¶ Intro / Opening
Når jeg knipser, får du ro på med elk. Lyder det nemt, det er det også, hvis at spørge vores kunder. For tredje år i træk er vi kålet som det sab, der er Danmarks mest tilfræssige elkunder.
¶ Introductie en Persoonlijke Filosofie
Welkom bij het uur. Op oude foto's uit de jaren 60 valt het meteen op. Wat was iedereen vroeger dun vergeleken? De helft van de bevolking heeft inmiddels overgewicht. rijdt al een half leven tegen de voedingsindustrie. Claims, hele en halve leugens, teunt. De titel van zijn nieuwe boek De mens is een plofkip. Hoe moet je eigenlijk verweren tegen een idee? met je voor heeft en waar ze eigenlijk Steun van de Keuken. Teun, welkom. Leuk dat je er bent. Dank je wel. Dank dat je langs wilde komen. Ja.
Hoe gaat het? Nou, eigenlijk wel goed. Ja. O lekker meteen de rol helemaal omgedraaid. Hoe gaat het met jou? Ik vind het altijd wel een goede vraag. Altijd. Hoe gaat het? Hoe gaat het? Je kan er namelijk op vele manieren antwoord op geven. Nou ja, ik moet zeggen. Ik kan daar dus ook op twee manieren aan. Gisteren had ik een perfecte dag. Dus dat is fijn.
Daar zijn er eigenlijk niet zoveel van. Ik had namelijk eerst mijn administratie gedaan, die lag al lang. Toen heb ik een stukje geschreven voor een nieuw boek dat ik met Yvette van Bovans doen was. Toen ging ik naar de personal trainer, toen heb ik al mijn persoonlijke records verbroken. En toen heb ik in de meest ideale plek... Buiten huis voetbal gekeken. Namelijk, dat is een café op de Java-straat, dat heet De Jonge Admiraal. En daar heerst er gewoon een soort licht.
Lacronieke houding ten opzette voetbal. Niemand had ook iets oranjes aan. Het kon ze eigenlijk niet schelen. Het kon ze wel schelen, maar gewoon met een zekere distantie. En dat is ook. Ja, ik ben een paar jaar geleden ben ik diep getraumatiseerd geraakt over voetbal. En toen ben ik eigenlijk, sindsdien heb ik bijna nooit meer een wedstrijd gekeken. En nu kijk ik, maar nu kijk ik met een zekere distantie, dat het me niet meer echt raakt. En dat bevalt me eigenlijk prima.
Maar verder noem je allemaal dingen die juist heel resultaatgericht zijn. Een perfecte dag, want ik had mijn boekhouding gedaan voor mij is een. Een dag boekhouding, een dag die in de eeuwigheid verloren is. Zo van nou, je hebt een kort bestaan op aarde en dan zit je ook nog je boekhouding. Vind je dat je wel echt. Ja, ik ben niet per se van de school. Ja, dat zou je niet misschien zeggen als je kijkt naar.
Naar mijn productie. Maar op zich vind ik niet per se dat je er wat van moet maken in het aards bestaan. Dus ik zie meer de boekhouding doen. Dat is eigenlijk... Een soort uitstelgedrag van dat je iets echt moet doen, maar dan wel nuttig uitstelgedrag. Dus het moet toch wel een nut hebben. Ik vind boekhouding. Ik had jij nooit verwacht dat we het nu over boekhouding zouden hebben, denk ik. Dat is mijn favoriete onderwerp.
Trouwens, maar een niet geheel hedonistische inslag. Dus er moet wel iets van resultaat en richting in zitten. Ik heb eigenlijk denk ik vrijwel geen hedonistische inslag. Kijk. Want alles wat je schrijft gaat over dingen die ook leuk zouden kunnen zijn: eten, drinken. Daar valt mee samen ook cultuur, vind ik. Men absolut ikke hedonistisk.
Maar ook niet zuur. Ik zou je ook niet als zuur willen ontstaan. Nee, hoewel zuur is nu weer een soort geuzenaam van links geworden, hè, zuur. Dus in die zin vind ik dat wel. Het is een mooie smaakmaker ook, zuur. Een beetje citroen pept het eten altijd wel op. Ja, zuurste ruggengraad van je gerecht. Ja, precies. Mooi. Ja, maar echt laten gaan, dat kan ik eigenlijk niet.
¶ De Afnemende Rol van Ironie
En als ik het wel doe, dan denk ik altijd: van wat heb ik nou gedaan? Ja, dus kijk, dit is nou echt vervelend, Pieter. Want ik dacht, ik zag een beetje op tegen dit gesprek. Moet ik zeggen, hoewel ik echt van jou hou, dus dat scheelt. Maar um Omdat ik altijd denk van ja, wat er meeste gebeurt in deze. Kijk, ik ben nu in een soort fase dat ik graag over inhoud praat en dat ik dat gepsychologiseerd. Ik denk altijd van ja, jij, kijk, eigen ma jij maakt een soort portret van mij.
Ik maak ook een portret voor mij. Het heeft natuurlijk in feite... Heel weinig met de werkelijkheid te maken. Het is maar gewoon een soort beeld dat we willen scheppen. En ik denk dat van ja, wat. Wat schieten we daar nou mee op? We hebben dat gepsychologiseerd. Ja, en nu waren we er eigenlijk al heel snel van.
Niet hedonistisch. Het lukt me niet om me helemaal te laten gaan. Ja, maar toen dacht ik, dan ga ik daar nu ook weer verklaringen voor geven. En dan zit je daar dus in. Dan zit je dus in die mal. Maar ook niet strikt pessimistisch. Ook niet iemand die echt gelooft dat hij de wereld nog kan verbeteren. Dus daar zit ook een milde tegenstelling. Zo van oké, de wereld gaat naar de klote. Daar zijn we het dan wel over eens. Dat vind jij ook. Ja, dat vind ik wel. Maar we hebben het nog niet opgegeven.
Nou, kijk, ik vind het eigenlijk een soort, ja, plicht is natuurlijk wel een groot woord, maar ik vind een soort plicht om het niet op te geven. Dus diep van binnen denk ik van ja, dit kan toch niet goed gaan. Maar aan de andere kant, als we nou toch meer mensen meekrijgen in het idee dat het wel goed kan gaan, dan gaat het misschien toch nog goed. En dan hebben we het geprobeerd.
Als ik een soort motto zou hebben, zo ik een motto zou hebben, dan zou ik zeggen: ik heb er alles aan gedaan. Dus dat is eigenlijk, dat is misschien. De levenshouding. Niet weerloos hen ondergaan. Ja, precies. Dus ook vanuit ook al is het, stel dat we nu dus een. Dat het met dit kabinet bijvoorbeeld, dat het echt helemaal de verkeerde kant op gaat, dan zou ik niet later op aan willen gesproken worden dat ik niet mijn stem heb verhoud.
Is het eigenlijk verheftigend? Oh, dat je hem niet hebt verheven. Dus het is ook een kwestie van dat je jezelf in de spiegel wilt kunnen kijken. Dat je misschien een soort rekenschap wil geven aan je kinderen ofzo. Dat je denkt, van ja, ik heb het niet allemaal zomaar laten gebeuren. En het grappige is wel, maar er komen dan zoveel op, dat dus in mijn... In mijn boek, waar we het dus natuurlijk zo over gaan hebben... roe ik ook wel op tot weer een beetje meer soort burgerschap en activisme.
En ik merk dat dat wel, ik doe een soort tour door het land, langs allemaal boekwinkels. Dat is nu eigenlijk even afgelopen. Dan merk dat dat veel weerklank vindt. Dus dat mensen ook wel behoefte hebben aan. Nee, we gaan niet allemaal denken dat alles ons overkomt. We kunnen ook. Ja, dus melancholie betekent letterlijk zwartgallig. Dus ik heb gewoon een beetje een zwartgallige ziel.
En een beetje een somber gemoed. Alleen ja, ik vind dat ook maar zoiets, daar hoef ik me ook niet verder aan te houden. Dus ik pep me alles wel op. Omdat ik denk van ja, God. Ik heb wel een stem, dus die moet ik gebruiken. En dan zullen we wel zien waar het schip strandt. En ergens denk ik altijd van ja, het zal wel allemaal mislukken, maar waarom zou je daar dan bij neerleggen?
