¶ Fiet's Verhaal: Wooncrisis Na Oorlog
Ik kreeg de fles omdat het hoofd van de school... De burgemeester heeft opgebeld. En zei, ik heb een onderwijzeres die voor geen goud kwijt wil. En het komt er nu op neer dat ze onder de burger moet slapen. Dit is Fiet Kraamwinkel, inmiddels 98 jaar oud. Haar hele werkende leven was ze onderwijzeres. Toen zij eind jaren 40 begon met werken, was er net als nu grote woningnood.
Voor ongetrouwde, werkende vrouwen was het in die tijd helemaal onmogelijk om aan eigen woonruimte te komen. De heersende gedachte was dat vrouwen zouden trouwen en een gezin zouden stichten. Alleenstaande vrouwen konden zich nergens inschrijven. Ze hadden gewoon geen rechten op de woningmarkt en werden geacht thuis bij hun ouders te blijven of een kamer te huren bij een hospita.
Smal een vrij donker trappenhuis naar boven en ik wacht op de lift naar de zesde verdieping. Nou, hartstikke leuk. Wat, ben jij groot? Ja, hè? Ja, te gegroeid. Openluchtschool, openluchtschool, met je klassen licht en fris. Fiet was mijn lievelingsjuif. En dat was niet alleen van mij, maar ook van mijn oude klasgenoten en van vele anderen. Ik ben geboren in Zonnegelore. De zucht van de Ziedende Zee. In 1926 in Haarlem. Je hebt die flat gekregen omdat je onderwijsweest was.
Je hebt overal nergens gewoond. Er was enorme woningnood. Ja. En toen heeft hij, het hoofd van de school, gezorgd dat de woningbouwvereniging, dat die voor mij een eenklamerflat had. Het was best een prima kamer, ik kan niet anders zeggen. En daar had ik ook een piano. In ditzelfde gebouw, op de andere verdieping, op de vijfde. In dit huis woon ik vanaf 85.
Maar in de flat woon ik al vanaf 1963. Maar nu moet Fiet na 63 jaar verhuizen. De hoogbouwflat waar zij woont in Amsterdam-Nieuw-West wordt grondig gerenoveerd. Alle bewoners moeten eruit. Dat zie ik tegenover natuurlijk. Ten eerste dat ik mijn huis uit moet. En ten tweede het hele gedoe.
¶ De Strijd om Vrouwenhuisvesting
Fiet Kraamwinkel was niet de enige die in haar jonge jaren snakte naar hun eigen plek om een onafhankelijk leven te leiden. Ongehuwde vrouwen, die door te werken financieel onafhankelijk waren, werden in het midden van de 20e eeuw gezien als een uitzondering. Nederlandse vrouwenorganisaties beijverden zich al sinds de vorige eeuwwisseling voor woonruimte voor ongehuwde vrouwen.
Tussen 1953 en 1956 werden er grootschalige woonwensonderzoeken georganiseerd. Waar hadden de vrouwen zelf behoefte aan? De respons was overweldigend. Er deden wel 7000 vrouwen mee. Ik ben stenotypiste en ik ben 36 jaar. Ik woon nu bijna. Twintig jaar op kamers. Als ik mijn kamerdeur open doe, sta ik in de keuken waar praktisch altijd iemand bezig is. Dat is langzamerhand wel een nachtmerrie aan het worden. Ik zou eindelijk ook graag eens op mezelf wonen.
Juist de alleenstaande vrouw heeft meer dan enig ander behoefte aan een eigen home, waar zij haar eigen sfeer kan scheppen. Ik ben kantoorbediende en 49 jaar. De kamer zelf bevalt mij wel, maar... De zolderkamer naast mij is ook bewoond. De kamers zijn alleen maar gescheiden door een dun houten plankje. Dus heel gehoorig. Het kleinste geluid hoor je van elkaar. Dat is niet prettig. Deze citaten komen uit de tentoonstelling.
¶ Een Kamer Voor Jezelf
Een kamer voor jezelf. Over de initiatieven voor het realiseren van zelfstandige woonruimte voor vrouwen. Ik ben Laura Lubbers. Tijdens het onderzoek voor deze tentoonstelling... ging ik me steeds meer realiseren dat iedereen een woongeschiedenis heeft. Je wordt ergens geboren, dan ga je weer ergens anders wonen. Hopelijk, mensen die geluk hebben, die hebben hun hele leven een huis, maar...
Waar dat huis staat, hoe je woont met je familie, met vrienden, met een geliefde. Alleen waar dat huis in de stad is, of het in de stad is. bepaalt een mensenleven. De tentoonstelling gaat over wooncomplexen in Amsterdam die zijn gebouwd voor alleenwonende vrouwen. Dus het begint bij het Begeinhof uit de 14e eeuw. Het eindigt bij de laatste vrouwenflats uit de jaren zestig van de twintigste eeuw. Die gebouwd werden voor werkende vrouwen die alleen wilden wonen.
