¶ Intro / Opening
From cutting, cutting and cooking. Waar gewerkt wordt, werkt exact. Zo geeft onze software je inzicht in je planning. En personeel.
¶ Veroudering: Studie, Schok en Sterfelijkheid
Welkom bij het uur. De interview podcast van NRC. Mijn gast, dit uur houdt zich al een heel leven bezig met veroudering. Moet je veroudering bestrijden, hoort het gewoon bij het leven. We worden met steeds ouder en ook in betere gezondheid. Maar hoe gaan we eigenlijk om met een oudere samenwerking?
Lev en hoe ga je om met veroudering in het eigen leven? En hoe kun je zorgen dat je een leuke oude dag hebt als je nog jong bent? We gaan het erover hebben met Rudy Westendorp. Hartelijk welkom. En Merit, dus hoogleraar verouderingsgeneeskunde, zal ik zeggen. Je bent al heel goed. Leven bezig met het thema veroudering en geleid ik aan. Gaat het steeds meer over jezelf? Ja, dat is wel. Het idiote van zelf oud worden is dat het.
Toch net iets anders is of net iets anders voelt dan dat je het altijd bestudeert en gedoseerd en behandeld hebt. Waar zit dat verschil in? Ja, je doorleeft het niet. Je bent een soort toeschouwer. Ik vergelijk het wel eens met een vissenkom. Je ziet al die goudvissen, die zie je daar allemaal. Dat zijn de oude mensen. En die kun je bestuderen. En je kunt ook nog. Genezen of niet, en ze gaan dood en zo. Maar je blijft altijd een toeschouwer. Op een gegeven moment is dat natuurlijk afgelopen.
Dan ontkom je er niet meer aan om gewoon te herkennen dat de veroudering in je. Kom je er niet meer aan dat de veroudering ook in je eigen lijf gewoon heel hard toeslaat? Is dat aan een moment te koppelen? Ja, dat begint. Het gaat stap voor stap. Je bouwt eigenlijk iets op en dan op een gegeven moment dan. Dan opeens op een dag dan...
Flipt jong naar oud. Dat je je echt realiseert. Er zijn mensen die een heel eigen wijs zijn en die willen het maar wegduwen en zo. En dat lukt ook dan voor een deel wel. Maar er komt altijd een moment en dan plop, dan ga je erdoor. Dat kan het overlijden van je ouders zijn. Daar begint het meestal mee. En dat kwakkelen daarvoor, al dan niet met dementie. Dan denk je, oh, wat een ellende en zo.
Ja, elke dag voor de spiegel staan. Op een gegeven moment mensen die zeggen ook: Ja, men kijk niet meer voor de spiegel. Dan zeggen van ja, hoe kan dat dan? En dan op een gegeven moment, dat je dan aangetikt wordt door gewoon ziekte, dan plop.
¶ De Realiteit van Eigen Sterfelijkheid
Dan ben je opeens oud. Het is niet een geleidelijke overgang. Het zijn kleine schokmomenten. Wat was het bij jou? Want je zei, er komt een moment van ziekte, een soort ontwaken. Op een gegeven moment ging er een vriendin van 74, die ging dood. Zij was niet de eerste.
En op een gegeven moment was zo'n tritje. En toen zei ik tegen mijn vrouw: ik zei van ja, nu is het afgelopen. Het grote sterven is begonnen. Iedereen gaat wegvallen nu. Iedereen gaat wegvallen. En dat grote stven, dat bedoel ik, ik. We zijn allemaal heel kwetsbare wezens. En ik heb drie neefjes al tussen de 18 en de 25 begraven. Dus je weet dat dat. Maar dat zijn ongelukken. Eén met een motorongeval. Een tweede die is in op het tijd die was militair in een vredestijd doodgeschoten. Frentifire.
En een derde neefje, die is levensverbrand bij een bedrijfsongeval. Dat is een soort van. Donderslag bij helderen hemelbliksem. Dus dat overlijden, dat kende ik wel, dat kennen we wel. Maar dat al je vrienden tak, tak, tak, tak, en dat je jezelf ook afvraagt van ja, ben ik nou morgen de volgende? Ja, dat is waarin je op dat moment is dat je echt realiseert: ja, ik ben ook oud. Ik zit in dat.
In dat spectrum nu. Het is begonnen. Je kreeg op een zeker ogenblik de tijding dat je misschien wel uitgezaide kanker zou hebben. Ja, Ik had op een gegeven moment stinkende rugpijn, die ik nog nooit zo gehad. En ja, een man van 67 heeft ook van die plasproblemen. Dat als het dan echt moet, dan moet je dus naar de wc rennen en zo.
En ik denk, die dingen hebben toch niet met elkaar van doen. En nog bij de huisarts geweest. En is van: ja, ik denk toch dat ik een PSA moet prikken. Een PSA is zo'n merkenstof. Om te kijken of je prostaatkanker hebt. Nou, dus ja, oké. Dus wij met z'n twee besloten van ja, dat moeten we dan toch maar uitsluiten. Dus ik zat in dat uitsluiten. En dan wordt de PSA geprikt. En dan blijkt het dus.
Sterk verhoogd te zijn. Ja, dan heb je hem wel. Dat is alarmerend. Dat is alarmerend. En toen heb ik in een weekend gedacht van, dit is het einde nadert. Wat doet dat? Dat je dan die scenario's die je dan... Je moet met dat sterfelijke mee leren leven. Durven omgaan. Want als je dat dus niet doet, dan. Dan ben je eigenlijk een. Ja, dan ben je jezelf aan het.
Verlogenen, daar word je niet vrolijker van. En als je er depressief van wordt, daar word je ook niet vrolijker van. Dus je moet ermee leren leven. Dus je maakt scenario's. En je weet niet wanneer het gebeurt. Maar toen moest ik dus een van die scenario's, moest ik ze uit de kast trekken van hey, Verrek, wie weet is het dus over 1, 2 jaar is het dus wel afgelopen. Want ik heb natuurlijk die getallen zitten in mijn hoofd. De gemeentes uitgezaiden.
Postaatkanker, ja daar kun je nog wel een paar jaar mee. Maar dan is het ook wel afgelopen. En dan maak je dat scenario zo. En dan gaat het opeens alles schuiven. Heb je een ander perspectief van tijd en prioriteit? Ja, want kijk.
¶ Maakbaarheidsdenken en Levensvreugde
En het moeilijke van oud worden vind ik dat het zo ongrijpbaar is. Ik zit met jou te praten en je kijkt mij aan. Denkt die man nou echt dat hij morgen dood zou kunnen? Ja, die dingen gebeuren, Pieter. Eén stukje zeep in de douche of een gespannen kabel, een snoer, een rolschaat. Een wat ver weg buurman, 67 jaar, van de trap gevallen, gewoon in één klap dood. Die dingen gebeuren. Maar er zit dus ook, en dat is ook een scenario: als je nou morgen vroeg weer opstaat, dat je dan iets te doen hebt.