In jouw werk zit altijd een zekere vrolijkheid. Het zijn programma's waarna je toch ook weer niet denkt, ik spring van het dak. Terwijl de boodschap serieus is en de misstanden die je aankaart er niet om liegen. Maar er zit toch altijd ook iets mogelijks en ludieks in. De mens zelf is natuurlijk gewoon een hele tragische figuur, dus daar kan je wel om lachen. Tegelijkertijd. Hoe ernstiger de zaken worden.
Hoe merk ik me daar ook wel een beetje van af? Je hebt een toon, een luchtige toon. Dat vind ik gewoon een goede toon, omdat dat is. Ik probeer ook begrijpelijk te zijn. Dus allerlei dingen die daarvan afleiden, vind ik niet goed. Dus ik probeer dingen toch. Oogschijnlijk simpel te brengen. Maar juist, ik heb wel het idee dat de humor, die bijvoorbeeld ook in weet ik wat, Keuringsdienst van Warden zit.
Die dus ook aanschurkt tegen een soort ironie. Ik denk wel dat we daar langzamerhand een beetje van af moeten. Omdat ironie ook bijna een soort verplichte vorm wordt. Omdat je heel graag niet iets wil zijn. Misschien wil je heel graag niet zijn wat jouw ouders en die generatie wel waren. Da komt een psycholoog. Maar beter zijn de ouders.
Maar het is wel zo. Je wilde heel graag niet je vader zijn. En je wilde heel graag niet dat grote gelijk op je schouders hebben. Ja, maar misschien. Ook dat is misschien een beetje. Tegelijkertijd is de ironie echt wel ook, maar dit is niet per se bij mijn ouders, maar wel echt. Het wapen of het stijlmiddel dat bij die generatie groot is geworden. Maar dan denk ik meer aan Hermans en Reven en zo. Ja, is misschien net ietsje, maar goed, dus en komrij.
Toch alles een beetje ironisch afzijken. Kijk, ik snap wat je bedoelt. Maar ik denk dat we toch. Um steeds meer in een tijd komen dat mensen toch eigenlijk dat je dat je gewoon moet zeggen ook waar je echt staat. Het grappige is dat, ironie is dus langzaam nu ook een stijl middel geworden, meer van de rechtsnationalistische hoek. Want die en die gebruiken we het meer om dan er dus de hele tijd iets iets naar te zeggen over bepaalde bevolkingsgroepen.
En als je dan zegt van, wat zeg je nou? Haha, was ironie, niet zo serieus. Je mag ook niks meer zeggen. Zuur linkse figuur. Dat je dit serieus neemt. Ik wil toch eenduidiger worden. Dus misschien word ik dan minder leuk en saaier. Maar ik voel die behoefte wel. Irgendwie is ook een manier om je te verschuilen. Je zegt iets, maar je zegt het niet. En als het niet aanslaat, dan kan je zeggen, oh, maar ik bedoel het niet zo.
Toen wij op de middelbare school zaten, vanaf de eerste klas, werd er werkelijk. Alleen maar ironisch gepraat. Dus alles wat je stom vond, vond je dan. Ja, geweldig. Dus alles werd ook omgedraaid. En dat ze op een gegeven moment. Het grappige was wel dat als je dus op een gegeven moment geïnteresseerd raakte in een meisje, de meisjes vonden dat eigenlijk altijd stom. Dus die wilden op een gegeven moment weten: maar wat vind je nou echt? Weet je wel?
Maar dat is dus dus. Ik heb dus wel jarenlange training in... En eigenlijk niet zeggen wat je vindt, maar alles in een soort soort... Met stijlfiguren. Dat komt makkelijker voor je. Dat gaat meer naturael. Dat gaat meer naturael. En dan een beetje flauwe grapjes maken. Misschien elkaar een beetje afzijken. Maar dat is dan allemaal onder het mom vanha. Maar um
¶ Misleidende Marketing en Voedselcultuur
Ja, dus. Pas niet echt bij een tijd waarin je echt verontwaardigd raakt. En dingen waar je echt over opwint. Precies, want dat is dus ook. Mijn boek begint er ook mee dat ik zeg van ja, ik begin even opnieuw en nu met de echte emotie erin. Dus dat ik denk van ja, we moeten toch duidelijker zijn. Want dat is ook zo met bijvoorbeeld. Ik vind het zelf ook nog steeds een fantastisch programma. Een Keurings Iets van Warde. Dat het is eigenlijk zo, alles wordt onder zo'n soort grappige saus bedekt.
Dat mensen dan zeggen, die hebben gelachen. En dan zeggen ze, ja, het is toch wel erg, hè? En dan kopen ze een bepaald product drie weken niet. En dan denken ze van: ja, god, ik mis het toch eigenlijk wel, die pangaas, filet, koop hem weer. Weet je wel? En ik wil gewoon nee, ik wil het zo duidelijk maken dat mensen het gewoon niet meer kopen. Het was een reden voor mij om op een gegeven moment met tegenzien naar een programma te kijken. Omdat als er iets is wat ik wel eens had.
Gerookte salm of zo. Dan dacht ik, oh god. Ja, maar dan mag ik dat straks niet meer eten. Dus wil ik de waarheid eigenlijk nog wel kennen? Over hetgeen ik eet. In je boek zijn er toch ook weer een paar producten gesneuveld. Die ik af en toe nog uit het schap trok. Ik mag graag een tostietje eten.
Nou, gekookte ham komt er bij mij niet meer in. En die kaasplakjes, daar ga ik ook helemaal mee kappen. Eigenlijk is het exit tostie. Maar jij bent ook echt een Parijsbezoeker. En dan heb je ook altijd die. Kan je zo'n baguette met gezoute boter en dan inderdaad die gekookte ham? Dat is ook echt zoiets verwukelijks wat ze daar. Maar dat is een ander soort ham dan wat je hier uit het schap trekt.
Die indruk wil ik dan nog wel koesteren. Maar het is veranderd, weet je, dat in Parijs zag je twintig jaar geleden mensen die aanzienlijk tengerder waren dan in Nederland, het is razendsnel aan het veranderen. Vroeger zag je niemand eten in een metro. Je zag mensen niet lopend. Lopen te kanen, dat is totaal veranderd. De ketens die rukken op. De Dunkin Donuts heeft al een filiaal. In Italië heel erg slagen om die McDonald's gewoon buiten die.
Daar hebben ze nog een soort serieus verzet als het Galische dorpje tegen dat. Dat fast food, maar uiteindelijk de marketingmachines en het industriële voedsel, die kaapt gewoon een samenleving. En je ziet het veranderen ook wat ooit.
De hoofdstad van het lekkere eten was, Parijs of Rome of er zijn meerdere kandidaten voor. Maar wat jou betreft toch Parijs? Wat mij betreft toch echt Parijs. Maar de hele cultuur die verandert. Vroeger keek eens je aan als je op straat liep te eten. Wat ben jij nou aan het doen?
Maar ik denk dat ze dat de industrie gewoon heeft gedacht van nou ja, als je ook lopend eet, dat zijn we zoveel momenten, die calorieën kunnen we er wel weer in knallen. Zoals jij de titel noemt: de mens is een plofkippen. Nou ja, eigenlijk. Kijk, ik weet niet eens of de industrie denkt dat je het lopend moet eten. Maar ze denken wel, we moeten gewoon op zoveel mogelijk plekken het eten aanbieden. En dan. Denk ik dat de samenleving meer zo in elkaar zit.
Dat iedereen haast heeft en denkt van ja, goed, ik weet wel dat het in Frankrijk nog steeds wel, volgens mij, een. Anderhalf uur lunchen op scholen bijvoorbeeld. Dat klopt. Maar in bedrijven wordt het aan banden gelegd. En ik heb zelf over waar ik heb gewerkt, altijd enorm verzet. Tegen weinig tijd voor lunchen. Ik zeg van ja, we gaan. Dus ook als we.
Reportage aan het maken en dat je vijf interviews op een dag zegt. Ja, maar oké, maar we moeten zeker een uur gewoon ergens gaan zitten. Nou, dat vond natuurlijk iedereen eigenlijk een belachelijke tijdverspilling. Nee, we gaan een uur zitten, dan gaan we genieten van het eten. Dan gaan we ook over het eten praten of over elkaars. Nou, dat heb ik er op een gegeven moment wel doorgekregen. Dan voel ik me ook frisser om daarna nog drie interviews te doen.