Dus het is eigenlijk een soort reis door de tijd, maar ook door de stad. En telkens zie je weer een nieuwe stap in het denken over alleenwonende vrouwen. Hoe daarvoor gebouwd moet worden. Waarom die vrouwen... Alleen wonen, daar wordt ook steeds anders over gedacht. Maar het belangrijkste is denk ik dat het laat zien dat er dus altijd...
¶ Het Begijnhof: Vroege Zelfstandigheid
vrouwen zijn geweest die niet in een gezin, niet bij hun ouders of niet met een man en kinderen, maar alleen woonden. Het Begijnhof aan het Spui in Amsterdam... is behalve een wereldberoemde toeristische attractie het oudste woonoord opgericht voor alleenwonende vrouwen. Al sinds de 14e eeuw wonen hier vrouwen zelfstandig in het hart van Amsterdam.
Afgezien van de miljoen bezoekers per jaar is het een oase van rust en contemplatie. Heel oude huizen staan dicht tegen elkaar in een kring rond een kerk in het voormalig bleekveld. Ik beklim de steile trappen naar de woning van Lida van Tilburg. Ik ben Lide van Tilburg, ik ben 73 en ik woon dik 36 jaar op het Begeinoven in Amsterdam. Ik heb nu een huis van ongeveer 70 vierkante meter, weliswaar verdeeld over 2,5 etage. Maar het past me als een jas. Ik vind het fantastisch.
Ja, het is klein, maar fijn. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja. Ja, ja, ja. Ja, ja. Ja, ja, ja. Ja,
Maar ik hoop maar als je het me elke dag doet, dat je het blijft kunnen. Ja, de inschrijvingregel is dat je dus ouder dan 35 en het heeft gewoon mee te maken dat je hier dus niet met een man kan wonen, ook niet met een vrouw hoor trouwens. Dit zijn woningen voor mensen die alleen wonen.
Je hoeft niet alleen staan te zijn, maar wel alleen wonen. En dat toch een beetje, als je dertig of vijfendertig bent, dan heb je wel een beetje een idee hoe je je leven wilt gaan invullen. Dit is een van de oudsten. De enclaves voor alleenstaande vrouwen. Begijnen waren vrouwen die niet in een klooster wilden wonen, maar ook niet wilden trouwen. Nou, en dat was dus best ingewikkeld in de middeleeuwen, van hoe doe je dat nou? Je legde ook geen gelofte af hier, je kon ook altijd er weer uit.
Je ziet ook op het Begijnhof dat alle huizen verschillend zijn. Dat heeft ook te maken met dat er rijkere Begijnen en minder rijker waren. De huizen waren hun eigendom. Wat ook heel bijzonder was voor vrouwen in die tijd dat ze hun huis bezaten. En wat wel gebeurde is dat de rijkere vrouwen, rijkere begrijpende, armere vrouwen bij zich in huis namen. Het was divers. Het had in die zin geen sociale doelstelling. En het was hun eigen bezit. Ze hadden het heeft in handen.
Dus hebben ze dan als collectief de grond gekocht? Ja, dat is eigendom. Hoe doe je het nou met je verkeering? Moeten die hier kousenvoeten naar binnen sluiten? Nee hoor, nee. En die mag ook gewoon met de schoenen er weer uit. Nee, kijk, het is niet de bedoeling dat je hier samen woont. Het is wel grappig. Eén ding wat geen onderwerp is, dat is mannen.
Mannen zijn gewoon geen onderwerp van gesprek hier. Er kan ontstaan ruzies over een kat of een fies of whatever. Maar niet over mannen. Maar voor de mensen die hier wonen...
¶ Kamers met Kostvrouwen en Vrouwenactie
Sorry mannen, jullie zijn echt geen onderwerp van gesprek. Het begon dus al met de begeinen die als ongehuwde vrouwen woonruimte voor zichzelf schiepen. In de 20e eeuw zijn het de vrouwenorganisaties die ervoor zorgen dat er verandering komt in de woonomstandigheden van werkende ongehuwde vrouwen.
Niet alleen in Amsterdam, maar overal in het land worden initiatieven genomen om voor de eigen achterban of doelgroep zelfstandige woonruimte te creëren. Zoals in Den Haag, Rotterdam, Bussum en Hilversum. Ik ben Veerle Lijntse en ik ben architectuurhistoricus. Ik heb mijn masterscriptie geschreven over woningen voor de alleenstaande werkende vrouw. Vrouwenfles die speciaal voor hen gebouwd waren, waar zij dus als eerst eigenlijk konden wonen.