Maar dat moet natuurlijk wel. Dus je moet plannen maken met minder zekerheid dat ze er ooit van zullen komen? Je moet eigenlijk in die zin de plannen niet te ver vooruitschuiven. Dat weet ik ook niet. Je moet plannen maken, je moet een plan hebben dat als je er morgen niet meer bent. Het moet een plan zijn dat als het, laten we zeggen, het over twee jaar dus gewoon, als je een chronische ziekte krijgt, of chronisch fatale ziekte, de sterfelijke ziekte.
Dat plan hadden wij dus even dat weekend uit de ketrokken. Maar je moet ook een plan maken. Ik ben 67, ik heb een. Opa die is 99 geworden, oma die 99 geworden, is het. Veroudering of oud wordt, zit deels in die erfelijke. Component. Wie weet ik wel 97. Nou, dan moet ik nog 30 jaar verder. Daar moet je ook een plan voor hebben.
Dat vind ik moeilijk. Het is eigenlijk wonderlijk dat dit jouw vak is geworden, die veroudering. Want dan? Je bent gewoon opgeleid als arts aanvankelijk. Als levensredder op de intensive care. Intensivist werd je. En en daar ben je met ja, in zekere zin met veroudering bezig, maar toch veel met acutere problemen. Dan moeten we even terug naar de coronatijd. De IC ligt vol met oude mensen. Want in de regel zijn jonge mensen gezond en die liggen dus niet op de IC. En oude mensen zijn gebrekkig.
En daarom liggen ze vaak wel op de IC. Dat was eigenlijk al. Die veroudering in IC zitten heel dicht tegen elkaar aan. Omdat als je oud bent, ben je een broos typje geworden. Hoe stem als jonge, ambitieuze dokter? Daartussen rond te lopen, met de ambitie om levens te redden. Ja, dat hou je. Of je moet. Nou, kijk, ik kan alleen maar zeggen hoe ik erin sta. Toen der tijd was ik een levensredder. En eigenlijk.
Dat kan ik wel zeggen, ik heb daar leren praten en dan praat je daar over verlies, verval en heel vaak over de dood, omdat het niet te redden is. Dat is een soort instantane veroudering. Als je ook laten zeggen op de intensive care, als jij naar de intensive care moet en je komt er na een week uit. Dan liggend in een bed, want je kunt al nauwelijks staan, want zo snel ben je verouderd. Dan zit er nog regeneratief vermogen. Het wordt weer beter. Maar hoe ouder je wordt,
Ja, weerstandig je bent tegen dat proces van die snelle veroudering. En hoe minder ook je kunt repareren, je reserves zijn gewoon steeds minder. Een periode op de intensive care is een versnelde periode van veroudering. Alleen het daar al liggen. Dat dat maakt je al oud. Al zou je de kern gezond gaan liggen? Het is onvoorstelbaar hoe oud je dan kunt worden. In dagen tijd. Omdat je aan de beademing ligt of meestal is dat dan na een ongeval, en dan krijg je er koortsende ziektes bij.
Waarbij dat hele lichaam in een soort oorlogsstand komt om te redden, wat er te redden valt, en dat zien we, maar ook in de huidige tijd oorlog. Ja, je kunt dan iets bereiken. Ik zeg nog niet eens of het goed of kwaad is. Maar je kunt dan een oorlogsdoel bereiken. Maar er is ook altijd heel veel collaterale damage. En dat maakt dat je lijf dan gewoon ook totaal wordt uitgewoond. En en dat is hoe het thema veroudering in je leven...
Of in je loopbaan in ieder geval. Ja, omdat het oude mensen zijn, waar je veel vaak voor in de weer bent. En omdat het gaat ook over dood en leven. Wat is veroudering voor een dokter? Is dat, is dat slijtage, is het een ziekte? Is veroudering iets dat bestreden moet worden?
¶ Gender, Testosteron en Levensduur
Ja, er zijn scholen in. Kijk, de filosofen zeggen van ja, het is er en je moet ermee leren leven. En ik denk dat dat ook is zoals je er als mens mee moet omdragen. Want ik. Er is die veroudering dat gebeurt. Dat gaat sneller of minder snel en met hakkels. Maar het gebeurt gewoon dus de filosofen die zeggen van ja, je moet ermee leren leven. De dokter kijkt er anders naar. Want die veroudering, en net over die IC-periode. En ook over mijn eigen belevenis met mijn eigen lijf.
Ja, het is als een auto die steeds krakkemiker geworden. En die probeer je te repareren. En soms gaat het heel goed. Ja, en soms gaat dat ook minder goed. En dan krijg je dat piepje er toch niet uit. En dan blijft hij toch olie lekker. Maar je kunt nog wel rijden. Je kunt dus nog voort. En dan kom je steeds vaker bij de garage en dan Dan op een gegeven moment gaat dan de garagist tegen je lachen. Moet ik hem nog herstellen? met zo'n glimlach op zijn gezicht?
En dan zeggen ja, want ik ben er zo aan gehecht enzovoort. En ik moet nog naar Parijs. Zou je dat nou wel doen, krijg je dan? En zou je dan niet met rust. Kijk, dat is hoe je dan als dokter daarnaar kijkt. Ja, en dan heb je eigenlijk de kortzichtige dokter, en die zegt van nou, ik kan alles fixen. Dat is dat vooruitgangsgeloof. Dat is de het maakbaarheidsdenken. Ja dat moet eigenlijk met wortel en al moet dat uitgeroeid worden.
Want dat is natuurlijk niet zo. Maar het helpt wel om, laten we zeggen, er nog altijd een positieve draai aan te geven. Om te kijken of je toch nog een oplufting kunt vinden. Ik vind de vergelijking met auto meteen heel leuk. Ten eerste, omdat de Garassist denkt natuurlijk ook dat hij je een nieuwe auto kan verkopen en een nieuw lijf dat zal niet gaan. Maar de een is een Mercedes en de andere is hem.
Ik probeer snel een automerk te verzinnen waarbij ik niemand beledig. De ander is. Of iemand Mercedes rijdt of zo. Nou ja, goed, de ene is een hele dure. Degelijke auto. En de andere heeft wat minder levensduur van nature. Dat kan je wel zeggen, denk ik. Het is ook hoe je ermee rijdt, of je hem in een garage zet. Of je hem goed onderhoudt, of je de koelvloeistof. Nog platter, dan wordt hij wat makkelijker. Ik praat ook vaak over wasmachines, over miles en over sanoussies.
En die sanoussies, ja die zijn ook gemaakt om maar vijf of zes jaar mee te gaan. Ja, en dan beginnen ze ook te rammelen na vier jaar, vijf jaar, zes jaar. En zo'n Mile, ja, die is voor tien jaar plus. Dus dat is die erfelijke component die in de veroudering zit. Maar ja, een sanushi en ook een Mile kun je na twee jaar compleet. Uitgewoond hebben, om het dan zo maar te zeggen. Dat hij lekt en dat je hem weg moet gooien. Dat kan met alle twee.
