rob faesen geert grote - podcast episode cover

rob faesen geert grote

Nov 17, 202457 min
--:--
--:--
Download Metacast podcast app
Listen to this episode in Metacast mobile app
Don't just listen to podcasts. Learn from them with transcripts, summaries, and chapters for every episode. Skim, search, and bookmark insights. Learn more

Summary

Rob Faesen bespreekt Geert Grote's transformatie van een getalenteerde maar werelds georiënteerde academicus naar een vurig geestelijk leider. De aflevering onderzoekt Grote's bekering, zijn kritiek op oppervlakkig geloof en zijn diepgaande benadering van meditatie en bijbellezing. De Moderne Devotie, die Grote mede vormgaf, benadrukte persoonlijke toewijding en een levendige godsrelatie, een boodschap die tot op de dag van vandaag relevant blijft voor spirituele vernieuwing.

Episode description

Gesprek met Rob Faesen over Geert Grote (1340-1384). Op basis van teksten uit de door Abdij Bonheiden uitgegeven uitgave "Zich aan God hechten: twee teksten uit de moderne devotie" uit de serie Mystieke teksten met commentaar , 9.

Transcript

Inleiding Mystieke Theologie Cursus

C

Ik ga gesprekken met Rob Vazen. Het onderwerp Geert Grote. Even kort vooraf nog, Rob is met emeritaat hier in België, tenminste, waar ik zit in Leuven. Die doseerde theologie, mystieke theologie, dacht ik.

B

Ja, dat klopt. En eigenlijk is het een, de cursus, zoals ik het die opgevat heb in de loop van de jagen, is eigenlijk een soort... historis-overzicht, waarin we naar de belangrijke thema's van de mystieke theologie Spirituele theologie en mystieke theologie, kijken in chronologisch overzicht. Dus ik. Begon steeds met de periode van de kerkvaders en de grote middeleeuwse auteurs, en moderne tijd ook, tot in de 20e eeuw. En voor iedere grote auteur had ik een.

...teksten geselecteerd... ...waar en bepaalde thematiek... ...aan de orde kwam... ...en wanneer dat... ...of wanneer ik het hele overzicht bekijkt heb... ...behade de studenten... ...en soort...

C

Is het dan alleen maar een studieonderwerp of is het iets wat je kunt leven?

B

Ah ja, dat is een interessante vraag. Ik moet zeggen, ik heb het altijd aangebracht als een studieonderwerp. Maar ik heb het geprobeerd zo aan te brengen dat het open is op het leven. Maar ik heb nooit aan de studenten gevraagd of ze dat. Zelf ook beleven, of wat zij zelf verjaar, wat hun manier is, hoe zij zich tot God verhouden. We zijn echt altijd aan het luisteren geweest naar die grote auteurs.

Transformeerende Kracht Mystieke Studie

Stukken teksten gelezen, geluisterd naar die grote auteurs. En ik merkte telkens, dat is ieder jaar hetzelfde geweest, dat in de eerste twee, drie weken ze naar mij zaten kijken alsof ik van een andere planeet kwam. Wat is die man nu aan het doen? Wat zijn wij nu aan het lezen? En geleidelijk aan dat ze begonnen te zien dat die grote auteurs uit de geschiedenis van de

Christelijke mystiek. En spiritualitet. Dat die echt en dimensie openen. En op het einde. Var ze dan. Det var i år detzelfde. Jag kunde echt bedanken. Voor die cursus, omdat dat blijkbaar toch voor hen een... Ja, een soort eye-opener was. En dan denk ik niet louter intellectueel van het zal ook wel intellectueel geweest zijn, maar niet louter intellectueel, maar dat het voor hun leven toch iets betekende voor hun gelovige leven. Want ik heb

Eigenlijk meestal niet exclusief studenten van theologie lesgegeven. Ja, en waarom? Wordt iemand student in theologie. Wel omdat voor die persoon. God en Christus. Het leven van het gelovige leven. Belangrijk is. En dus dat. Blijkbaar, deze auteurs zijn het gewoon aandacht geven, rustig lezen, aandachtig lezen van die auteurs. Elke auteur heeft zijn eigen stijl en zo, eigen tijd, maar dus het rustig daarvan lezen, dat dat toch iets is.

Wat intellectueel helpt, maar tegelijkertijd ook iets is wat voor het gelovige leven goed is, heilzaam is.

Geert Grote's Jeugd en Studie

C

We hebben in dit gesprek over Geert Groden. En er zijn prachtige voornemers van hem. Maar er zit een geschiedenis voor. En ik had het boekje gelezen en zeggen God Hechten, daar heb jij het voorwoord voor geschreven. Dat is een uitgave van Abdij Bethlehem. In de serie mystieke teksten met commentaar. Daar staat een interessant verhaaltje van Geert de Groot in, een liederlijke figuur. Die op een gegeven moment zat er iets in de trant van met slechte vrouwen omging. En ik denk, ja, pardon.

Daar worden vrouwen neergezet als maar kijk eens naar deze man, dat was inderdaad. En de meeste mensen kennen hem van de broeders des gemene levens. Dus er moet iets gebeuren zijn met die man, denk ik. Maar het leven voor hem daarvoor was, ja, het blinkt niet uit van schoonheid.

B

Ja, dat klopt. Het is een heel interessante persoonlijkheid. En ook in zijn positie in de ontwikkeling van de De geschiedenis van de spiritualiteit in de late middeleeuwen, het is eigenlijk overgang naar de moderne tijd al bijna. Dus hij is geboren in 1430 en 90. Goede familie. Zijn vader was de schatbewaarder van de stad, dus was een belangrijke familie. Schatwaarder en schepen van de Stade. Maar toen Geert 10 jaar was, heeft hij op enkele dagen tijd.

Zijn beide ouders verloren. Die zijn allebei van de pest gestorven. Het is de periode wanneer de pest in Europa binnengekomen is. En dat is een verschrikkelijke gebeurtenis geweest. Een derde van de Europese bevolking, is toen gestorven. Dat moet verschrikkelijk geweest zijn. En zijn oom heeft hem verder opgevoed. En dat is blijkbaar. Een man geweest die toch wel gezien heeft wat voor talenten die jongen had. En hij heeft hem de kans gegeven om aan de Universiteit van Parijs te studeren.

De beste universiteit in West-Europa. De hoogste prestige ook. En dus wie daar studeerde, dat was wel... Top of the bill zouden we nu zeggen. En hij begint daar de artes te studeren. Hij had waarschijnlijk hun 9er op school geweest. Hij had dus het begin van de achterz al wel gestudeerd, maar hij zette dat dus verder door aan de universiteit. En toen hij 18 jaar was, He could have done his final exam in the 8S.