Ik vond het ook interessant dat het eigenlijk zo vroeg in de 20e eeuw al werd gebouwd. Als je als vrouw niet trouwde, dan bleef je handelingsbekwaam. Dus dan kon je je eigen beslissingen maken, je eigen rekeningen betalen. Maar dat stopte eigenlijk dan een beetje met waar woon je dan? Of je bleef thuis wonen bij je familie of je ging op kamers. Maar dat op kamers gaan was vaak met een hospita.
Dus had je dan de regels te volgen van de hospita. Daar zaten ook beperkingen aan. Je mocht vaak niet koken. Je moest op bepaalde tijden douchen of de badkamer gebruiken. Dus je had niet je privacy. Daar ik 40 jaar ben en nog bij mijn ouders inwonen, heb ik veelerlei bezwaren. Ten eerste dat men op deze leeftijd zelfstandig wil zijn en dat in het ouderlijk huis natuurlijk nooit kan.
Vooral niet als het huis bovendien zo klein is dat ieder niet eens een eigen kamer kan hebben. Ik deel een kleine slaapkamer samen met mijn zuster, wie er verloofde ook in ons huis woont. Maar men kan in ons huis nooit eens met zichzelf alleen zijn. Laat staan logees ontvangen. En je kon er ook op ieder moment uit je kamer worden gezet. Omdat er ook niet echt, zoals nu, een huurdersbescherming was.
Dus het was ook heel onzeker. En hoe ouder je wordt, hoe onprettiger het natuurlijk is om op kamers te zijn.
¶ Ideale Woonsituatie en Gemengde Milieus
En hoe moeilijker het ook wordt om weer een nieuwe kamer te vinden. Hoe willen ongehuwde werkende vrouwen wonen? Waar dromen ze van? En waar hebben ze behoefte aan? Die woononderzoeken werden op initiatief van vrouwenorganisaties uitgezet. En dat was eigenlijk echt een gebundelde kracht. Dus meerdere vrouwenorganisaties die dat samen verspreiden onder hun leden. Om na te gaan wat...
Wat wil de alleenstaande werkende vrouw nou voor thuis? Waar wil zij wonen? Voor ons jongeren komen een paar dingen er in hoofdzaak op aan. Een ruime, niet te grote kamer en een... Liefst privé kook- en wasgelegenheidje om jezelf te wassen. En vrijheid. En dat dan alles voor een zacht prijsje. En voor de rest, och. Comfort, makkelijk, maar niet noodzakelijk. We verzinnen er wel wat op. We prutsen er wel graag wat zelf.
De belangrijkste dingen uit de woonmensonderzoeken waren toch wel een eigen keuken. Dus om je eigen maaltijd te kunnen maken. Een eigen badkamer. Dat is natuurlijk ook best wel bijzonder in de jaren 50. Toen had ook nog niet iedere gezin zo. En vooral eigenlijk dat je iets voor jezelf hebt. Het liefst een tweekamerwoning, dus een zitkamer en een aparte slaapkamer. En dan het liefst ook nog een beetje dichtbij werk.
En in 1956 wordt het vanuit het ministerie voor ruimtelijke ordening wel gezien van oké, ja. Die mogen ook wel een plekje krijgen, de alleenstaanden. Dus wordt er een comité opgericht met zes mannen en drie vrouwen. Onderzoek ook doen naar wat zou dan een goede modelwoning kunnen zijn. En ze maken vier plattegronden. Maar eigenlijk de meest sobere, kleine wordt tentoongesteld op de bouwrij in Rotterdam.
En dat is een kleine één-kamerwoning met een slaapnis. En als dat natuurlijk tentoongesteld staat, dan lijkt dat de norm. Maar dat is eigenlijk ook alles wat de woonwensonderzoeken tegenspreekt. Het viel mij het meest op dat de vrouwen niet met alleen vrouwen wilden wonen. Ik vind het dan toch wel grappig dat de vrouwenorganisaties zich zo inzetten voor de vrouw, maar daar dan misschien een beetje aan voorbij gaan.
Maar ik snap het wel, want die vrouwenorganisaties zeggen wij komen op voor onszelf. En als de man eigen woning wil, kan hij dat ook zelf regelen. En dat is ook zo, ja. Dat wordt weer meegelift natuurlijk. Waarom willen ze liever in een gemengde omgeving, denk je? Ik denk dat vrouwen liever in een gemengde omgeving wonen. Omdat je staat denk ik toch gewoon wat meer in de samenleving. Wordt niet. zo de nadruk opgelegd dat je een
ongehuwde vrouw bent in je eentje, want dat was natuurlijk al een uitzonderingpositie die je had. Het kan misschien ook kwetsbaar hebben gevoeld van, oh, daar wonen alleen maar een beetje zielige vrouwtjes in zo'n flatje alleen.