Dus dat geldt voor het lijf ook? Maar dan zitten we toch een beetje in de hoek van wat maakbaarheidsdenken dat jij zo hekelt. Want alles in onze samenleving is maakbaar. Kan je naar je hand zetten. Wij accepteren eigenlijk niet verlies waar we niks aan kunnen doen. En veroudering is. In zekere zin, ja, een uitdaging voor dat maakbaarheidsdenken. Ja, en ik denk dus dat het zo is dat als je jezelf oud durft te verklaren.
Dat je dan dat maakbaarheidsdenken terzijde hebt geschoven. Omdat je inmiddels zo verstandig bent geworden, dat je denkt van ja, dat is een idefiek. Dus dan accepteer je dat veroudering daarbij? Dan accepteer je, laten we zeggen, de tijdelijkheid van het leven.
¶ Vrije Uitloop, Gezondheid en Levensduur
Maar als iemand mij morgen een elixir zou aanbieden... Waarbij de eeuwige jeugd mijn deel zou zijn, wij zijn allemaal zo verslaafd aan het leven. Dan weet ik ook niet of ik dat terzijde zou schuiven. Dan kun je daar ook weer filosofisch over denken dat het leven alleen maar mooi wordt, omdat die eindigheid er ook in zit. Er zijn heel veel filosofische traktaten over dat als je geen eindigheid zou voelen.
Ja, dan kom je eigenlijk tot stilstand. Want ja, morgen kan het ook nog. Waarom zou ik het nu doen? Dan wordt het leven waardeloos, omdat er geen schaarste is. Ja, mooi gezegd. Dan blijf je op de bank zitten. Word je een couchpotato of wat dat dan ook is, dan word je niet snut. Maar op het moment dat er de tijdelijkheid in zit, ja, maar ik moet nu wel iets gaan doen. Want wie weet is het morgen te laat. Dus het drijft je ook voort. Ja. Al met al gaat het wel.
De goede kant op als je van het leven houdt. Mens worden ouder, blijven langer gezond. Doen ook meer. Je hebt ook een ander soort jaarde. Kijk, er wordt enorm veel geklaagd. En er wordt ook enorm veel geklaagd in Nederland. En er wordt ook in Nederland heel veel geklaagd over gezondheid enzovoort. En dat dat allemaal zo dramatisch is.
Laat ik het heel helder zeggen. Als je oud wil worden, mooi oud wil worden, doe dat dan alsjeblieft in Nederland in 2026. De beste tijd die er tot nu toe is geweest, en de beste plek. Ja, we staan allemaal. Nederland staat allemaal top op alle lijstjes. Laat het dan nummer 3, of nummer 4, of nummer zes zijn. En af en toe is het nummer 1. En de levensverwachting en laten we zeggen de gezondheidszorg, alles wat we hebben, ja, dat is een luxe.
Als je maar even iets over de grens gaat kijken, dan zie je het ter linker, ter rechterzijde, niet naar het noorden. Scandinavië nog een goede uitzondering. Maar dan zie je dat het al weg. Het een of het ander. De rechtszekerheid, het vrije toegang tot hulp, tot geneeskunde. Toch wordt het zo geproblematiseerd. Er wordt zoveel. Ja, somberheid naar elkaar toegeworpen over dat het al hier allemaal zo beroerd is. Dan denk ik, mensen, doe toch je ogen eens open. Ik kan daar zo boos om worden ja.
Ook in het politieke debat, maar ook gewoon op de straat en ook in families. En dat gekanker, je mag het eigenlijk niet zeggen, op het zorgsysteem, op de systemen. Er is een Zuid-Afrikaanse prachtige man, Kentridge, ik weet niet of je zijn werk kent, die maakt hele theatrale. Muzeale voorstellingen. En hij is wit. En zijn ouders waren...
Advocaten ten tijde van de apartheid. en die stonden daar ook zwarte mensen bij. Dus hij komt dus uit zo'n heel geëngageerd gezin. En hij had onlangs een interview, en hij zei van. De westerse landen, waar Nederland dan echt een prach voorbeeld van is. Ja, die realiseren zich niet dat alles wat zij vanzelfsprekend vinden. Dat het gebouwd is op slavernij en op herzucht en op oorlog en op al die ellende waar we dus nu over praten. Wij zijn zo.
Begiftigd met zoveel mooie dingen, je zou eigenlijk heel stil moeten hoor. Eigenlijk weten wat je hebt. Je moet, je moet. En dat is ook een, ja ik hoef het niet eens te herhalen. Dat is ook eigenlijk de rust die je ook verderop in je leven moet hebben. Je moet terug kunnen kijken op... Op mooie dingen. En als je dat niet kunt, dan heb je toch echt iets heel, heel.
Verkeerd gedaan. Merk je dat je milder wordt met de jaren? Dat zeggen ze vaak over man. Dat de testosteron spiegeldaalt en de mildheid zijn intreden doet. Nou ja, ik bedoel, we zien in de wereld zien we voorbeelden dat dat niet zo is. Maar in de regel denk ik dat wel. Sommigen daarvan schopen het nog ver. Precies, maar ik denk wel dat mensen milder worden. En dat heeft absoluut te maken met dat testosteronspiegels dalen.
Het heeft ook met levenservaring te maken. En ik denk ook met het accepteren waar we het over gesproken hebben. Dat je zelf ook sterfelijk wordt. En dan gun je, denk ik, andere mensen ook wat meer dan dat je alleen aan jezelf denkt. Hoe zit dat bij vrouwen? Die krijgen dan wel meer ruimte als de man wat rustiger wordt. Ja, dat is absoluut zo. Die mannen zitten vaak als een kloek zitten ze erop. Een kloek is vrouwelijk. Dat is eigenlijk verkeerd. Maar die zitten er bovenop.
Ja, dus ja, die vrouwen. Ik zie heel veel oudere dames die opknappen als die Fan dood is. Want er zijn ook wel vrouwen die daar dus echt helemaal dat verlies hebben. Maar er zijn echt vrouwen die denken van nou, hij is eindelijk dood, ja. Want we gaan eerder dood. En hebben dan de mazzel, dat ze eerder doodgaan. Waar komt dat eigenlijk door? Is dat ook weer dat testosteron?
Ja, dat zijn de werkingsmechanismen. De testosteron is een groeifactor. Daar krijg je ook spieren van. Dat is waarom dat ook gespoten wordt. Maar het laat ook andere dingen groeien. Die je niet wilt groeien, laten groeien. Bijvoorbeeld kanker groeit ook met testosteron. Dus ja, elk nadeel heeft zijn voordeel. Of elk voordeel heeft zijn nadeel. Testosteron, dat is een drijver van het leven, maar ook van gedrag, roekeloos gedrag. Da zit ook, laten we zeggen, nevenwerking.
