: vorm van vergelding Vreemde Taal: Für Mijn Taal: Voor
Vreemde Taal: Gerechtigkeit kann als eine Form der Vergeltung interpretiert werden Mijn Taal: gerechtigheid kan worden geïnterpreteerd als een vorm van vergelding Vreemde Taal: Gerechtigkeit kann interpretiert werden Mijn Taal: gerechtigheid kan worden geïnterpreteerd Vreemde Taal: in einigen Rechtssystemen Mijn Taal: in sommige rechtssystemen Vreemde Taal: interpretiert Mijn Taal: geïnterpreteerd Vreemde Taal: kann interpretiert werden Mijn Taal: kan worden geïnterpreteerd
Vreemde Taal: rechtlich Mijn Taal: juridische Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: Systeme Mijn Taal: systemen Vreemde Taal: Systeme Mijn Taal: Systemen Vreemde Taal: Vergeltung Mijn Taal: wraak Vreemde Taal: Andere Mijn Taal: Anderen Vreemde Taal: Andere Mijn Taal: Andere Vreemde Taal: auf Mijn Taal: op Vreemde Taal: auf Mijn Taal: op Vreemde Taal: betonen Mijn Taal: benadrukken Vreemde Taal: fokussierend Mijn Taal: zich concentreren
Vreemde Taal: Heilung Mijn Taal: genezing Vreemde Taal: kann Mijn Taal: kan Vreemde Taal: Kulturen Mijn Taal: culturen Vreemde Taal: restorative Mijn Taal: herstellend Vreemde Taal: Versöhnung Mijn Taal: verzoening Vreemde Taal: Versöhnung Mijn Taal: verzoening Vreemde Taal: Ansatz Mijn Taal: benadering Vreemde Taal: Bestrafung Mijn Taal: straf Vreemde Taal: Dieser Mijn Taal: deze Vreemde Taal: eher Mijn Taal: liever Vreemde Taal: fördert Mijn Taal: bevordert Vreemde Taal: fördert
Mijn Taal: bevordert Vreemde Taal: Gefühl Mijn Taal: gevoel Vreemde Taal: Gefühl Mijn Taal: gevoel Vreemde Taal: Gemeinschaft Mijn Taal: gemeenschap Vreemde Taal: oft Mijn Taal: vaak Vreemde Taal: Verständnis Mijn Taal: begrip Vreemde Taal: Verständnis Mijn Taal: begrip Vreemde Taal: Die Mijn Taal: De Vreemde Taal: diese Mijn Taal: deze Vreemde Taal: diese Mijn Taal: deze Vreemde Taal: erheblich Mijn Taal: aanzienlijk Vreemde Taal: Jurisdiktionen Mijn Taal: jurisdicties Vreemde Taal: Prinzipien
Mijn Taal: principes Vreemde Taal: Rahmenbedingungen Mijn Taal: kaders Vreemde Taal: regeln Mijn Taal: besturen Vreemde Taal: über Mijn Taal: over Vreemde Taal: über Mijn Taal: overheen Vreemde Taal: über Mijn Taal: gedurende Vreemde Taal: über Mijn Taal: Boven Vreemde Taal: variieren Mijn Taal: variëren Vreemde Taal: die Mijn Taal: die Vreemde Taal: Folglich Mijn Taal: Bijgevolg Vreemde Taal: Verfolgung Mijn Taal: tracking Vreemde Taal: Verfolgung Mijn Taal: achtervolging Vreemde Taal: anpassen
Mijn Taal: passen zich aan Vreemde Taal: anpassen Mijn Taal: aanpassen Vreemde Taal: Da Mijn Taal: Als Vreemde Taal: Definitionen Mijn Taal: definities Vreemde Taal: Gesellschaften Mijn Taal: samenlevingen Vreemde Taal: neu Mijn Taal: nieuw Vreemde Taal: Realitäten Mijn Taal: realiteiten Vreemde Taal: ständig Mijn Taal: constant Vreemde Taal: ständig Mijn Taal: voortdurend Vreemde Taal: verändern Mijn Taal: veranderen Vreemde Taal: verändern Mijn Taal: veranderende Vreemde Taal: wachsen
Mijn Taal: groeien Vreemde Taal: wachsen Mijn Taal: groeien Vreemde Taal: zu Mijn Taal: aan Vreemde Taal: zu Mijn Taal: ook Vreemde Taal: zu Mijn Taal: richting Vreemde Taal: durch Mijn Taal: door Vreemde Taal: essentiell Mijn Taal: essentieel Vreemde Taal: fair Mijn Taal: eerlijk Vreemde Taal: Förderung Mijn Taal: bevordering Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: ist Mijn Taal: is Vreemde Taal: Letztendlich Mijn Taal: Uiteindelijk Vreemde Taal: als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: als
