Mattias Rouw 7x7 Levenslessen van de woestijnvaders - podcast episode cover

Mattias Rouw 7x7 Levenslessen van de woestijnvaders

Jun 04, 202357 min
--:--
--:--
Download Metacast podcast app
Listen to this episode in Metacast mobile app
Don't just listen to podcasts. Learn from them with transcripts, summaries, and chapters for every episode. Skim, search, and bookmark insights. Learn more

Summary

In deze aflevering bespreekt Mattias Rouw zijn boek '7x7 Levenslessen van de Woestijnvaders', duikend in de tijdloze wijsheden van figuren als Antonius de Grote en Isaac van Nineveh. De gesprekken gaan over het onderscheiden van goed en kwaad, de paradox van het kennen van een onkenbare God, de transformerende kracht van stilte, en de diepere betekenis van Christus' liefdevolle offer. Mattias legt de historische rol van de woestijnmonniken uit en benadrukt hoe hun focus op nederigheid en Gods onvoorwaardelijke liefde nog steeds relevant is voor hedendaagse spirituele groei.

Episode description

Gesprek met Mattias Rouw op basis van het door hem geschreven boek "7x7 Levenslessen van de woestijnvaders" Een uitgave van uitgeverij Brandaan in Amersfoort. (https://www.uitgeverijbrandaan.nl/product/7x7-levenslessen-van-de-woestijnvaders/) Van hun site: Je kunt gerust zeggen dat de populariteit van de woestijnvaders de laatste jaren een enorme vlucht heeft genomen. Het boek Woestijnvaders won de prijs ‘Beste theologisch boek’ en zowel in protestantse als in katholieke kringen is er veel aandacht voor hun gedachtegoed. De woestijnvaders en -moeders zijn mensen die vanaf de vierde eeuw de woestijn introkken op zoek naar geestelijke groei, wijsheid en inspiratie. Veel van hun uitspraken en anekdotes hebben de geschiedenis overleefd en zijn uitstekend van toepassing op relevante vraagstukken van onze tijd. In dit dagboek neemt Mattias Rouw de lezer zeven weken mee aan de hand van zeven verschillende woestijnvaders en -moeders of thema’s die belangrijk zijn. Een deel wordt via de veelgebruikte leesplannen van YouVersion, de uiterst succesvolle Bijbel-app, aangeboden. ‘7×7 – Levenslessen van de woestijnvaders’ won de Award for Excellence in Theological Book Design 2020 van de Benelux Enterprise Awards.

Transcript

Introductie tot de Woestijnvaders

C

Ik ga een gesprekken met Matthias Rouw. En we gaan het hebben over de Woestijvaders. Dat is om het maar een beetje een bot te zeggen.

B

Ja, det er inderdaad min ting. Jeg har mig der i verloren. Ik heb ze eigenlijk ontdekt op een gegeven moment. Je wist niet dat ze bestonden. Zeker niet als protestantse jongen in een gemiddelde evangelische gemeente. Maar ze kwamen op mijn pad. Ik weet ook niet meer precies hoe. Maar op internet kwam ik ze tegen. En sindsdien hebben ze hem hard gegrepen en grote invloed gehad op mijn leven.

C

Je bent verbonden met het Monk Collective, heet het meen ik. Ik heb een aantal boeken geschreven over de Woestijnvaders. Of een van de laatste is 7 keer 7: levenslessen van de Woestijnvaders, uitgegeven bij uitgeverij Brandaan. In Amersfoort. Maar die levensles. Je hebt het boekje onderverdeeld in Poëtische Theologie. Daar gaat het over een aantal nieuwoestijnvaders: Poimen van de Sketches, Antonieus de Grote, Its Haak van Nineveh.

En ik pak er gewoon één lekkere rare uit. Dan zegt hij op een gegeven moment zet een van die Antonius de Grote. Daar is het eigenlijk hiermee begonnen. Die verhaal mag je wel vertellen. Die zegt van.

Antoni de Grote: Bij of Strontvlieg

Wees geen strondvlieg, maar een bij. En dan denk ik, ja, gekker moet hij niet worden. Waar ging het over?

B

Het mooie is dat Antonius op een gegeven moment geroepen wordt om monnik te worden. En dat gebeurt omdat hij in de kerk komt. En hij hoort daar het Bijbelverhaal van de rijke jongeling. Dan is de vraag: wil je in de hemel komen of niet? Wil je met God leven en volmaakt zijn? Nou, die jongen wordt wel eens aangespoord om alles te verkopen en om dan Jezus te volgen. En Antonius hoort dit.

Alsof het Jez tegen hem die woorden spreekt. Wij horen dat ook wel eens, dat verhaal in de kerk. En dan denken we van, nou goed, dat was leuk voor toen. Wat is onze les daaruit? Maar wij nemen het niet zo letterlijk. Maar Antonius wel. Die zegt van ja, Jezus spreekt dit tegen mij, dus ik moet dit gaan doen.

C

Hij was heel zeer vermogend ook moet je erbij.

B

Hij was wees op dat moment. Hij had een zusje en inderdaad de hele erfenis van zijn ouders. Er staat niet precies bij hoeveel, maar een flinke som geld en ook land. Hij verkoopt dat. Zijn zusje doet die naar een weeshuis, een nonnenklooster. En hij gaat dan zelf aan de rand van de stad zitten. Want in die tijd waren er al wel wat monniken, nog geen woestijnmonniken, maar wel monniken die dan aan de rand van de stad leefden. En dan staat heel mooi dat hij langs de verschillende monniken gaat.

Als een soort bijen. En dan de mooie lessen leert van die manniken. Want niet iedereen is goed in alles. Dus van de ene leert hij dan dat je s'nachts kan bidden en hoe je wakker kan blijven. En van de ander leert hij hoe je op een matje op de grond moet slapen zonder. Fancy matrassen en al die dingen. Van ander leert hij hoe je eenvoudig moet eten. Dus hij leert allemaal mooi en geduld. Dus hij leert allemaal mooie dingen van verschillende mensen.

En ja, dat is echt een monnikenthema om niet iemand te veroordelen of wat hij niet kan, maar het mooie in iemand te zien en daardoor geïnspireerd te raken en dat... Na jezelf toe te halen. En een hele moderne heilige die van Berg Athos is, naar zijn Griekse eiland. En daar wonen nu ook nog monniken, en dat is Vader Paitios, die woonde daar. En die heeft letterlijk ook zo'n verhaal geschreven, dat dat op zoek gaat naar het mooie in de mens en hoe je over elkaar praat.

Dat dat een van de kerndingen is van christen zijn. En van hem komt dan de analogie van wat ook Antonius deed. Hij zegt: mensen kunnen zich op twee manieren gedragen. Als een bij, dan ga je op zoek naar het mooie. Of als een strontvlieg en dan ga je op zoek naar het rot. Dat zijn de juice kanalen, om het zo maar even heel plat te zeggen. Dat zijn mensen die alleen maar praten over de viezigheid in andermans leven.

Ja, absoluut. Je rodel is inderdaad het negatieve, de ellende die je de ander overkomt, het daarover gaan hebben en dat belichten. Hij zegt dan zelfs, hij gaat zelfs zover en het niet veroordelen dat hij zegt, vader Pacius, als iemand naar mij toe komt en die praat slecht over iemand anders.

Dan zegt hij altijd van, nou stop even, weet je wel, want zul je hier eens goed over hebben, willen we deze kant op gaan? En dan vertelt hij altijd die parabel, hij heeft er zo'n verhaal over, van de bij die dan naar de bloemetjes gaat en de monnik, of de. De strond vliegt naar de strond. En dan zegt Paitios altijd zo mooi, dan zeg ik tegen die man: wil je dan bij de strond vliegen horen, of bij de bijen?

En als je bij daarbij wil horen, dan kunnen we verder praten. En als je bij je strandvlieg wil horen, zoek dan gewoon die mensen op waarmee je samen strondvlieg kan zijn. Dus hij zegt niet, dat moet je niet doen, maar hij zegt, zoek gewoon maar mensen van je eigen soort.

En ga dan bij elkaar zitten. Maar hier wil ik niet de strondvlieg uithangen. Dus op zo'n manier adresseert hij het idee van hoe praat je over mensen, hoe oordeel je in relatie tot hoe draagt een strondvlieg zich en hoe gedraagt een bij zich.