Je ziet een piekje in de sterfte van tussen 18 en 22. Ja, dat is als als jongens brommers krijgen, motoren mogen rijden. Ja, dan zie je een piekje van de sterfte. Testosteron roekeloos gedrag, te hard gaan op het achterwiel. Te hoge dosering van de mezine, het gaspedaal of de heroïne of wat het ook is, de cocaïne. En dan poeps ben je eruit. Maar de vraag is eigenlijk van waarom? En dat is eigenlijk vrijwel altijd zo in over het dierenrijk, dat die. Frouwen langer
Blijven leven dan de mannen. En ik denk dat de evolutionaire verklaring heel simpel is. Kijk, die mannen heb je maar vijf minuten nodig en daarna kun je ze eigenlijk gewoon terzijde schuiven. En die vrouwen. Omdat, laten we zeggen, de voortplanting en dat dragen dat dragen en ook die afhankelijkheid van die kinderen. Zeker in die vroege periode aan die moeder. Die is zoveel groter dat de... weerstandigheid van het vrouwenlichaam groter is dan de weerstandigheid van het mannenlichaam.
Want je hebt gewoon een functie op aarde, dat is je voortplanten. Daarna moet je ruimte maken voor die nieuwe generatie. Dus die veroudering is een soort. We verouderen omdat we seks hebben. Seks is het keerzijde van ouderdom en andersom. En dan is dus de oude periode van je leven een soort vrije uitloop. Je bent niet meer echt nodig. Maar je moet even dan voor de.
Om het even goed neer te zetten. Aan seks zitten twee kanten. Seks kan ook heel bijna gewelddadig zijn. Dus dan kan je dus ook begrijpen dat. Van seks kun je dus ook snel verouderen. Dat hoef ik verder niet uit te leggen. Anders moet je nog maar even denken aan de bitspring aan. Dat het vrouwtje. Dat wordt opgegeten naar de taad is naar de daad. Sex is een cruel act. Maar er zit ook nog iets in dat.
Ja, seks is bedoeld om, laten we zeggen, de soort voor te planten. Nou, als dat gebeurd is, waarvoor ben je er dan nog?
¶ Veroudering: Ghana, Cultuur en Genetica
Dus ja, daarom begint eigenlijk die veroudering ook in je lijf. Je hebt lijven die onze lijven zijn gemaakt om als een sanoushi om 40, 50 jaar mee te gaan. Maar we zijn niet gebouwd als een Mile die 100 jaar meegaat. Veertig jaar moet je redelijk kans maken dat je dat. Je kunt zelf volwassen. Dan kun je zelf ook kinderen krijgen. En als je die ook volwassen ziet, dan is eigenlijk jou echt, laten we zeggen, jouw bijdrage aan de evolutionaire voortgeven.
Planting is dan voldaan. Ja, dan zit je in die vrije uitloop. En dat is dus het interessante. Want die vrije uitloop, nou voel je dus ook dat daar zo'n soort biologische component aan zit. Je bent je leven relatief zeker tot aan je 40ste, 50ste. En daarna komt die onzekerheid, want als het de vrije uitloop. En nu zie je ook dat ik een oproep heb gedaan om dan die vrije uitloop maar te doen in Nederland in 2026.
Dat je met een lek lichaam of een gemankeerd lichaam dan toch nog weer opgelapt wordt, net als de auto in de garage, is maximaal aanwezig. Want vanaf dat moment kunnen de ziektes komen. Dat kunnen dan komen de ziektes. Het is niet de vraag of ze komen. Ze komen alleen, je weet niet wanneer. En dan kun je dus naar de garantjes. En de functie van het doodgaan is gewoon simpelweg dat je plaats moet maken voor... De volgende generatie.
Kort, omdat er een soort geüpdate versie dat de evolutie door moet. kijk er is. Dit zijn ook twee scholen. Alsof, laten we zeggen, die doodgeprogrammeerd is. Maar in jouw eigen woorden en hoe je met mij praat. Proef ik gewoon dat het stochastische, het ongrijpbare, is geen programma voor de dood. Er is een programma voor onderhoud. En herstel tot 40, 50 jaar. En daarna is het als het ware dat er benzine op is. Dan is de hoeveelheid onderhoud en herstel op. En dan loop je gewoon leeg.
Dan komt vanzelfsprekend hij dood. En dan komt vanzelfsprekend hij dood. Het machientje doet het niet meer. Net als een klok op een gegeven moment ook niet meer loopt. En opeens staat hij stil. Als je jong bent hè dan dan kijk je in de verte en iets in de verte lijkt klein. Iets aan de horizon lijkt niet zo groot. Als iemand zegt van goh.
Elke avond naar het café, dan zou je later last krijgen. Maar dat lijkt klein. Toch hoor je vaak van een goede oude dag begint op jonge leeftijd. Ik zie heel veel jongeren op social media die. Die laten zien dat ze nu al bezig zijn met heel oud en heel gezond worden. Met heel gezond leven. Ik heb toch ook niet gezegd? Dat je jezelf de verdiening in hoeft te helpen. Dat is eigenlijk wat we ook gezegd hebben. Als jij een Mile-wasmachite in een.
afgesloten ruimte zet, nou dan is hij twee, na twee jaar is hij doorgerot. Ja, dat is hetzelfde. Je kunt je leven, je kunt je lijf natuurlijk volstrekt uitwonen in 10, 15 jaar. Wat zijn de adviezen om dat niet te doen? Wat zijn eigenlijk de dingen die je hebt geleerd over hoe word je gezond oud? Maar Pieter, ik kijk je in de ogen. Die adviezen die werken, die helpen niet meer. Die plantjes eten elke dag bewegen.
Iedereen weet dat alles in moderation. Alles waar te voor staat, dat moet je niet doen. Allesmatige. Ik zou zeggen: alles waar te voor staat. Ik wil niet zeggen dat dat matig is. Maar je weet zelf wanneer je te veel. Wat je teveel doet, daar krijg je genot van. Zie dat er maar eens uit de ramen? Ik zie steeds meer mensen aan de e-bike ook steeds jonger.
Waar we vroeger nog tegen de wind in 13 kilometer de dijk affietsten. De strijd heb ik opgegeven. De strijd tegen de e-bike. Ik was een e-bike basje. In mijn boek Oud worden zonder het te zijn, uit 2014 heb ik ook geschreven: het oude mens moet gewoon zweten. Wat is daar mis mee? Maar ja. Het is zo'n verslavend vervoersmiddel gebleken dat dat niet meer te houden. Je hebt het opgegeven. Je schrijft heel mooi, we zijn van nature geneigd.
Vanuit onze evolutionaire positie om de roltrap te nemen, de lift, calorierijk voedsel, om niet te veel energie. We gaan voor een maak. Want energie is schaars. Ja, dat is het idee erachter. We zijn spaarzame dieren als als. Ja, vakentje. Je moet sparen voor de winter. Ja, precies. Dus dat is van, als je het niet Per se zou moeten doen, dan wil je de energie bewaren voor laten. Dus je gaat niet te veel bewegen en je gaat wel lekker veel eten. Ja, precies.
En ja, daarom is ook zo'n e-bike extreem verslavend. Aan de andere kant. Dat oppotten, oppotten van geld, oppotten van vet, oppotten van energie, ja dat is niet met een lang leven compatibel. Dus ja, het moet er gewoon af. En zeker als je dus heel veel energie ook tot je neemt. Omdat wij gewoon veel meer energie krijgen dan. Dat we het verbranden. Kijk, het feit dat we nu steeds dikker worden. Het grappige is dat we veel minder calorieën eten dan onze ouders en onze grootouders.
