¶ De Rigoureuze Sloop van de Mijnen
Ooit zag je Heerler van het verre liggen, met zijn hoge schoorstenen, de Lange Lies en de Lange Jan. Veel hoger dan de Domtoren. Eikpunten in het Zuid-Lienburg steenkolenlandschap, vol mijnzetels, met schachten... Koeltorens, beton, staal, mijnsteenbergen, hoed en stof. Maar dat alles is al 50 jaar weg en gesloopt. Rigoreus. Toeziend oog van mijn employé Jan Wismans die zijn zoon Theo vaak meenam.
De eerste keer dat de sloopkogel door het eerste gebouw van de Raja Nassu 1 ging, ben ik bij geweest. Hij belde even op. We gaan dat en dat bij je komen. Ik heb eigenlijk al de meeste ontploffingen gezien. Er is bij mijn weten geen enkele nationale industrietak die zo uit het dagelijkse beeld is verdwenen. Ik ken geen enkel voorbeeld waar dat zo rigoureus is gebeurd als hier in de mijnstreek.
¶ Mijnwerkersleven en Valse Nostalgie
Hier spreekt Maurice Hermans, introduceer ik dadelijk. De herinnering aan die mijnen is er niet minder om. Zo kun je nog zeker tot eind dit jaar in kerk raden naar het theaterspektakel Het Geluk van Limburg. over het wel en wee van mijnwerkers en hun families. En er is ook juist een groot wetenschappelijk oral history project afgerond.
Kinderen van de kolonie, waarvoor tientangen kinderen van mijnwerkers zijn geïnterviewd. De vraag die we eigenlijk steeds aan mensen stellen is, waar begint jouw verhaal met het mijnverleden? Nou eigenlijk als papa thuis kwam van het werk. Met een loonzakje. Hier vertelt mijn werkersdochter Astrid Hollands. Dat vond ik wel altijd heel spannend. En dan kregen wij dan ook een oude gulden, werd gezegd. Een oude guurlen. En wat vond hij het nou leuk om daar te werken?
Achteraf bezien niet, mijn vader heeft het gewoon aangepakt. Omdat het goed verdiende en iedereen zat een beetje in hetzelfde schuitje. De valse nostalgie naderhand had mijn vader wel echt een broertje dood aan. Iedere dag de stress van gaat er iets gebeuren of niet. Het was gewoon hard en zwaar werk. En dat nostalgische, zoals de liedjes van Carbone, van Een Hammer en een Stiel. Ja, dat lijkt heel leuk om te stutten en dynamiet te schieten, maar het is vol risico's.
Hammer en de wiel en ik houd ik hem ermee te runnen. Nu je stiel, geen berg, geen stoels, geen pankriet meer kling. Ik roer toch alle kool en ik breek toch alle steen. Er zijn natuurlijk ook dingen die goed verzorgd worden door de staatsmijnen. Grote stukken zeep. Gratis hadden wij thuis kasten vol met zeep liggen.
¶ De Vrolijke Vernietiging Expositie
En ik sta nu op een heel groot leegveld langs het spoor in Heerlen waar de mijn Oranje Nassau 1 stond. Met de schoorstenen de Lange Jan, 135 meter hoog en de Lange Lies. 155 meter. De hoogste betonnen schoorsteen ter wereld. Allemaal foetsie. Rare idee. dat vanaf precies hier de wederopbouw van Nederland werd aangedreven met steenkolen van diep, diep onder dit kale hondenuitlaatgebied van zo'n hectare of vijf.
Plats, wel vol hoog gras, gruis en steenbrokken, een enkele slordige boom, harde grond. Maar nu wordt hier weer opgebouwd voor een expositie. onder de titel De Vrolijke Vernietiging. Kriskras op het veld verrijzen stijgers, met daarop enorme foto's gespannen. Beelden waarop de sloop van de mijn te zien is, rond 1976. Met in het midden van die gigantische ravage steeds de fotograaf zelf. Ingenieur Jan Wismans, centraal in het nu volgend verhaal. Daar komt de drijvende kracht aan fietsen.