En ook dus mensen die het terugst vind ik, en dat heb je, we zitten hier nu bij een krant. Nou, dat heb ik dus voor het eerst echt op een krantenredactie gezien. Dat mensen dan het eten halen en dan achter zo'n bureau dat heel snel zo naar binnen schrokken, terwijl ze aan het tikken zijn. Ja, de mensen plofkip, maar de mensen zijn ook een soort machine geworden in een economisch systeem. Dat is toch heel.
Ja, dus dus in die zin, ja of ik nou een hedonist ben of niet, ik de ik denk het niet, maar... Tijd nemen en genieten van eten, dat is gewoon heel erg fijn en belangrijk.
¶ De Bertolli Zaak: Reclamefictie Ontmaskerd
Maar je wordt ook belazerd en daar ging de keuringsdienst vrijwel om. De helft van de tijd over dat een bepaald woord geen betekenis blijkt te hebben. Dat een reclame gewoon totaal fictie is. Een oma met schort die in een pan staat te roeren. Een agrariër met een strohoed die op het land werkt. Het heeft er allemaal niks mee te maken. Ja, die oma, dus dat was wel een heel mooi iets. Want dat is eigenlijk het Bertolli-pastahousverhaal.
En het grappige was dus, nou, dat heet Bertolli. Dus dan denk je dat het Italiaans is. Maar dat was dus, die Bertolli die werd dan gemaakt door Unilever. En je ziet dus een hele grote pan. En dan zie je dus een soort oude oometjes in die pan roeren. Maar echt zo'n pan die is zo groot als een kamer, zou ik maar zeggen. En op het laatst gooit dan een ander oometje nog een druppel olijfolie. Van heel hoog in die pan. Ten eerste gingen wij dan vragen bij de voedsel- en wareautoriteit.
Kan dit eigenlijk wel, deze arbeidsomstandigheden? En en is dit is dit wel hygiënisch? Nou, die figuur werd er heel chagreinig van, want dat is dus een van de. Trucs die de keuringste ook toepast en waar ik heel erg door op ben, is namelijk dingen letterlijk nemen. Dus je gebruikt woorden. Dus ze gebruiken woorden of beelden. En zij gaan ervan uit. Zij willen dus wel dat idee in jouw hoofd planten. Dat het niet uit een grote fabriek komt, maar dat het een soort aanbachtelijk gevoel is.
Alleen als je dan gaat vragen: is het echt aanwachtelijk? Dan gaan ze schutten. Want niemand. Ze denken van ja, maar iedereen weet ook wel dat het fictie is. Dat is dus het rare spel van de reclame. Ze maken fictie. Zorg dat jij dat toch eigenlijk gaat geloven. Als je dan zegt, maar is het echt? Nee, het is fictie. Terwijl dan wel door deze Bertolli-reclame, bijvoorbeeld, dat de verkoop van die pasta sausen ging geloof ik 30 of 50 procent omhoog. Dus dat had heel veel effect.
Dus die voed- en ware autoriteitsfiguur werd er al heel Sachrijd van. Toen gingen we bellen natuurlijk: wordt die saus echt op deze manier gemaakt? Zeiden ze nee, maar wel met dezelfde beleving. Wat is beleving? Wat meestal beleving betekent, is dat zij maken reclame ergens voor. Dus nu werd het gemaakt met dezelfde beleving. Maar meestal zeggen ze van ja, de beleving, ja, maar mensen beleven het wel als aandachtelijk. Dat betekent, zij maken een reclame ergens voor.
Dan geloof jij die reclame. En dan beleef je het dus zoals zij het reclame hebben gemaakt. Dus het is eigenlijk een soort. Het is ook wel zo grappig dat met reclame, dat bedrijven stoppen ergens extra geld in. Dan gaan wij het kopen.
En dan betalen wij dus eigenlijk voor die reclame om ons te overtuigen om dat spul te verkopen. Hetzelfde klote shirtje wordt twee keer duurder als die naam erop staat vanwege de gelikte campagne met een filmster. Maar nu gingen wij dus naar Italië. Voor die pasta saus.
In het filmpje waar we was volgend anders. Kamen we meteen in een cafétje terecht waar medewerkers van de fabriek en oud-medewerkers ook werkten of een biertje dronken. Toen lieten wij die reclame zien en die mensen werden woedend. Dit kan niet. Dit is non-ikienico. En wij hebben een hypermoderne fabriek. Dus dat vond ik ook wel interessant. Dat die medewerkers waren, dus trots op hun hypermoderne fabriek.
Terwijl het moet verkocht worden als iets ouder werd. Wat is dat met ons? Dat wij dat beeld, waar is die fabriek? Nou, dan moet je linksom, rechtsom en dan zie je dat gebouw vanzelf. Dus we gingen naar het gebouw. And instead of Bertolli, there was Knorr. Nou, dat vind ik al een hele andere beleving, knor. En toen ontmoeten we dus de jongen die in zijn eentje met één druk op de knop.
Nou, laten we zeggen, 10.000 potten pasta saus per dag maakten. Dat was dus. Ik weet niet of je het met dezelfde beleving deed, maar dat is. Ik vind het gewoon. Kijk, die mensen die in die fabriek werkten, die waren nog trots dat ze dus een hypermoderne fabriek hadden met roestvrijstalen leidingen en een gesloten systeem. En ik ben in de fabriek verder niet ingekomen, maar dat stel ik me dan voor. Maar kennelijk verkoop je dus geen spullen met te vertellen hoe het er werkelijk aan toe gaat.
En dat verhaal is ook genoeg. Dat is iets wat ik als een zijspor ook in de politiek herken. Een gelikt campagnespotje: het oproepen van een beeld van een agrariër, van een traditionele levensstijl, van een dorpsgemeenschap is genoeg. Of van allemaal blonde mensen. Ja, het hoeft geen beleid te worden. Het hoeft niet op waarheid gestoeld te zijn. Als het filmpje klopt, klopt alles. Dat is de tragiek. Alleen hier gaat het ook nog.
¶ Suiker, Zout, Vet: Het 'Bliss Point'
Over je lichaam. Ze verkopen zout, suiker en vet. Dat zijn de drie belangrijkste smaakmakers van de industrie. Ja, klopt. En die pasta saus, maar ze maken dan ook tomatensoep. Dat is dus dan ook vaak gewoon. Dan kan je dus met aardappelzetmeel mengen met water, en dan krijg je eigenlijk een pot. बहां प्रक्षो En als je daar dan weer wat tomatenpuree aan toevoegt en allerlei smakers om het echt genoeg tomaat te laten zijn en om het stabiel te houden, emulgatoren enzovoort.
En dan heb je dus een hele rare tomatensoep eigenlijk. En dan zet je op de verpakking allemaal glimmende tomaten met een beetje een druppeltje eraan. En dan eet je dus eigenlijk rotzooi. En dan zet je erbij aanbachtelijk bereid of bevat vitamines. Ja, dus ik denk dat dat gebeurt ook vaak.
Dat je iets hebt waar dus eigenlijk namelijk voedingswaarde in zit. Dan gooien ze nog wat vitamines in. Dan kunnen ze het op de verpakking zetten. En dan zit er nog steeds nauwelijks iets in. Maar dan kan je dus doen alsof het gezond is. Maar het cynische is dat je dus mensen ziek maakt. Want mensen worden massaal te dik. Mensen zijn veel dikker dan vroeger. Je ziet een foto uit de jaren 60 en je denkt.
Goh, wat waren mensen toen eigenlijk mager? Ja, en wij denken nu dat die mensen echt heel mager waren, maar eigenlijk valt dat reuze mee. Wij zijn heel dik. Dat is waar het op neerkomt. En vervolgens gaan diezelfde conglomeraten producten aanbieden of die gaan de farmaceutische industrie in. Wij kwamen dus achter, of tenminste bij het onderzoek voor het boek, dat dat dus. Heel veel van die bedrijven die die voeding maken, zijn ook eigenaar van Weight Watchers of allerlei andere afslank.
Producten. Dus eigenlijk maken. En voedsel waar we te dik en ziek van worden. Dus obesitas is de grootste economie ter wereld. En dat leidt weer tot. Vormen van kanker, van hart- en vaatziekten, diabetes 2. Dus ze maken en die producten, en ze maken light producten. Zodat mensen denken van, oh ja, ik moet wel binnen deze nog steeds dit ultrabewerkte voedsel hebben, maar dan light. En dan maken ze ook nog dieetproducten. En allerlei.