We denken dat we heel veel eten. Nee, dat is het punt niet. We zijn veel minder gaan eten, maar we zijn nog veel minder gaan bewegen. Daar zit het punt. Omdat ja, er is overal een roltrap, de auto. De auto. Mijn opa, ik denk dat hij wel 6000 calorieën had. Die had allemaal van dat vakenspek. Zonder vlees, met dat hele dikke spek en dat slubbende altijd naar binnen. Maar ja, dat was een land daarbij. Ja, dus als jij twaalf uur op het land staat, dan heb je ook wel 6000 calorieën nodig.
Und das geht gut. En sporten, is, is, is dat dan de remedie, dat je, dat je tegenover al die calorieën een loopband of een crosstrainer zet? Je moet wel heel langdurige, intensieve sport doen om daarvan af te vallen. Je valt ook af omdat je door het sporten gaat je. Je bazaal metabolisme, wat je door de dag heen verbrandt, dat dat ook omhoog gaat. En je gaat ook gezonder leven. Sporten alleen.
Je moet wel heel veel fietsen voordat je Marsbar, voordat je die weggefietst hebt hoor. Dat lukt vrijwel niemand. Dat is drie uur sport voor een halve mars of zoiets. Ja, dat soort rekensommen kun je maken. Ja. Jullie hebben onderzoek gedaan in Ghana, waar mensen als ze eenmaal. De kindersterfte hebben getrotseerd. Dat toch vrij oud worden en in hele goede gezondheid. Op bepaalde waarden veel beter scoren dan mensen in het Westen.
¶ Collectiviteit, Discriminatie en Eenzaamheid
Dat vond ik wel interessant. Ja, we zijn naar Ga naartoe gegaan om. Ik had twee promovendi. De ene was een dokter en de ander was een, of is een dokter en de ander is een antropoloog. En toen is eigenlijk in dat idee, of in dat driemanschap is toen eigenlijk het idee ontstaan van nou, we zouden eigenlijk eens veroudering moeten bestuderen in een omgeving die. Tussen aanhalingstekens natuurlijk was. Wat ik daarmee bedoel, dat is waarbij alles in evenwicht is.
Want ik had al gezegd, kijk, Nederland 2026 is een heel bijzondere situatie, waarbij heel veel mensen de gelegenheid krijgen om heel oud te worden. Dus daarom doen we het nu vandaag in Nederland. Ik denk even over Nederland in de middeleeuwen. En dan zie je dus dat er heel veel tekort is. Voedsel. Er is te veel kou, er is te veel infectieziekte. En dus al die tussen komen daarvoor.
En toen dachten we van nou, dat is heel interessant om te begrijpen hoe dat mechanisme van veroudering, hoe dat nou in elkaar steekt. En ook in relatie met. Met voortplanting. En toen zijn we afgereisd naar een onderzoeksgebied in Ghana. En daar hebben we dus sex en death. Dus de voortplanting en de flipside, de veroudering, hebben we daar bestudeerd. En we hebben daar dus ook kunnen aantonen dat hoe. Vertieler je bent, vertieler, dus hoe meer seksueel actief.
Succesvol, zo moet ik het zeggen. Er zit dus de daad in, maar je moet het ook maar voor elkaar krijgen dat je. Dat je een kind kunt verwekken en groot kunt krijgen. Dat daar een flipside in zit. En dat is veroudering. Dus weer die seks is dan heel belangrijk. Dat vind ik toch opmerkend. In de brede zin van het woord. Footplanting, yeah.
Is het zo dat mensen dan genetisch anders zijn of zit de samenleving anders in elkaar, dat mensen meer bewegen? Het is weer die twee assen. Er zit een erfelijke component in. En dat zie je ook heel snel terug als je ons. Levencyclus vergelijkt met die van konijnen en muizen. Dan zie je dat die konijnen en muizen. Ze doen het als konijnen. En ze hebben dus ook keer op keer hebben ze weer een worp met zoveel nakomelingen. Maar ze hebben toch maar een relatief kort leven. Wij doen het.
Veel rustiger aan wat betreft de voortplanting. En we hebben ook een langer leven. En beide zijn succesvol, want er zijn nog steeds konijnen en er zijn ook nog steeds mensen. En hier vind je weer de Sanusie in de konijnen terug en de Miles in de mensen. Wat ik interessant vind is is dat in Ghana... De begrafenis vaak de plek is waar na afloop nieuwe huwelijken worden gesloten of nieuwe relaties ontstaan.
Na een begrafenis wordt er de hele nacht feest gevierd, gedanst. En dat is eigenlijk de plek waar je. Nu kom je op de tweede component. Want dit zit dus diep in onze DNA zit dat die... Net zoals een Sanoussi, dat komt uit een andere fabriek en die Miles Commo. Dat is niet dezelfde fabriek. Zo heb je dus ook ander genetisch erfelijk materiaal. Dat is de ene component. De andere component is dat we Nederland hebben en Ghana. En Nederland is dus heel luxueus en Ghana.
Is dus heel beperkt. En ja, dat maakt uit hoe je dus met dat lijf omgaat. Nou, als je dus een lijf hebt en je brengt dat onder ganees omstandigheden waar het allemaal te kort, te kort, te kort is. Of veel te kort is, dan ben je je leven minder zeker. En hou die even vast. In Nederland. Omdat die tekorten er successievelijk, als er...
Het schillen van een ui allemaal zijn afgepeld, kom je eigenlijk vrijwel zeker die eerste 40, 50 jaar door. En dan word je ook nog eigenlijk uitzicht geboden in die tweede helft, tot aan de 100 jaar en toe. Nou. Wat er dus in Ghana gebeurt is dat al die tekorten, die maakt dus onzekerheid. Zelfs eigenlijk al vanaf, ik hoef alleen maar in de herinnering te roepen, dat daar de kinderster nog maximaal groot is, je krijgt ook geen naam totdat je één jaar wordt.
Want dan is er de zekerheid dat je die eerste fase doorheen bent. Er zit al iets van 30 of 40 procent van die kinderen die hier al dood. En dan krijg je pas een naam. Ja. Aan het eind van het leven, als je dan niet een ritueel hebt die je daardoorheen, door die. Die onzekerheid van het leven, dat kwetsbare, als je dat ritueel niet hebt, dan word je toch heel diep depressief. En dan ga je toch stil op een steen zitten en wachten tot de dood komt.
Nee, die rituelen zijn van extreem belang om, laten we zeggen, de mensheid, de mensen, de mensheid daarin onder dat soort omstandigheden voor te brengen. Ook al gaan mensen dood, jij gaat verder. Er zit ook schoonheid in. Je bent op een zeker ogenblik hoogleraar geworden in Denemarken. Je was ook lid van het coronateam van Denemarken. Ja, klopt.
