¶ Intro / Opening
Koos.
¶ Welkom bij de nieuwe aflevering
Hey, Raphael.
Hoi.
Hi, en welkom luisteraars.
Ja, weer een nieuwe aflevering van...
Geloof je dat ook?
Ja. Het is anders nu, hè?
Ja, het is wel echt anders nu. Ik weet niet hoor, ik moet er even aan wennen.
Ja, voor die mensen die ons via YouTube, of via beeld kijken, die zien dat we nu geen koptelefoon op onze oren hebben.
Ja.
En dan mag ze ook horen we onszelf dan altijd praten en elkaar praten, maar...
Precies. Dus het geluid is nu heel anders, voor ons.
Voor ons is het geluid echt heel anders inderdaad.
Waarschijnlijk voor de luisteraar niet, maar goed.
Nee.
Hij moet er even aan wennen.
Ja, het is eigenlijk een soort van monitoring tool, zeg maar. Dat je kan horen of je zelf hard genoeg praat in de microfoon.
Ja.
Dat je niet wegdraait en dan... Maar goed, we zitten tegenover elkaar, dus het gebruik van de microfoon is prima zo.
Nou ja.
Dus we gaan het eens een keer proberen.
Ja, we gaan het zo eens een keer proberen.
Ja.
Gewoon niet omdat het moet, maar gewoon omdat het kan.
Ja, zoals dat. Het klinkt echt heel anders, alsof het ook een heel ander gesprek is of zo, lijkt het haast wel.
Echt?
Ja.
Precies, meer alsof we elkaar gewoon spreken.
Ja, je plaatst dat niet. Doen we altijd, maar het is nu gewoon anders.
Ja, precies.
Heel bijzonder.
¶ God en Humor
Ja, leuk. Maar ik had bedacht, want ik ben in de Bijbel aan het lezen. En in het Oude Testament. En ik kom daar allemaal zulke bizarre dingen tegen. Dus toen had ik bedacht van, nou laat ik het zo zeggen. Ik ben benieuwd hoe jij er tegenaan kijkt. En wat ik dan over wil hebben is, vind jij dat God humor heeft?
Ja, dat denk ik wel.
Ja, want hoe weet je?
Hoe weet ik dat zo zeker?
Ja.
Ja, het is die standaard grap toch? Is van, ja, hij heeft jou op deze aarde gezet. Dus hij heeft wel een gevoel voor humor.
Ja, die is leuk. Ja, die vind ik mooi, die vind ik mooi. Ja, nee, oké, oké, oké. Dus die vind ik leuk, die vind ik leuk.
¶ Bijbels Bizarre Verhalen
Maar ja, nou ja, waar ik dus tegen aanloop. Ik ben aan het lezen in eerst Genesis, nu Exodus. En dat Mozes Ja. Die kreeg dus de opdracht van God om naar de faro te gaan. En dan zegt Mozes, ja maar jongen, ik kan helemaal niet zo goed praten. Weet je wel? Nou, dan zegt God nou, gooi je staf op de grond. En wat gebeurde met zijn staf?
Er werd een slang.
Er werd een slang. Nou, dat is al apart toch, eigenlijk?
Ja.
Dat vind ik eigenlijk wel humor.
Ja, zo bedoel ik.
Ja.
Dat is wel humor dat God dat vraagt aan Mozes.
Ja. Eén wel, oké. Mozes zegt van, weet je, ik kan niet zo goed praten.
Ja, maar hij zei dat toch al eerder? Dat zei hij toch al toen hij de opdracht kreeg. En toen kreeg hij Joshua als praat.
Ja, dat is allemaal in hetzelfde moment. Dus hij komt daar op een plekje. Vlakbij zijn schoonvader daar in de buurt. Toen was hij met zijn, weet ik veel, hij liep daar wat rond en ineens ziet hij daar een brandende struik. Nou, brandende struik alleen al is best wel bijzonder, toch?
Ja.
Dus God openbaart zich aan Moes via een brandende struik. Dan zegt Moes van ja, maar ik kan helemaal niet zo goed praten. Dus je moet niet bij mij zijn. Ja. Dat is wat hij zegt. Hij probeert het van zich af te schuiven. Een beetje net als, nou ja, veel van mijn collega's altijd proberen het te doen.
Ja, of als een roeping in de kerk, hè? Dat als iemand zegt van, ja, leden van de kerk die er een hoping krijgen. Dan zeg je, ja, nee, ik ben er helemaal niet voor geschikt.
Of gevraagd worden voor een toespraak.
Ja.
Nou, nee, daar ben ik niet zo voor geschikt.
Ja.
Nou, mogen ze precies zo? Hoe lost God dat op? Hij zegt, gooi je staf op de grond. Dat is wat hij zei. Dat was in principe zijn eerste reactie. Dus hij gooit die staf op de grond. Dus hij denkt van, wat is dit? Ja, dan pakte hij hem weer op en dan was het weer een staf. Ik vind dat, ja. Als je erover na gaat denken, vind je dat niet humoristisch?
Humoristisch?
Ja, nou ja. Jij zegt, ja maar God, ik praat niet zo goed. Dan zegt God, gooi die staf op de grond.
Ja.
Wat heeft dat met elkaar te maken?
Ja, dat heeft niks met elkaar te maken. Behalve van, met mij is alles mogelijk.
Ja, oké. Nou, vervolgens zegt Moos nog een keer van ja, leuk met zo'n staf. Ze zien me aankomen. Gooi die staf op de grond, wordt het een slang. Ik kan nog steeds niet goed praten. Nou, zegt God, oké, komt goed. Dan zorgen we dat jouw broer meegaat en die kan dan voor jou praten. Dan maak ik, regelen we het op die manier. Ja, ja. Dan heb ik ook geen uitreden, of hoe noem je dat, geen smoesjes meer.