Maurice Hermons, kunstenaar, publicist, woont in Heerde. Wat bedoelt hij met de titel De Vrolijke Vernietiging? Ja, de titel heeft natuurlijk een licht ironische ondertoon. Die vernietiging die toen hier heeft plaatsgevonden, dat vond natuurlijk plaats onder een... Een soort van gesternte van modernisme en toekomstgeloof. De nieuwe samenleving, de nieuwe economie, de letterlijke woorden van Joop den Uyl tijdens zijn toespraak in Heerlen 1965.
De vrolijke vernietiging. Men dacht dat door toekomstig erfgoed te vernietigen de toekomst beter zou worden. Maar wat er gebeurde was natuurlijk dat dat een hele grote impact had op de identiteit, de herkenning. En ook het bouwen van een herinneringscultuur rondom dat mijn erfgoed. Wat zien we? Wat zijn dit voor foto's?
Het zijn beelden van een ontzettende belangrijke collectie, de collectie Wismans. Wismans was ingenieur, was ook coördinator van de sloop van de Oranje Nassau Mijnen. Jan Wismans. En hij heeft... Van binnenuit, precies dat begin van het stedelijk trauma, namelijk de sloop van dat toekomstig erfgoed, heeft hij van binnenuit vastgelegd.
Waaronder de val van de Lange Jan, maar ook koeltorens. Eigenlijk alles wat hier stond. En dan was hij hier steeds maar bij. Je ziet hem steeds maar op in die foto's. Hoe staat hij daar? Ja, hij is... Hij staat daar alsof hij heel goed heeft nagedacht hoe hij daar moet staan. Want door zijn verschijning krijg je gevoel voor die menselijke maat tussen die enorme complexen.
Hij staat er als een onkreukbare ingenieur. Altijd recht, altijd nette jas aan, altijd serieus kijkend. Dus het zijn absoluut geen kiekjes. Op sommige beelden staat hij ook vlak na een explosie. Dat betekent dat hij dus ook heel goed heeft nagedacht over het moment. Iemand moet hem ook hebben gefotografeerd of hij had een statief bij zich met een zelfontspannen. Dus hij heeft dat allemaal best wel goed geregisseerd.
En hij is echt wat dat betreft een hele markante verschijning... ...temidden van al die halfgesloopte en vernietigde industriecomplexen. Wie was Jan Wiesmans? Wat dreef hem?
¶ Jan Wismans: Leven en Werk
Hij leefde van 1916 tot 2013. Zoveel weet ik. Op bezoek bij een dochter. Ik ben José Wersmans, 72 jaar oud. En een zoon. Ik ben Theo Westmans, ik ben 73, de oudste van zeven. Mijn vader was een heel erg gemotiveerde, hele precieze man. Er kwam een klein gezin uit Kuik en hij is naar de hoge HTA's in Heeren gegaan. En hij was daar klaar op de HTA's toen de Tweede Wereldoorlog begon.
En toen kon je kiezen of delen of je ging voor de Duitsers werken in Duitsland of je ging in de mijnen werken. En hij heeft dus gekozen voor de mijnen. Dat wil zeggen, wel bovengronds hè? Bovengronds, elektrotechnische specialist. Jan Wismans ging de oorlogsjaren aan de slag als technicus in de krachtcentrale van de mijn Orianassau 1.
Die elektriciteitscentrale was een met kolen gestookte centrale. Waar tubines ronkten voor het oppompen van mijnwater van honderd meters diep. Want zonder pompen loopt de mijn onder. heb je er niets meer aan. Ja, constant moet daar mijnwater weggepompt worden als je daar. Dus een gang dat zelfs een groot hebt ontwikkeld, dat is de hele stad Amsterdam.