Wat heel uitzonderlijk was, want daar had men zelfs een speciale toestemming voor nodig. Om zo jong al het eindexamen te kunnen afleggen. Het normale curriculum was eerst art en. En dan ging men naar de gevorderde wetenschappen, zoals geneeskunde en rechten. En dan ging men uiteindelijk naar de theologie. Dus die eerste etap toen hij 18 jaar was, en dat was uitzonderlijk, heeft daar speciale toestemming voor moeten vragen, wat dus wil zeggen dat het een hoogbegaafde jongemant was.

Geert Grote's Radicale Bekering

Heeft dan Adien, is hij nog in Parijs gebleven? Heeft hij kerkelijk recht gestudeerd? Heeft hij geneeskunde gestudeerd, zoals gezegd, heeft zich ook. Met sterkunde bezig gehouden. Zeker een jaar of tien dat hij in Parijs gebleven is. Maar zoals zijn biografie, hij heeft daar ook heel veel te. Tijd en geld verprutst met allerlei dingen die minder nobel waren en dat hij zich ook...

Veel geld aan de vrouwen verspeeld heeft. Op een gegeven moment is dat academische avontuur sluit hij dat af en gaat hij terug naar Deventer en is daar dan een. Ja, een bekende figuur. Dus hij krijgt een paar belangrijke functies. 1374 gebeurt er dan niets in zijn leven. En het is Niet 100% zeker wat er gebeurd is, maar het lijkt er op historisch de meest plausibele, is dat hij heel ziek geworden is.

En dat hij dus echt oog in oog met de dood heeft gestaan. Voor hem, hij heeft het overleefd. Maar dat dat voor hem een ongelofelijke omkeer in zijn leven betekend heeft. Dat heel die. Carrierisme waar hij voor ging, een man die eigenlijk nogal ijdel was, dat hij ineens gezegd heeft: nee, nee, nee, gedaan, gedaan, gedaan. Ik wil dat.

Vaan ik wil mijn leven op een heel andere manier gaan leiden, nu. Geeft een deel van zijn prebenden op. Dat is over het algemeen een teken dat er iets serieus in het mensenleven gebeurt wanneer die. Deel van zijn inkomen opgeeft. Een deel van zijn huis geeft hij ook om staat hij af om vrouwen te huisvesten die een godgewijd leven willen leiden. In in een in een arme levensstijl. Dat die groep plaatst hij onder het stadsbestuur.

Het wordt geen religieuze orde, het wordt dus echt een leefgemeenschap van mensen die een eenvoudige, arme levensstijl willen leiden, maar helemaal op God gericht. Hier begint, dat is het begin van het meester Geershuis in Deventer, het begin van de zusters van het gemeene leven. Even tussen Haak is gezegd het gemeene leven, maar dan moet ik.

En dikwijls zegt men het gemeene leven, dat wil zeggen, het gemeenschapsleven. Nee, nee, daar is een veel diepere betekenis. En die kunnen we eigenlijk alleen zien als we.

Grote's Pastoraat en Ruusbroec

De achtergrond van Jan van Ruuw in rekening nemen. Maar daar moet ik straks op terugkomen.

C

Die twee hebben elkaar opmoed, dus dat komt eigenlijk heet wel.

B

Ja, heel zeker. Maar aanvankelijk, waar we nu staan in het verhaal, kent Geert Grote Reuzek niet. Maar hij is door die schok. In zijn leven, die bekering die hij meegemaakt heeft, heeft hij ook een tijd lang, we weten niet juist hoe lang, maar dat kan. Verschillende maanden, misschien zelfs één of twee jaar, heeft hij verbleven in het Kartuizerglooster. Nivère van Ardem, Monnelk zei ze. En in die bibliotheek had men een aantal werken van Ruzoek en de Prior.

Hendrik van Koosveld kende die tekst van Rus nog redelijk goed. En heeft waarschijnlijk Geert Goten daar een patent gemaakt. En Geert Goten heeft dat gaan lezen en heeft gezegd: dat is fantastisch! Dat is fantastisch. En dat is in het Middle-Nederlands geschreven, maar dat moet vertaald worden in het Latijn. En hij is zelf begonnen met de teksten van Ruzhoek te vertalen. In een heel bijna letterlijke vertaling in het Latijn.

Dus daar is zijn eerste interesse voor ruzboek, en het is meer dan interesse, het is eigenlijk fascinatie voor ruzboek, is daar gegroeid. Later is hij ruusboek gaan bezoeken, als hij Geobsideerd is door boeken, hij wil maar boeken kopen en reist dan van Nederland naar Parijs om daar boeken te gaan kopen. En hij zegt, eigenlijk zou ik hem weer moeten stoppen, maar ik kan het niet laten. Maar op die reis langs Brussel en is zij Rusbroek gaan bezoeken in Groenendaal.

Geert Grote, eerder, en dat is echt iets van een bekeerling. De vurigheid had dat Jan van Rues ook misschien een beetje te mild was. En dat hij wat strenger zou moeten zijn en wat meer zou moeten spreken over de.

angst voor de hel en zo, en dat toch niet zoveel effectberg is er ook. Daar is hij niet op in gegaan. Maar als hij dan terugkomt in Deventer, Dan wordt hij diapen gewijd, maar als nooit priester gewijd geweest, omdat hij vond dat hij dat niet waardig was, gegeven, zijn wat liederlijke levensstijl voordien. Hij is een man geweest van heel grote apostolische ijver. Dus in enkele jaren heeft hij dan.

Echt heel veel gedaan, veel gepreekt en conferenties gegeven, maar moet blijkbaar ook echt wel een redenaars talent gehad hebben. Tegelijkertijd een heel eenvoudige, sobere levensstijl. Maar veel rondgereisd. En hij heeft ook wel veel kritiek gehad op de Wat pronkszuchtige levensstijl van de klerus van zijn tijd. En dat is iets wat hem niet in dank afgenomen is geweest. Op een gegeven moment heeft hij zelfs een preek verbod gekregen.

En hij heeft zich daar heel gehoorzaam aan gehouden. Dus de bischop had hem verboden om nog te breken. En hij is dan het getijden gebed gaan vertalen. Uit het Latijn. In het Nederlands. En dat is heel symbolisch. Want daaruit blijkt. Dat hij echt bezorgd was. Voor een dieper gebedsleven. Bij de mensen. En dat mensen. Misschien daar nut van zouden kunnen hebben dat ze de psalmen in het Nederland kunnen binden in hun eigen volkstaal. En dat ze zo hun gebedsleven zouden kunnen verdiepen.

Hij is gestorven op de leeftijd van 48 jaar, op 20 augustus 1384. Waarschijnlijk ook aan de pest gestorven, dus juist zoals zijn ouders. We hebben van hem een aantal persoonlijke teksten. Bijvoorbeeld een tekst waarin hij spreekt over een aantal voornemens die hij maakt, in die omkeer van zijn leven. Er zijn een aantal toespraken en preken die we van hem hebben. Er is die vertaling van een aantal werken van Rusboek, die hij in het Latijn vertaald heeft. En dan dus die Nederlandse.