¶ Zorgkloof, Maakbaarheid en Jeugd
En ja, je hebt dus die gezondheidszorg daar heel goed leren kennen. Zijn er dingen die je geleerd hebt die ze daar beter doen? Ik ging in 2015 uit Nederland vertrokken om het ja... Ik kwam eigenlijk ook niet verder en ze begon ook aan mij te trekken. En zo kom je dan in Kopenhagen. En ik had toen het idee van dat is eigenlijk dezelfde soort Nederland. Maar ik begin er om te lachen. Dat bleek wel anders te zitten. Het gaat over hoe je met elkaar omgaat.
Je hebt een Deense maatschappij en je hebt een Nederlandse maatschappij. Daar zitten individuen in, en die maken een maatschappij. Dus ze zijn dus ik en wijen. En dan krijg je een soort, je gaat daar dan over denken van van wie is er nou eerder? Het kip of het ei? Wie is er nou eerder? Het ik of het wij?
Als je het in Nederland vraagt, dan krijg je stelselmatig het antwoord: het ik is eerst en samen maken we het wij. Als je naar Scandinavië gaat, dan zeggen ze: We zijn een wij en binnen het Wij ben ik mijn ik. Wat daaruit spreekt in dat wij, zijn twee dingen die Scandinavië maken. Eens transparant, want we hebben een wij.
Wij zijn niet geheimzinnig naar elkaar. Wij houden de kaarten niet voor de borst, maar wij openen de gifst. Wij openen de borst. Wij zijn transparant. En dat vraagt en dat komt met vertrouwen. Je gaat met elkaar samen de strijd van het leven aan. Dat is een groot verschil, lijkt me. Extreem groot verschil. En hoe werkt dat door ten aanzien van veroudering als je meer deel van een collectief bent dan een individu? Hier vind je hem.
En je wordt gebrekkig. Je komt af en toe niet meer uit je woorden. En je moet haaster een play vinden, omdat je anders in je broek gaat en je in je broek doet. Dan werkt dat makkelijker als je in een wij leeft, in een community, in een samenleving die in transparantie en vertrouwen met elkaar omgaat. Dan wanneer je in een vechters mentaliteit zit. Het ik eerst en het wij komt later. Dus in zo'n wij-cultuur, en dat is niet...
Zweverig bedoeld, maar als je dus dat centraal stelt, dan kijk je naar elkaar om. Nou, daar gaat het hele debat over de oudere, de huidige tijd over. Dat ouderen nu meer met elkaar moeten gaan doen. Dat ze zelf En samenredzaam moeten gaan worden. En dat in de buurt, laten we zeggen, dat daar het leven geleefd moet worden. Omdat je de hulp die je dan ogenblikkelijk nodig hebt, daar ook het eerst zou kunnen vinden.
En daar helpt dat wij bij. Ik heb ook gelezen dat het een van de belangrijkste voorspellers is voor veroudering, al dan niet in hoeverre mensen nog een rijk sociaal leven hebben. If you're alone, if you're alone, Ja, dan is de sterftekans veel groter. Dat komt uit elk onderzoek. Zijn ouderen ook eenzamer? Of is dat mee? Nou, dat roept iedereen. Maar kijk, de de. During your life you are the most silent in your puberty.
Dat is al heel anders dan ik dacht. Ik dacht, de ouderen, dat hoor je altijd, die zijn eenzaam. En de tieners hebben een. Er is ook een verschil tussen eenzaamheid, je zegt het mooi, en alleen zijn. Kijk, het is absoluut zo dat. Dat laten we zeggen, ouderen alleen raken, omdat dus allerlei mensen rondom hen heen wegvallen. En als je dan ook nog gebrekkig mobiel bent, dan word je alleen. Dat wil niet zeggen dat je eenzaam bent.
Pubers zijn omringd door groepsgenoten in social media met iedereen, dan kunnen diep en diep eenzaam zijn. En het is dat gevoel van eenzaamheid. En het gevoel dat je niet geholpen wordt, het gevoel dat je niet gezien wordt, en het gevoel dat je niet het gevoel hebben dat je kunt vertrouwen, ja, dat is het dodelijke. En het gevoel dat je geen functie meer hebt in de samenleving.
Is dat iets dat voorbeeld? Kijk, als je je eenmaal zelf oud verklaart, dan ga je er alleen maar om glimlachen. Ik bedoel, jouw tijd is over, toch? Er zijn veel mensen. Jan Slachter heeft zich daar heel hard voor gemaakt. Veel oude mensen, bedoel je? Ja, nou, Jan Slachter is eigenlijk een wonderlijke man, want die begon op te strijden tegen oudere discriminatie lang en breed voor hij zelf oud was.
Ik geloof dat hij 49 was toen dat zijn missie werd. Je weet, werd hij toen ook al in het mediapark zat hij wel als een oude. Als een oude man neergezet zijn. Toch heeft hij een punt. Het is eigenlijk iets raars. Oudere discriminatie. Nee, zeg maar niet raar. Ik bedoel, je ziet toch een mens in verval. Moet je dat dan discrimineren of is dat een uiting van angst? Kijk, hoe werkt het? Je ziet iemand oud worden.
Je ziet slachter, 49, die probeert daar nog moderne tv neer te zetten. Nou, dat lukt hem dus niet. Dus hij is oud. Ze kijken naar mij, ze zien daar een grijze man en een student. Je ziet gewoon dat hij oud wordt. En dan komt, en dat is mijn mijn these. Dan kruipt. Het is een oordeel, het ziet er oud uit. Of een observatie. En dan ga je daarover oordelen. En dan zeg je van hé, maar dat is lelijk.
Want vooral daar kan je heel slecht mee wielen en dealen. En dan zeg je: ja, maar zo wil ik niet zijn. En daar kruipt de discriminatie in. En dat is angst. Dat ik discrimineer of dat ik. Nee, de jongere die de oudere discrimineert, is zelf op dezelfde rivier aan het afdalen richting de aardappel. Ja, maar dat is de ontkenning. Dat is het. Tot het moment dat je jezelf ouder verklaart, zul je ouderen discrimineren.
Tot de dag dat je langs een etalage loopt. En denk. welke oude man loopt er naast me? Dan denk je. hey, gek. Het is gebeurd. En dan discrimineer je ze ook niet meer. Want dan hoor je erbij. Dat zijn je vrienden geworden. Maar tot dat moment, tot het moment dat je zelf kunt verklaren van ik ben oud of oud ben. Dan blijf je het discrimineren, want daar wil je niet zijn. Heeft dat met doodsangst te maken? Ja. Dat zit erachter. Als je een oud mens kijkt, dan kijk je toch de dood in de ogen.
Oud is dood of bijna dood en dood is eng. Ja. Zoals je niet naar een lijk wil kijken, zo kijk je niet naar een. Heb je hem wel eens aangeraakt? Heb je wel eens een lijk aangeraakt? Al dat soort emoties zitten daar. En dat is. De extreme, ja, extentiële angst zit erachter. En daarom denk ik dat het ook. Vrijwel onuitroeibaar is. Mensen, laten we daar heel duidelijk over zijn. Die leeftijdsdiscriminatie is van alle tijden, van alle culturen. En het roze idee dat het daarin vroeger beter was.