Eind 1944 zroegen de Duitsers op de vlucht, maar niet voordat ze de turbines hadden opgeblazen. Alles was vernietigd, het was een puinhoop. En onder de grond liepen de gangen vol met mijnwater. Repareren van de turbines kon je niet, want de Duitsers hadden ook de magazijnen leeggeroofd. Ja, die waren leeg. Die roofden alles weg. Inclusief alle herstelmaterialen.
Waarop de jonge Jan op zijn slechte fietsje stapte. Op de valerke. Op de valerke. Op de valerke. Op de valerke. Op de valerke. Op de valerke. Op de valerke. Op de valerke. reed hij door oorlogsgebied naar Nijmegen. Om daar bij een bedrijf zijn fietstassen vol te proppen met lastdraden. Een loodzware tocht van vijf dagen heen en weer. Waardoor dus die reparatie plaats kon vinden en dat die turbine behouden blijft. Ja, dat is gebeurd. Hoe was het om op te groeien?
We hebben echt een hele goede jeugd gehad en we kwamen niks te kort. Een heel actief gezin. Ook bijvoorbeeld als er winter was, werd er gesleden. We hadden allemaal aan het sleeën. Zeven kinderen, zeven sleeën. De hele wijk hier, die hadden allemaal sleeën, had die allemaal geregeld. Dat deed die dus ook allemaal. En één familiesnee was gemaakt op termijn. Daar kon je met z'n vijf of z'n zes op. Heel langer. Dat vond ik dus ook heel leuk, dat soort dingen.
Hij ging ook wat keurig gekleed, hè? Mijn vader was altijd netjes. Hij ging ook altijd netjes naar zijn werk. Ik heb zelfs foto's van hem gezien dat hij de lange Jan opklom vroeger. Met de helmen, met zijn mooie kleren. Die lange Jan van 135 meter hoog. Die hoorde bij die centrale, bij de elektriciteitscentrale. Ja, de lange Jan. Als er dus neonverlichting kapot was, klomt hij naar boven. Ja, je zet dan van die lichten omheen, als ringen om een vinger. Ja, dus je kon ze al van kilometers lang.
kon je het zien. En dan wist je al dat je Heerlen naderde. Dat bracht ook een soort trots mee bij je vader. Natuurlijk, want het waren toch wel de symbolen van Heerlen. Je klonk naar boven. Dat is een ladder. Een buiten ladder langs de hele schoorsteen. Altijd wel de sandalen aan, moesten we altijd om lachen. En een klein sigaartje op de mond. Maar altijd netjes, altijd. Het was wel gezekerd, hoop ik. Nee, zeker niet. Dat was toen nog niet.
¶ Ondergrondse Realiteit van Mijnbouw
Maar dat vraagt nu ook om een stem uit de diepte. Jan Wismans was zowat de enige mijnwerker op grote hoogte. Zijn duizenden collega's zaten honderden meters onder de grond. De 100 meter verdieping, de 160 meter verdieping, de 250 meter verdieping, de 320, de 430. Tot wel een kilometer. In de zwarte spiegelwereld met gangen en pijlers en schachten die nu nog steeds onder de stad ligt.
Ik heb 16 jaar ondergronds gewerkt bij de Oranje-Nassemijn Nun in Heerlen, als semijnbekundig opzichter. En dan had ik de leiding over zo'n productieafdeling. Je stapt in de schaarboven, in de lift. Je gaat naar beneden, ding ding. En dan raast je naar beneden. En naar beneden stap je uit. Dus je stap in de trein, naar de kooltrein en je rijdt dan aflevering toe. In de oranje naziëne heer zat ik wel op 20 minuten.
met de trein rijden van de schacht af. En dan moet je nog een stuk lopen, een kwartier lopen, tot in de afdeling, je werkpunt. Dus die zogenaamde pijler. De pijler is het steenkoolwinningspunt. De pijler. En dat is gewoon een gang in een steenkoolenlaag. En in die gole laag wordt dan verder gewerkt. En hoe groot was die werkruimte dan? Die werkruimte nou afhankelijk van de laagdikte. Ik heb vijf jaar gezeten, zes jaar gezeten in een laagdikte van 40 centimeter.
