Hee Maarten!
Hoi Lisa. Alles goed? Je klinkt een beetje... gehaast.
Pfoe, ja. Ik kom net uit een overleg dat weer eindeloos duurde. Het ging over de kleur van een knop op een website. Echt, een uur lang! Lekker belangrijk.
Haha, dat klinkt bekend. Jullie deden zeker niet aan een twee-minuten-overleg?
Nee, absoluut niet! Bij ons moet iedereen z'n mening geven. De stagiair, de projectmanager, de hond van de directeur... bij wijze van spreken dan.
Ja, die platte hiërarchie is typisch Nederlands, hè? Bij ons op school is dat ook wel zo. De directeur heet gewoon Jan en hij haalt zelf ook koffie voor iedereen.
Precies! Mijn leidinggevende heet Chantal en we lunchen gewoon samen. Vroeger, bij mijn eerste baantje in een groot bedrijf, was dat heel anders.
Oh ja?
Ja, daar sprak je de baas alleen als je iets fout had gedaan. Toen was er veel meer afstand en respect, op een formele manier.
Ja, dat is waar. Ik vind het eigenlijk wel fijn, die laagdrempeligheid. Het zorgt er wel voor dat iedereen zich meer betrokken voelt. Iedereen neemt meer verantwoordelijkheid voor het eindresultaat.
Zeker, maar het duurt soms zo lang voordat er een beslissing wordt genomen. We zijn altijd op zoek naar een compromis waar iedereen mee kan leven. Dat is soms echt vermoeiend.
Dat is het polderen, hè. Zoeken naar consensus. Het is niet altijd de meest efficiënte manier, maar uiteindelijk is de uitkomst vaak wel breed gedragen. Niemand kan achteraf zeggen: 'Ik wist van niks.'
Ja, dat wel. Maar soms denk ik: hak gewoon een knoop door! Gisteren hadden we een vergadering van drie uur. Drie uur! Over de nieuwe huisstijl. Ik dacht echt: ik ga hier nooit meer weg.
Wauw. En, wat was de uitkomst?
Dat we volgende week verder praten. Iedereen had een ander idee en niemand wilde toegeven.
Ja precies. Wij proberen dat echt te beperken. We hebben vaak korte overlegmomentjes in de pauze. Werkt veel beter. Dan bespreken we snel de belangrijkste punten en gaan we weer aan het werk.
Ik ben jaloers. Bij ons is elke meeting een soort democratisch festival. Iedereen wil inspraak en het voelt alsof er pas een besluit komt als echt iedereen het er 100% mee eens is.
Nou ja, in de praktijk is het vaak de persoon die het hardst praat die zijn zin krijgt, toch? Of degene met het meeste geduld.
Haha, ja, of degene die het het langst volhoudt. Oh wacht, dat ben ik meestal niet. Ik verloor gisteren echt mijn geduld. Ik zei op een gegeven moment gewoon: 'Oké, we doen het wel zo.' En toen was iedereen stil.
Dat kan ik me voorstellen. Maar het alternatief, een baas die alles in zijn eentje beslist, is ook niet ideaal. Dat hadden we een paar jaar geleden met een interim-directeur. Hij nam alle beslissingen zelf. Dat werkte totaal niet. Niemand voelde zich gehoord en de sfeer werd heel slecht.
Oh, dat 'poldermodel', dat is toch zo'n typisch Nederlands woord? Ik hoor het vaak, maar wat is het nou precies?
Ja, precies. Het komt van het droogleggen van de polders. Dat moest je samen doen, anders liep alles onder water. Dus: samen overleggen en een compromis vinden om een gezamenlijk doel te bereiken.
Ah, dus daarom duren onze vergaderingen zo lang! We zijn eigenlijk gewoon een polder aan het droogleggen. Dat klinkt ineens heel nobel.
Haha, ja, een digitale polder. En 'inspraak' is ook zoiets. Het idee dat jouw stem telt, dat je mee mag praten over de beslissing.
Dus, samengevat: we houden van overleggen, hebben weinig hiërarchie en willen allemaal inspraak, ook al is dat niet altijd even efficiënt.
Eigenlijk wel. We zoeken naar een compromis, het liefst via consensus, en noemen dat dan heel chique het poldermodel. En ondertussen klagen we dat vergaderingen te lang duren.
Haha, ja, dat is het precies.
Nou, ik moet zo weer een overleg voorbereiden. Hopelijk eentje van korter dan drie uur.
Succes! Ik ga die knop op de website maar eens blauw maken. Of groen. We zien wel. Doei!
Haha, tot horens. Doei!