Johannes van de Ladder: Zelfbeheersing

C

Ze zijn heel praktisch naar de dagelijkse voorbeelden toe. Want ik weet van Johannes van der Ladder, zo heet hij. Ze had ook het prachtige verhaal van de hond bij de slager. Ik weet niet, dat is je hoofd kent.

B

Ja, wat ik mooi vond aan dat verhaal met die hond. Is dat eigenlijk Johannes van der Ladden zegt: het is heel moeilijk om als je een voorneem hebt om dat vol te houden. En hij vergelijkt het als een enthousiaste hond, en dan komt hij je bij de slagen en dan verlies je al zijn zelfbeheersing. En dan ga je. Gaat hij eten dat hij helemaal vol is en veel te veel dan dat hij op kan.

En hij zegt ook van ja, zo zijn we mensen ook soms. Soms kunnen we ons verliezen in eten, of in jaloersheid. En dat gaat dan helemaal met ons aan de haal. Zoals een hond zich niet kan beheersen. Als u bij de slager is. Maar we moeten leren, zegt hij, om ons doel voor ogen te houden. Dat we onze slechte eigenschappen afleren en dat we ons toeleggen op de deugde en de vrucht van de geest.

En als we dat doel voor ogen houden, dan kunnen we die hond die in ons springt en die ons alle kanten mee wil opnemen, kunnen leren bedwingen.

C

Je hebt er een aantal. Ik kan gewoon een tekst lezen van bijvoorbeeld die poëtische theologie die je daarin hebt.

De Onkenbare God Kennen

We beginnen bij het kennen van de onkenbare, want dat is een van de dingen die je levert in de maatschappij waarin die vrij materialistisch is. En bedoel ik niet op de hebzucht ook wel, maar meer. Het materiële denken, dit is wat er is, en meer is er niet. Wat ik een enge gedachte vind trouwens. Maar goed, daar gaat dit een beetje tegenin.

B

Ja, het kennen van de onkenbare is inderdaad een heel mooi stukje theologie. In de vroege kerkelijke theologie heet dat eigenlijk aprophatische en catafatische theologie. Dat zijn misschien wat moeilijke woorden, maar aprophatisch wil zeggen dat je God uitdrukt in woorden die concreet iets betekenen.

Zoals God is onze vader, God is een geneesheer, God is onze helper, onze rot. Dat zijn allemaal hele concrete beelden en daarmee kunnen we God uitdrukken. Maar er is een ander aspect van God wat we niet kennen. En de onbeginnelijke. Hij is de oneindige. In een bepaalde manier ook de onkenbare. Niemand heeft God ooit gezien. In Jezus is hij zichtbaar geworden, maar toch is er een aspect van God wat we nooit zullen begrijpen.

En in de vroeg christische theologie wordt dat heel erg naast elkaar geplaatst. Dus in veel evangelische gemeenten, ook koort, vaak heel antropomorf gemaakt, heel dichtbij, heel erg menselijk. En dat is heel mooi, wat het past bij onze huidige cultuur. We zijn in interactie met dingen en we willen God graag begrijpen. Maar de vorige keer had heel duidelijk ook dat idee van ja, op een bepaalde manier is God ook groter dan je broekzak.

C

Ik heb zelfs zoiets, en ik weet niet of dat heb ik iemand gelezen, maar ik merkte het in mijn eigen leven. Ik heb bijvoorbeeld leren kennen. Ik kom uit een atheïstische achtergrond. En gaan in de weg merk je dat het kennen, dat is er wel. Maar tegelijkertijd is het zoveel groter dat je eigenlijk tot het niet het niet kennen komt, maar wel tot het is wat groter dan ik dacht. Als ik nu naar buiten kijk en ik denk hoe oneindig dit allemaal is, terwijl deze schepping eindig is.

Ik begrijp een hoop niet. Dus bescheidenheid past ook wel. We kunnen het straks ook over hebben. Nederigheid is ook een van die van die issu'beuren.

B

Klopt. Nee, ik denk ook inderdaad, en iedereen die bijvoorbeeld onderzoekt, of dingen onderzoekt, zal het... Onmiddellijk herkennen. Op het moment dat je iets ontdekt, ik zit in de research als wetenschapper ook. Op het moment dat je iets hebt ontdekt, heb je altijd ook zoveel meer ontdekt wat je nog niet weet. Als je iets kent, het niet kennen, neemt eigenlijk meer toe dan het kennen. En hoe meer ik mijn vrouw leer kennen, des te minder ik ook van haar begrijp. En dat is volledig omgekeerd.

Als mens zijn we alle mysterie. Voor mijzelf, en zeker voor de ander. En hoe mysterieus zou God dan zijn? En iemand als Gregoris heeft daar een prachtig gedicht over gemaakt om. Om te laten zien eigenlijk dat God zowel kennen is. Net zoals Christus zegt, ik ben gekomen wie mij heeft, heeft de Vader gezien. Aan de andere kant heb je ook de Bijbeltekst: nog nooit iemand heeft God gezien en zijn denken is hoger dan wat wij kunnen denken. Dus dat bestaat naast elkaar. Zal ik het?

C

Ja, je mag een stukje vollezen, maar ik moet denken aan wat ik. Ik weet niet of er iemand las of. Dat is het feit dat het god kennen heeft ook te maken met het afpellen van een ui. Een beetje een rare vergelijking. Je gaat steeds dichter naar de kern toe en die blijkt steeds groter te worden. Dus er zit die rare tegenstelling in. Van het naar binnen gaan en dat het daar veel groter is dan jij dacht. Of dacht. Of kunt voorstellen.

B

Nee, daarom gebruiken de vroege monniken ook wel het beeld dat je afdaalt in jezelf om God te vinden. En dat is niet omdat. De mens goddelijk is. Maar omdat God woont in ons. Snap je? En soms kunnen we God heel ver wegplaatsen, maar God is, dat is hij ook, want Hij is groter dan wie wij zijn. Maar door af te dalen in jezelf. Die ruimte is zo groot. Jez zegt zelf dat hij en de vader in ons zullen wonen.

En dat de Heilige Geest ons helpt om dat te gaan ontdekken. Ja, en dat is ook een mysterie. Wat ik niet snap, hoe kan de grootste God in mij wonen? Dat zie je ook wel in de liederen van de vroege Kerk. Dat is een heel mooi lied over Maria. Da wordt Maria eigenlijk opgevoerd als iets wat ze zelf zegt.

En dan zegt ze ook van, hoe kan degene zijn die de wereld in zijn handen heeft dat ik die in mijn handen heb? Hoe kan het zijn dat degene die heel de wereld voedt, dat die gevoed wordt door mijn borst? Dus daar komen ook al die uiterste en die omgekeerdheden en die paradoxen, als je dat filosofisch uitdrukt, die komen bij elkaar in wie hij is.

En ik denk dat het heel belangrijk is aan de ene kant om niet te vervallen in een gedachte, ja, God is zo groot, wat heb ik ermee te maken? Ik kijk naar boven, ik zie hem niet. En dan creëert hij een soort onoverbruglijke afstand. Onoverbrugbare. En aan de andere kant behoed het je voor het feit dat God je knikkenvriendje is. En dat je alleen maar bij de vader op schoot zit en alles pijs en vrees is.

Hij is ook op een bepaalde manier vreswekkend. Maar ook de liefhebbende vader. En ik zie dat bij de Woestijnvader-theologie, maar ook in de theologie van de Vroege Kerk, wordt die balans heel erg bewaard. En dat vind ik heel zinvol voor ons als mens nu. Oké, nou, stukje dan. OU die boven alles uitgaat.

Is er een andere naam die beter dan bij u past? Dus u, die boven alles uitgaat. Die boven alles uitgaat, is dan Gods naam. Welk lied bezinkt u? Geen naam beschrijft u, geen idee omvat u en geen reden bevat u. U alleen bent niet uit te drukken. Elk woord dat wordt uitgesproken komt voort uit u. U alleen bent niet te doorgronden, maar elke gedachte die ontspringt komt voort uit u.

Alle schepselen prijzen u, zij die spreken en zij die niet kunnen praten. Alle schepselen buigen zich voor u, zij die kunnen denken en zij die de kracht van de gedachten niet kennen. Het verlangen en het zuchten van heel de schepping is op u gericht. Alles wat bestaat bid tot u en elk schepsel dat uw schepping kan zingen, zendt een lied van stilte op tot u.