Reclames waardoor mensen zich heel erg slecht voelen over zichzelf, en denk ik, ik moet nu. Dus ik moet er iets aan doen. Ik moet afvallen of weet ik wat. Kan je als individu hier tegen verweren? Wer is ook zo'n stroming die zegt vet shaming, dat mag niet. Want je geeft het slachtoffer de schuld. Nee, maar dat doe ik dus juist niet. Dat doe jij bij uitstek niet. Maar de vraag die er toch uit volgt is van ja, als die machten waar je tegen strijdt zo.
Doortrapt zijn, kan je daar niks tegen. Kijk, hoe het eigenlijk zo ongeveer zit, is dat. Ten eerste moet je denk ik je realiseren dat de voedingsindustrie... Kijk, als ik jou te eten zou uitnodigen, dan denk ik, ik ga echt voor Pieter een lekker maal maken. Dat ook voedzaam is. En weet ik wat. Dan heb ik er allemaal.
Een soort culinair hart leg ik daarin. De voedingsindustrie heeft over het algemeen helemaal geen culinair hart. Natuurlijk, het zijn kleine voedselproducenten die dat wel hebben, maar die grote jongens, en zoveel zijn, uiteindelijk zijn er maar een paar op de wereld die echt zo groot zijn, die hebben dat niet.
Die willen alleen maar winst maken. Dus die zijn niet op de aarde om goed voedsel te maken, maar die zijn op aarde om winst te maken. En dat Winstmaak doe je het altijd in de eerste plaats, het makkelijkst door de kosten omlaag te brengen. Dus alle ingrediënten. Ja, dat is een beetje het lang antwoord misschien op je vraag over individuele. Nee, ik vind het heel interessant wat je zegt. Dus alle ingrediënten die.
Hoogwaardige ingrediënten, zeg maar, laten we zeggen, echt fruit ergens in. Dat gaat er allemaal, wordt er allemaal uitgehaald. Dat wordt dus vervangen door een klein beetje fruit en veel smaakmakers en suiker. Folkoren meel heb je niet, maar je hebt gewoon bloem. Waar dus geen enkele voedingswaarde aan zit. En dus dan wordt gewoon kijken, hoe kunnen we die kosten drukken door er eigenlijk niks in te stoppen? Nou, dan heb je hou je dus niks. Je had het al net over die ham, die gekookte ham.
Die kan je dus... Ik zou altijd iedereen aanraden als ze die gekookte ham. ...kopen om op de achterkant van de verpakking te kijken en te kijken... Hoeveel varkensvlees zit erin? 70% zag ik. 70% is vlees. Ja, en de rest is dus water met fosfaten, smaakmakers, eiwitten om het te binden. En ze pompen gewoon die ham op. Zout, suiker? Precies. Suiker in verschillende namen en weet ik wat.
En daarom is het ook, want met spek gebeurt dat ook, dat als jij spek uitbakt in de pan, dat het soms helemaal vol staat met vocht. Want dan laat dat vocht weer los, dat erin is gespoten. En dan koop je dus eigenlijk heel duur vlees, want eigenlijk betaal je gewoon voor een deel voor een waterzak. Dus Eerst wordt het voedsel zo goedkoop gemaakt. En wordt er dus gewerkt, daar had je het net ook al over, met de drie onweerstaanbare ingrediënten: suiker, zout en vet. Eh.
Die kunnen wij niet weerstaan. En die ingrediënten hebben een zogenaamd bliss point. Ze kunnen dus kijken in onze hersenen wanneer wij het meest geluksalig gevoel krijgen als we dat eten. En dan zie je dus, want daar moet je zitten, dus dan gaan ze steeds meer suiker aan een product toevoegen. En op een gegeven moment merken ze, als we nu nog meer suiker eraan toevoegen.
Dan gaan mensen het minder lekker vinden en gaan ze het minder kopen. Je moet precies op dat blispoint zitten. Maar nou is het mooie of interessante: dat vet heeft geen blispoint. Dus ze hebben onderzoek gedaan waar ze mensen dan. Eten die gewoon een bakken, weet ik wat, toetjes liet eten met room erin. En hoe meer room erin werd gedaan, hoe lekkerder het mensen vinden, hoe meer ze ervan ging eten. En daar zit dus geen.
Het is een soort pie, er zit geen einde aan. En het bijzondere is dat als je vet toevoegt aan suiker, Maar dan rekt ook het blisspoint van suiker op. Dus dan kunnen we meer suiker verdragen. En als wij producten eten met suiker en vet erin, dan associëren we meestal die producten meer met de suiker dan met de vet. Dus als je een koek hebt.
Dan denk je meer dat het iets zoet is dan dat je denkt oh, er zit heel veel boter in, is heel veel vet. En de enige manier wanneer room of vet wel een blispoint heeft, is als je het ziet. Dus als je een boterham met een dikke laag boter, denk je van ja, dit is wel heel veel boter. Maar als je een crassram maakt, dan denkt niemand, oh, daar zit heel veel vetten in. Dus dat is de truc.
Om het erin te verwerken. En een product dat we er ook niet echt mee associëren. Want jij stapt ook af van de tostie, is kaas. Kaas vinden we ook gewoon. Ik weet niet eens hoe ik dat heb genoemd in mijn boek, maar ik las laatste ergens dat er een. Iets iets is met een samenstelling van kaas, waar wij gewoon ook bijna allemaal ook gewoon weerloos tegen zijn. Da worden we ook heel erg gelukkig van. Ook al van oertijd af geloof ik.
En die kaas denken we ook niet van: oh, hier zit veel kaas op, dat is echt vet. En dus pizzabakkers en zo, diepvries pizza's, die gooien overal. Maar stel ik stop met mijn tosti en dan ga ik dus...
¶ De Mens als Plofkip en Oerbrein
Gezonde producten halen. En dan loop ik naar de supermarkt en dan haal ik votaan zoiets smerigs als een muzliereep. Wat een soort associatie met gezond heeft, maar dat zal niet veel beter worden. Ja, kijk, het is. Het is. Kijk, er zijn twee dingen aan de hand. Want Jij hebt het nu al over dingen dat je denkt, ik ga nu echt gezond eten. Maar het trieste is dat ons oerbrein juist dolblij is van dingen met heel veel calorieën. And um Dat heeft ermee te maken dat...
De oermens leefde in tijden van schaarste en die was altijd op zoek naar calorieën. Scharelend over de savannen. Dus ja, kijk, wij schakelen ten eerste al niet meer over de savannen. En hij kwam en die kwam dan misschien één keer kwam hij dan, weet ik wat, een bison tegen. Ja, een bison, die moet ik hebben. En dan kon hij dan weer een tijdje opteren.
Alleen, wij scharen niet op de savannen. Wij zien op elke straathoek een bison is. En bij elke keer worden wij er weer helemaal blij: van ja, dat wil ik. En dan is dus dat ene breintje van jou dat zegt mulireep. Dat rationele gedeelte. Dat probeert dat oerbrein eronder te houden. Maar die zit de hele tijd een deksel op een soort kokende pand te houden. En dat is bijna niet te doen. Dus het is al ontzettend moeilijk.
En dan is het ook nog zo dat de industrie ons ook nog voor de gek probeert te houden. Dus over dat rationele brein door te zeggen: kijk, dit is wel gezond. Dus we zijn al weerloos tegen dingen waarvan we weten dat ze ongezond zijn. Er wordt gezegd door voedingswetenschappers dat we ze 200 voedselbeslissingen per dag nemen. Ik weet nooit hoe ze aan dat getal komen, maar...
Misschien dat iemand het ooit heeft gezegd dat iedereen het napraat, het helemaal niet waar is niet. Het klinkt als heel veel? Het klinkt als heel veel, maar van moet ik wat nemen? Wat neem ik? Waar kies ik uit? En als wij helemaal uitgerust zijn en ons goed voelen. En de administratie hebben gedaan en een stukje hebben geschreven en goed hebben gegaan op de sportschool, dan denk ik van nou, ik voel zo goed over mezelf. Ik heb nu echt niet een gevulde koek nodig.
Maar als je net drie rot interviews hebt gedaan en de trein laat op zich wachten, en dan denk je van nou, ik loop toch even die kiosk in. Mijn brein is ook al zo geprogrammeerd dat als ik in een vervoermiddel stap. Dat uit mijn woonplaats gaat dat ik altijd denk dat ik een warme drank, thee of koffie moet hebben. En dan kom je in die kiosk of bij de benzinepomp. En dan zeggen ze...