Maar ik denk ook gewoon, als je single bent, hoef je ook niet met alleen maar singles om te gaan. Of als je getrouwd bent, hoef je ook niet met alleen maar getrouwde stellen om te gaan. Ik bedoel, ja, je gaat toch met bijna iedereen om in de samenleving als je daar zin in hebt.
¶ Fiets Passie: Muziek en Verhuizing
In haar galerijflat op de zesde verdieping, met witte vloerbedekking en sobere jaren zeventig meubels, bereidt Fietkraamwinkel zich voor op haar verhuizing. De zitkamer wordt vrijwel geheel in beslag genomen door haar vleugel. Haar hele leven speelde ze piano. Maar met haar 98 jaren heeft ze niet meer de kracht in de vingers om de toets aan te slaan. Niet klagen, maar dragen. Mijn ouders, voordat ze meubels kochten, hadden ze een piano gekocht. Tweedehands natuurlijk.
Want ze hadden zoiets van, onze kinderen moeten onmiddellijk piano leren spelen. Ik heb nu vier kamers. En dat is natuurlijk uitzonderlijk, dat krijgt niemand meer. En hoe kwam ik aan die vierkamerwoning? Omdat ik een vleugel had. En die vrouw zei, je bent zo'n prachtig goede bewoonster. Wij geven u die vierkamerwoning. En ik weet niet eens meer hoe die nou heet.
Want ik had een piano, die kwam hij altijd stemmen. En hij zei, Fiet, het is idioot, maar jij moet echt een vleugel hebben. Die piano die gaat weg en we gaan hem gewoon inruilen. En toen heb ik dus ingerold. Zij heet Ellen. Zij is een dierbare oud-leerling, een beschermeling van mij vroeger. En de vleugel gaat naar haar toe. Oh ja? Ja. Van vrouwen die beschermd moesten worden tegen de boze buitenwereld...
¶ Vrouwenhuisvesting: Van Bescherming naar Toegang
Tot vrouwen die juist graag de buitenwereld de hunnen wilden maken. In de loop van de vorige eeuw is er heel wat veranderd. Eigenlijk vond ik het interessantste en het meest verrassende dat de bedoeling van die gebouwen voor vrouwen eigenlijk gewoon 180 graden draait in een eeuwtijd. Historicus Laura Lubbers over haar onderzoek voor de tentoonstelling over de geschiedenis van woonruimte voor vrouwen.
Dus dat er heel lang gebouwd is voor vrouwen om vrouwen te beschermen tegen de gevaarlijke stad. Dat waar ze als ze alleen op straat zouden lopen, lastig gevallen zouden worden. Maar vaker nog dat ze zelf in de vrouwen... verleiding gebracht zouden worden om het verkeerde pad op te gaan. Je hebt aan het begin van de 20e eeuw veel tehuizen voor meisjes en ook voor werkende vrouwen. Dus niet alleen jonge meisjes, maar je hebt bijvoorbeeld, je zit ook in de tentoonstelling, het Huizen Lydia.
op het Roelof-Hardplein. En dat was echt een gebouw waar die meisjes en vrouwen... beschermd werden tegen de gevaarlijke stad. Waar ook... ...avondprogramma's gedaan werden, breiklubjes en leesclubjes... ...zodat die meisjes maar niet naar de bioscoop zouden gaan of naar het café. Want dat was wel het grootste en engste wat er was. Dus dat zo'n gebouw een soort burcht is.
Terwijl je vanaf de jaren 40, eigenlijk vanaf echt die flats voor de werkende vrouwen, zie je een totale omkering. Die flat is er om de vrouw toegang te geven tot de stad, zodat zij ook in de stad kan wonen en alle mogelijkheden die de stad biedt, kan gebruiken. Dat ze naar de film kan gaan en dat ze naar de bibliotheek kan gaan en naar het café.
rare mensen kan ontmoeten of leuke mensen of interessante mensen. Dat ze kan werken, kan studeren. En je ziet dat ook in de architectuur bijvoorbeeld. Huize Lydia is echt dicht. Kleine raampjes, echt zo'n Amsterdamse school. Bakstenen. Terwijl de Klokkenhof of de Oranjehof zijn open, hebben veel glas, heel modern. Ik vind dat een hele mooie omdraaiing en dat je echt ziet architectuur. En wat daarmee bedoeld wordt, hoe uiteindelijk het leven van die vrouwen vorm krijgt hangt allemaal samen.
¶ De Oranjehof: Pionierend Wonen
Nou, er is zo'n kort gebouw los. Zo'n standaard staand gebouwtje. Dan ga je naar binnen. Er zijn een heleboel postbussen. Daar is een bellenbord. En dan kom je in een heel ruime... Ik ga een kijkje nemen in de Oranjehof. Een statig flatgebouw van zeven verdiepingen aan de kost verloren vaart in Amsterdam. waarvan de bouw in de eerste twee jaren van de Tweede Wereldoorlog met veel kunst en vliegwerk is gerealiseerd.