Geert Grote's Geestelijke Voornemens

vertaling van het van het getijden gebed van de van de psalma.

C

Hierin, dus wat je in Dronk hebt gedaan, is je hebt u besluiten en voornemens, dus geen gelofte staat er duidelijk bij. Van de beste man heb je op een papier gezet. En daar het blijkt toch wel dat. Dat noem je al even. Het was iemand met een zeer vurig en zijn bekering vanuit dit soort liedelijk leven. Dat kan leiden tot een enorm. Ja, ik wil niet zeggen fanatisme, want het is het niet. Maar het is nogal uitgesproken wat hij wil gaan doen. Dus hij gaat tot op het bod, heb ik het idee.

B

Ja, dat is waar. Ik vind die tekst, dus dat is eigenlijk een tekst van laten we zeggen twee pagina's als je het in het Nederlands uit. Uit Printen. Besluiten en voornemen scheen gelofte in de naam van de Heer, opgetekend door Meester Geert. Dat is de titel daarvan. Ik vind dat heel indicatief. Waar Geert Grote voor staat. En dus er wordt wel eens gezegd. Johan Huizinga heeft dat het beeld van de moderne Devoti geschetst als een beetje een.

Wat vrome, op het kleuterige afvrome, beweging die anti-intellectueel was enzo. En ik denk, als je kijkt naar wat Geert Rote schrijft, dat is helemaal niet waar. Zeer getalenteerde intellectueel die veel gestudeerd had, en die dan op een gegeven moment daar breekt met academische ambities. En een soort zelfverheerlijking in het academische leven, maar die helemaal zijn intellectuele talenten niet opgeeft. Ik ga er zoiets wat uit voorlezen. Dus hij zegt: ik neem mij voor.

mijn leven te ordenen tot glorie, eer en dienst van God en het heil van mijn ziel. Geen tijdelijk goed, nog voor het lichaam, nog voor eer, vermogen of wetenschap voorrangeven aan het heil van mijn zin. Voilà, nu weten we het al. Dus het gaat: ik wil mijn leven ordenen op God. Dat wil zeggen dat dat voordien niet het geval was. Dat hij zelf erkent van ik heb mij veel bezig gehouden, maar hij was eigenlijk toch niet God.

Voor eerst zegt hij, ik ga geen kerkelijke taak of inkomsten meer verlangen. En in de toekomst nog hoop nog verlangen stellen op tijdelijk gewin. Dat heeft hij dus voordien wel gedaan. Daar is hij veel mee bezig geweest en hij zegt nu: Nee, gedaan. Dat doe ik niet. Hij gaat geen van de wetenschappen beoefenen die aan ieder mens verboden zijn, want die dingen zijn in vele opzichten verdacht en verboden. Dus hij denkt hier concreet aan astrologie en magie.

Dat is trouwens een hypothese dat toen hij zo ziek was, dat er een priester bij hem gekomen is om hem de laatste sacramenten te geven en gezegd heeft, ik zal het alleen maar doen als je belooft. Dat je die boeken over magie, dat je die verbrandt nadien. Dus dat heeft echt diepe indruk op hem gemaakt. Verder zegt hij geen tijd verknoeien met geometrie, aritmetrika, rhetorica, dialectica, grammatica, lyrik, burgelikrecht of astrologia. Ja, dat zijn eigenlijk allemaal.

Academische disciplines waar hij zegt. Ik ga me daar niet mee mee bezighouden. Een beetje verder zegt hij nooit een graad een geneeskunde behalen. Ja, dat wilde hij inderdaad wel. Want je hebt er niet de intentie er geestelijk voordeel uit te halen. Even min een grating kerkelijk of burgerlijk recht. Dat heeft hij wel gewild. Daar was hij heel hard mee bezig. En wat hij hierop schrijft, zijn voornemens voor zichzelf.

Hij legt dat niet aan anderen op. Hij zegt niet dat andere mensen geen gratis geneeskunde mogen halen. Nee, nee. Hij zelf schrijft op een blad papier voor zichzelf, dit ga ik niet meer doen. Maar hij zelf erkent bij zichzelf dat het alleen maar is tot een soort zelfvergroting, tot eigen ambitie, eigen geldelijk gewin. En hij zegt, daar doe ik niet meer aan mee.

C

Want hij zegt een paar regels hiervoor in een van die voornemen. Ik heb tenslotte mijn leven en de mijn aan God gegeven.

B

Ja, dat klopt. En dus dat ik mezelf en al het mij aan God gegeven. En dat is inderdaad waar zijn bekering eigenlijk voor staat. Dat hij vanaf nu alles in dienst wil stellen van God. En in eerste instantie. Hij komt zich direct op in tweede instantie. Maar in eerste instantie schapt hij een aantal dingen die zijn geweldige ambities en aandacht hebben bezighouden gedurende jaren. En hij zegt dat doe ik niet meer aan mee.

Een heel typisch zinnetje vind ik hé. Vermijd en verafschuw alle publieke disputaties die gehouden worden alleen maar voor de schone schijn. Om te vechten of overwinningen te behalen, zoals die Parijse disputaties van de theologen en de geleerden van de Artes gaan ze niet naartoe om te leren. Zonder enige twijfel verstoren ze de innerlijke rust, veroorzaken ze ruzie zijn tweedracht, ze zijn nutteloos en alleen maar ingegeven door nieuwsgierigheid.

Enzovoort. Dus hij ziet eigenlijk heel goed dat hij daar voordien heel veel mee bezig geweest is. En omwille van de eer om daar. Roem mee te behalen. Zo die disputaties waar men met argumenten elkaar om de oren sloeg en dan de winnaar van het debat, die wordt geëerd. Dus goed voor de carrière.

Kern van Christusgerichte Studie

Maar dat gaan we allemaal nu niet meer doen. En dan scharnierpunt in de tekst is de wortel van al je studie. En de spiegel van je leven is eerst en vooral het evangelie van Christus. Met andere woorden, wat hij bedoelt is, ik geef de studie niet op, maar ik ga mij in mijn studie en in mijn leven richten op Christus.

Ook mooi dat hij dat studie en leven samenbrengt hier. Dus het is niet alleen een academische studie. Nee, het is een studie die het leven dient. En dan zegt hij wat er allemaal gaat. Wel gaat bestuderen, waar hij wel aandacht aan zal geven, aan bijvoorbeeld de levens en de gesprekken van de Vers. Dat is concreet komt dat neer op de Corationis van Cassianus. De brieven van Paulus.

De Handelingen van de Apostelen, de geestelijke boeken zoals De Meditaties van Bernardus, het Horologium van Heinrich Suizo. De Consideration van Bernardus. Het zijn allemaal dus teksten die van hoog niveau zijn intellectueel, maar die het geestelijk leven ook voedsel geven.

C

Het woordje doorleeft komt bij mij in de wereld als ik dit hoor.