In u bewegen alle dingen. Door één dynamische kracht vinden alle dingen hun doel in u. Dus God is zowel de oorzaker als alles waar het naartoe leidt. U bent het doel van elke schepsel, u bent uniek. U bent elk iemand, maar ook weer niemand. U bent geen schepsel en ook niet de som van al het geschapene. Alle namen komen u toe. Hoe zal ik u dan noemen? U, de enige die niet genoemd kan worden. Heb medelijden met mij, u, die boven alles uitgaat. Is er een andere naam die beter dan bij u past?

C

Ik heb de laatste tijd uit Colossen nogal, die Christus zijn er nogal doorgepakt. Hij is het beeld van een onzichtbare God. Ik ga heel kort door de bocht van in Hem zijn we gaan schapen, maar ook door Hem. En ook voor hem. Het is zo alomvattend. Ik weet niet waar ik beginnen moet en waar ik eindigen moet. Ik kan alleen maar stil worden.

B

Ja, mij rest ook stilte op dit moment. Nee, ik kan het ook niet uitleggen. En dat is ook zo'n les van de Woestijnvaders, dat je soms ook niet weten ook oké is. Want daar begint het mysterie. Daar begint geloven. Als God echt zo groot zou zijn als de bundel dogmatiek, dan heb je een hele arme God.

Dus het is altijd een overtreffende trap. En het mooie is dat op een gegeven moment een stel: leerlingen komen volgens mij bij Vader Antonius, moestijnmonnik. Die zeggen: ja, kunt u dit bijbelgedeelte uitleggen? Het staat niet eens bij welk bijbelgedeelte. Maar er was heel veel discussie: van wat betekent dit nou? En Antonisch die hoort het verhaal en de vraag en die zegt, nou maar wat vind je er zelf van bijvoorbeeld?

En dan begint een heel verhaal. Dit en dit betekent het en waarschijnlijk zus en zo. Zegt vader Antonisch, nou ja, oké, interessant. En hij gaat naar, er waren drie mensen, hij gaat naar nummer twee. En wat denk jij dan wat het antwoord is op deze vraag? Van wat het betekent. Weer een heel theologisch betoog en van alles en nog wat. En vader Antoine zei, ja oké, ook wel cool, mooi. En hij gaat naar nummer drie en die zegt, ja vader, ik weet het echt.

En vader Antonie zegt, de laatste die gesproken heeft, die heeft gelijk.

D

Yeah.

De Kracht van Stilte

C

We gaan naar de stilte toe. Isaac van Ninive, uit het stilte geboren. Die stilt is voor hun belangrijk. Waarom eigenlijk?

B

Stilte maakt dingen zichtbaar. Dus woorden hebben de neiging om als een deken ergens overheen te liggen. En misschien ook soms wel de... De aandacht er ergens van af te leiden waar het eigenlijk om gaat. Soms. En daarom is het ook goed om soms stil te zijn. Omdat stilte is heel confronterend. En dat kun je zelf uittesten. Ga maar naast iemand zitten, en wees maar stil.

Waarschijnlijk denk je meer dan ooit te vorren. Je voelt je misschien wel ongemakkelijk. Op een bepaalde manier zet stilstaan, stilte, eigenlijk ontzettend in beweging. En dat is waar die monniken natuurlijk op zoek naar zijn, want zij zijn op zoek naar God. In het Oude Testament lees je ook wel dat God vaak spreekt in stilte. Of dat in de stilte zijn stem ook hoorbaar wordt. Dus ja, dat zijn dingen die eigenlijk heel erg belangrijk zijn voor ons als hedendaagse gelovige ook.

Om daar naartoe te zoeken. Vaak zoeken we het in de emotie, in alles wat om ons heen gebeurt. We zijn zo gewend dat we allerlei prikkels altijd ontvangen. Maar ik zeg ook altijd, als God wat wil zeggen, dan moet je soms ook stil zijn. Want dan begint iets wat luisteren heet. En dat gebeurt door je mond te houden. Dat is iets wat ik ook moet oefenen hoor. Ik bedoel, ik zeg dit wel alsof ik het weet, maar dat weet ik ook alleen met mijn hoofd. Want dat is zo moeilijk om stil te zitten.

En te luisteren. En als je dat gewoon zomaar doet. Ik ga nu stilzitten luisteren, gebeurt er ook waarschijnlijk niks. Er moet ook een soort van aandacht zijn en een gerichtheid. En dat is waar die monniken mee bezig waren. Zoals ook bijvoorbeeld het Jezus-gebed. Jezus Christus is zo van God, ontferm je over mij. Of een mooie psalmtekst. Die ze soms ook eerst 15 minuten gewoon reciteren als een soort ademhaling om. Je gedachte ook stil te maken.

Vaak als je niks doet, dan ontstaan allerlei gedachten. Dus soms moet je ook je gedachten eerst leren richten, leren focussen op één ding. En dat is de praktijk waar de monniken van achter kwamen. Dat werkt op die manier heel goed. Dus eerst één zin, gewoon herhalen, kouwen. Je hoofd tot stilbrengen, tot singulariteit, tot één ding brengen en van daaruit God ontmoeten.

Ja, dat zijn allemaal dingen die, ja, monnikentrucjes, om het zo maar te zeggen, die denk ik ons ook nog kunnen helpen. En die ik dus waar ik ook graag dan over vertel. Want iedereen is op zoek naar rust. Maar hoe?

C

Je zegt dat eigenlijk al. De herrie zit van binnen over het algemeen. En de afleiding, want ik zei het laatst zeg iemand, zeg ik verveel je wel eens. En daar bedoel ik eigenlijk dit mee, wat je net zegt, die stilte durf je.

Nee, ik heb altijd wat te doen. En als je niks te doen hebt en je verveelt je, pak je je telefoon. Tegenwoordig, want dat is natuurlijk ook een prachtig ding om God niet te bereiken, zeg ik altijd. Als ik ervan uit ga, de middelen die God gebruikt, mensen zijn en geen dingen, maar goed.

B

Ja, nee, dat is inderdaad zo. En ik denk inderdaad dat ja stilte. Dus zo'n universeel thema, dat je het is ook een van de grote thema's binnen de monnikenliteratuur. Want hoe... Hoe bereik je dat? Het hesychasme heet dat zelfs in het Grieks. Het hesychasme is echt een soort stiltebeweging geweest binnen de monniken. Hoe kun je jezelf zo rustig maken dat je als mens überhaupt God stem kan horen als hij wat te zeggen heeft.

Ja, en inderdaad, de chaos binnenin is soms nog groter dan van buitenaf. Want je kan in een stille kamer zitten, maar dan kan het nog oorverdovend zijn.

C

Je hebt in het boekje ook tekst opgenomen. Het Stilde Geboren is er een van Isaac van Ninevee. Maar misschien kunnen we gewoon een paar lezen en dan gaan we dan daarvan verder. Want op het moment dat je zezelf aan het woord laat, dan gebeurt er toch iets anders, denk ik.

B

Klops, klopt.

C

Want nu zijn we elkaar in gesprek.

B

Ja, dat klopt. Nee, daarom probeer ik ook altijd zoveel mogelijk. Ik doe al vaak wat aan duiding en achtergrondinformatie, maar graag laat ik de monniken zelf aan woord. Uit Stiltegeboren is van Isaac van Nienvee. Heb de stilte boven alle dingen lief. Want zij zal jou dicht bij een vrucht brengen in woorden onmogelijk beschreven kan worden. In het begin zijn wij het, die onszelf dwingen stil te zijn, maar vervolgens groeit er uit onze stilte iets dat ons tot de stilte zelf brengt.

Ik wens je dat God je het gevoel zal geven van iets wat uit stilte geboren wordt. Ik twijfel er niet aan dat als je begint met deze oefening, er in jou hierdoor veel licht zal doorbreken. Het mooie is dat als de monniken dit oefenen, ze oefenen in stilzijn, in combinatie met zo'n eenvoudige gebedsregel,

Dus hij beschrijft dat in termen van licht. Dat vind ik ook heel mooi. En dat is ook wat de geloofsleidingis zegt. God is licht uit licht. Warachter God uit waarachtig God. En het beeld van licht... Is natuurlijk tweeledig. Want het verlicht en het maakt dingen zichtbaar. Maar ons had ook een ruimte waarin je kan gaan bewegen. Want als iets verlicht is, dan kun je je vrijlijk bewegen. Dus het schept.