Het was het eerste project van het architecten-echtbaar Pot Keegstra. Jacoba, roepnaam Koos, was een van de eerste vrouwen die afstudeerde als architect in Delft. De Oranjehof was voorzien van allerlei moderne voorzieningen om het de werkende vrouw gemakkelijk te maken. Veerle Lijnsen. Ja, Potkeegs is natuurlijk ook een van de allereerste vrouwelijke architecten. En haar allereerste opdracht was de Oranjeflat in Amsterdam. Waar ze ook heel erg inzette op gebruik.
voor de gebruiker. En ik denk dat vooral de gebruiker centraal staat in al haar ontwerpen. Maar dat ze ook zelf een vrouw is, heeft misschien wel wat bijgedragen aan dat je die nog centraler wilt stellen. Anne Buiten is een van de oudste bewoners van de Oranjehof. In 1978 heb ik de flat gekocht. Dit is een koopflat. En toen moest die opgeknapt worden. En toen ben ik in 1979...
Het was prachtig, dat zou je nou niet meer zeggen. Maar toen ben ik erin komen wonen. Ja, nu kan je wel zien dat jij een straffe rookster bent. Ja, en altijd geweest. En wat is jouw geboorte juist, mag ik vragen? Eh, 1940. Dus je bent toch één van de auto's te fletten ongeveer? Ja, en het was een coöperatie. Inmiddels zijn bijna alle één- en tweekamerwoningen in de flat verkocht en wordt de coöperatie omgezet in een VVE. Ik krijg een rondleiding door de piepkleine woning van 30 vierkante meter.
Slaapkamer? Ja. Nou, dat is een klein slaapkamer. Juist. Dat kan geen... Nou, mensen hebben er... Twee persoons best in, geloof het of niet, maar dan staat het ook meteen vol. 42 en dan kan je er net naast lopen. Ja, zoiets. Maar jij hebt hier een klein beetje neergezet. 90, ja. Ik heb altijd gezegd...
Als ik nog iets groter, dan neem ik een vriend en die heeft dan een groter huis. Tegenover is de badkamer. Maar dat was heel luxe in 1942. Een badkamer. De meeste huizen in Amsterdam hadden geen badkamer. Nee, nee, nee. Met een wc en een douche en een wastafel. Ja, maar hij is wel een beetje klein, maar goed voor één. Er wonen hier mensen met z'n tweeën, hè?
Maar deze flat was wel bedoeld voor één persoon. Ja, en voor vrouwen alleen. Toen ik dus hier kwam, toen was dat nog. Maar een jaar daarna is dat helemaal veranderd. Was je voor of tegen? Ik was voor. Ja, hallo! Want ik was al veertig toen ik hier kwam, of negen, achtendertig zeg maar. Was oud hoor. Gaan we door naar de keuken? Ja, dan gaan we door. En welke berichtingen? De voordeur in het gangetje. Die is vernieuwd. Je hebt het gezien. Ze zijn overal bezig om te vernieuwen.
Met dubbel grot. Dit is een heel compacte keuze. Een cockpit is het he? Ja. Op de koelkast heb je je gasverwaardigstel. Dat heeft iedereen. Dan heb je doorgang naar de woonkamer. De schuifdeur? Ja, die heb ik zelf erin laten zetten. Want er zat ook een deur? Ja, ja, ja. Maar hoe draaide die dan open? Ja, dat moet je mij niet vragen. Er ging dingen naar de buitenkant. En dan kon het je. Het is jammer dat het zo klein is. Ja, dan heb je een French bell.
Ja. Maar je hebt een schitterend uitzicht aan. Dan moet je nog even dit zien. Kijk, hier meteen om het hoekje. Ja. O, dat is een nis. Ja. Eigenlijk met een gordijn ervoor en dat heeft precies plek voor je stofzuiger en je bezem. En dat vind ik nou wel handig. Er is wel echt over nagedacht dat het op een kleine oppervlakte zo even...
Maar een heleboel mensen, vooral mannen, hebben hun pakken hierin. Maar je bent wel van plan om hier gewoon te blijven tot je laatste snik? Ik wil 100 worden. Ik weet niet of ik het haal als ik zo ben zoals ik nu ben, want ik loop dan niet lekker. Maar de jongeren zijn weer beter geworden. Ze helpen me. Ik heb zo'n boodschapperkarretje. En dan sta ik daar, want je moet een trapje af om bij mij te komen. En dan helpen ze me. Ja. En als ik wat heb...