B

Ja, heel zeker. Ja, dat zijn dingen. Wat hij doorgekregen heeft in dat moment van zijn bekering, laten we maar zeggen, is dat er in dat academische milieu waarin hij vertoefd heeft, Is van met zichzelf bezig te zijn. Met eigen roeme, met eigen rijkdom, met eigen eer. En dat dat hetgene is wat hij echt fundamenteel wil veranderen. En dat hij naar een. een studie wil gaan van de doorleefde gelovige teksten van grote auteurs. Want wat hij opnoemt, de de. de. De van Cassianus of Paulus of Bernardus.

Devotio Moderna: Persoonlijke Toewijding

Een lange lijst van allerlei heel waardevolle, bijbels georiënteerd, niet alleen Bijbels, maar toch sterk bijbels georiënteerde teksten, waar hij zegt, daar wil ik mijn aandacht aan geven.

C

Hij zat voor Thomas A. Kempers, dacht ik, hè?

B

Ja, ja, dat klopt. Thomas van Akempis behoorde tot de kloosterbeweging die uit de moderne devotie voortgekomen is. En was daar novice meester. Maar het is interessant dat je naar Thomas van Akempis... Thomas Akem is verwijs, Thomas van Kempen of Akem is...

C

Tom van Kempen noemde Rudolf van Dijkken altijd heel liefdevol.

B

Dus we kunnen zeggen dat Thomas Kempis heel goed die innerlijke bezieling van Geert Grote overgenomen heeft. Thomas Akempis was de novismeester van zijn klooster en gaf dus dagelijks instructies aan het groepje novissen dat in het klooster toegetreden was. Dus leren dat waar de moderne devotie eigenlijk voor staat, namelijk een ontwikkeling, een ontdekking en ontwikkeling van het innerlijke leven, het geestelijke leven.

Ik vind dat dat heeft een hele grote impact gehad op de verdere bloeperiode van de spiritualiteit. Dat zij op een cruciaal moment Ingezien hebben dat wat de kerk nodig had, was een innerlijke Relatie met God. Ze noemen zich van de moderne devoten, als we die term goed willen verstaan, moeten we zien dat devootio. In het Latijn eigenlijk betekent toewijding. Nu spreken we over devoti, dat is een bepaalde religieuze terminologie. Maar devotio is een persoonlijke toewijding.

Het heeft eigenlijk minder met gevoelens, of zo te maken. Het heeft eigenlijk vooral te maken met een relationeel gegeven dat men zich aan God toewijdt. En zeiden ze. In de eerste eeuwen van het christendom was er een fantastische devotio. De devotio antiqua. Zo van de eerste eeuwen van het christendom. ja er een vuridheid was, een echte existentiële, gelovige vuridheid voor God. En zeiden zij in de 15e eeuw, dat is helemaal weggeëpt.

Wat wij nog hebben is de uiterlijke structuren, de gebouwen, de instituties, maar die innerlijke beleving en die vurigheid is helemaal. Weg. Zou het niet mooi zijn als wij in onze tijd, en zij noemden hun tijd, noemden ze de moderne tijd. Zij beschouwden zich als moderne. Als wij in onze tijd diezelfde devoie zouden kunnen hebben.

Als die uit de oudheid, de Devotio Antiqua. Maar nu de moderne, in onze tijd. In feite is, dat vind ik dat een heel bewonderenswaardig streven. Dus dat men probeert om die. Die zo vurige beleving van de godsrelatie, zoals je die in de oude tijd zit, dat die probeert in de eigen tijd binnen te brengen en zegt, laten wij nu ook zo eens leven voor God.

Hernieuwde Innerlijke Vurigheid

Zoals zij toen in het vroege christendom. En kijk nu waar we nu staan. Dus men vond toen dat de geloofsbeleving eigenlijk heel lauw was. Ja, eigenlijk vooral... Zich continueerden omwille van instellingen en gebouwen. En Geert Grote heeft dat is echt iets wat teruggaat op die vuridheid van Geert Grote. Om daar werkelijk. echt zich helemaal aan te geven.

Interessant is nu die connectie met Jan van Rusbroek. Want dat is precies wat Jan van Rusbroek ook beschreven heeft dat hij zegt mensen van de klerus, mijn collega's. Eigenlijk hebben die de minste smaak in het gebed. Ze doen het. Omdat ze ervoor betaald worden, komen ze naar de kerk. En wat de diepte en de zin van de sacramenten, van het zingen van de Psalmen, wat dat eigenlijk betekent, hebben ze helemaal geen smaak in. En zegt u als de klokken luiden.

Dan komen alleen degenen die ervoor betaald worden en degene die er niet voor betaald worden, die blijven gewoon slapen. Je kunt de klokken kapot luiden. En dan komen ze nog niet. Dus die bezieling had Jan van Rues ook. Geen wonder dat Geert Grote het zo goed kon stellen met Jan van Huys. Dat is het, dat is precies waar ik naar op zoek ben.

C

Wat je nu zegt. Ik moet denken aan de 19e eeuw Kierkegaard in Denemarken. Hoor ik dezelfde dingen zeggen. De Pinkstebeweging in Amerika, maar ook als je de evangelische beweging kijkt, Engeland en nu naar Nederland de laatste jaren ook. Waar dit verlangen is en waar ik zie dat jongeren tot bekering komen en maar ook ouderen tot mijn stomme verbazing.

En het vuur weer aangewakker lijkt te worden. Is dit niet van alle tijden wat je nu zegt? Ik zeg nu even deze tijd, maar goed, we leven nu in de 21ste eeuw, mening. Ook nu zouden we het nodig hebben, want uiteindelijk kun je dit ook behandelen als ja. Ik weet het wel allemaal.

B

Ja, maar dat is heel juist. Ik heb trouwens onlangs de ervaring gehad dat ik aan een groep conferentie aan het geven was, waar ik diezelfde beschrijving gegeven had. Over de moderne devoie. En dat ik zei zo, die mensen vonden, zou het niet prachtig zijn wanneer we die geloofsbeleving, die vuurdigheid daarvan in onze tijd zouden kunnen. Ik zag die mensen knikken. En sommigen zeiden ook, maar ja, dat is vandaag toch ook zo. Ja, dat is inderdaad vandaag zo.

Dat is inderdaad van alle tijden. In iedere tijd zijn er mensen geweest die gezegd hebben... Met de kerk, nu is het wel heel slecht gesteld met de kerk. En er zijn altijd mensen geweest die vanuit een geloofsbeleving, een vernieuwde, frisse geloofsbeleving. Iets nieuws gebracht hebben, dat is inderdaad waar. Het is nooit dat het voor eens en voor altijd de vurigheid kunnen continueren naar believen. Nee, iedere generatie moet dat opnieuw terugontdekken.

Radicale Geloof en Zelfovergave

C

Maar dat bra ook in je eigen leven, denk ik.