Aan de ene kant ruimte, want als iets licht wordt, ontstaat er ruimte om je te bewegen. En aan de andere kant zet het je ook een beetje stil, omdat je dan dingen ziet die je concreet waar je mee bezig kan gaan.

De Weg van Deugd en Nederigheid

Dus het confronteert ook. Dus het geeft ruimte en het confronteert. Weer zo'n dualiteit, om het zo maar te zeggen. Ja, en dat is waar ze mee bezig gaan. Want een monnikenleven, en ik denk intrinsiek ook ons mensenleven, is erop gericht om Onze ondeugden aan te pakken. En onze deugden te ontwikkelen. En dat is ook een twee paden die je tegelijk bewandelt. Je bent het afleren van... Van je fouten en het ontwikkelen van de goede dingen waarmee je Christus reflecteert.

En de monniken gaan zelfs zover. Het is niet iets wat jij ontwikkelt, het goede. Maar het goede wordt steeds zichtbaarder als jij je maar richt op je eenvoudige werk van het afleren van de ondeugde. Want de vroege theologie zegt heel duidelijk dat ieder mens goed is. Gods beeld ligt in ieder mens geschapen.

C

Maar wel lichtelijk verkreukeld om het zo een beetje negatief te zeggen.

B

Absoluut. Maar daarmee is de goedheid, de intrinsieke goedheid, niet verloren. We zijn alleen kreupel geraakt, of zoals de monniken zeggen, we zijn als een schilderij, een beeld wat in de modder is gevallen van onze eigen zonde. En Grigoris Vaniesa zegt zo mooi, we zijn zelfs zo diep gevallen in de modder dat zelfs.

Onze familie kan ons niet meer kan herkennen. Onze familie zijn de engelen en God. We zijn bijna niet meer herkenbaar als beelddragers. Maar het is onze taak om die modden af te wassen. En dat is heel nederig werk, dus u praat hier niet over werkheiligheid. Je praat over nederig, jezelf schoon wassen door het christelijk te leven. Door gewoon je gebeden te doen, door te vasten, door je geld weg te geven. Wat Jezus zegt in de bergheden.

Als de drie christelijke hoofddeugden. En dan wordt er vanzelf die vrucht zichtbaar. Want die is altijd geweest. Alleen hij is mank, hij is verstoord. En het mooie is als wij ons richten heel nederig op het afleren van onze menselijke. Menselijkheid in die zin, de sterfelijkheid, wat de dood ons heeft gebracht, verlangen naar onstuimig teveel eten, verlangen naar wat mijn buurman heeft, verlangen naar. Noem alles maar op. Als je dat actief bestrijdt. Laat God de rest vanzelf groeien.

Paradoxen van het Christelijke Leven

C

Daar zaten we net even te praten voor dit gesprek. En toen had ik het over die schattende akker. Raar voorbeeld eigenlijk, want je weet dat een schatlicht is. Je verkoopt alles en je koopt die weg die ene paden, of die schat die er ligt. Daar heb je nog niks zeker aan.

B

Voor mij is het ook een beetje daar zit ook dat dubbele in. Ja, het is een paradox. Je hebt alles gewonnen, maar je hebt er niks meer aan. Want ja, het is een schat en die heb je dan. En die kun je wel weer weggeven. Of daar kun je wel weer van gaan leven. Maar dan wordt die schat weer weer minder. Dus. Ook daarin zit iets wat we niet begrijpen. We hebben alles gekregen als we die schat hebben in Christus. Maar Christ zegt ook: je moet eerst alles opgeven.

Kennelijk ben je jezelf kwijt, maar op een bepaalde manier krijg je jezelf ook weer terug. Je vindt je identiteit ook in Christus, niet in jezelf. Ik kan niks anders zeggen dat het een christelijke paradox is om te zeggen. Ik kan het ook niet echt uitleggen hoe het werkt. Het is alleen wat mensen door alle eeuwen heen zo hebben ervaren door jezelf weg te cijferen.

Krijg je jezelf terug. Op een nieuwe manier. En dat kan alleen door eerst alles weggegeven te hebben. En je kan het vergelijken met een huwelijk bijvoorbeeld. Als ik voor mijn vrouw kies, heb ik eigenlijk alle andere vrouwen verloren. Dus ik heb eigenlijk heel veel verloren. Door één ding te kiezen, heb ik oneindig veel weggegeven. Of oneindig veel mogelijkheden zijn me afgenomen. Ik heb nog maar één mogelijkheid over, dat is mijn vrouw.

Maar daarin kan een wereld ontstaan die zoveel groter is dan als ik mezelf zou uitsmeren over Salomo. Over duizend vrouwen. Dat is de paradox die de liefde is. Dat je alles ontvangt door er niet aan vast te houden. Of dat het zich vermeerde door het uit te delen. Dat is ook zoiets. Hoe kan dat nou? 9 van de 10 dingen in deze wereld, als je het uitdeelt. Als ik drie broden heb en ik geef jou er twee, heb ik er één over.

Maar het mooie aan de liefde is dat als je het uitdeelt, dat het alleen maar groter wordt. Ja, hoe leg je dat uit? Dat zijn dingen die je alleen kan ervaren. En daarom ben ik ook zo verliefd geworden op de woestijnvaders en moeders. Dat zijn ervaringsdeskundigen. Er zijn.

Welvaartsevangelie versus Opoffering

C

Je hebt het dan niet over welvaarts even Gerrie. Als je 100 euro, wat ik ook al hoor... Ik krijg er 200 voor terug. Ik denk van ja, dat lees ik ook Nederlands, maar goed.

D

Yeah.

B

Nee, ik weet ook niet precies waar ze dat vandaan hebben gehaald hoor. Dat dat zo werkt. Dat God zegt van, natuurlijk Godzegent wat je doet. En natuurlijk, die tegengrie komt niet nergens vandaan. Iemand als Job die verloor alles en God zegende hem. Abraham was ook rijk. Dus natuurlijk zijn er voorbeelden te vinden van in de Bijbel van dat God je zegent en als je op hem vertrouwt, dat kan ook zijn.

Maar als ik eenvoudig al naar alle apostelen ga. Ik bedoel, die waren ook allemaal vertrouwdes op God en hebben ze alles weggegeven. En ze zijn allemaal de matteldood gestorven. Dus het is geen formule. Behalve Johannes, die leefde wel. Nou, Pat ons nog even door. Maar je ziet eigenlijk veel meer voorbeelden waarin die formule niet werkt. Dus ik wil dat welvaarsevangelius, als je dat dat noemt, dat is een soort formule. Ik, nogmaals, ik zie dat niet terug in de Bijbel. Maar ja.

Ik ben nooit zo van het slecht praten over anderen. Ik praat liever over wat ik denk juist is. En ik denk in het leven van Jezus zie je dat ook: levens van de apostelen, levens van de leerlingen van de apostelen en van de monniken. Het je toeleggen op nederigheid en op eenvoud. En dat is ook wat de bergheden is, voor mijn gevoel. Ja, dat is de weg tot God. En dat is ook de weg die Jezus ging. Hij legde ook alles af en kreeg daarmee ook alles weer terug.

En dat is denk ik een heilzamere weg om te gaan dan andere manieren.

Historische Context Woestijnmonniken

C

Die woestijvaders. Ik ga nog even terug naar de historische setting. Wat voor tijd leefde hij?

B

Ja, ze ontstonden zo rond 270 toen met Antonius, na de tijd van Antonius de Grote. Vlak voor de verdrukkingen van het Romeinse Keijsrijk werden opgeven. Dat gebeurde iets na 300. De hele beweging ontstond bij één iemand. Het verhaal is dus dat Antonio zich gewoon geroepen voelde. Er zijn natuurlijk verschillende theorieën waarom...

De Woestijnmonnikbeweging ontstaan is uit onvrede voor de kerk, die wat salon veeig werd. Toen de keizer zei, we maken er een rijksgodsdienst van, dat deed keizer Theodosius, de keizer na, keizer Constantijn. Maar je ziet ook in de theologie dat dat ook wel wordt opgemerkt. Iemand als Johannes Christostomers, een grote prediker.

Je zit ook echt te fulmineren bijna tegen zijn publiek. Die zegt van ja, jullie kennen de liederen uit de arena nog beter dan de kerklider. Jullie komen hier alleen maar omdat het ligt op de route en iedereen doet het. Maar waar is nou het echte geloof gebleven? En ik denk dat daar hebben de Woestijnmonniken zeker wel een rol in gespeeld. Misschien niet in het begin, maar op een gegeven moment wordt het wel een soort tegenbeweging, als ik het zo mag noemen.