Dan kan ik ook altijd, want ik ben helemaal geen computermens. En dan heb ik weer wat. En dan komen ze even helpen. In het nieuwe instituut heb ik het archief van Potkeegstra een hele leuke afbeelding gevonden. Dat is eigenlijk gewoon de plattegrond van een woning. En die is eigenlijk al helemaal gezellig ingericht getekend vanaf bovenaf te zien.
Maar er liggen ook hoedjes op tafel. Een vrouw in bed. Er liggen slippers in de douche. Het is gewoon heel gezellig. Kleedjes op de grond met stipjesmotief. Plantjes in de vensterbank. Ja, echt voor de vrouw die denkt, ik ga gezellig hier wonen met mezelf. Het wordt echt mijn eigen home. Laura Lubbers. Vanaf de Oranjehof, dus vanaf de jaren 40... De flats voor werkende vrouwen zijn er echt op gemaakt om de werkende vrouw een zo...
...makkelijk en aangenaam en vrij mogelijk leven te geven. Dat je niet een slaaf bent van je huishouden. Maar er was bijvoorbeeld ook... in al die flats een huismeester... die bijvoorbeeld pakketjes en boodschappen aan kon nemen. Het was echt de service. Het waren juist de organisaties van werkende vrouwen...
¶ De RVS-Flat: Een Vrouwendroom
Die er echt voor hebben gezorgd dat dit soort gebouwen er kwamen. Het was altijd ook wel weer een complexe samenspel. Want vaak begon het dan met die organisaties. Die gingen dan met een... projectontwikkelaar in zee en die wilde dan ook wel weer eraan verdienen. En dan was het weer een enorm gehannes. Maar die vrouwenorganisaties kwamen absoluut met het idee. Die zagen de noodzaak.
Rotterdam, op de hoek van de Beukelsdijk en de Suze Groeneweeglaan staat een hele grote galerijflat. Beneden op de Kopsekamp is een winkeltje. Met levensmiddelen. En aan de voorkant een plantsoen. Een rotonde. En verder een kerk. Midden in de stad. Prachtig uitzicht. Ik ben hier in... 1999 komen wonen. Ik ben te gast bij Anita Heikoop. Ze schreef met medebewoner Jacob Bakker...
Een boek over de geschiedenis van de RVS-flit. En toen ben ik eigenlijk met hele andere ogen ook wel naar ons woongebouw gaan kijken. Ik weet wel ongeveer dat het vaak als hunkerbunker wordt benoemd. Maar dat er een hele compleet geschiedenis vanuit de vrouwenbewegingen en vanuit de woningnood.
Vanuit architectuur is er best wel belangrijke dingen over te zeggen. Dat wist ik toen niet. En toen ik me erin ging verdiepen kwam dat allemaal naar boven. Wat is het belangrijkste wat je geleerd hebt van je onderzoek? Eigenlijk twee dingen. Dat de totstandkoming van de flat een lange geschiedenis heeft gehad. En niet zomaar een besluit is geweest van een of andere woningbouwvereniging. Maar dat de vrouwenbewegingen daar echt heel...
...lang meer bezig zijn geweest gestreden hebben dat het er kon komen. De gemeente, en dat was heel bijzonder, heeft heel lang deze plek vrijgehouden. En het is midden in een best mooie wijk in Rotterdam. Wat mij persoonlijk het meest heeft geraakt is eigenlijk... de blijdschap die Doorklink van de oorspronkelijke bewoners. Mensen die hier in 1958, 1962 zijn komen wonen. Er waren vele malen meer inschrijvingen dan dat er woningen waren. En dat iemand die dan haar hele leven als onderwijs...
...heeft gewerkt, op 44-jarige leeftijd hier dan voor het eerst een eigen voordeur krijgt. En dan voor het eerst vriendinnen te logeren kan krijgen en een eigen... ...plek heeft waar ze niet afhankelijk is van familie of hospitaat. Dat ontroert mij nog steeds eigenlijk, hun blijdschap. En terecht, denk ik, zeker vanuit de perspectief van nu... ...dat je een eigen plek heel gewoon vindt.
Maar toen de dames hier kwamen wonen, was er dus een koelkast bij de huur inbegrepen. Dat was heel luxe. Er was warmwatervoorziening, dat was ook luxe. Er was een douche, dat was ook... Niet wat de meeste mensen gewend waren. Dat was ook Luxaflex. Dus eigenlijk was het in 1958 redelijk recht toerecht aan ingedeeld. Maar zeker met heel veel comfort voor die tijd.
En de Vrouwenadviescommissie, een heel belangrijk instituut in het bouwen van de jaren 50-60, tot in de jaren 70 denk ik, waren ook nauw betrokken bij dit project. Dat kwam allemaal weer vanuit vrouwenbewegingen. Heel belangrijk, deze flat is ontworpen door juffrouw Jansen, een vrouwelijke architect. En dat is ook voor die tijd heel ongebruikelijk. Ik heb net een bezorger.