B

Inderdaad, ja, tuurlijk. Want dat is trouwens dikwijls dat mensen die tot bekering komen, die het innerlijk leven ontdekken, dat die voordien ook wel. gedoopte geloven waren of wel een deelname aan het kerkelijke leven, maar zonder die vurigheid. Dus het is niet waar het is. Geert Grote ook, die was gedoopt. Voor zijn bekering, was kind gedoopt. En was een praktiserend gelovige.

C

Dat blijkt niet helemaal uit het verhaal dat we in het begin hadden.

B

Ja, maar ik denk dat hij wel de religieuze gewoontes van zijn tijd volgde. Of dat moreel allemaal heel netjes was, dat denk ik niet. Maar goed, dat zal wel. Hij was geen ongelovig, ik zal het zo zeggen.

C

Hoe werd het tegenem aangekeken? Want je hebt al in Israël eerder van hij een prikverbod gehad, onder andere. Die vurigheid, hoe gingen mensen daarmee om? Want dit kan ook een bedreiging voor heel veel mensen zijn.

B

Dat is de reden waarom hij dat preekverbod gekregen heeft. Heel zeker. Dat zijn collega's, diakens en priesters zijn. Maar wat is met dat? Laat mij maar rustig mijn leven leiden zoals ik dat graag doe. En wie denkt hij wel dat hij is? Hij is zo een van die figuren, er zijn heel veel in de geschiedenis van de kerken, die enerzijds...

Echt iets nieuws te weggebracht hebben, waar mensen enthousiast voor geworden zijn. En anderzijds zijn mensen geweest, velen, die gezegd hebben: ja, maar zo niet hoor, dat ligt ons helemaal niet. We zien dat bij de geduurt, want dan zijn we een beetje verder in de geschiedenis. Teresa van Avila, Johannes van der Kruis.

C

Dag je van Francis van Assisi daarvoor.

B

Francisus van Assisi, heel zeker. In het geval van Francisus ook. Dus zij is naar het einde van zijn leven, zelfs door zijn meneboeders, zij werd hij zo wat opzij gezet. Ja, omdat hij van dat is dat is een vuuridheid en een radicaliteit die tegelijkertijd heel ontmaskerend is voor veel mensen.

C

Een van de dingen die hij, en dan ga ik verder naar, zijn homelie over de geboorte van de Heer. Want dat is een mooi stuk om misschien te behandelen. Maar wat ik bij hem tref is ook dit. Dat hij zegt, nou, ik heb mijn. Dan moet ik even jouw tekst lezen hier. Ik heb toch mezelf een al het mijne aan God gegeven. Dus die autonomie over het zelf heeft Hij opgegeven zijn eigen ik, eigen-ikigheid allemaal. Dat geeft gedrang bij de mensen die het horen. Die denken: ja, ik ben toch wel iemand.

Dit is toch een beetje ons probleem ook. Jou en mijn probleem misschien ook wel.

B

Ja, heel zeker, natuurlijk. En hij raakt hier eigenlijk heel de kern van wat gelovig leven is. En eigenlijk zou moeten betekenen en dat hij daarvoor helemaal gaat. En dat is onthutsend voor degene die een soort. Gemakkelijk compromis proberen te sluiten. Franciscus van Assisi moet ook helemaal dat geweest. Tegelijkertijd. of a great charme. I think that if you read the stories about Franciscus van Assisi that people

Daar echt wel, sommige mensen daar echt wel door geraakt werden. En dus in de hele goede zin van het woord, dat die figuren in hun vurigheid niet voor iedereen aangehaald. Afstotend waren, maar heel aantrekkelijk waren. En anderen voelden zich ontmaskerd worden.

C

Dat ik van ons, dat is toch een probleem.

Homilie over Christus' Nederige Geboorte

B

Nou, maar natuurlijk, dat is het heel zeker.

C

Hij heeft ook een homologie geschreven, dat is ook opgenomen in dit boekje Sig een Godhechten. Twee teksten uit de moderne defotie. Uitgegeven de Abdij Bethlehem in Bonheiden. Er zijn trouwens twee teksten: één van Geert Groot en een van Gerda Peter, zie ik. Maar die homelie over de geboorte van de Heer, vier vormen van meditatie. نحن نحن نحن نحن نحن نحن نحن نحن نحن

B

Frank, ik kan misschien eerst en vooral aangeven: het gaat over de geboorte van de Heer. En dat is een thematiek die een eeuwenlang ontwikkeld is geweest, de geboorte van de Heer, waarop men op verschillende manieren. Kan mediteren. En misschien is het eenvoudigste dat ik

C

Stukje leat, denk ik.

B

Moeten we niet verstaan in de liturgische zin van het woord. Het is waarschijnlijk eerder een conferentie die hij gegeven heeft. Want het is echt wel een redelijk lange tekst. En hij begint dus met de Bijbelcitaat: Een klein kind is ons geboren. En zijn eerste bedenking is: ja, wie wordt er nu groot geboren?

C

Als ik dit lees, dan denk ik, hoe bedenk het?

B

Ja, dat is echt waar. Dus met andere woorden, wat hij zegt, is: dat is toch. Waarom zegt de Bijbel dan nu? Het lijkt niet noodzakelijk, te vermelden dat een kleinkind ons geboren is. Maar het staat er zo, ten behoeven van ons. Namelijk om ons duidelijk te maken dat Hij voor ons geboren werd en voor ons klein geworden is, en om aan te tonen dat we samen met Hem moeten geboren worden en moeten klein gemaakt worden.

Hij zegt immers, indien je niet klein gemaakt wordt zoals dit kleinkind, zult je niet binnengaan in het Rijk der Hemel. Dus hij haalt hier eigenlijk al qua thematiek iets heel belangrijks aan. Het gaat om de. Zelfontlediging van God. En is dat omdat God niks anders te doen had? Nee, hij doet dat voor ons. Dus dat is voor ons, voor ons klein geworden en om ons aan te tonen dat we samen met Hem moeten geboren worden.

Vandaar dat de geboorte van Christus leert ons gelijk te maken aan de nedigheid en de kleine gestalte van Christus. Iemand kan niet met Christus geboren worden als hij niet met Christus opnieuw een kind wordt. Laten we dus kind zijn met het kind, niet hoog en verstandig. Ah voilà, hier klinkt iets door van wat de omkeer van Geert Grote betekende. Laten we spreken zoals een kind. Wij zijn zoals een kind. Denken als een kind, mogen melk en drank voor ons.

Die nog geen vast voedsel kunnen verdragen genoeg zijn. Dat is natuurlijk, dat is echt een thema dat, zodat heel veel geestelijke schrijvers uitgewerkt is geweest. Dus het geestelijk leven is aanvankelijk nog. kwetsbaar is iets wat gekosterd moet worden wat niet geen zware voedsel kan verdragen maar moet dus echt zoals een kind moet groeien

Is het immers niet zo dat we nog in ons sterfelijk lichaam zijn, verknocht aan de zonde, na ijver en twist zijn er onder ons en we gedragen ons kleinwenselijk? Voilà. Tekent dat wij nog geen geestelijk volwassen mensen zijn. En dan zegt hij, laten we spelen in de wieg van de Heilige Kerk. En laten we groot en sterk worden door de deelname aan de Heilige Sacrament en de Schrift.