Moest je daar in kruipen? Dan moest ik acht uur inzetten. Inleggen. Daar kun je toch geen kant op? Wat moet je dan doen? Robben. Robben. Je kunt niet kruipen. Je kunt niet kruipen. Robben moet je op je ellebogen en kneden. Tijgeren. Tijgeren, ja, ik noem het allemaal. Tijgeren, tijgeren. Je moet geen last hebben van claustrofobie daar. Nee, hoewel, je bent er wel aan. Tenminste, nou zou ik er niet mee ingaan.
Gevaarlijke situaties ben je gemaakt? Ja, ja, behoorlijke. Die berg ben je te duwen. En dat hoor je aan die schokholven. Doek, doek, doek. Die schokholven. Doek, doek, doek, doek. En dan hangt een paar honderd meter rotsformatie boven je hoofd. En dan moet je om de 40 centimeter verplicht nieuwe rij ondersteuning zetten.
Ja, de opzichter moet dat controleren als iemand niet op tijd stert. Ik moest de mensen controleren en de productie halen. Die productie, die raming dat ik opgegeven had gekregen, dat ik die dus haalde. per dag en haalde ik die drie keer per maand niet en ik had geen geld gereden ervoor. Dat kostte me dat geld, kostte me een stuk van de premie. Werd ingehouden en er was geen enkele verweer mogelijk.
Nee, eenmaal door, eenmaal verder, eenmaal verder. En zo gaat het dus maanden achter elkaar door. Doek, doek, doek, schokkolen we. Dat betekent dus dat die rotsenduwen is omlaag en dat die op je valt. In die tachtig jaar mijnbouw hebben we 1500 mensen die doordelijk verongelukt zijn op de werkplek. Hoeveel mensen? over ongeluk zijn op die werk met de doordat doordat ze doet dat ze zich dat gewicht op ze kregen van nou van alles van alles over het ja denk
Toen die schaafketting, dat is een ketting, daar hangen tonnen gewichten aan, die kolen losrukken. Maar er staat spanning op die ketting. Als die breekt, een zwakke schakel is ofzo, dan is het aan zijn pistoolenschot. En dan ben je weer. En dan ben je toch hopeloos verloren. Die tachtig man waar u verantwoordelijk voor was, is er ook een dood en ongeluk? Nee, nooit. Wel twee keer de dienst voor me, twee keer een jongen verongelukt voor mij. Heb ik nog resten moeten opruimen.
De dag daarna ging de productie weer gewoon door. Ja, het ging niet anders. Ik had mijn zonen dus nooit naar de been laten gaan.
¶ Economische Sluiting en Erfgoed
Met die laatste woorden terug naar Maurice Hermans. Ja, ik vind het ook een heel fris geluid, want ik vind dat de regio... ...zich ook wel voorstaat op enig valse sentiment en valse nostalgie. En meneer Nix heeft daar ook helemaal geen last van. Die heeft die realiteit gekend van die mijnwerkers. De druk die soms op die mijnwerkers werd gelegd om te presteren. In mijn optiek waren het lijfeigenen en zijn die mensen volledig uitgebuit.
Voor de winsten van bedrijven die dus nu of in het buitenland zitten of ergens in Amsterdam op de grachtengordel zitten. Die zijn vertrokken. En vervolgens zijn ze op basis van de winsten die ze hier verdiend hebben. hun bedrijven gaan uitbouwen en het zijn op dit moment bedrijven die enorme miljoenen winsten maken. Coolblue is een voorbeeld. Niemand weet dat de oorsprong van het verdiend kapitaal hier in die mijnstreek ligt. En het is goed dat daar wat licht op geschenen wordt.