Mijn Taal: dan Vreemde Taal: als Mijn Taal: als (deel van uitdrukking) Vreemde Taal: Andrew Nembhard Mijn Taal: Andrew Nembhard Vreemde Taal: auftauchen Mijn Taal: tevoorschijn gekomen Vreemde Taal: auftauchen Mijn Taal: verschijnen Vreemde Taal: bemerkenswert Mijn Taal: opmerkelijk Vreemde Taal: bemerkenswert Mijn Taal: opmerkelijk Vreemde Taal: bemerkenswert Mijn Taal: opmerkelijk Vreemde Taal: der Mijn Taal: — Vreemde Taal: umgestaltet Mijn Taal: herstructurert Vreemde Taal: ein
Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: ein Mijn Taal: een Vreemde Taal: entscheidend Mijn Taal: cruciale Vreemde Taal: entscheidend Mijn Taal: cruciaal Vreemde Taal: Fähigkeiten Mijn Taal: vaardigheden Vreemde Taal: Fähigkeiten Mijn Taal: capaciteiten Vreemde Taal: Fans Mijn Taal: fans Vreemde Taal: Fans Mijn Taal: fans Vreemde Taal: fesselnd Mijn Taal: meeslepend Vreemde Taal: fesselnd Mijn Taal: fascinerend Vreemde Taal: fesselnd Mijn Taal: meeslepend Vreemde Taal: fesselnd Mijn Taal: boeiend
Vreemde Taal: mit Mijn Taal: met Vreemde Taal: NBA-Playoffs Mijn Taal: NBA-playoffs Vreemde Taal: seine Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: spelers Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: speler Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: spelers Vreemde Taal: Spieler Mijn Taal: Speler Vreemde Taal: während Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: terwijl Vreemde Taal: während Mijn Taal: tijdens Vreemde Taal: aber Mijn Taal: maar Vreemde Taal: Anpassungsfähigkeit
Mijn Taal: aanpassingsvermogen Vreemde Taal: Anpassungsfähigkeit Mijn Taal: Aanpassingsvermogen Vreemde Taal: auch Mijn Taal: ook Vreemde Taal: beeindruckend Mijn Taal: indrukwekkend Vreemde Taal: ein Tag Mijn Taal: een dag Vreemde Taal: ein Tag Mijn Taal: een dag Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: eine Mijn Taal: (een) Vreemde Taal: Erwartungen Mijn Taal: verwachtingen Vreemde Taal: im Park Mijn Taal: in het park Vreemde Taal: im Park Mijn Taal: in het park Vreemde Taal: im Park
Mijn Taal: in het park Vreemde Taal: im Park Mijn Taal: In het park Vreemde Taal: Leistung Mijn Taal: uitvoering Vreemde Taal: Leistung Mijn Taal: prestatie Vreemde Taal: müssen Mijn Taal: moeten Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet Vreemde Taal: nicht Mijn Taal: niet Vreemde Taal: Niveau Mijn Taal: gelijkmaken Vreemde Taal: nur Mijn Taal: alleen Vreemde Taal: nur Mijn Taal: slechts Vreemde Taal: präsentiert Mijn Taal: presenteert Vreemde Taal: präsentiert Mijn Taal: gepresenteerd
Vreemde Taal: Sein Mijn Taal: Zijn Vreemde Taal: übertroffen Mijn Taal: overtrof Vreemde Taal: von Mijn Taal: economie Vreemde Taal: von Mijn Taal: door Vreemde Taal: außergewöhnlich Mijn Taal: uitzonderlijk Vreemde Taal: außergewöhnlich Mijn Taal: buitengewoon Vreemde Taal: außergewöhnlich Mijn Taal: uitzonderlijk Vreemde Taal: demonstrieren Mijn Taal: presenteren Vreemde Taal: die Mijn Taal: die Vreemde Taal: er Mijn Taal: hij Vreemde Taal: ermöglichend Mijn Taal: maken mogelijk