Misschien is het beter om te praten over een complementaire beweging. Monniken zijn nooit antiekerkelijk geweest. Dat lees je echt nergens in het geschrift. En ik ben erna op zoek gegaan, want ik dacht, die hypothese dat dat zo is, wil ik toetsen. Maar nergens lees je dat dat ze antiekerk zijn, maar ze willen wel.

Uit de maatschappij, weer terug naar de kern van het vroege christendom, het vervolg christendom, wat de ruwe diamant onder de hoge druk slijpt en waardevol maakt. Tertulianus zeg het ook, dat is het zaad van de kerk. Dus waaruit het is opgegroeid, alle martelaren. Dus zij zoeken nog iets van het ruwe. Onbezulgde christendom zonder formules en zonder structuren. Maar ze zien ook dat de kerk, zoals die dan ontstaat, wordt geformaliseerd, dat dat de plek is voor de gewone gelovigen.

En zij voeden eigenlijk de kerk met hun losse theologie, met hun levenswijsheid. En wat je in die tijd dus ziet. Is dat Antonius komt. En na Antononius komen er steeds meer monniken. En heel veel mensen uit de kerk gaan dan naar die monniken toe voor wijsheid. Want ja, in de gewone maatschappij is het toch wat vermengd gemaakt met cultuur. Dus die echtheid vinden ze dan eigenlijk bij de monniken.

En de monniken die helpen dan eigenlijk weer de priesters. En ik bedoel, Antonius heeft met Athanasius gepraat en die ging naar het eerste Ecomeense concilie. Dus daar was altijd. Bischop Nicolaas. Die komt ook naar een concilie toe. En die was ook bischop. En de beschoppen waren altijd monniken geweest. Dus op een gegeven moment zie je eigenlijk dat kringetje weer rondgaan van Kerk.

Naar Monnik, van Monnik, weer terug via bischop. naar de kerk. Dus de eerste paar eeuwen komt het een beetje los van elkaar en op een gegeven moment integreert het weer. En denk ik dat ze elkaar op een hele positieve manier beïnvloeden. Want de kerk in de cultuur kan wat beïnvloed raken door cultuur.

C

Het is niet anders, ook in onze tijd niet.

B

Nee, nee klopt. Dus dat is heel logisch. Dat is ook de context waarin de kerk zich begeeft. Dus daar bevindt beïnvloeding plaats. Hoeft ook niet altijd slecht te zijn, maar je moet altijd wel scherp zijn. En dat is eigenlijk de monniken die ons die spiegel voorhouden. Die ook bij de kerk horen, maar wel een soort extreme roeping hebben. En ik vergelijk ze altijd toch met profeten.

Want het zijn niet betere christenen dan jij en ik, zullen ze ook nooit van zichzelf zeggen, trouwens. Maar het zijn mensen die een soort roeping hebben om. Iets van die christelijke waarheid een bepaald thema uit te vergroten. En die thema's ben ik altijd naar op zoek. Zo'n man die dan drie jaar lang met een kiezel in zijn mond leeft om niks verkeerd te zeggen, dat gaat erover. Dat je leert om niks veroordelings te zeggen. Dat is extreem.

C

Het is heel extreem. Ik bedoel. Maar goed, aan de andere kant. Ik had vroeger een leraar die zei het zo. Die had zoiets van wonderigs en prachtig. Allerlei dingen kun je verzinnen. Hij zeg maar een dag. Gewoon eens spreken wat je te spreken hebt. Geen overdrijving, geen onderdrijving. Of, nou ja, leugens had het niet eens op. Maar gewoon dat soort dingen. Of gewoon een dagje mond te houden, wat al lastig is voor veel van ons.

B

Ja, en dat is mooi als je bij de monniken aanschuft. En je ziet daar wel eens een heel puur soort christendom zonder opsmukken.

Waarheid versus Historiciteit

Kijk, natuurlijk zijn er wat spreuken die zijn overgeleverd. En ik weet niet precies hoeveel procent daarvan historisch is. Want dat zijn termen die wij nu gebruiken om dat soort teksten te beoordelen. Afgezien van de historiciteit zijn ze wel waar. En de waarheid is een ander vlak dan historiciteit. En mensen halen het soms door elkaar heen.

Vinden we het soms moeilijk ook om dan te lezen: van ja, is dat nou echt gebeurd of niet? Maar dat is niet de eerste vraag die jou zo'n tekst hoeft te stellen. En dan vertel ik altijd het voorbeeld: als ik zeg, ik heb vlinders in mijn buik. Dan is dat niet waar. Het is een feitelijke onwaarheid, maar je weet precies wat ik bedoel. Dus de waarheid overstijgt soms de manier waarop je dingen uitdrukt.

En op zo'n manier lees ik eigenlijk ook deze verhalen. De eerste vraag is niet dat ik ga niet deze tekst bevragen, is het waar of niet. Maar de eerste vraag is: wat spreekt dit tot mij? En we mogen geïnspireerd raken. En dat mag ons een spiegel zijn. En dat is wat die monniken ook willen.

C

Isek Venienve heeft het over het mysterie van de liefde. En dan heb je een hele mooie tekst van hem. En dan wil ik misschien toch wat meer teksten lezen, want we blijven praten anders.

B

Ja. Even kijken hoor. Ministerie van de Liefde, bladzijde 67.

De Liefde van God en Verlossing

Waarom stief Christus aan het kruis voor zondaars? En waarom gaf hij zichzelf over aan het lijden in deze wereld?

C

Voor je verder gaat, ik heb toch een vraag. Want dat is natuurlijk het uitgangspunt van het boek. Je gaat naar deze tijd toe. En een van de dingen die ik heel vaak hoor, is van je identiteit vinden in God. En dan denk ik. Waar heb je het in vredesnam over?

B

Ja, inderdaad, je identiteit vinden in God is iets wat ik ook hoorde in de kerk. En toen dacht ik van ja, wat wordt er eigenlijk mee bedoeld? En ja, toen dacht ik van ja, hoe kan ik dat? Het woord identiteit is pas een paar honderd jaar oud. Men wist niet wat dat was. Dat woord bestond niet. Dat is in onze individualistische cultuur geboren. Maar het leuke is dat. Je praat dan over attributen. Wat maakt dat jouw identiteit in God ligt? En toen dacht ik van oké, wat is God dan? God heeft je lief.

Dat is iets waar we het ook over heel vaak hebben. God heeft jouw lief als mens, als lief heeft God de wereld gehad. Maar de vroege kerk ging nog wat verder en zei van inderdaad, God heeft niet alleen lief, maar God. Is liefde. En dan komt het heel dichtbij. Want dan wordt liefde een motivatie voor alles wat hij doet. En daar heeft Isaac van Ninevee een heel mooi.

Een stukje over geschreven. En dat kan ik wel even voorlezen. Want het gaat niet over het gevoel van de liefde, maar over het zijn van de liefde. Waarom stief Christus aan het kruis voor zondars? En waarom gaf hij zichzelf over aan het lijden in deze wereld? God heeft er slechts één reden voor gehad. Om zo zijn liefde aan de wereld te laten zien. Zo werden ook wij in staat gesteld om zijn liefde te hebben. We werden zo als het ware gevangenen van zijn liefde.

De echte kracht van de hemel is liefde en de hemel heeft in de dood van zijn zoon laten zien hoe groot de omvang van deze liefde is. Denk niet dat het was om ons te verlossen van het probleem van de zonde, op van welke andere reden dan ook. Het was uitsluitend zodat de wereld de liefde van God voor zijn eigen schepping zou ontdekken. Als het sterven van Christus slechts ter vergeving was van de zonde, dan waren er andere manieren geweest die misschien beter hadden gepast.

En dat is nogal een gewaagde uitspraak.

C

Het is maar goed dat hij bij Isaac Vanillevee vandaan komt, want in deze tijd zou je meteen verketterd zijn, denk ik.

B

Isaac van Nineveh, dat is een hele leuke hoor. Die heeft hele tegendraadse meningen. Er zit altijd een comma achter. Er is een heel boud statement en er zit een klein commaatje achter. Maar Dat bouwde statement zet je wel even aan het denken. Zo'n zin dan. God kwam niet om ons, Jezus kwam niet naar de adem om ons te verlossen van de zonde.