En je bent dus moe en chagrijijnig, dan ga je dus geheid voor de buil. Ze moeten dat ook zeggen. Ze moeten dat ook zeggen, ja. Ik heb het laatst gevraagd bij de pomp. Ja. Moet je dat nou zeggen, ja, zei ze. Dat moet ik zeggen. En het was niet Mart Smeeds. Nee, mag je dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen?
¶ Machteloosheid Tegen Industriële Krachten
Maar dan zeg je eigenlijk dat je als individu heel moeilijk je kan verweren tegen deze kracht? Ja, want dus De voeding is onweerstaanbaar lekker gemaakt. 80% van het producten in de supermarkt is alleen al ongezond. 80% van de reclames voor voeding zijn ook ongezond. En overal ga hier maar het gebouw uit. Overal wordt die rommel aangeboden. Dus het is zo dat je staat. In je eentje tegen een leger van.
Ja, ongezond voedsel. Dus die industrie. Het grappig is, het wordt altijd van ja, als je hier iets aan wilt doen, dan is dat een soort betutteling. Maar eigenlijk worden wij nu betutteld door de industrie, die met zoveel kracht. Deze dit voer aan ons opdringt. Betseling vind ik een soort rare dooddoener, als mensen dat zeggen.
Precies om die reden die jij zegt. Maar er gaan nu wel mensen die gaan nu reageren. En die gaan zeggen, nou, ik kan dat wel heel goed. Dan denk ik, nou, fijn, gefeliciteerd. Ik heb ook gesproken met Hanno Peil. Hij is een arts voedingswetenschapper. Hij behandelt heel veel mensen met diabetes en bereidt ook mensen soms voor op. Of probeert door ze echt een hele strenge, moeilijke switch van hun totale eet- en leefpatroon.
Toch weer van die diabetes af te krijgen. Maar die zegt, want die man is zelf echt dun. En ik ben voor iemand uit de jaren 60 niet dun, maar voor iemand van nu ben ik prima. Maar hij zegt, als je niet, als je eigenlijk in deze samenleving geen overgewicht hebt, dan is dat eigenlijk een abnormale reactie op een abnormale situatie. Het is veel logischer als je wel overgewicht krijgt. Omdat je eigenlijk betekent dat als je als je, misschien dat de mensen die geen overgewicht hebben,
Dat kan ook erfelijk zijn, hoe een stofwisseling werkt, daar gaat mijn boek niet over, daar weet ik ook niks van. Of dat je gewoon toevallig. Zoals ik kinderen heb ontmoet die gewoon de hele dag honger hebben. Dat is gewoon. Heel sneuf, dat je het gewoon iets is, meteen. Dus we reageren allemaal op die prikkels, maar sommige mensen reageren gewoon bij elke prikkel. Die zien zo'n grote softe, ijsen zegt: mag een ijsje, dan zien ze een groot patat, mag patat.
Dat is dus echt heel moeilijk. Maar er zijn ook mensen die dat niet hebben, ook gewoon van zichzelf. Dus dat is dan zeg maar, mazzel. Maar verder, als je dus hebt: ik kan dat prima weerstaan. Dat betekent eigenlijk dat je misschien wel meer, met je hersenen in ieder geval, bezig bent met voeding dan anderen. Want je bent dan eigenlijk de hele dag.
Een gevecht aan het leven, om je er niet aan toe te geven. Ja, dat is toch ook eigenlijk niet normaal dat wij dat moeten doen. Misschien is dat wel de oplossing dat je op een bijna. Abzuurde manier, zo met eten bezig bent, met die 200 beslissingen. Dat je er een halszaak van maakt. Maar dan hebben we dus eigenlijk dankzij de voedingsindustrie allemaal een eetstoornis.
¶ Bewuste Keuzes en Betaalbaar Gezond Eten
Daar komt het op neer. Maar je zou dus eigenlijk, zoals een traditionele Italiaan een dagtaak moeten maken van het kopen van een tomaat, omdat die tomaat perfect moet zijn. Nou, kijk, kijk, dus. ik. Kijk, ten eerste. Ik denk dat we die omgeving echt drastisch moeten veranderen. Dat dat er gewoon. Ik ben dus niet. Ik ben absoluut niet tegen het eten van een patatje of een gevulde koek. Maar dat zou veel fijner zijn als dat gebeurt als je er een keer echt zin in hebt.
En niet nu gebeurt het omdat je, zonder dat je het wist, wordt beïnvloed omdat het er overal is. En dat je dan dus inderdaad, dat die persoon van die kiosk zegt: wilt u er iets lekkers bij? Kijk, ik ben dus dit zijn. Ik noem deze twee dingen, omdat dit mijn twee grootste. Gevulde koeken en patat. Ja, gevulde koeken en patat.
Kijk, ik weet als ik naar de beste benzinepomp van Nederland ga, jij bent altijd in studio's, ik weet niet of jij dat weet, maar weet je wat de beste is? dat is dus scheiwijk. Dus dus één. Daar gaan bandjes altijd in het roos van de dag met een tourbus parkeren. Omdat ze zo'n hoog snack aanbod hebben. Ja, maar niet alleen snack. Ze maken ook goede broodjes. En ze maken gehakballen. En echt. Ze hebben goede koffie en. Kijk, wat ik bedoel is dat ze hebben daar dus...
Zij dacht, we gaan daar goed eten maken. Niet per se alles gezondheid, maar eten. Ik voor nu echt de marketingmachine van met liefde bereid, wilde ik zeggen. Maar het is toch zo. Natuurlijke producten. Dus er wordt echt gekookt daar. En dat is de enige plek in Nederland. Ik snap nooit waarom dat verder niet kan. Maar als ik dan denk van oké, we rijden nu helemaal naar het zuiden. Laten we dan even omrijden om toch even bij Scheiwijk die gevulde koek te halen. Dat vind ik niet slecht.
Snap je wel? Dan is dat ook iets waar je op verheugt en dan doe je dat een keer. Een bewuste handeling. En vroeger toen ik op het Leidse Plein op school zat. Dan dacht ik soms, ik wil nu naar ik wil nu patat halen bij de. Wat is het de handbogsteeg, voetbalsteeg. Dit speelt zich allemaal af in Amsterdam. Dus niet allemaal boos worden, luisteraars van buiten de stad. Maar dat is dan, zeg maar. Dat was dan. What is it? Kwartier lopen of so, I think. The Leidse Strait is helemaal af.
En dan dacht ik, van daar heb ik echt zin in. En dan doe je er ook moeite voor. Want je neemt niet de eerste snekbaar die toevallig naast de school ligt. Maar denk ik, van nu heb ik er zin in. En dan soms of ik ging in mijn eentje en dan ging het dan opeten in het begijnenhof. En dan ging ik er echt van genieten. Of ik zei tegen een vriendje, ga je ook mee patat halen. Ik betaal, want anders gebeurt het sowieso niet. En ook gingen wij ook wel eens bijvoorbeeld.
Thuis zeiden ze van zullen we ijs halen? En dan ging je dus van het Prinse Eiland naar de Jordaan ergens ijs halen. En dan was dat dus meer een soort evenement waar je zin in hebt. Dus ik ben helemaal niet tegen het uit dat we zeggen van we gaan nu naar een compleet macrobiotische samenleving. Alleen.
Vroeger hadden wij dan, nu werd het een beetje aubollig, maar had je dan zeg maar zo'n zo'n koektrommel? En dan mochten mensen in één koekje. En dan werden Nederlands al door hem uitgelacht of die trommel er weer op ging. Maar dat was natuurlijk eigenlijk goed. Dat het iets dat je denkt van, soms heb je er zin in, of je hebt een verjaardag enet je een hele goede taart. Maar nu is het. Uh Ja, word je eigenlijk meer op je onderbewuste ingespeeld en is het...
Is dat rommelvoer overal? En die zak chips die gaat leggen. En die zak snoep gaat ook leg. Maar wat jij zegt, van oké, wel twee uur doen over je maaltijd. En heel uitgebreid koken en omrijden voor je juist. En dat is eigenlijk mijn antwoord op jouw. En je verdiepen in de herkomst van dat visje en niet gewoon iets uit het schap sleuren. Er zullen mensen zijn die zeggen, ja, dat is elitair.