Dat is toch mooi gezegd? Zoals een kind leert door te spelen en opgroeit. Wat is het een groot onderscheidingsvermogen, zegt hij dan. Wanneer men enerzijds niet te lang bij de Melk wil blijven? En anderzijds niet te snel gespeend wil worden van de passende voeding, niet direct van het lichte naar het vaste voedsel wil overgaan, niet van het magen naar het volle, van het armen naar het rijke, van het lage naar het hoge wensen omhoog gebracht worden.

Laten we daarom in alle aspecten van ons leven Christus allerzuiverste geboorte. Zijn heel gerechtig leven en zijn allerheiligste dood dragen, die het enige echte genezende medicijn zijn voor onze onzuivere geboorte, ons pervers leven, onze huiveringwekkende dood. Laten we dit doen, zowel in onze geest als met onze Woorden en in ons handelen, zodat die geestelijke wedergeboorte in ons leven.

Mogen schitteren en het leven van Christus mogen zichtbaar worden in onze ziel en in ons sterfelijk lichaam door de versterving van het vlees. Hij spreekt hier echt over een soort levensgemeenschap met Christus. En hij doet dat vind ik op een heel goed doordachte manier. Namelijk wij worden niet Christus. Maar wij worden gevormd naar gelijkenis met Christus.

Meditatie over Christus in Geest en Kunst

Verder zijn er drie dingen waarvan gezegd wordt dat ze met Gods hulp tot onze taak behoren. Dat is de voorbereiding met de Geest, de uitdrukking met de mond en de vervulling door de daden. Het is zo dat wij, de voorbereiding door de Geest, Het spreken, de uitdrukking met de mond en de vervoeling door de daden. Dus niet alleen met woorden, maar ook met daden. En zo laten we ons gelijkvormig maken met Christus geboorte, leven en lijden.

Geboorte gaat vooraf aan zijn lijden, zo gaat bij die drie dingen die tot onze taak behoren de voorbereiding in de Geest vooraf aan de uitdrukking ervan in woord en daad. De oefening van de Geest over de geboorte komt eerst. En voilà, nu gaat hij geleidelijk aan tot zijn onderwerp komen. Dus het mediteren over de geboorte van Christus. Hier, eventjes terzijde gezegd, kunnen we aangeven hoe de moderne devotie en de ontwikkeling van de inderlijkheid iets is wat ook in de kunst doorgewerkt heeft.

Dus de grote schilders... Van wat men tegenwoordig de renaissance van het noorden noemt. Vroeger sprak men over de Vlaamse primitief. Dat is een heel vreemde uitdrukking. Het was niet waar, helemaal niet primitief. Maar die grote schilders, ook hier van der Weijden, van Eyck. Der gebouwd zijn, dus die grote schilders die hele dikwijls zo schilderen alsof datgene wat er in de Bijbel verteld wordt, het een of ander mysterie van de Bijbel.

Alsof zich dat hier en nu afspeelt. En dat is de geboorte van Christus hebben ze verschillende keren geschilderd. En op die manier, we staan erbij. We mediteren het omdat het hier en nu gebeurt. De oefening van de Geest over de geboorte van Christus komt eerst. Ze is voor ons kinderen aangenamer, ze is eenvoudiger voor het waarnemingsvermogen en gemakkelijker dan al de rest.

Het is iets wat expliciet uitgewerkt wordt, dus wat Geert Goten hier aan het beschrijven is in de geestelijke oefeningen van Ignatius van Loyola, de stichter van... Van de Jezüte Orde. En dus die heel veel aandacht geeft dat in de geestelijke oefeningen iemand die dat doet, hoe die kan mediteren over de geboorte van Christus. En daar als het ware.

Bij komt te staan. En het verhaal niet als een afstandelijke student daarover nadenkt, maar echt betrokken is bij het gebeuren dat daar bemediteerd wordt.

Geert Grote's Vier Meditatievormen

Ik ga verder naar wat hij dan aangeeft over die vier manieren. Want dat was uw vraag. Waar bestaan die vier manieren nu uit? Daar zegt Geert Groten over, men moet weten dat wat ons kan helpen... In de meditatie over vernoemde zaken uit vier verschillende soorten bestaat en als zodanig ook moet beoefend worden. In feite zijn er de vier verschillende vormen van meditatie voor wie geestelijk een kind is.

Tot de eerste groep behoren die dingen aangaande Christus geboorte, leven en dood, die in de kanon van de Schrift vermeld staan. En waarvan het niet geoorloofd is er anders over te denken. Ik zou zeggen, dat is voor ons echt de belangrijkste. Dus hij noemt nu nog drie andere categorieën, maar wij zouden zeggen: laten we maar blijven bij datgene wat er in de schrift staat. Tot de tweede groepen behoort datgene wat nadien aan sommige heiligen over deze zaken geopenbaard is.

Of dat althans als zodanig verteld wordt. Ik denk dat hij hierbij denkt aan bijvoorbeeld de. De visioenen van Brigitta van Zweden. En dus er zijn, en dat heeft een hele traditie gekend, dus ook in de De evangelische Perlen en in het tempel onze zielen, ook Johannes Touder komt daarop terug en zo. De visioen over de geboorte van Christus. We zien bijvoorbeeld dat Rogé van der Weijden een schilderij heeft, het hangt in het Prado, in de geboorte van Christus.

Kleine kindje als een wormpje ligt op de grond, op de naaktegrond. En daar rond zitten de aanbidders, zal ik zeggen. En Maria, Jozef en de anderen zitten daar geknield. Dat gaat terug op een visioen van Brigitte van Zweden. Dus dat bedoelt hij. Daar kun je ook over mediteren. De derde groep bestaat uit datgene wat gebaseerd is op beweringen van geleerden.

Of dingen die men naar alle waarschijnlijkheid kan veronderstellen, of waarvoor men geloofwaardige argumenten kan aanvoeren die klaar en duidelijk door de reden bewezen worden. Men noemt die waarschijnlijke, geloofwaardige of redelijke punten. Dat is zo, wat heeft Thomas van Aquino gezegd? Oké, daar kan ik ook over gaan mediteren. En aan de derde en tot de vierde groep behorden vele beelden en gefantaseerde voorstellingen ter ondersteuning van onze geestelijke kleinheid.