Natuurlijk deed hij dat wel, dat zal vader Isaac ook nooit ontkennen. Maar je gaat daarmee aan de kern voorbij. De kern is dat, als een lief had God de wereld. Want in sommige kerken kom ik ook wel eens tegen dat mensen zeggen: Jezus kwam naar de wereld om ons te verlossen van de wraak van God.

God was toornig, want er was gewoon zijn appel gegeten. En daardoor was hij heel boos. En Jezus kwam ons verlossen daarvan. Dat is net alsof God de Vader en God de Zoon tegenover elkaar staan. Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Jezus zegt, wie mij heeft gezien heeft de vader gezien. Hoe hij was. Is God. En dat is pure liefde. Dus Hij kwam naar de aarde en hij herschiep de mens daar. Puur een hervertelling, wat Johannes ook zegt in het begin van zijn evangelie.

We gaan eigenlijk even terug naar Genesis. God sprak het woord logos. En daarmee schiept hij, en toen kwam de Geest om leven te geven. Exact hetzelfde gebeurde in het Nieuw Testament. God spreekt, dat is Gods woord. Daarom kwam Jez op naar de aarde, niet de Heilige Geest. Het woord wordt gesproken, dat is de Logos. Die wordt mens.

En dan komt de geest met Pinksteren om dat weer leven te geven. Dus puur een hervertelling, eigenlijk van wat er vroeger gebeurde. Maar er was een herschepping nodig van de mens. Want wij konden niet meer schoongewassen worden. Het beeld wat wij droegen.

Was onder de modder, maar onze handen zaten ook vol modder. Dus wij konden dat niet schoonmaken. Wat in Christus zegt eigenlijk: met de hulp van de Heilige Geest kunnen we wel weer schoon gewassen worden. Dus we hebben niet alleen onze eigen handen. Om schoon te maken. Maar we hebben ook water nodig. En dat is wat de Heilige Geest is. Het beeld van water toch? Wat ons schoon was. Wat eeuwig leven voor ons heeft. Onze tranen van brouw worden ook wel gezegd. Dat is ook water wat ons schoon was.

En daarmee kan die herschepping, krijgt ze een gestalte in ons. Dat is wat de liefde is. Dus als je het reduceert tot een soort mechanische handeling van. Oké, we waren schuldig en Jees heeft de prijs betaald en daarom is de schuld afgedaan. Dat is een transactionele manier van verwoorden. En dat is niet verkeerd, maar dat is niet de kern. Dus daarom zegt Isaac, dat is het niet. Dat is een bijproduct en een fantastisch bijproduct. En dat is ook zo geweest. Maar de kern is de liefde. God kan.

Na de aarde voor de liefde. Er zijn zelfs sommige kerkvaars die zeggen: al had de mens niet gezondigd, was Christus nog mens geworden uit de liefde. Omdat hij bij de mens zijn schepping wilde zijn.

C

Is is dat is dat het punt ook van van de kruisiging dat hij daar... De mogelijkheid heeft gegeven door in hem te geloven, door ook de zone te niet te doen. Alles wat tegen ons getuigde. Zodat er weer van Goddelijk vind ik een beetje moeilijk wordt. Dat moet je uitleggen. Dat is niet Oosterse orthodoxie veel meer. Maar dat we de mogelijkheid hebben om, wat bij de zonde van verloriging, om eenmaal geleven te hebben, maar ook in die liefde die vrijheid te hebben die eigenlijk voor ons bestemd is.

Goddelijke Natuur en Heiligheid

B

Nou, in 2 Peters staat het zo mooi. Je gebruikt het woord voor goddelijke, maar dat staat gewoon letterlijk in de Bijbel. Dat wij kunnen weer deel hebben aan de goddelijke natuur. En dat is ook een hele mysterieuze tekst die ik niet goed uit kan leggen, maar het is wel een fantastisch iets om in te geloven. Petrus zegt van we hebben alles gekregen om een goddelijk leven te leiden. En daarmee weerspiegelen we iets van wie God zelf is.

Het bijzondere is dat de eigenschap die we God toedichten, die hem compleet anders maakt dan ons, is datgene waarvan God zelf zegt dat wij het moeten zijn. En dat is heilig. Het is maar één heilig, dat is God. En God zegt: Wees heilig, want ik ben heilig. Dus hij legt de bal weer terug. En dat kan alleen, hij geeft geen opdrachten die onmogelijk zijn, dat kan alleen, inderdaad, met behulp van.

De geest die gekomen is, omdat die schepping staat, weer opnieuw werd gedaan. De mens werd opnieuw geschapen. God overwond de dood door zijn dood. Zijn wij weer levend geworden. Want vanuit de dood kwam de zonde voort. Daar Paul is ook heel duidelijk over. Dus de ultieme vijand was de dood. En daarom moest Jezus ook naar de aarde komen. Omdat als hij de dood wil overwinnen, moest hij natuurlijk de dood opzoeken.

In de hemel kon hij de dood niet opzoeken, want daar is de dood niet. De dood was op aarde. Dus als hij de dood wil overwinnen, moet hij naar de aarde komen. Uit liefde voor ons is hij daar geleden, heeft hij de dood opgezocht? Want hij stierf op een gegeven moment. En zo heel mooi staat in een oud-christelijk lied: dat op een gegeven moment de dood dacht. Ah, nu heb ik leven, nu heb ik Jezus. En hij hapt dan met zijn kaken.

En dan staat zo heel mooi dat hij zijn kaken verbrijzeld werden. Doordat de dood zijn mond stuk beed op het leven zelf. Want Christus was het leven zelf. Dus ja, dat is heel mooi als je het op die manier verwoordt als een soort. Bokswedstrijd. In de ene hoek staat de dood, in de andere hoek staat het leven. Het leven moet naar de dood toe om te overwinnen. Dat is de menswording van Christus.

Berouw en Vreugdevol Verdriet

C

Wat mij ook opvalt bij die kerels, ook bij die woestijn moeders, dat ze enorme brouwers hebben. En dat. Daar heb ik het niet over het brouw moet echt zijn, maar gewoon Er zijn erbij die eigenlijk alleen maar tranen storten over het feit dat ze zo tekort schoten naar de liefde van God.

B

Zo nog even kijken. Want daar heb ik inderdaad ook wel verhalen van in het boek staan. Maar inderdaad, brouw is iets wat ze heel intens beleefden. En dat komt ook omdat als je heel dicht bij God bent, dan zie je ook steeds meer van je eigen onvolkomenheden.

Als ik dat parallel trek naar de gelijknis van de akker. Op een gegeven moment dat je naar de akker kijkt, dan zie je daar de stenen in liggen. Dan zie je daar de distels, dan zie je daar de platgetreden padens. Dan zie je allemaal wat niet klopt. En het is de roeping om daarmee aan de slag te gaan.

Dus brouw zitten in dat je elke keer naar jezelf kijkt en ziet wat nog kan veranderen en wat mag veranderen en nog sterker wat uit je leven moet verdwijnen, waar jij grip op hebt. En dat zijn je ondeugden. Want God laat de deugden in je groeien. Dus jij bent bezig met de distrus uit je leven trekken. Alles wat je overwoekert. Dat doe je bijvoorbeeld door stiltop te zoeken.

Daar leer je de stenen eruit halen. Waar je op stuk loopt, omdat je geen uithoudingsvermogen hebt. Daar leer je de padgetreden paden zien. Datgene wat je al zo vaak gehoord hebt. Wat Christus van je houdt, maar wat gewoon niet meer binnenkomt, daar leer je dat allemaal omploegen. En daar is berouw voor nodig. Want ja, je bent met je eigen zondigheid bezig. En dat is heel erg confronterend. Dat is heel erg.

Shocking, brouwvol. De monniken hebben daar zelf een term voor. Dat heet vreugdevol verdriet. Want zij zeggen ook het moment dat je met je eigen zonnigheid geconfronteerd wordt, is ook daar meteen de liefde van God om je daarbij te helpen. Om het überhaupt zo ver weg van je te gooien dat je niet meer weet waar het is. Zover het Oosten is als het westen. Maar dat God daar ook als heel meester voor je is. Want als je een stenen uit je architect is daar ook een gat en dat moet weer gevuld worden.