Want de klappen van die pandemie van obesitas die vallen het hardst aan de onderkant van de samenleving. Dat is heel cynisch. Om dan te zeggen van ik, als je daar wat aan wil doen, dat het elitair is. Want dat betekent dus wel dat. Armere mensen die leven zeven jaar korter dan mensen met geld. En ook meer jaren in ongezondheid. Dus dan kan je zeggen, daar doen we niks aan, dat laten we zo. Woke in minder rijke buurten.
Zijn er meer, is er meer rommelvoer? Want dat weten die aanbieders ook. Hier hebben we meer kans. Dus ik ben nog echt van het oude wat dat betreft het ouderwetse verheffingsideaal. Ik denk van waarom. Het is natuurlijk niet zo dat je... Word geboren met wel of niet een gevoel voor goed eten. Alleen, ik weet wel dat als je arm bent, als je stress hebt,
Als je sowieso over heel veel dingen moet nadenken. Dat je dan eens gaat denken van nou wat ga ik nou vanavond voor lekkers koken? Dat maakt het allemaal moeilijker. Dus het is ook. Ik vind dus. We moeten goed eten. Goedkoper maken. We moeten. Het koken wel weer echt stimuleren. Ik denk juist dat er heel veel mensen zijn in Nederland waarvan de familie oorspronkelijk.
Misschien uit andere landen komt waar ze veel grotere culinaire traditie hebben dan wij. Dus dat is juist, daar liggen juist heel veel kansen. Ik heb er ook wel eens want want want je hebt dat boek Beledigende broccoli, ik weet niet of je dat kent, van Tim Sjonger. Ja, dan komen er dus van die GroenLinks-types. En die gaan dan tegen mensen in armoede zeggen van. En dit is een broccoli en dat moet je koken. Nee, je moet wel uitgaan van.
Wat mensen lekker vinden. Maar dan kan je mensen dus meer laten koken. En als mensen dan zeggen van ja, maar. Het eten wordt te duur. Dat vind ik ook altijd een. Het gekke is. Eigenlijk alleen bij voeding... Wordt gedaan alsof het ongelijkheidsprobleem op het bord moet worden opgelost. Dus voeding is. Dus als je er echt naar kijkt, is voeding over het algemeen juist te goedkoop?
Doordat die voeding te goedkoop is, kunnen boeren moeilijk bestaan van het maken van goede voeding. Dus is hun oplossing daarvoor: we gaan zoveel mogelijk. Eruit knallen. En bio-industrie en volume maken. En daardoor kom je uiteindelijk helemaal in een neerwaaterspiraal terecht.
¶ Systemische Oplossingen en Kapitalisme Kritiek
Dus we moeten het, ik denk dat we het armoedeprobleem niet op het bord moeten oplossen. Dat we meer toe moeten naar eerlijke prijzen betalen van de voeding. Dat we wel misschien de BTW zo moeten inrichten dat juist gezond voeding goedkoper is dan dure voeding. En dat we toe moeten naar. Ja, kooklessen, eten, goed eten op school. Want kijk, nu wat er nu gebeurt is dat. Er is echt een verheffingsideaal daarin.
Ja, maar dat klinkt, dat woord liet ik net ook vallen. Alleen het gekke is, dat klonk ooit mooi en nu klinkt het bijna. Klinkt het een bijna een negatieve connotatie. Waarom is dat eigenlijk dat dat negatief is? Nou, omdat het klinkt alsof jij bovenaan staat en nu de arme mensen eens even gaat verheffen. En dat zij moeten worden zoals jou. Ik zat te denken dat je had het oerprobleem. En Karl Marx, zag het kapitalisme als een groot monster, dat alleen maar uitbuitt en zorgde dat het geld.
Bij een heel klein groepje rijken terecht kwam. En dan had je die arbeiders en de kinderarbeid en de milieuschade en al die misstanden. Ja, er is ook nog zo'n plaatje waarin dan vervolgens. De kapitalist, zoals dat heet, dan vervolgens tegen die. Ik weet niet, zeg maar dat je tien taartpunten hebt, en die kapitalist pakt er acht. En dan krijgt die arbeider één. En een buitenlander krijgt er ook één. En dan zegt die kapitalist van ja, arbeider is de schuld van die buitenlander.
Dat is een mooi beeld. Maar er is op dit moment geen alternatief. Ideologisch verhaal, het Marxisme zien we als gefaald. Lin heeft geprobeerd het liberalisme te omarmen, dat was nou niet echt een succes. Dat heeft ze de achterban gekost. En daar zit het probleem dat we allemaal een soort van mee zijn gegaan in een kapitalistisch verhaal. Kapitalisme is de oplossing. En nu zien we al die uitwassen waar dit er duidelijk ook één van is. Ja, het grappige is ook, want.
¶ Leven in de Ratrace: Noodzaak Actie
Ja, mijn boek. Kijk, de oplossingen heb ik ook niet. Dat vraag ik ook niet van je. Nee, dat zou een te grote vraag zijn. Maar het loopt er wel. Kijk, het is dus. Het leuke is, want dat dat ik vroeg het ook aan, ik heb dus een paar van die voedingswetenschappers geïnterviewd en artsen.
Ik zei: Vinden jullie het ook goed? Vinden jullie het leuk? Wat denken jullie ervan om het ook iets meer naar het systeem te kijken? Behalve alleen het voedselprobleem? Nou, dat vonden ze allemaal dus reuze leuk eigenlijk om te doen. Te zeggen eigenlijk het hele systeem, zoals het nu in elkaar zit. Maakt ons eigenlijk ziek. Dus ik heb het nu over de voeding. Maar kijk, er zijn eigenlijk.
Om gezond te zijn, heb je golfweg drie belangrijke factoren: namelijk voeding, beweging en ontspanning en slaap. Kon een gezin draaien op één inkomen. Daardoor was er ook meer ruimte voor ontspanning. Nu zijn twee mensen. Met als een gek.
Aan het werken om het inkomen binnen te krijgen. En als mensen rijker zijn, zijn ze nog steeds als een gek bezig om het inkomen binnen te krijgen. Om ze dan in een prettiger laag van de samenleving zitten in zijn doodsbang dat ze daar weer uitvallen. En dat wordt allemaal.
Ja, zeg maar, in aanzien en weet ik wat. Er zitten ook allemaal factoren achter waarom mensen. Er zijn weinig mensen zeggen van weet je wat, ik ga rustiger aan doen. En ik hoef niet zo mee te lopen in die red race. Dus mensen worden. Het eten is ongezond. De beweging wordt ook niet gestimuleerd. Ik ben hier ook weer met de lift omhoog gegaan. Ik weet niet, als je een gebouw binnenkomt, zie je altijd de lift. Je ziet het nooit.
De trap zit altijd ergens. Voor scholen. Op heet het, stations hebben ze roltrappen. Je kan lopen op die roltrap, maar je kan ook lopen op een trap daarnaast. Dat is veel beter. Dus uiteindelijk worden wij dus. Als een soort. Ja, wij zijn eigenlijk een soort radert in dit systeem. Dat alleen maar aan het werken zijn, slecht eten, ook geen tijd hebben. Daar hadden we het eerder over.
Ik weet dat toen ik studeerde, was er een jongen met wie ik studeerde, die is toen helaas overleden. Joris Abeling heette hij. En die vertelde mij dat hij dan twee bolletjes. En dan ging hij fietsen naar de universiteit en dan had hij die bolletjes met losse handen op. En dat bespaarde dan tijd. Maar het hele idee is dus dat er voortdurend tijd bespaard moet worden. Maar waarvoor eigenlijk? Wat hou je als je al die tijd bespaart? Wat ga je dan doen? Ja, Netflix kijken.
En op je smartphone zitten. Maar het spreekt een soort machteloosheid uit. Om toch je ouders erbij te halen. En dan niet zozeer persoonlijk. Ik moet het altijd aan Isrameijer denken. En je papje en je mammy. En je papje en je mam, maar die generatie. Die had een heilig geloof dat zij de wereld gingen veranderen. En nu lees ik alleen maar artikelen. Ik luister naar podcasts van mensen die allemaal een probleem signaleren en daar een enorme onvrede bij voelen.
Bijvoorbeeld, en daar heb ik het nog niet eens over, over de wapenlobby. Die de internationale politiek beheerst, waardoor landen denken, nou laat ik maar niet al te hard tegen protesteren, want we verdienen er ook wel weer aan. Zo cynisch is kapitalisme. En het is ook zo dat mensen de hele tijd mee in allerlei redeneringen.