Of dat het in allerlei andere culturen allemaal veel beter is. Nee, dit is niet zo. Op het moment dat het moeilijk wordt, dan krijgt het oude mensen de eerste klappen. Maar niks meer te bijdragen. Hoort dan het over stammen waar de dorps oudste. Het voor het zeggen krijgt. Als je die traktaten gaat lezen, zijn prachtig boeken overgeschreven, dat worden meer vaak vrouwen die werden afgeschilderd als. Als heksen die zeniel werden. En dat werden dus op een gegeven moment orakels. Nou.
Vind je dat dan geen oudere discriminatie? Dat je dan een oudere vrouw als een orakel van laat orakelen, rakelen? Ik zou zeggen, een orakel is wel een bron van wijsheid. Nee, als niemand eruit komt, dan ging je naar het orakel. En dan ging je niet voor wijsheid. Maar omdat er een besluit genomen moest worden. En daarom liet je het met het orakel maar doen. Kop of munt. Je had ook een muntje kunnen opgooien.
Maar als ouderdom dood is, dan heb je eigenlijk alle andere doodsoorzaken al een klein beetje terzijde geschoven. Dus hoe meer je ouderdom. Hoeverdom, is niet hetzelfde als dood een. En jong is niet hetzelfde als leven, want je bent je leven nooit zeker. Maar het is natuurlijk wel zo. Als je nou terugdenkt aan vroege tijden of aan een land als Gana, waar je je leven erg onzeker bent, dan gebeurt er wel iets raars.
Want als het die doodstangst is en je komt met z'n tweeën bij elkaar en dan zit je een biertje te drinken. En je hebt eigenlijk beide een jong mens en een oud mens, omdat de omstandigheden zo slecht zijn, in vroege tijden of op plaats, op aarde. Dan zie je opeens dat de twintigjarige en de 70-jarige met elkaar verbroederen omdat ze beide niet weten of ze er morgen nog zijn.
Dan hebben ze eigenlijk min of meer hetzelfde traject voor zich. Zij hebben eigenlijk dezelfde lotsbestemming. En zo zijn ze dus eigenlijk van dezelfde leeftijd geworden. Want ja, de jongeman die weet er ook niet of die er morgen nog is en de oude man ook niet. Dus dat is een hele andere situatie dan nu, waarbij de jongeling zich eigenlijk bijna 100% zeker waant dat hij er morgen nog is.
Terwijl de oude man denkt van ja, wie weet ik er morgen niet meer. En dan zie je dat er opeens een heel verschil komt. En dan zie ik dus ook dat die leeftijdsdiscriminatie nog verder wordt gevoed. Omdat het jonge mens. Die kijkt met angst en beven naar het oude mens en die zegt: van daar wil ik niet wezen. En het oude mens wordt eigenlijk helemaal wee en die denkt eigenlijk alleen maar: was ik nog maar zo jong?
Maar ze rekenen zich buiten, wat jij noemt het chiquezaal. Ja, maar als je dus. En dat is wat ik bedoel, in vroege tijden en op andere plaatsen in de wereld dan Nederland. Is dat ziekzaal? Dat is Schering en Inslag. Een omgevallen boom, een oorlog. Geen 1er 1. Geen 1er 1. Geen 1er 1. Geen 1er 1.
Vastvriezen aan de verwarming, omdat hij het niet meer doet, omdat er oorlog is. Alles. Je zei dat we het niet zo moeten problematiseren. Je leest nu dat er een soort dubbel dip aankomt. minder zorgpersoneel, meer zorgvraag.
¶ Langer Leven, Kwetsbaarheden en Scans
De vergrijzing neemt toe en dus ook de kwalen. Hoe kijk je daar tegenaan? Hoe organiseren we dit alles? Dat je een samenleving hebt met heel veel zieke mensen. Krakkenmiekige mensen die onderhouden moeten worden. Dat is maar weer de depressie. De zorg kloof en dat we. Langzamerhand door al de vergrijzing en al die oude mensen tot stilstand komen. En iedereen met een knuffel robot. Dat is ten principale wordt er verkeerd over nagedacht.
Waar we het over hebben, is dat je. kijk, mensen leven hun eigen leven totdat, laten we zeggen, de veroudering of een al of het ziekzaal heeft toegeslagen, dat je hulbehoefend wordt. En wat mensen nu denken, en dat is in de politiek, dat denken dokters, dat denken de buurvrouw. Wie weet, denk jij dat ook wel? Dat als ik nou ouder word, dat ik dan ook meer jaren van hulbehoevendheid krijg. Maar dat is helemaal niet zo.
Het aantal dagen van de wereld. Je blijft leven, ik interrumpeer je gewoon. Je blijft leven omdat je bij de garage, bij de dokter, laten we zeggen, weer opgelapt wordt. En dan kun je weer rijden. Dan gaat het leven weer verder. Dus dan ben je niet per se hulbehoevend. Dat is pas de laatste jaren, wat ik de ravelrand van het leven noem, waarbij, laten we zeggen, een defect. Een ziekte niet helemaal opgelost kan worden. Ja, dan word je hulpbehoevend. Maar dat wordt naar achteren gegooid.
Dus die naad, die blijft even lang. Die ravelrand blijft hetzelfde. Het is zelfs de voorspelling dat die ravelrand korter wordt. Omdat als je later met de hulbehoefendheid. Dan komt het cadeautje gewoon inhalen. Die knipt gewoon die hulpbehoevendheid af. Dus met andere woorden, het uitzicht is wat dat betreft ook nooit beter geweest dan nu. Om je langer leeft met een lijf.
Waarmee je een dagelijks leven van jouw keuze kunt leven. En de ravelrand, dat je hulp behoefend wordt, is niet langer geworden en wordt in de toekomst korter. Waarom wordt het zo geproblematiseerd? Ja dat is angst voor de dood, omdat dat dat is je dat zijn jonge mensen. Die zich nog niet gerealiseerd hebben dat het leven eindigt, of kan eindigen dat het leven eindig is. En nog leven in een soort maakbaarheidsiets. Dat denk ik. Wat jij net zei, het is dat.
Dat puntje aan de horizon, waar je zegt: ik ga mijn handen voor en dan zie je het niet. Dat is nog ver weg. Maar je hoort het zelden over de kosten van kinderen, van jongeren. Dat wordt niet uitgerekend volgens mij. Wat de jongere de samenleving wel niet kost. Kijk, je begint pas netto aan de BV Nederland bij te dragen op het moment dat je de veertig gepasseerd bent.
De investeringen die je ouders, jijzelf en de maatschappij doet om je zeggen, tot een volwassen mens te brengen. Nou, en volwassenheid daar kunnen we ook nog over discussiëren. Maar laten we zeggen 21, 24, 25 jaar. Die zijn gigantisch. En dat heb je eigenlijk pas afbetaald, dat is meerdere keren uitgerekend. Dan kom je weer op die 40, 50 jaar uit.