Coolblue is natuurlijk een jong en modern bedrijf, maar de basis van het familiegeld erachter komt deels uit particuliere steenkoolmijnen. Naast die particuliere mijnen had je ook staatsmijnen, waarvoor het start zijn van de sloop werd gegeven door minister van Economische Zaken Job den Uyl.
die op 17 december 1965 in de stad Schouwburg van Heerlen de schruiting van de eerste mijnen kwam aankondigen. We hadden nu immers de gasbel van Slochteren. Het echtpaar Wismans zat in de zaal, dochter José ook. Ik ben erbij geweest, ja. En die kwam toen zeggen dat de mijne dik gingen. We hebben het met hun mee geweest. Heel veel mensen emotioneel. Zo van wat nu? Ja. En wist u dat van tevoren dat hij dat zou gaan zeggen?
Dat weet ik eigenlijk niet. Ik weet ook niet wat vader dat werd. Die waren helemaal... Hoe kan dat? Dat kan helemaal niet.
¶ Wismans' Rol bij Afbraak en Archivering
En mijn vader wist nog niet dat hij een dag later bij de directie van Ragnasso mijne moest komen. Die hem vertelde van jij gaat met de sloper, ga je dat allemaal slopen. En dat heeft hij ook gedaan, de mijne afbouwen. Ja, hij moest afbouwen. Tot de laatste steen. Hij had contact met Cowenberg. Dat was een sloopbedrijf? Een sloopbedrijf.
Hoe vond hij dat? Ja, hij heeft het direct als een taak opgevat om dat fatsoenlijk te doen. En een gedachte daarachter was, wat hij kan redden. Daar zorg ik voor, dat hij een goede plek krijgt. Hij is vooral gaan kijken naar wat kan er nog gebruiken, wat kan het onderwijs in Nederland gebruiken van die spullen. Dus allemaal elektronica uit die... Elektronica, ook machines en laboratoriummateriaal. Dus alles wat in dat beton zat. Ja, dat werd allemaal gratis weggegeven aan de scholen.
En intussen verzamelde hij ook spullen uit die mijnlampen. Mijnlampen, plattegronden, dossiers. Nou, die spullen die hij verzamelde, die werden ondergebracht in de grote archieffila van de Rijnassenmijnen. zijn kantoor had. En dan moest alles verzameld worden. Maar dan ook echt alles wat waarde had. De hele villa die lag echt vol met alles en nog wat. Bij een van zijn jubileum heeft hij een radio gehad.
Dat kan me nog goed herinneren. En ook een fiets. En die had hij daar ook. Zijn radio stond op zijn bureau. En de fiets stond daar ook altijd. Want hij ging met de fiets naar werk. In die villa, daar stond dat. En, daar gaat het niet om, hij maakt ook foto's. Ja. Meneer, een klein Olympus toestelletje, ging hij naar de afraak. Toen was hij iedere dag op pad. Helm op. En dan ging hij.
Olympus toestel. Een klein Olympus toestel. Daar heeft hij ik weet niet hoeveel foto's mee gemaakt. Ik denk dat het ook een beetje rauwverwerking alle menuten is geweest van hem. En dat heeft hij ook heel gedocumenteerd gedaan eigenlijk. Ook over uitgelaten hoe hij dat eigenlijk vond tegen zijn kinderen? Nee, dat heb ik zelf nooit eigenlijk bij hem gemerkt. Hij was daar heel stil over. Altijd een sigaartje rook, maar hij zei daar niet veel over. Nee, hij zei niet veel.
Als hij s'avonds terug kwam verslopen, ging hij drie keer per week zelfs schaatsen om te ontspannen. En in die periode, hij was kunstschaatser. Dat was zijn grote hobby, schaatsen. Kunstschaatsen. Rondjes rijden en ook paardansen. En hij wist prachtige waltjes te maken. En dan s'morgens vroeg ging hij weer naar de Sloop van de Mijnen.