¶ Van Cynisme naar Burgerparticipatie
Het kan toch niet anders? Nou ja, zo is het systeem. Wat wil je dan? Een revolutie. Maar jouw ouders, of die generatie bedoel ik, die had een heilig geloof in het goede. En deze generatie heeft een enorm gevoel van frustratie, maar niet echt een antwoord. Ik denk dat. Dat ik kom straks met iets optimistisch. Maar ik denk dat het geloof. In het goede van die generatie ook tegelijkertijd heeft... Gezorgd voor desillusie. Bij mijn generatie. Zij waren dan. Mijn.
Vader was van 1938 en mijn moeder van 1940. Dus het is net geen babyboomer, maar de voorloops van de babyboomers en die babyboomers zelf. Ons beeld van die generatie was: ze hebben allemaal gezegd dat het anders moest. En gedemonstreerd tegen de Vietnam oorlog en heel lang kunst gemaakt met de beeldende kunstenaarsregeling en weet ik wat. Maar uiteindelijk namen ze allemaal de mooie baantjes op de universiteiten. Uiteindelijk waren zij van alle generaties kwamen ze het beste.
Laten we zeggen, zij hadden als enige het nauwelijks te maken met de wooncrisis. Er waren mensen die kraakten naar huis en mochten op een gegeven moment... Die huizen voor een symbolisch bedrag van één gulden overnemen, weet je wel. En die werden huisjesmelker. Ik heb ze gekend. Ja, dus wij dachten van ja, zie je, dus ik denk dat wij daar dan dus.
Ja, ik ben 52. Dat wij daar een beetje cynisch van werden. Van ja, zij zeggen wel al die idealen te hebben, maar als ze er zelf kunnen mee profiteren, dan is dat weinig waard. Denk ik ook wat zeker heel lang aan de Partij van de Arbeid heeft gekleefd. Al die bestuurders en ook al die mensen die de basis waren van woningcorporaties. En die misschien zelfs wel in masseraties gingen rijden en weet ik wat.
Maar inmiddels, en dat is dus het grappige, ook als ik dus die boektoer doe. Ik zeg van kijk, want dat is één ding wat er is gebeurd. Maar daarna, nu hebben wij dus twaalf jaar lang. Toch twaalf jaar lang Rutte achter de rug. En je zou kunnen zeggen dat dat hele neoliberale gedachtegoed, dat dat misschien een beetje al, dit was dan, dat was dus. Daarvoor had je paars. Daarvoor had je.
Ruud Lubbers, en eigenlijk was al sinds Ruud Lubbers is eigenlijk een beetje het idee van geef het bedrijfsleven maar ruim baan en dan komt alles goed. De pragmatische politiek. Ja, en ook het idee dat en dat neem ik dan vooral paars kwalijk. Het idee dat er. Dat er eigenlijk geen politieke tegenstellingen zijn, maar dat er één. één ware oplossing is. Dus zij hebben eigenlijk de politiek For more, fin it.
Door te zeggen van nou, we gaan nu over de dingen overleggen. En dan zeggen ze: dit is de oplossing. En dat heel veel mensen denken, Voel die oplossing niet? Of dus dat de politieke strijd eigenlijk niet meer werd gevoerd. Maar er is ook niet echt een ander groot systeem, of een lonkend ideaal anders dan.
Kapitalisme heb je kapitalisme light of kapitalisme met meer inspraak. Maar er is niet een alternatief systeem. Ja, of het is religie? Nee, maar kijk, maar dat weet ik ook niet. Dat vind ik ook te ingewikkeld. En ook. Of te moeilijk of te makkelijk. Dat kan je eigenlijk allebei zeggen. Het is allebei waar, ja. Ja, het is allebei waar. Maar waar ik dus meer op zit te azen, is dat ik het idee dat wij een beetje apolitiek zijn gemaakt. Ze dus dus al in paars, maar zeker ook onder Rutte.
¶ Verantwoordelijkheid Verschuiven: Bedrijf of Burger
En dus dat idee van het heeft toch geen zin, of ja, zo is het nou eenmaal. En waar begin je aan? Dat we daarvan af moeten, en dat Ik denk dus dat wij ook zelf onszelf voornamelijk als consument zijn gaan zien. En dat wij denken dat we dat dus daar wordt gezegd van ja, ik ben tegen slavernij in de chocoladeindustrie. Als je nou maar gewoon die repen niet koopt, dan komt het goed.
Daar heb je zelf een grote rol in gespeeld, in deze gedachten? In deze gedachten, maar je kan ook zeggen van een rol gespeeld in toch juist proberen iets te doen. Maar Wat het fout is aan die gedachten, is dat die bedrijven daarmee... Een situatie hebben gecreëerd waarmee ze zelf niet onderdeel zijn van de discussie.
Dus zij zeggen de consument kiest. En als de consument het kiest, dan is het goed. En als zij het er niet mee eens zijn, dan moet ze iets anders kiezen. Terwijl die bedrijven het zelf. Mensen uitbuiten of mensen ziek maken, zowel hier met PAS of met uitstoten uit fabrieken of weet ik wat. En dat zij dus buiten schot blijven, en dat beschrijf ik ook in het boek, want dat k dat kwam dan weer uit.
Het boek Miljardairs onder de guillotine, daar had ik het voor het eerder gelezen. Dit is dus erg hè, want deze schrijver heet Routers. En dus ik had hem dus genoemd in het boek. Maar toen kreeg ik een heel aardig mailtje van hem. Ja, jij noemt mij, maar nou weet ik dus niet. Je noemt mij Short Routers, maar ik heet Shors. Maar het zou ook dus omgekeerd kunnen zijn. Weet je? S-routers. Ja, S-routers. Maar die had dus uit het doeken gedaan hoe BP.
Ik geloof een kwart miljard, een kwart miljard, of een 250 miljoen, of zelfs 500 miljoen, maar echt een krankzinnig bedrag heeft betaald. Ik weet niet hoe je dat in Nens hebt, maar de ecologische voetafdruk uit te werken. En dat was ontzettend slim. Want daarvoor werd BP nog wel eens op aangesproken van ja, jullie stoten zoveel fossiele brandstoffen uit. Heel slecht wat jullie doen. Maar toen ze dat eenmaal hadden gecreëerd, werd het vervolgens allemaal.
De schuld en de verantwoordelijkheid van de consument. Ja, maar dan moet jij ook maar niet tanken, dan moet je maar niet autorijden, dan moet je maar niet vliegen. En dan gaan wij onderling elkaar beschimpen: van: oh, jij hebt een transatlantische vlucht gemaakt voor een weekend. Ja, en blijft dat grote bedrijf buitenschot. Dus jij zegt eigenlijk terug naar de politiek? Ja, terug naar het bestuur. Het burgerschap. Dus het ene ding is inderdaad.
Dus kijk, ik denk dus. De consument kan het niet aan, die kan de verantwoordelijkheid niet nemen. Los van de verslaafdie, hoe verslavend en lekker wij dat voedsel, dat ongezende voedsel vinden. Ook omdat de consument, die niet allemaal. Bij de kunst niet van waarde werken en zich in elke product verdiepen. Dus dat is ook al op die manier al niet doellijk.
De producent is op aarde om winst te maken, dus die is helemaal niet hier in deze vraagstukken geïnteresseerd. Dat hebben we ook gezien met toen er hier toch een soort. Tax op suikerhoude dranken werd ingevoerd. En dat appelsintje melkproducten ging toevoegen aan de sap. Zodat ze, omdat melkproducten waren van deze tax uitgesloten, zodat ze die tax niet hoefden te betalen. Dus je ziet, ja, er is geen...
Ja, is het amoreel? Is het immoreel? De moraliteit speelt niet zo'n grote rol. Dus moeten we terug naar een overheid die de verantwoordelijkheid neemt om de burgers te beschermen. Maar dat is nog niet. Dat is nog niet echt het verhaal van mijn ouders waar je naartoe wilt, denk ik. Maar wat ik denk, is, wij moeten er van af. Dat wij voornamelijk consumenten zijn. Ik vind het ook een treurig.
Mensbeeld. Dat je op aarde bent. Dat je alleen maar je portemonneetje bent. De schrijver die het boek schreef vet,zoutsuiker. Of jullie wat de volgorde was, een Amerikaan. Michael Pollan. That was him. And he had... En die had een, die heb ik een keer geïnterviewd en die had een reclamecampagne geprobeerd op te zetten om broccol liever te maken.