Je moet dus, laten we zeggen, die investeringen, die moet je dan ook zelf weer opbrengen om het leven weer voor te brengen. Dus vanaf je veertigste ga je geld opleveren en dan tot je. 67ste of zo. Dus je ziet dat hoe langer, naarmate je dus meer gebruik maakt van laten we zeggen, die vrije uitloop, dan genereer je dus heel veel middelen voor jezelf, maar ook voor.
Voor de samenleving. Hoe oud wordt iemand die nu geboren wordt? Als er vandaag een baby wordt geboren en en het gaat allemaal goed? Honderd jaar worden ze nu. Nee, dat is de voorspelling. Als, laten we zeggen, alle trends zo doorzetten. Je moet dus echt oorlog maken in Nederland of de wereldorde totaal van slag afhelpen. En dan gaan al die trends niet door. Maar we zitten dus nu op 85 jaar. Melke 10 jaar krijg je er ongeveer twee jaar bij. En zo wordt dus iemand die dus nu.
Ja, geboren wordt. Ja, die staat in de boeken voor centenariën, zoals dat heet, honderdjarigen. Maar dat betekent dat er ook uitlopers zijn die flink veel ouder zullen worden. 103 en 105 jaar oud worden, dat is nu ook al een regel. Dus 130, dat zou zomaar. Ja, dus dan krijg je die discussie. Dus waar la, waar waar eindigt dat? Ja, dat dat schuift allemaal op. Dus ja, die 130 die zal ook wel een keer aangetikt worden.
Wat is het zwakke punt van het menselijk lijf? Ja, dat is een goede vraag. Want kijk, we zijn dus zanoussies en je moet dus van die miles leren. Dat vind ik wel interessant. De generatie na mij, die zegt van kijk, we moeten niet alleen herstellen, dus ingrijpen wanneer er pech is, waar ik eigenlijk tot nu toe veel over gesproken heb. Maar die zeggen ook van kijk, maar er zijn dus processen die zo generaal. en ik noem bijvoorbeeld bij de auto's en de wasmachine als roestvorming.
Als we nou die roest zouden kunnen weghalen, dan is de kans dat je oud wordt, vele malen groter. En dat idee, dat is ook een soort missie. Missie van mensen die zich met veroudering bezig maken, die begrijp ik heel goed. Alleen dat generale principe wat roest is voor auto's en wasmachines, wat er roest is voor.
Onze lijven, ja, dat is toch nog niet helemaal bekend. Maar iets als roest, en dan begint het meer. Dat gaat meer richting van je moet je cholesterol laag houden, je moet de ontsteking in je lijf laag houden. Dat zijn eigenlijk hoestachtige processen, die ingrijpen op al die organen en knaagt, eigenlijk vanaf die puberteit, of misschien daarvoor al, knaagt aan, laten we zeggen, de. Ja, de structuur van ons lijf. En dan zou een plantaardig dieet geloof ik.
De oplossing zijn. Nou, ik. je hoort mij al zeggen dat dat proces nog niet goed in beeld is. Nou, dus dan is dat panace. En die wondenpil is er dus ook niet. Wat vind je van mensen die full body scans aanbieden en of mensen die dat ondergaan? Dat lijkt toch ook een soort drang om die veroudering te bezweren? Ja, dat mooie woorden. Dank je wel daarvoor. Dat is je eigen angst met de slijtage en met de dood. Kijk, met die MRI's, we kunnen met MRI's en met andere technieken kunnen we steeds meer.
Van die gebreken kunnen we opsporen. En soms is dat heel handig. En soms ook niet. Ik ga er weer even terug. Je hebt een oude auto. En je wilt op vakantie. En je gaat naar de garage. En dan zeg je van ja, je moet hem weer helemaal oplappen, want ik wil geen pech hebben. En dan doet hij de motorkap open en dan zegt hij: Ja, meneer, mevrouw. Er is ook wat oliekaage en die feesnaar, en dit en die elektronica hapende ook. En dat is eigenlijk wat je met die MRI ook doet.
Ja, je weet het gewoon. Maar je moet niet aan alles wat gaan doen. Dat zegt de garagist ook. Je ziet gewoon dat je ouder wordt. Je ziet gewoon dat je ouder wordt. Het is een spiegel. Ja. Mooi. Ga voor de spiegel staan, dan zie je het vanzelf ook. Zoals je er aan de buitenkant uitziet, zie je er ook aan de binnenkant uit.
Het slijt. En dan zit je op die rivier, en die rivier gaat naar beneden. En soms ben je hier en je daar en soms gaat. En dan kijk je en dan roep je: we zijn tegen een rots aangegaan, en dan loopt water naar binnen. En dan zeg je, en nou naar de kant en repareren. En dan ga je weer verder.
¶ De Dood als Supernova
Hãy subscribe cho kênh Ghiền Mì Gõ Để không bỏ lỡ những video hấp dẫn The ocean. Yeah. Ik vind het een mooi beeld. En dan ga je naar die oceaan. En dan, dat is dan het einde, de sterfelijkheid. Hoe zie je dan uiteindelijk de dood, het sterven, is er? Witt licht harpmuziek, zingende engelen. Harie Bomsman met een laptop vooropgesteld. Ik ben niet gelover. Dus het einde is daar. Ik vergelijk het wel met de tweede wet van de thermodynamica. Dus energie.
Dat heeft de neiging om te klonteren. Ik denk dat het dus klontert in mij. Er is een Rudy, die leeft 67 jaar plus. Ja en op een gegeven moment dan knalt dat weer uit elkaar. Net zoals sterren dat doen. Die sterren klont er ook allemaal naar elkaar toe. Dat wordt dan een zwart gat zo geconcentreerd, en dan knalt het uit elkaar. Ja, en dat is. Je gaat leven en dan ga je paf en dan ga je weer dood. Als een supernova. Als een supernova.
En de wet, de tweede wet van de thermodynamica, de entropie, de energie blijft behouden. Alle energie die nu in Rudy zit, die verspreidt zich over een groot oppervlak. Dus dat is wel mooi. Zo kun je er ook over denken. Er zijn ook filosofen die zeggen: dat leven is ook zinloos. Dat ben ik eigenlijk grotendeels wel met ze eens. Maar je kunt wel zin geven aan het leven. En dat blijkt ook. Wij bouwen culturen met elkaar, wij bouwen een geschiedenis, we kunnen toekomstdromen verwezenlijken.
We creëren wat. Ja, we laten wat achter. Dit kopje thee is nu koud, maar de energie is niet verdwenend. Die heeft zich alleen over deze hele studio verspreiding. En dat bedoelmee, met z'n allen maken we daar iets moois van. Dankjewel. Het was een groot genoeg om met je te praten. Dankjewel. Dank je hartelijk. En dit was het uur voor deze week. Het uur wordt gemaakt door Merel van Waalwijk van Doorn. Mijn naam is Pieter van der Wielen.
En volgende week is er een nieuwe aflevering tot volgende week.