En dat is ook waar Christus bij helpt, om dat opnieuw te herscheppen, om wonder te helen. En om wonden ook ten goede te gebruiken. Want er zijn gewoon dingen in je leven die kunnen gebeuren. Die niet geheeld kunnen worden. In die zin dat het altijd moeilijk zal blijven. Maar die miraculeuze bijbelteksten, God kan alles laten meewerken ten goede. Dat betekent niet dat alles goed is wat je zou overkomen. Maar in ultieme zin kan God het voor iets moois gebruiken. En is niks voor niks gebeurd.

C

Ik hoorde iemand zeggen dat bij het verlies van een kind het gat blijft. En dan kun je allerlei mooie dingen tegenover zetten. Maar het blijft. Dus dat verdriet, dat is een onderdeel. Ik noem het wel eens een onderdeel van blijdschap. niet helemaal, maar als ik een beetje doorga op die vorige wat je zei.

B

Ik snap wat je wil zeggen. Ik heb zelf niet zo'n verdriet meegemaakt. Dus ik durf het altijd heel moeilijk, heel stellig over te zijn. Maar als ik kijk naar de levens van de monniken. Dan vinden zij in dat berouw heel veel vreugde. En een andere parallel die zij ook trekken, is met God als geneesheer. Dus zonde kun je ook zien, bijvoorbeeld als een ziekte ergens waar je aan leidt.

De gebrokenheid van de natuur waarin we leven, waardoor we ook overvallen worden. En als je dan ergens aan leidt, dan is dat heel naar. Da kun je heel veel verdriet van hebben. Maar als je naar de dokter gaat, En dan is het niet meteen over waar je aan leidt. Maar je bent wel op de juiste plek. Dus dat is dat vreugdevolle verdriet wat ze zien. Want je leidt ergens aan, maar je bent op de goede plek.

En dat kan ook wel weer vreugde geven als de arts dan zegt van nou ik ben er voor je, ik ga je helpen. En we gaan samen zorgen dat het beter wordt. Dan ontstaat er zoiets als vreugdevol verdriet. Brouw op de goede manier. Want je hebt ook een soort brouw: dat je met zwepen op je rug gaat slaan en zegt ik ellendig mens. En dat je jezelf slecht praat. Dat is.

Nooit de bedoeling binnen de vroege Christelijke theologie. Je mag slecht over jezelf praten, maar je bent ook heilig. Want God houdt van je en God woont in je. En dat is weer. Ja, die spannende balans tussen de uiterste, die gewoon worden samengebracht en waar geen eenduidig antwoord op is. Je hoeft niet in de grond te kruipen en jezelf wel slecht te vinden. Je hoeft ook niet op te.

Van de hoe ik sta te gaan schreeuwen, ik ben heilig God houdt van me. Maar het is juist die balans. En het spanningsveld daartussen. En dat je de ene keer de ene kant op bewogen en de andere keer de andere kant op wordt bewogen, dat brengt de dynamiek. In je geloofs leven waarvan ik denk van ja, dat kunnen we ook leren van de Woestijnvaders.

Gebed als Kern van het Geloof

C

Johannes van der Ladder, ik geef een ander punt naar het hart toe. Die zegt in een stukje, en misschien wel gewoon zijn stukken lezen. Het gaat over essentieel gebed op een gegeven moment. En dan gaat het wat bronnen en kikkers. En dan zegt hij, of jij zegt je hart kan je soms goed voor de gek houden. Daar wil ik naartoe, maar laten we eerst naar het gebed gaan. Gewoon een stukje lezen.

B

Ja, Johannes van der Ladden, misschien wel even een kleine leuke inleiding. Is een ook een soort supermonnik. Leuk, dat zeg ik dan, hè? Dat zal hij nooit vanzelf zeggen. Dus een man die leefde in de, wat is het vijfde eeuw volgens mij, uit mijn hoofd hoor. En hij heeft een heel groot boek geschreven. Die heet De Ladden naar de Hemel, De Ladden naar het Paradijs. En daarin beschrijft hij dertig treden die je kan lopen als monnik, maar ook als mens.

Die je kan aflopen om je ondeugde te lijf te gaan en te groeien in de liefde naar God toe.

C

Maar goed, hij zegt: een bidden is in essentie het samen zijn en verenig zijn van mens en God. En dan heeft hij nog een heel mooi stukje daarna. Wat ik denk: van ja. Alleen dan daarna luisteren, want hij zit er wel gezellig over te praten. Maar het luisteren alleen al naar die mannen in stilzijn. Radio is radio, er komt geluid uit.

B

Ja, klopt. Dus ik zal toch maar wat lezen en de stilte mogen de luisteraars na de uitzending doen. Ja, inderdaad. Soms vergeten we eigenlijk hoe kostbaar gebed is. En Johannes geeft eigenlijk de volgende uitdrukking aan wat gebed is. Gebed is de instandhouding van de wereld, verzoening met God.

En geneesmiddel voor zware stappen. Moeder en ook dochter van tranen, van tranen kunnen leiden tot gebed. Maar gebed kan ook tranen voortbrengen uitboeting van zonde. Want door een berouwvol hart worden we verlost, Het is een dam tegen verleidingen, een scheidsmuur tegen kwellingen, vernietiging van oorlogen, het werk van engelen. Gebit is de toekomstige vreugde, grenzeloze werkzaamheid, bron van deugde en verschaffer van genadegaven.

Het is een onzichtbare vordering, voedsel van de ziel, verlichting van de geest, de bijl tegen de wanhoop, het bewijs van de hoop. Bevrijding van droefheid, rijkdom van de christenen, schat van de mensen die stille rust beoefenen. Vermindering van toorn, een spiegel voor zelfonderzoek, het zichtbaar worden van geestelijke vooruitgang, het bewijs van onze geestelijke toestand en de openbaring van wat komt.

En een voorteken van de hemelse heerlijkheid. Wees dus altijd moedig, en God zal je leren te bidden. Het is onmogelijk om te leren zien door iemand die erover praat. Want het zien komt door zelf je ogen te gebruiken. Zo is het ook met de mogelijkheid de schoonheid van een gebed te zien door tips en raadgevingen van anderen, want het gebed heeft een hele speciale leermeester, God zelf, die de mens de kennis leert. En hij geeft de gaven van het gebed aan wie hem bidt.

A

Amen.

De Arglistigheid van het Hart

C

En dan ga ik naar dat hart toe. Het hart kan je goed voor de gek houden. Ik heb dit hè. Op een gegeven moment was er iets wat ik door gekwetst. Dat is een heel groot woord, maar goed, even. En ik wilde voor die lui bidden die dat gedaan hadden.

En het kostte me moeite. Ik wilde het eigenlijk in eerste instantie niet. Want ik voelde me wel gerechtvaardigde in mijn kwetsure. Uiteindelijk heb ik het toch gedaan. Het heeft even een paar dagen geduurd. Maar het hart kan je behoorlijk voor de gek houden.

B

Ja, argelistig, staat zo mooi in de Bijbel, is het. Dus Jeremias staat dat: niets is zo onbetrouwbaar als het hart. Onverbetelijk is het. Wie zal het kennen? Dat is vrij slecht geformuleerd over het hart, maar er staat ook. Schep, o God, een zuiver hart in mij. Vernieuw mijn geest, maak mij stand vastig. Dat heeft Johannes eigenlijk gebruikt: hoe kunnen wij naar ons hart kijken en hoe kunnen wij ook die valkuilen zien.

En als monnik, als ervaringsdeskundige weet hij precies hoe het hart in de valke kan trappen. En hij zegt er het volgende over. Het gebeurt soms, wanneer wij water uit bronnen putten, wij ongemerkt ook een kikker omhoog halen. Dus, als wij de deugden beoefenen, beoefenen wij ook vaak de ondeugden, die regelmatig onzichtbaar met de deugden verbonden zijn. En wat ik bedoel is het volgende. Met de gastvrijheid kan gulzigheid en dronkenschap verweven zijn. Met liefde kan lust verweven zijn.

Met opmerkzaamheid, slyuwheid. En met zorgvuldigheid, boosaardigheid. Met zagmoedigheid, de dubbelhartigheid en uitstelgedrag. En de luiheid en ribellie en het leven volgens eigen inzicht en gehoorzaamheid. Met stilzwijgen is het de pretentie van lesgeven verweven. Met de vreugde de verwaandheid. En de hoop kan ook lui maken. Met de liefde opnieuw het veroordelen van anderen. En met de stille eenzaamheid de moedeloosheid en de luiheid.