Nu sta ik zo met Maurice Hermans nog wat te kijken op dat grote veld. Naar die enorme billboards met zelfportretten in slooplandschappen van Jan Wismans. Die toch een beetje een mysterie blijft. Precies. Hij staat ook... Wat hij echt dacht? Ja, dat is lastig. En op sommige foto's staat hij heel nonchalant. Dus de vraag waarom hij überhaupt...
Op die beelden zelf staat, op een deel van die beelden staat hij zelf, soms geposeerd, soms niet. Dat is natuurlijk al een hele fascinerende vraag. Waarom stond hij daar? Wat ging er dan door zijn hoofd? De foto's stralen. weinig of geen emotionaliteit eruit.
Maar meer een soort zorgvuldigheid. Alhoewel als je kijkt naar de puinhoop op de achtergrond vaak, dan is die zorgvuldigheid... Ja, in tegenspraak zou je zeggen. Ja, en de lange Jan die valt de verkeerde kant op, dus dat is ook het een en ander... Oh ja, daar komen we straks op. Ja, daar is het een en ander ook niet goed gegaan. Maar in ieder geval uit zijn houding. En hij ziet er echt uit als een bureaucraat met zijn lange jas, zijn helm en zijn schutkleuren. Die met de grootste mogelijke zorg.
de klus klaart, maar de klus zelf misschien niet bevraagt of achtervraagt. Maar zorg dat het zo goed mogelijk gedaan wordt. Dat zie ik uit zijn collectie. En als je dan inderdaad het verhaal van zijn kinderen Theo en José hoort. Ja, ik kan me goed voorstellen dat hij daar ook gewoon niet over sprak. Wat hij voelde, zeg maar, zijn emotie daarbij. Hij was geboren in 1916, dus in die tijd, ja, je sprak ook niet zo over je.
Nee, en het is een arbeidersstad, dus een arbeiderscultuur is natuurlijk ook, het tonen van emoties is natuurlijk ook niet iets wat gangbaar is. Nou ja, maar dit is allemaal natuurlijk een beetje gissen. Ook toen die achteraf, die beelden dan thuis nog eens een pancake bijvoorbeeld, dat toen het allemaal weg was.
Dus er moet van alles door zijn hoofd zijn gegaan. En ik kan me niet voorstellen dat het hem onberoerd liet. Want op die schaal wat er gebeurde, die hele industrie, ik denk dat dat niemand onberoerd heeft gelaten. Maar dat in perspectief. De geschiedenis van Heerlen als bewoonde plek gaat 2000 jaar terug. Hier staat een Romeins badhuis, het oudste gebouw van Nederland.
En dat hele tijdperkje van de steenkoolindustrie in Zuid-Lienburg duurt nog geen eeuw. Maurice noemt het een pop-up event. Is het dan erg dat de schoorstenen en koeltorens naar 40, 50 jaar weer zijn afgebroken? Of is een mensenleven gewoon tekort om verder terug te kijken? Of vooruit? Was het beter geweest om die schoorstenen te laten staan als herinnering aan een harde tijd?
¶ De Val van de Lange Jan
Dat was geen vraag met de jaren 70. Iedereen kwam kijken naar het opblazen. Misschien wel het hoogtepunt. Maar zo je wil, dieptepunt van de heren Sloop, dat was natuurlijk de lange jan. Die werd met de explosie omlaag gehaald. Dat hij vandaag tegen de grond gaat, dat vind ik verschrikkelijk. We zullen, hoe triest het ook voor Jus, de klap dan maar rustig gaan afwachten. Daar denk ik ja. Dat is toch niet tegen te houden? Nee. Alleen wel de verkeerde kant op he. Ja, eigenlijk...
Bijna in een woonwijk, dat scheelde niet veel. Dat het goed is afgelopen in zo'n wonder. Verschrikkelijk, verschrikkelijk. Die viel dus precies de andere kant op. Het is over dat kantoor van mijn vader, waar niks meer van over was. Helemaal weg, helemaal de lucht in gevlogen. Het was helemaal plat, alles was kapot. Dus al die mijnlampen, maar ook de fiets en die raten. Ik heb het voorspeld. En je vader? Mijn vader voelde onraad. En vlak voordat het signaal ging, dat alarm, dat er geschoten werd.