¶ RVS-Flat: Slim Ontwerp en Evolvatie
Met boodschappen aan. Dat lopen over de galerij. Op zoek naar het nieuwe nummer. Ja, dat is hier. Kijk eens aan, we komen tegelijkertijd aan. Ze gaan niet meer hier in het luikje. Nee, dat zit dicht. Vertel ik je zo. Bernie Nijenhuis is een bovenbuurvrouw van Anita. De boodschappen even aan het inladen. In je supercompacte koken. Maar zeg dat. Het is heel slim gebouwd dit allemaal. Een vriend van mij heeft bouwkunde gestudeerd. En de eerste keer dat hij die woning hier zag.
bleef hij maar van oh slim, oh slim, optimaal gebruikt. Net kwam de bezorger met de deur open en dan sta je in het portiekje aan de galerij en dan zijn er drie kastjes Nou voor elkaar? Ja. Of drie deurtjes en zitten nu verroeste hangslotjes op? Ja. De onderste, daar zit een gasmeter. Hier boven de elektriciteitsmeter.
En dit was een luikje. Daar zit dus geen slot op. Daar kon de kruidenier de boodschappen neerzetten. Dus dat was natuurlijk voor de werkende vrouwen ideaal. Je hoeft er niet thuis te blijven voor dit soort dingen. Tijden zijn veranderd. En al die luikjes zijn dichtgezet. Want je kon er dus niet alleen boodschappen in zetten. Als je best wel een magere junk bent, dan kan je dus door dat luikje naar binnen.
Nu is 50 vierkante meter voor één persoon nog steeds een beetje klein huis. Daar ben ik het zelf niet helemaal mee eens. Maar dat wordt ooggemeen niet als groot beschouwd. Terwijl toen wonen er altijd twee mensen in een flat van 50 vierkante meter. Ook als ze geen stel waren?
Zeker ook als er geen stil waren. Maar mocht je hier dan alleen maar met twee mensen wonen? Dus je had weer niet een flit voor jezelf. In het huis waar ik woon, dat is 50 vierkante meter, was het voor twee mensen heel expliciet. Er zijn ook studio's, die zijn twee en... 30 plus vierkante meter. En er zijn twee soorten huizen op de hoeken die 45 vierkante meter zijn, maar dat was dan voor één persoon.
Dus dan had je wel je eigen flat, maar dan moest je hem toch weer met iemand anders delen. Ja. Kan je het laten zien? Heb je dan twee slaapkamertjes? We staan nu in de woonkamer en zoals je kunt zien zit hier nog een soort boog van hout. Een glazen wand was hier. En dan kon je dit dus een slaapkamer maken of je kon er een studiekamer van maken of je kon er een eetkamertje van maken.
Dat er twee mensen woonden die niet een stel waren, kun je een beetje zien. Omdat de badkamer die in Pandig is, die heeft twee deuren. Dus je kunt vanuit de bovenkamerbeuren in en je kunt ze ook vanuit de slaapkamerbeuren in. Oké, dan stappen we door de badkamer in het slaapkamerbeuren. Precies. En hier was een aparte wastafel aan de muur. Dus je kon ook een verdeling maken dat iemand de slaapkamer...
met wastafel had en de andere persoon had de woonkamer met eigen slaapkamer. Je kon ook een verdeling maken dat... Elke bewoner een slaapkamer had en ze hadden dan samen de woonkamer. Je kan dus eigenlijk helemaal rondjes lopen in de flat. Dus de slaapkamer is iets van tien vierkante meter, schat ik. Daar zijn ook wel foto's van uit mijn hoofd. Dat er een klein bureautje of een klein tafeltje... Stoeltjes stond. Dus dat je een soort van slaap zitkamertje had.
Het is een functionalistisch gebouwd gebouw, dus wij staan heel goed op de windrichtingen en het licht. Dus de keuken is op het noordoosten, de slaapkamer ook en dan heb je je woonkamer op het zuidwesten. En dat betekent dat je een ontzettende lichte fijne woning hebt. Een buurvrouw die hier heel lang heeft gewoond. Vanaf het begin totdat zij is overleden. Begin van de flat. Die zei altijd van toen ik hier kwam kon ik alles. Maar toen had ik al die voorzieningen.
En nu kan ik niet meer die dingen zelf, maar nu moet ik wel de trap af, mijn vuilniszak naar beneden dragen, naar beneden om de post op te halen en zelf boodschappen doen. Dus dat heeft een soort van tegenbeweging gemaakt.
