Aflevering 4 - Hyponatriëmie
Episode description
In deze aflevering bespreken we een van de meest voorkomende diagnostische uitdagingen: de hyponatriëmie. Deze elektrolytstoornis wordt gevreesd vanwege de mogelijk ernstige gevolgen, maar ook vanwege de eindeloze lijst aan oorzaken en het voor veel dokters ingewikkelde mechanisme achter het probleem.
Vanaf nu hoef je nooit meer te schutteren met termen als "absoluut zouttekort" en onterechte SIADH-diagnoses. Aan de hand van een simpel stappenplan deel je elke hyponatriëmie op in een van de 3 hoofdgroepen. Ook bespreken we hoe je elke vorm van hyponatriëmie het beste kan behandelen en wanneer je je écht zorgen moet maken.
00:00 Inleiding
02:25 De basis van natriumregulatie en symptomen
06:00 Is dit wel een hyponatriëmie?
09:03 Is dit een acute hyponatriëmie en zijn er symptomen?
10:03 Diagnostiek van de hyponatriëmie
14:45 Hyponatriëmie zonder ADH-activiteit
17:55 Hyponatriëmie op basis van terechte ADH-activiteit
23:55 Hyponatriëmie op basis van onterechte ADH-activiteit
30:10 Samenvatting van de diagnostiek naar de hyponatriemie
31:25 Casuistiek
38:40 Afsluiting met nog een laatste keer het stappenplan
Stappenplan hyponatriemie:
1. Is dit wel een hyponatriëmie?
- Hoog glucose: de serum osmolariteit is in dit geval normaal of verhoogd
- Pseudohyponatriemie: vals verlaagd natrium door veel eiwit of hoog cholesterol
2. Is het een acute hyponatriëmie en zijn er symptomen?
- Als dit beiden het geval is behandel je direct: met “sterk zout” 100-150ml NaCl 3%
3. Staat ADH (anti-diuretisch hormoon) aan?
- Als ADH aan staat houdt je lichaam water vast; dit zorgt voor geconcentreerde urine en dus een hoge urine osmolariteit
4. Als ADH aan staat, is deze ADH activiteit terecht of onterecht?
- Is de patient intravasculair ondervuld? Te achterhalen door je lichamelijk onderzoek én urine natrium onderzoek (urine Na <30 wijst op ondervulling). Bij intravasculaire ondervulling is een ADH-prikkel terecht!
Let altijd op of patiënt diuretica gebruikt!
Plaats met deze vragen elke hyponatriëmie in een van de drie onderstaande groepen:
Groep 1: Hyponatriëmie zonder ADH-activiteit
Urine osmol laag
- Tea and toast
- Polydipsie
- Beer drinkers potomania
Behandeling: stoppen met overmatige vochtinname; bij tea and toast ook inname van osmolen
Groep 2: Hyponatriëmie door terechte ADH-activiteit
Urine osmol hoog; lichamelijk onderzoek intravasculair ondervuld; urine natrium <30
- Diarree
- Sepsis
- Hartfalen
- Levercirrose
Behandeling: herstellen van de vullingsstatus. Meestal een zoutinfuus; maar soms (bijvoorbeeld bij hartfalen) juist diuretica
Groep 3: Hyponatriëmie door onterechte ADH-activiteit
Urine osmol hoog; urine natrium >30; sluit wel hypocortisolisme en hypothyreoidie uit!
- Medicatie (bijvoorbeeld antidepressiva zoals SSRI)
- Maligniteit
- Longziekten
- Infecties
- Drugs (XTC/MDMA)
- Pijn, misselijkheid
Behandeling: wegnemen ADH prikkel; vochtbeperking
NB: Streef naar een maximale correctiesnelheid van 1 mmol/uur en maximaal 10 mmol/24 uur. Met name bij een ernstige chronische hyponatriemie kan te snelle correctie leiden tot ernstige neurologische verschijnselen (osmotische demyelinisatie).
Geef alsjeblieft je feedback door via houseofgodcast@gmail.com en vergeet ons niet te volgen op instagram!