En een van die reclamemakers, die had ook heel veel frisdrank gedaan, zei: de beste manier is om een soort tegenstelling te creëren tussen broccoli en prei. Dat de ene groep mensen zegt ik ben echt een Primer. En de andere zegt: Ja, maar ik ben meer een broccolipersoon. En dan zullen ze wel voor die producten gaan kiezen. Ja, en nu wordt het afgezet tegen een Mars of een Snickers.
Exact, en dan ga dan gaat die die suikerhouden zooi winnen. Ja. Want dat is het oerbrein tenslotte. Ja, maar ik denk, Pieter, dat dat dat sowieso... Kijk, dit zijn allemaal oplossingen waarbij we ervan uitgaan dat nog steeds 80% van de voeding ongezond is en ook 80% van de reclame. Terwijl ik denk, laten we eens beginnen met het mag niet meer dan 50% zijn. Kijk, ook bijvoorbeeld die Nutri-score, dat is ook zoiet flauwkulligs. Dus je hebt dus een supermarkt vol met rommel.
En dan krijgt de echte gezonde spullen, dus groente en fruit, daar zit die nutriscore niet op. Dus die nitriscore zit eigenlijk al alleen op rommel. En dan kan je met die nutri-score de minst rommelige rommel eruit pakken. Maar ik denk, nee, wij moeten die verantwoordelijkheid helemaal niet hebben. Die omgeving moet gezonder. Nog steeds.
Mag er ongezond voedsel zijn, maar daar moet je daar wat meer moeite voor doen, wat je dan een keer echt wil hebben, maar niet elke dag altijd. Maar het andere ding, en dat is dus. Toen ik jong was, en we dus we deze protestgeneratie hadden, Pieter. Toen ging mijn moeder een keer samen met een vriendin van haar. Aan een boom, hoe noem je dat? Vastgeketend voor ons huis, omdat die omgezaagd zou worden.
Alles wat je ouders. Je wil je moeder niet in ketens zien. Nee. Niet aan de boom of wat dan ook. Nee. Maar het goede is, ik heb het onthouden omdat ik het gênant vond. Maar nu vind ik ben ik er als dus in de retro spec toch trots op. Dus dat is mooi. Wat eten macroboten eigenlijk? Want jij kreeg thuis macrobiotisch voer. Wat was dat? Ja, dus maar van alles gewoon. Volgens mij was het gewoon alles heel erg onbewerkt en alles.
Wortels en granen. En misschien zou ik het nu nog wel lekker vinden. Maar het was ook niet. Dus het kookboekje. OVT besteden toevallig dit weekend aan het heen Recepten of Gerechten van Moeder Aarde. En dan heb je zo'n halve wereldboor en daar steken dan allemaal groenten uit. En alles met een beetje. Het was ook dus van moeder aarde, maar ook overal zat dus aarde aan. Dus in die, in die, in die, in die winkels was alles, alles en iedereen onbespoten. En.
Ja, ik weet dat het grappig was dat als ik mijn ouders heb, we waren zo dun toen. Dat was eigenlijk vonden zij dan zelf het mooiste eraan. Maar wij vonden het als kind in ieder geval totaal. Er was ook niet per se de ambitie om het heel lekker te maken. Er is een film van Moody Allen uit de jaren 70. Dan heeft hij een reformwinkel met macrobiotisch eten. En dan komt hij in een tijdmachine.
En dan komt hij aan in een toekomst waar de wetenschap even wezen dat steekfriet met chocolademous het gezondste is. En dan lukt het hem niet. Het lukt hem niet om te eten, omdat hij zijn identiteit heeft gemaakt van dat macrobiotische. Meer granenvoedsel. Dus misschien is dat ook een soort oplossing dat je van broccoli of prei, dat je echt een identiteit maakt. Je bent wat je eet, en dat je zo trots bent.
Maar wat ik nou eigenlijk wilde zeggen, dus dan ben je toch weer op zoek naar de individuele oplossingen. Klopt. and Ik denk er is wel, er is natuurlijk wel iets individueels nodig. Want mensen gaan nu ook zeggen: ja, maar hoe verwacht je dan dat al die maatregelen die jij wil... Dus bijvoorbeeld de omgeving van scholen gezonder maken. Het aanbod in scholen gezonder maken. Misschien een gezonder lunch aanbieden.
rommelvoer duurder maken, gezond voer, goedkoper, mensen leren koken, al dat soort dingen.
¶ Geluk Door Lokaal Activisme
Ja, maar verwacht je dan dat deze regering die eraan komt, dit gaat doen? Nou, dat zouden ze wel moeten doen. Zeker ook voor de eigen achterbaan. Maar dat vinden ze dus dan slecht. Maar we krijgen dus nu de houding. Dat mensen zegt. Ja, maar denk je dan dat ze dat gaan doen? Nee, toch. En dan gaan we weer achteroverleunen en dan doen we niks. Maar waar het hem dus in zit, is dat als wij nu meer beseffen. Dat we geen. Dat we niet primair consument zijn, maar burger.
Onderdeel van een samenleving. Ik ga dat ook gewoon nu heel pathetisch zeggen: samenleving, weet je wel. Dus dat we samen leven en dat we dus samen vormgeven aan onze omgeving. Als we dat weten. Dan gaan we dus niet. Want ook hoe wij politiek benaderen, is misschien ook te veel als consument. We gaan even naar de stembus. We gaan misschien eerst wat debatten kijken en denken van oh, die heeft gewonnen, daar loop ik achter, die gaat winnen, daar loop ik achteraan, alsof het dus een wedstrijd is.
En dan sluiten we ons weer af van de politiek. Dus je moet je eigenlijk wel aan een boom vastkijken bij wijze van spreken. Dat bedoel ik. We moeten gewoon weer. Dus als je dus denkt van ik ben verantwoordelijk voor de samenleving, dan ga je dus. Ik heb jaren geleden. Op de school van mijn kinderen gezegd: ja, die frisdrankautomaat moet uit de school. Maar ik had dat niet. Ik ben niet per se.
Ja, ik ben tactisch niet altijd handig. Dus ik riep dat gewoon, en ik kreeg meteen een soort ruzie met de directeur van de school in een volle aula. Dus dat is toen niet gelukt. Volgens mij is die inmiddels wel weg. Maar dat komt dan zo dat ik dan toch juist wel vol ben van de zaak. In plaats van denk ik van nou.
Ik ga bijvoorbeeld eerst met andere ouders praten. En ik ga eerst een soort coalities meden. En dan gaan zeggen, jongens, wij vinden dat hier. Dat wordt toch weer politiek. Ja, nee, maar politiek. Maar niet politiek. Niet politiek als in politiek gebeurt in Den Haag in Brussel. Nee, dus wat hoort toch ook bij de jaren zeventig? Dat juist het persoonlijk is politiek en de eigen omgeving is politiek. Dus dat je eigenlijk daar begint.
Zullen we zo over de stekker eruit trekken? Hier op de gang zit zo'n, als je naar buiten loopt, een automaat met frisdrank en snoepgoed. En dan gaan we gewoon. De stekker eruit. Vind ik een heel goed idee. Maar ik denk dus ook, Pieter, als je dus denkt dat je dingen juist wel kan veranderen, als je wel invloed hebt om je omgeving. Dat je daar dus ook toch ook uiteindelijk gelukkiger van wordt. Want nu lopen dus als een soort makken schapen rond. Maar ik merk dus wel bij.
Laten we zeggen de generatie. Dus vooral op het snijvlak van G Millennial, dus de jonge millennials en net daaronder, die hebben alweer meer. Die hebben dus natuurlijk niet de desillusie meegemaakt die wij hebben meegemaakt over onze ouders. Dat ze uiteindelijk toch voor die baantjes gingen.
Ja, die zitten ook nog meer in. Ik bedoel, mijn vader had dan wel over het rapport van Rome. Maar dat was iets heel abstracts. Maar dat ging ook al over klimaatverandering en zo. Maar nu zie je het gewoon elke dag. Dus die voelen ook nog meer de shit. Dus ik denk ja.
Ik roep eigenlijk toch wel op tot wat meer activisme. Nou, wat mooi. Dankjewel dat je gast wilde zijn. Graag gedaan. Ik wens je heel veel succes en tot ziens. Dankjewel. En dat was het u voor deze week. Volgende week is er een nieuwe aflevering: het uur. Uur wordt gemaakt door Mira Zeehandelaar en mijn naam is Pieter van der Wieden. Tot volgende week.