En dat is wel interessant dat hij dat zegt. En dus stel het u maar voor in uw fantasie. Hij zegt, die zal ik even eens in mijn bespreking opnemen. Niet omdat aan deze beelden geloof gerecht zou moeten worden, maar wel omdat ze onze zwakke fantasie helpen, zodat hiermee onze kinderlijke geest door Christus melk. Sterker en beter gevoerd wordt en vasthoudender naar Christus Liefde gevoerd wordt. Dus hij valoriseert dat. Hij vindt dat blijkbaar goed dat men zich voorstellingen maakt.

Over hoe het zou kunnen geweest zijn. Maar ik weet wel dat het fantasie is. Het staat niet in de schrift. Ik bedenk dit nu aan de geleden, en hebben dat ook niet gezegd. Maar toch kan het wel helpen.

Christus Verbeelden: Schrift en Verbeelding

C

Ik heb altijd in de neiging dan te denken van hoe ver is het in harmonie met de schrift? Gaat het er tegenin? Of vult het iets aan waar ik denk, ja dit gaat al erg ver, dan wel kun je het parkeren, noem ik het altijd maar. Of laat het.

B

Het criterium is natuurlijk, als het tegen de schrift ingaat, dan zou ik er ook verder geen aandacht aan geven. En dus ik denk dat hij ook wel veronderstelt. Dat die beelden in de fantasie, dat dat beelden zijn die overeenkomen met de schrift. Maar bijvoorbeeld, hij zegt dat verderop, ik probeer mij het bedlijn van die tijd voor te stellen. U kunt het beter doen u voor te stellen, alsof het vandaag gebeurde. Want om het historisch juist of u in te beelden.

Dat gaat toch niet, dat weten we toch niet hoe het er toen uitzag. Dus probeer het u maar voor te stellen. A de hand van hoe het er vandaag uitziet. En dat is ook iets wat overgenomen is geweest door de schilders. Waar ik het daar juist over had. Want je ziet dat bijvoorbeeld ze de annunciatie schilderen in een kamer zoals die er in de 15e eeuw uit zag. Ja, det var inte de kamer av den perioden som Maria levde.

Maar hoe zij die kamer er wel uit? Dat weten we toch niet, zegt hij. En die schilder ze ook en zegt. Laten ze dan dat maar doen in een Kamer, zoals wij die nu kennen. Gerd Schoten zegt nu dat helpt uw gebedsleven. Maar er zit natuurlijk een heel diepe intuïtie achter. En ik vind dat die schilders dat prachtig doen. Datgene wat de schrift zegt, is niet verleden tijd voorbij. Dat voltrekt zich nu. Er is wat dat betreft een heel mooie tekst van Erasmus.

Waar hij het heeft ook over de meditatie. En waar hij zegt dus dat Christus wordt vandaag geboren. It's a little later than Gert Grote, but Christ is one time. Lichamelijk mens geworden, omdat wij zouden weten dat hij altijd geestelijk mens wil worden. En dat we kunnen weten hoe dat verloopt en hoe daar weerstanden zijn.

Schrift als Omvormer van het Leven

En dat er een herhoden is die hem wil doden. Ja, wel, die werkelijkheid is nog altijd niet voorbij. Dat geldt vandaag even goed.

C

Ik vind het heel mooi dat het zinnetje waarmee hij begint, hij zegt... God past zich aan aan onze werkelijkheid, aan onze kleinheid. En dan zegt hij over de schrift. De schrift is aan iedereen aangepast en sluit niemand uit. Voor volwassenen heeft ze een diepe zin en voor de kleine is een open boek. De schrift is net zoals een schrijver. Ze is zagmoedig en nederig van hart en tegelijkertijd hoog en subliem. Hoe verzin je dat denk ik dan?

B

Het is heel goed gezegd, dat klopt. En het is iets wat Geert God is natuurlijk niet de eerste om dit inhoudelijk. te zien, maar hij heeft het wel heel goed gezegd hier. Die parallel wordt heel dikwijls gemaakt tussen In de manier waarop Christus met de mensen omgegaan is en de manier waarop de schrift met ons omgaat.

C

Ik merk dat mensen die ik ontmoeten, die net Christen zijn geworden, die lezen de Bijbel en die ontdekken daar de mooiste dingen in. En ik weet zeker dat over 30 jaar ontdekken ze nog mooiere dingen daarin. Dat vind ik het wonder van het lezen van de Bijbel. Als theoloog of als dogmaticus lezen, nou, ik zou het niet zo graag groot doen. Maar je kunt het ook als een liefdesbrief lezen. En je blijft dingen ontdekken die steeds verder met je meegaan.

B

Ja, en dat is. Ik vind dat het vraagt een soort vertrouwen in dat de schrift zich toont wanneer men gaat zoeken. ...en vertrouwen dat men daar niet op een dwaalspoor geraakt. Er is een interessant boek dat ik een aantal jaren geleden gelezen heb... ...van een Amerikaanse auteur, Duncan Robertson. The medieval experience of reading. Hijt daarin dat het echt een frappant fenomeen is dat gedurende het eerste millennium, en nog iets verder, mensen heel probleemloos.

De schrift ontdekt hebben en dieper ontdekt hebben en daarin. En dat eigenlijk nadien er zo'n houding is gegroeid. ja, maar het zijn toch alleen de exegeten die weten. Hoe het mag gelezen worden. De specialisten en die zeggen dan dat is de betekenis en niet iets anders. Terwijl gedurende vele eeuwen mensen een groot vertrouwen erin gehad hebben dat al die diepere lagen van betekenissen.

En lees het nog maar eens. En veer gaan nadien nog eens. En dat er meer en meer tevoorschijn komt. Dat dat allemaal, dat je met heel groot vertrouwen in de schrift dat kunt doen. En dat de schrift de mooiste dingen laat zien. En dat op een gegeven moment in de geschiedenis bent dat een beetje kwijt is geraakt.

C

God past zich aan ons aan, staat daarboven. Maar het tweede stukje is zeg maar, wij worden ook uitgenodigd om ons te laten aanpassen aan God. En ik zeg toch voor mensen, als je. Tot geloof komt, ik kom er net niets vandaan, atheïsme vandaan, er zijn andere op andere manieren. Ja, zo Christus als jij, je gaat toch samen leven, maar je moet wel elkaar winnen.

B

En dus eigenlijk, wat hij hier zegt, is dat ik zo met het schrift moet omgaan, dat de schrift mag bepalen. Van wat mijn manier van leven is. Om nog even terug te komen op die korte tekst van Erasmus, waar ik daaraan verwees over Christus wordt vandaag geboren, dan zegt hij ook: dus neem niet de schrift. Om uw eigen meningen te staven, maar laat u leiden en neem de schrift als rechtsnoog. En dat is een heel juiste intuïtie. Dus dat bent.

Ja, men kan natuurlijk gemakkelijk links en rechts dingen uit de schrift plukken en dan zeggen. Ja, dat komt mij nu goed van pas. Maar dat wij ons laten aanpassen zoals. Geert Grote, dat zegt dus laten aanpassen aan het schrift. En dat de schrift eigenlijk ons kan omvormen. Het is een heel oude overtuiging die we al vinden bij Origenes. Dat door het lezen van de schrift, op die manier in contact te komen met de persoon van Jezus Christus, de mens omgevormd wordt.