Vreemde Taal: Gegner Mijn Taal: Tegenstanders Vreemde Taal: Gegner Mijn Taal: tegenstanders Vreemde Taal: Im Laufe von Mijn Taal: Doorheen Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: sein Mijn Taal: zijn Vreemde Taal: Serie Mijn Taal: serie Vreemde Taal: Spielauffassung Mijn Taal: spelinzicht Vreemde Taal: Spiele Mijn Taal: spellen Vreemde Taal: Spiele Mijn Taal: Spellen Vreemde Taal: Spiele Mijn Taal: wedstrijden Vreemde Taal: Spiele Mijn Taal: Wedstrijden Vreemde Taal: verwirrt
Mijn Taal: verward Vreemde Taal: verwirrt Mijn Taal: verbaasd Vreemde Taal: verwirrt Mijn Taal: verwarde Vreemde Taal: Analysten Mijn Taal: Analisten Vreemde Taal: Analysten Mijn Taal: analisten Vreemde Taal: Entscheidungsfindung Mijn Taal: besluitvorming Vreemde Taal: erhielt Mijn Taal: ontvingen Vreemde Taal: festigend Mijn Taal: verstevigen Vreemde Taal: gleichermaßen Mijn Taal: evenzeer Vreemde Taal: Lob Mijn Taal: lof Vreemde Taal: Status Mijn Taal: status Vreemde Taal: Status
Mijn Taal: Status Vreemde Taal: strategisch Mijn Taal: strategisch Vreemde Taal: und Mijn Taal: en Vreemde Taal: Als Mijn Taal: Terwijl Vreemde Taal: beweisen Mijn Taal: bewijzen Vreemde Taal: fortschritt Mijn Taal: voortgezet Vreemde Taal: Hochdruck- Mijn Taal: hoge druk Vreemde Taal: Hochdruckmomente Mijn Taal: hoge druk momenten Vreemde Taal: immer mehr Mijn Taal: steeds meer Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: in Mijn Taal: in Vreemde Taal: Momente Mijn Taal: momenten
Vreemde Taal: Nembhards Mijn Taal: Nembhards Vreemde Taal: offensichtlich Mijn Taal: evident Vreemde Taal: Playoffs Mijn Taal: play-offs Vreemde Taal: wesentlich Mijn Taal: essentieel Vreemde Taal: wesentlich in Hochdruckmomenten Mijn Taal: essentieel in hoge druk momenten Vreemde Taal: Widerstandsfähigkeit Mijn Taal: veerkracht Vreemde Taal: wurde Mijn Taal: Werd Vreemde Taal: das Team Mijn Taal: het team Vreemde Taal: gerade Mijn Taal: alleen Vreemde Taal: individuell Mijn Taal: individueel
Vreemde Taal: innerhalb Mijn Taal: binnen Vreemde Taal: reflektiert Mijn Taal: weerspiegelt Vreemde Taal: reflektiert Mijn Taal: weerspiegeld Vreemde Taal: Statistiken Mijn Taal: statistiek Vreemde Taal: Statistiken Mijn Taal: Statistieken Vreemde Taal: Synergie Mijn Taal: synergie Vreemde Taal: Talent Mijn Taal: talent Vreemde Taal: Team Mijn Taal: team Vreemde Taal: besser Mijn Taal: betere Vreemde Taal: entfaltete Mijn Taal: ontvouwden Vreemde Taal: getestet Mijn Taal: testte
Vreemde Taal: jede Mijn Taal: iedere Vreemde Taal: sich entwickelnd Mijn Taal: evoluerend Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: Spel Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: wedstrijd Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: Wedstrijd Vreemde Taal: Spiel Mijn Taal: spel Vreemde Taal: Strategien Mijn Taal: strategieën Vreemde Taal: Teamkohäsion Mijn Taal: teamcohesie Vreemde Taal: war Mijn Taal: was Vreemde Taal: Beiträge Mijn Taal: berichten Vreemde Taal: Beiträge Mijn Taal: Bijdragen Vreemde Taal: Erzählung
Mijn Taal: narratief Vreemde Taal: für Mijn Taal: voor Vreemde Taal: gemacht Mijn Taal: maakte Vreemde Taal: herum Mijn Taal: rond Vreemde Taal: Letztendlich Mijn Taal: Uiteindelijk Vreemde Taal: Name Mijn Taal: naam Vreemde Taal: Nembhard Mijn Taal: Nembhard Vreemde Taal: nicht nur Mijn Taal: niet alleen Vreemde Taal: nicht nur Mijn Taal: niet alleen Vreemde Taal: nicht nur Mijn Taal: niet slechts Vreemde Taal: sich selbst Mijn Taal: zelf Vreemde Taal: sich selbst Mijn Taal: zichzelf
Vreemde Taal: sich selbst Mijn Taal: zichzelf Vreemde Taal: umgestaltet Mijn Taal: herstructurert