Maar dynamiet, is hij dan vertrokken? Hij is dus echt weggegaan. Had hij dat niet gedaan, was hij dood geweest. Een paar minuten ervoor. En wij stonden aan de andere kant, de hele familie. En wij dachten dus ook van, die zien we niet meer. Want dat was een verschrikkelijk moment. Ja, maar voor veel mensen is het een heel verschrikkelijk moment geweest. Was ze erg van geschrokken zelf?
Ja, hij was in een shock, maar ik snap niet hoe het kan. Is hij direct wel begonnen om nog te redden wat er te redden wil. Een ander kantoor heeft hij gekregen. En wat er nog uit die puinen opengehaald moest worden, moest hij weer... weer opnieuw in het archief stoppen. Maar daarna was hij ook helemaal klaar op de O&1. Maar hij ging ook met pensioen. Hier waarschijnlijk heeft het gestaan. Dit betonnen vlak hier.
¶ Mijnverleden: Gemiste Kansen en Nieuwe Focus
Dus we staan nu precies op de plek waar Lang Jan stond volgens mij. Hier konden ze geen gras meer laten groeien. Waarschijnlijk zit de sokkel te diep in de grond. En naast die foto's... Naast die foto's van Jan Wismans heb je hele nieuwe foto's geplaatst. Dat is niet Nederland. Ik zie daar industrie. Mijn industrie volgens mij.
Ja, dat is niet in Nederland, maar dat staat er nog eens in nieuwe foto's. De stad heet Zenica? De Boschische stad Zenica, dat was eigenlijk de belangrijkste industriestad van Nieuwegeslavië. Klopt. En de lange... Jannen en de lange lizen van Zenitsa zijn volledig ongefilterd. Je ziet de geel-zwarte rook, er wordt benzine ongefilterd, de lucht ingestoten. Het is echt een schande.
Daar zitten ze nu midden in het proces waar Heerle dus 50 jaar geleden voor stond. Ietsje eerder, want zij kunnen nog nadenken over wat we er überhaupt mee gaan doen. Daar zitten ze natuurlijk ook met klassieke dilemma van het wordt een veel schonere en leefbaardere stad als we de schoorsteentjes niet meer laten kwalmen. Maar wat doen we met economische herstructurering? En het verschil met 50 jaar geleden hier was dat er toen...
van alle overheidslagen regie was. Er kwam een plan uit Den Haag. Er kwam heel veel geld uit Den Haag. De provincie regisseerde. Hier werd een gewestelijk streekverband. Daarom kon dat hier ook een tien jaar allemaal gesloten. En opgeruimd worden. En nog eens tien jaar later stonden er overal mooie woonwijken op de voormalige mijnterreinen. Dus een ontzettend rappe operatie.
En de hele ideeën van bijvoorbeeld Jane Jacobs, van we kunnen met die oude industriecomplexen ook andere dingen doen. Oh, die Jane Jacobs is begonnen met dat idee van industrieel erfgoed. Ja, zij was een van de grondleggers. Adagium, nieuwe ideeën voor oude gebouwen. Dus de creatieve industrie, cultuur, onderwijs, het idee dat je die...
in die oude industriegebouwen kunnen plaatsen. Daar was deze schoop net een paar jaar te vroeg voor. Ja, wij waren de eerste. We hebben net dat idee gemist. En 15 jaar later waren er in het roergebied... kwamen er langzaamaan prachtige voorbeelden. Dus we zijn ingehaald door de realiteit. We waren de eerste. En we hebben eigenlijk de foute keuze gemaakt.