Dus dat het woord zulke kracht bevat, dat het echt de mensenleven kan veranderen, het mensenleven kan omvormen en tot grotere gelijkenis met de persoon van Christus kan brengen.

Onderscheidingsvermogen in Geestelijke Beelden

C

Ja, een beetje negatief gezegd, waar je mee omgaat, daarmee word je besmet, zeggen ze het Nederlandse.

B

Ja, dat is het. Maar het is in de positieve zin. Ja, heel zeker.

C

Hoe gaat hij verder? Want er gingen vier methodes. Je hebt deze twee God pas zich aan onze zwakheid, maar wij... Zou ons dan ook moeten laten gezeggen door de schrift, oftewel door de schrift laten lezen, zou ik het maar in mijn eigen woorden zeggen. Hoe ontwikkelt hij dat? Want er komt ook zo'n stukje in voor dat mensen beelden hebben op een gegeven moment van Christus. fantaseren van hij zit naast me of staat tegenover me. Daar gaat hij op een hele wijze manier mee om, vind ik.

B

Dus hij heeft zo'n goede, evenwichtige manier om om te gaan met die beelden. Dat ze enerzijds kunnen helpen, maar dat ze anderzijds ook problematisch kunnen zijn. Dat heeft hij echt ook geleerd van Rusbroek, dus dat beelden nuttig kunnen zijn, maar ook een scherm kunnen worden. Tussen God en mens. En dan wordt een beeld belangrijker dan degene naar wie het beeld verwijst. En dan zegt Ruud ook onmiddellijk wegzetten. Dus dat de werkelijkheid van Christus is altijd belangrijker.

dan het beeld dat ik erover gemaakt heb. Ook al kunnen die beelden soms helpen.

C

Ik kan ook op een gegeven moment ervan overtuigd zijn dat datgene wat ik waar ik mee bezig ben, dat de werkelijkheid is. Ook dat moet je loslaten, heb ik het idee.

B

Er sagt, man muss gut dafür sorgen, dass der Geist sich hier nicht an festhält. Ook in zekere zin niet zo verwonderlijk. Want wanneer men zich daaraan gaat vasthechten, dan wordt het beeld belangrijker dan degene naar wie het beeld verwijst. En als ik ermee aan vastzijn, dan is dat waarschijnlijk een teken dat ik en mijn opvattingen en mijn beelden, dat ik die belangrijker vind dan degene. ...waar ik op gericht ben, althans... ...in principe op gericht ben.

C

Hoe maak je dat onderscheid voor? Of krijg je dat onderscheid?

B

Ja, dat is echt wel een vraag van onderscheiding, van een fijnzinnig onderscheidingsvermogen daarvoor ontwikkelen. Want ik denk dat er, behalve dat algemene principe, wat ik nu daar juist gezegd heb, dat het belangrijker wordt dan degene naar wie het verwijst, dat er weinig echte. Concrete aanwijzingen zijn, maar dat je dat bij jezelf toch wel heel goed kunt aanvoelen. In alle eerlijkheid dan. De veronderstelling is natuurlijk dat de mens heel eerlijk is daarover.

Maar wanneer je op een gegeven moment de indruk hebt van nu ben ik toch eigenlijk vooral met mijn eigen fantasie en mijn eigen beelden bezig. Ja, stoppen dan. En zich daar niet aan vasthechten. Zoals onze Geert Groten het zegt. Hij zegt het eigenlijk expliciet: het gebeurt dat een eenvoudig mens gaat menen, dat hij Christus of een heilige van wie hij zich in beeld in de fantasie had gemaakt, ook echt zintuigelijk aanwezig voelt en dat hij de indruk gaat hebben.

Kristus echt te zien, med zijn ogen, med zijn stem te horen, med de tast i hem, te voelen. En zulke vergissing is bepaald niet zonder gevaar. Zulke mensen gaan de tekenen verwarren met datgene waarnaar de tekenen verwijzen. Ze menen dat een beeld van Christus Christus zelf is. God verhoede dat we zulk een nieuwe of vreemde God gaan aanbidden. Nee, nee, daar gaan we onze eigen fantasie aan bidden.

Zich Hechten aan God

C

Tot besluit. Want we kunnen niet die hele tekst behandelen. Wat is nog zo'n punt dat er voor jou uitspringt uit deze tekst, die jij gekozen hebt uit het boekje Zichen God Hechten? Dat is natuurlijk een hele mooie titel: Zich een God Hechten.

B

Ja, det är en av en pauliniska uttryckning. Det är en uttryckning som vi ser uttryckning. Bij teksten, niet alleen in de moderne devoti, maar ook aan andere auteurs. Omdat zij daarin aangeven, en dat is misschien kan ik het tot slot over vergeerd Groten ook zeggen, een echte. Toewijding van de mens om zich aan God te hechten, dat veronderstelt een zekere toewijding. En niet alleen zoiets af en toe, of alleen met gevoelens, of alleen met verstand, maar in echt een soort.

Als persoon zich toekeren naar God en zich aan God hechten. En dat Paulus dan zegt, die wordt één geest met God gemaakt. Wordt die één substantie met God? Verdwijnt die als een trubbeltje in het oceaan in God? Nee, nee. Maar een geest, zoals de heilige geest een liefdesband is, zo is die. Vereniging met God ook een liefdesband. Ik vind dat de persoon van Geert Grote daar eigenlijk wel van getuigt. Dat is iemand die zich.

Op een bepaald moment in zijn leven echt eens gaan hechten aan God, en dat Hij ons ook daartoe aanspoort in deze ominier nu. Zich gaan hechten. Menselijke activiteit en menselijke inspanning vraagt, maar dat dat vooral is als antwoord op, en wat er dan ook volgt, is wat God aan het doen is. Namelijk een vereniging, een liefdevereniging met God.

C

Dan gaat het, als ik Geert Groot een beetje goed begrijp, ook uit zijn voornemers, dan gaat het niet meer om de gaven, maar meer om de gever zelf. Gewoon die intimiteit.

B

Heel zeker. Ja, ja, ja. Het is een keer grote en een aanvolging van Ruudburg is iemand die zeker de gave valoriseert. Maar de gaven zijn niet belangrijker dan de gever. En het is vanuit de gaven dat de mens dikwijls gaat verlangen naar de gever. Thank you very much.

C

En dit zei Rob Fazen. En met hem sprak ik over Geert Grote. Ik deed het aan de hand van een tekst die zich bevindt in het boekje Zichen Godhechten. Uitgegeven bij Abde Bethlehem in Bonnen.

This transcript was generated by Metacast using AI and may contain inaccuracies. Learn more about transcripts.
For the best experience, listen in Metacast app for iOS or Android