Met zuiverheid kan soms sarcasme gepaard gaan, en met nederigheid vrijpostigheid. En achter al deze deugden kan de ijdelheid schuil gaan als een gemeenschappelijk vergif.

C

We zeggen dus, we zijn medegekruisigd met Christus. En ik heb het idee dat dat gemeene ik, ik heb niet over je wie je inwezig bent, maar staat erbij van, het gaat toch goed zo?

B

Ja, dus inderdaad als je denkt van ik ben op de goede weg, dan kun je behoorlijk ten valke, want het hart is argelistig en hier zie je eigenlijk... Met de liefde kan ook de lust opkomen. Dus als je heel erg opmerkzaam bent, dan zie je heel veel van andere dingen. En kun je heel sluw worden en misschien manipuleren. Dus je ziet dat elke goede eigenschap. Ook kan vervallen. Ook zo logisch. Snappen we allemaal gasvrijheid ook. Je nodt nog mensen uit.

Maar je kan op je kop de deur uitgaan. Dus dat is ook weer niet de bedoeling. Dus gasvrij is goed, maar als dat altijd eindigt in gulsigheid en dronkenschap, dan gaat er weer iets niet goed. Dus er ligt een heel fijne balans.

Richting en Focus in Geloof

De monniken zeggen ook altijd: je mag alles voelen, wat heeft het mee te maken. Voelen en ervaren. Alleen de richting bepaalt of het goed is of niet goed is. Dus liefde is goed. Maar als je dat, in mijn geval, als ik dat richt op mijn vrouw, dan is dat goed, maar naar de buurvrouw niet.

C

Maar heeft dan ook te maken met het op God als centrale of Jezus centraal stellen en het liefst op Hem te richten? Dus uitliefde voor Hem de dingen te doen? Ja.

B

Nee, maar richting is natuurlijk ultiem bepalend in hoe dingen zijn uiting krijgen en ontsporingen hun uiteing krijgen. Ik zeg altijd, als het doel helder is, is ook de richting helder, is het pad helder. Dus die monniken hebben heel duidelijk God als doel voor ogen en daarmee wordt hun pad ook vanzelf zichtbaar. Mens zeggen wel: wat is het pad van mijn leven?

Ja, als je met Christus gaat, is als het goed is, Christus elk moment op je pad. Dus maak niet zoveel zorgen over wat het plan voor je leven is, maar ga met God. Maar daarachter ligt natuurlijk de gedachte dat je het doel moet helden zijn. En dan maakt het niet uit. Hoe je gaat, als je meebewegt met de wind van de geest, dan gaat je boot ook gewoon vanzelf in die richting. En dan komt dat vanzelf goed. Maar nogmaals,

Het menselijk hart is arch licht. Dus je moet ook altijd scherp blijven. Je kan een gave krijgen, ik zeg wat van profecie. Maar ja, als je er trots op bent, dan heb je weer meer verloren dan dat je hebt gekregen. Dus dat soort dingen moeten we scherp op blijven, zeggen de mannen.

C

Ja, en daarin zit dan ook die vervulling van de Heilige Geest, maar ook die je bent, je blijft wie je bent. Jij bent Matthias, ik ben Joop. Dus. Er zit altijd een vermenging, maar tegelijkertijd kan het overslaan het een of het ander. Waarin je denkt dat.

De Geest en Gedachten

Die geest vervulden wijsheid. Hij schrijft er een prachtig stuk over zoals Wolken de Zonverberg. Als je dat stukje nog misschien kunt lezen.

B

Zoals de wolken de zon verbergen, zo verbergen de slechte gedachten de geest en kunnen hem zelfs vernietigen. Als je een sterk geurend parfum draagt, word je van een afstand herkend. Dat gaat helemaal vanzelf, buiten je wil om. Zo wordt iemand ook, als de geest van de Heer in hem woont, aan zijn woorden herkend en aan zijn nederigheid. Zoals vuur geen sneeuw kan produceren, zo zou ook wie de eer van de mensen zoekt de hemel niet kunnen vinden.

Zoals één vonk een grote stapel hout kan laten branden, zo is één goede daad in staat een menigte van grote zonde uit te wissen. Zoals een kleine zonnestraal die door een spleet en huis binnenvalt, alles kan verlichten, zodat je zelfs het fijnste stofje kan zien vliegen. Zo zal ook het ontzag voor de Heer, wanneer Hij zich in het hart gevestigd heeft, aan dit hart al zijn zonde tonen.

Probeer niet wijs over te komen door in je gebed allerlei indrukwekkende uitdrukkingen te gebruiken. Want vaak heeft het eenvoudige en ongekunstelde gestamen van kinderen de vader in de hemelgunsten gestemd. Probeer niet te veel woorden te gebruiken als je praat, zodat je geest niet afgeleid wordt door het zoeken naar woorden. Eén woord van het torenaar heeft God genadigestemd, en één gelovig woord van de goede moordenaar hem gered.

Spraakwaater tijdens het bidden heeft vaak de geest met voorstellingen misleid en tot afleiding gebracht. Maar het herhalen van één woord of één zin bevordert, normaal gesproken, de concentratie van de geest.

A

Ja, is een prachtige.

C

Ding met een goede vernaat en nee, dat wil ik eigenlijk... Niet helemaal, maar in einde nog één klein stukje. Hij gaat dan door in de ladder ook over de liefde, die heel belangrijk is. Maar goed, 1 Corintien 13 helpt er ook wel heel erg in. Maar dan zit er een prachtig stukje wat je dan poëtische theologie noemt, van Simeon de Nieuwe Theoloog. Over dat mysterie wat zich toch in mij afspeelt. Want dat is het tegelijkertijd ook.

B

Ja, hoe meer ik er over zeg, hoe meer ik er vanaf drijf. Dus soms is het ook inderdaad beter om stil te zijn. Maar dit gedicht is wel heel mooi. En het leuke is ook dat hij wordt Simeon de nieuwe theoloog genoemd, omdat. Er zijn drie mensen ooit theolo genoemd in de vroege kerk en dat waren allemaal dichters. Dus ze zeiden van ja, als je de waarheid wil vatten, dan moet je eigenlijk in dichttaal gaan zitten. Dit is het gedicht. Wat is dit ontslagwekkende mysterie dat zich in mij afselt?

Ik kan geen woorden vinden om het uit te drukken. Mijn eenvoudige hand kan het niet pakken. Om de lof en gloei te beschrijven die horen bij degene die troont boven alle lof en die elk woord overstijgt. Mijn verstand ziet wat er gebeurt, maar kan het niet verklaren. Het kan zien en wil uitleggen, maar kan geen enkel woord vinden dat voldoende is. Want wat het ziet is onzichtbaar en volledig vormloos, eenvoudig en geheel onvermengd, onbegrensd en onzagwekkend in zijn grootheid.

Wat ik heb gezien is de totaliteit samengevat als één. Niet ontvangen in essentie, maar door deelname aan de goddelijke natuur. Het is net alsof je iets aansteekt met een vlam. Het is de hele vlam die je ontvangt. Wat voor zin heeft het om dit alles aan je uit te leggen? Of om te proberen dit allemaal je te laten begrijpen? Als je het zelf niet gevoeld hebt door de persoonlijke ervaring, kun je het nooit weten.

Slotgedachten en Monk Collective

A

Graag gedaan.

C

En dit zij Matthias Rouw. En met hem was ik in gesprek over de Woestijvaders en lessen die zij voor ons hebben. Het boekje heet 7 keer 7: Levenslessen van de Woestijvaders. En is uitgegeven bij uitgeverij Brandaan in Amersfoort. Je hebt ook nog een Monk Collectief, dat is een website.

B

Mon Collective, dat is inderdaad de website van ons team. En daarop kun je nog veel meer boeken vinden die we hebben geschreven. En binnenkort gaan we daar ook wel wekelijks dingetjes posten. Dus nu is de tijd om aan te sluiten. Ja, dat is eigenlijk ons platform waarop we bewegen als collectief.

C

En de website is.

B

De website waar je heen kan gaan voor meer informatie die er straks gaat komen is monkcollective.nl

C

En die zijn tenslotte Matthias.

This transcript was generated by Metacast using AI and may contain inaccuracies. Learn more about transcripts.
For the best experience, listen in Metacast app for iOS or Android