¶ Het Louise Wendt Huis en Stigma
Voorzieningen in zijn algemeenheid eigenlijk. Hier woonde jij? Ja. Even de gang in. Ja. Ik ga dan even bij jou aanbellen. Veerle woonde als student in de Louise Wendt flat. Schuin tegenover het Amstelstation in Amsterdam. Wat is het verhaal achter deze flit die opgeleverd werd in 1963 en die is ontworpen door Margret Staal Kropholler? Ja, Margret Staal Kropholler was een van de eerste Nederlandse architectes. Zij was getrouwd ook.
met een architect Frits Staal. En zij werkte ook samen met hem op het bureau. Maar ze deed ook eigen ontwerpen. En haar laatste ontwerp is het Louise Wendhuis. En dat is eigenlijk volgens mij wel haar grote droom geweest. omdat ze al in 1919 plannen had voor een te huis voor meisjes. En dat is eigenlijk verder ontwikkeld naar een flatgebouw voor alleenstaande werkende vrouwen. Het Louise Wendhuis was een initiatief van de SOR-optimisten.
Een wereldwijde organisatie van vrouwen die opkomt voor de belangen en de rechten van vrouwen en meisjes. Zij wilden voor hun eigen leden veilige, fijne huisvesting. En dat hebben ze met veel pijn en moeite. Toch weten te realiseren. Het is een onhandige kavel aan een dijk. Een heel smal strookje. Dus het is erg knap dat het best een grote nette flat is geworden. Uit mijn hoofd 164 woningen.
In verschillende types, dus één-kamerwoningen, twee-kamerwoningen. En ook nog logeerkamers, een conciërgewoning, bergruimtes en een garage. En voorheen zaten er ook nog twee toko's in. Je ziet dat het een jaren zestig flat is. Het is erg functioneel. Sober aan het exterieur. Maar verrassend in het interieur. Erg licht ook, grote ramen. En dat maken het ook lichte woningen als je binnen bent. Het is niet een klein holletje eigenlijk wat je hebt. Dus dat is erg fijn.
En het centrale trappenhuis heeft ook nog zitjes en ook gezamenlijke balkons. Sneek er naar binnen om het prachtig lichte trappenhuis te bewonderen. Het verrassende vind ik dat van binnen is het elegante in speels. Toen het aan de buiten komt denk je, wat een beetje treurig, jaren vijftig, streng. Ja. Paponnetjes aan de straatzijde. Ja. Op het drukke verkeer. Ja. Maar misschien past dat juist ook wel heel erg bij...
Het hebben van een eigen home en dat dan de binnenkant eigenlijk het belangrijkste is. Dat het uiterlijk of het exterieur er niet toe hoeft te doen. Maar dat vooral je binnen, het interieur, echt van jou. is en dat je dat echt je eigen kan maken. Laura Lubbers. Ik denk dat het bij mensen een soort kortsluiting gaf ook soms van
Een vrouw is toch altijd deel van een gezin, een moeder of een dochter of een zus of een echtgenote. Maar als ze dat allemaal niet is, wat is ze dan nog? En dan moeten we er dus als een echt... persoon zien. En dat is heel lang heel moeilijk geweest. En nog steeds denk ik dat er best wel een stigma ligt op vrouwen die alleen blijven, vrouwen die geen kinderen krijgen. Dat heel vaak mensen denken, oh het is je niet gelukt, wat erg.
¶ Fiets Nieuwe Thuis en Levenslessen
Terwijl het ook heel vaak een hele bewuste keuze is. Fietkraamwinkel is ondertussen verhuisd naar een seniorenwoning bij haar in de buurt. En hoe voel je je? Uitstekend. Eerst zei ik al als een kat in een vreemd pakhuis. Maar ik ben helemaal gewend. Want ik heb zo'n prachtige grote kamer. En in mijn oude huis had ik een... Eetkamer en een zitkamer. En in de zitkamer stond mijn vleugel. Maar dat is nu hier aan één gesloten, één groot heel.
Oppervlakte is net zo groot als twee andere kamers vroeger. Ik hou van ruimte. Ik vind het heerlijk. Kijk, die vleugel, die mis ik meer psychisch. Dat is front. Het chagrijn zit niet zo erg in mijn aard. Dus als ik dat voel opkomen, dan denk ik toezeg. Je bent bijna honderd, hou alsjeblieft op met je gezeur. Nee. Wat wilde Fiet, toen ze nog onderwijzeres was, ons als leerlingen meegeven?
Als je later kwam te staan in je eentje en je kon maar lezen, dan voelde je je nooit zo eenzaam. Ik denk, lezen... is zo ontzettend belangrijk, lezen en muziek maken. Dat was voor mij, dat waren toch de twee belangrijkste dingen. Als je er wilt komen, moet je in Accra, in Ghana, op een boot stappen. Dit is ook zo'n plek om je even te bezinnen. Je drinkt een biertje en je doet een dansje. Dat is heel veel speelgoed.
Alsof ik in een andere wereld was opeens. Welkom bij Ergens. Een podcast van de VPRO. Te horen via NPO Luister. Ergens.