Ja, maar je kunt ook zeggen, als de fysieke omgeving weg is van dat verleden, van dat mijn verleden, dan ga je er iets voor in de plaats zetten. Dan komen je eigen verhalen. En dan komt de oral history natuurlijk ook. Het is zoals water, dat baant zich een weg. En als het ene er niet is, dan kom je bij het andere uit. Kijk je dat project Kinderen van de kolonie? Ja. Oral history project? Ja, zeker. Mede opgezet door Wim de Jong, historicus.
Nijmegen, sprak ik hem. Ja, Kinderen van de Kolonie. Dat is een groot oral history project met kinderen van mijnwerkers en ook een paar kleinkinderen van mijnwerkers. Uit Zuid-Limburg. En je zou zeg maar. Als je dit in Duitsland doet. Dan ga je gewoon met mensen naar die plek toe. En dan vertellen ze daarover. Van dat ze dan met hun vader daar dan langskwamen. En dat ze dan.
En dat kan dus niet meer. Dus hangen mensen het heel erg op aan waar ze woonden. En dat project gaat eigenlijk over opgroeien in een mijngezin. Dus ik ben wel de dochter van een koelpiet. Dus zeggen ze dan, het is een kind van een mijnwaarder, een kind van een koelpiet. Nogmaals, Astrid Hollands. In de jaren tachtig, ik was een beetje new wave, een beetje de cure en dat soort toestanden. Mijn vader had ook nog van hele leuke flanellen, oude mijnwerkershemden, lange, grijs flanel.
En die trok ik dan aan, zwarte panties eronder, hoge hakken van die spitsen. Ik kwam niet meer tegen, dus hij wist niet of hij moest lachen of huilen ook niet, maar ik vond het super cool. Dus daar zat ik gewoon onder aan de kas bij, van die oude mijnmakers dingen. Dat vond ik gewoon heel leuk.
Ja, dan maakte hij wel zwaar op. Zwarte ogen en liefst zwarte kleding. Dat vond hij echt niet leuk, als we zwart omrande ogen hadden. Dat was echt zo van een mijnwerker. Die kregen die kool ook niet uit die ogen gewreven. Je hebt zoveel mensen gesproken, heb je niemand horen zeggen van laten we die lange Jan van 130 meter hoog en lange Lies van 155 meter hoog en ook maar een koeltorentje weer opnieuw opbouwen.
Nee, dat is wel grappig. Ja, dat heeft misschien iets met industrieel erfgoed te maken. De gedachte om een middeleeuwse toren te herbouwen... Die vinden mensen denk ik minder absurd dan om een industriële toren te herbouwen. Terwijl, ja, dat zou je natuurlijk... Een soort van kunnen doen. Je hebt er eigenlijk ook betere foto's van. En waarschijnlijk zelfs nog tekeningen van hoe je het zou moeten doen. Maar...
Zo mooi vinden mensen dat dan ook niet. Zo'n middeleeuwse toren associëren ze ook met mooi. Dat vind ik ook altijd zeer problematisch. Of dat nou zo mooi is. Het is vooral truttig. Maar ja, een koeltoren... Het is niet truttig. Nee, maar ook niet... Mooi. Je kunt er veel dingen van zeggen, maar dat is het ook niet. Dus, nou ja, het is jammer dat het allemaal weg is, die schoorstenen en die koeltoors dat iets bouwden blijft. Maar nu...
Nu het helemaal weg is, laat maar zo. Nou, eigenlijk wel. Weg is wat dat betreft wel gewoon weg. En de laatste vraag is voor de zoon van Jan Wismans, Theo.
¶ De Erfenis van Jan Wismans
Hoe zou je het vinden dat hij nu zo heel groot, 4x6, enorme billboards, dat hij daar... Op het voormalige terrein in dat wilde park dat hij nu staat? Hij zou gaan roepen, boah, boah, geweldig, geweldig. Hij zou met een fiets van tien keer eromheen gaan fietsen. Maar dan zou hij ook wel roepen gerechtigheid. En waarom? Omdat de mensen nou eigenlijk eens even zien wat een keiharde realiteit is geweest.