Nee, precies.
Denkt Moos dan. Dus hij shockt die kant uit, want hij denkt van, oh jee, moet ik naar die faro toe, toch? Nou, dan gaat het gebeuren. Wat gaat God dan allemaal doen om zijn macht te tonen in feite? Eigenlijk komt het, het is een soort powerplay.
Toch? Ja, klopt, ja.
Dus er zijn allerlei, dat noemen we ook wel plagen en zo.
Ja, en Christus, de god van het Oude Testament, die wist natuurlijk wel wat er nodig was om het volk te laten vertrekken. Dus blijkbaar waren die plagen allemaal nodig. Op die gruwelijke wijze.
Ja.
Om het zover te krijgen dat ze uiteindelijk echt mochten vertrekken.
¶ Gods Kracht en Macht
Maar aan de andere kant. Had hij ook gewoon zo'n vuurkolom al gelijk kunnen neerzetten.
Had het gekend. Weet jij nog zo wat voor plagen allemaal waren? Nou, het begon in ieder geval inderdaad met die slang. Dus daar begon hij mee. Het eerste ding van kijk. Hij gooide slang op zijn staf op de grond. Werd een slang. Maar die tovenaars van de faro. Die gooiden ook hun staf op de grond. Is het ook bijzonder? Ja, is ook bijzonder. dat dat dus kon. Maar de slang van Mozes, die eet de andere slangen van de tovenaars op.
Ja, dat is dan wel weer.
En dan heeft hij weer zijn staf terug. En dan...
Ja, je hebt de bloed, de water en bloed.
Dat is de volgende dan. Dus, die farao gaat zich baden in de... Ik weet niet wat voor rivier dat is. De Nijl. Het wordt helemaal bloed. Dus dat is niet zo heel erg. Maar... Ja, vind je dat niet humoristisch dan? Ja. Nee, maar als je leuk...
Ja, het zijn wel leuke plagen.
Het zijn wel plagen dat je denkt van... Er zit ook een soort van... Is dat humor of is dat sarcasme? Ik vind dat interessant eigenlijk.
Sarcasme, ja. En ze hebben natuurlijk die vliegen.
Ja.
En je hebt springhanen heb je nog.
Springhanen, kikkers.
Kikkers heb je.
Duisternis.
Ja, en de dood van de eerste wonen. En dat is dan de laatste inderdaad. Wat de farao heeft hem natuurlijk wel een paar keer laten gaan, maar dan uiteindelijk weer bedacht.
Ja, of hij zei van nou je mag wel gaan, maar alleen de mannen. Maar goed, als we gaan, dan gaan we met z'n allen. Nou, dan mag je niet gaan, weet je zo. Of hij zegt van ja, je mag wel, ja klopt, hij heeft een paar keer gezegd je mag wel gaan, maar dan trocht hij ze toch zo'n keutel in.
Ja, wat ik persoonlijk heel erg raar vind aan het Oude Testament, is dat het echt alleen maar het verbondsvolk is.
Ja.
En alle andere... Nou... Alle andere mensen die op de wereld leven... Die hebben gewoon dikke pech. Je mag niet eens aansluiten bij het verbondsvolk. Dat is pas later dat dat mag.
Ja.
En dan al die andere mensen die zijn dan... Je bent Egyptenaar of je bent... Weet ik veel wat. Je woont in Oosten of je woont in Amerika. Weet ik veel wat waar je woont. En je woont gewoon niet het verbondsvolk. Dus je krijgt ook helemaal niet die kans om die verbonden te sluiten. En je wordt ook niet op die manier beschermd. Dat vind ik altijd zo'n gek ding aan het Oude Testament en het Verbondsvolk.
¶ Het Verbondsvolk
Oké. Goed, leuk voor een volgende aflevering.
Ja, sorry.
Ja, ik ga het wel een beetje over mijn onderwerp heen. Dat is de humor van God, hè?
Ja.
Nou, als je al die plagen bekijkt, dan denk je van, oké, dat zit ook een... Ja, ik noem dat dan best wel humoristisch. Als je ziet wat er allemaal over die Egyptenaar is uitgestort, dat is ongelooflijk. En dat ze uiteindelijk de Israëlieten wegsturen met ook nog een hoop goud en zilver en edelsteen en zo van, hup, wegwezen jullie.
Ja, uiteindelijk inderdaad. We willen niet meer, oké, jullie God is sterker dan onze.
Ja, ja.
Maar hij zei dan geen God.
Maar dan, ja, maar als je er even over nadenkt. Oké, ze zijn, ze gaan weg.
Ja.
Uit Egypte. De faro denkt van, o jee. God, die leidt ze, die heeft alles door, die leidt ze gewoon naar de Rode Zee. Ze kunnen echt niet verder, dus ze zitten in de val.
Ja.
Ja, ik vind dat ook weer een soort van humoristische scène. Want wat gebeurt er dan? Dan zegt hij van nou, hou je staf geloof ik omhoog. En dan splijt de Rode Zee. Dan kunnen ze dus over de droge bodem heen. Kunnen ze er doorheen trekken. Weet je hoe groot dat volk ongeveer was?
Nee, ik heb het volgens mij laatst nog gehoord. Maar drie miljoen of zo volgens mij.
Ja, de mannen was 800.000. Alleen mannen.
Oké, ja.
Dus even voor het gemak. Ook zoveel vrouwen. Het is meestal wel ongeveer 50-50. Misschien is het in die tijd zelfs wel ietsje meer vrouwen. Maar oké, laten we het even simpel houden. Dus dan heb je 1,6 miljoen. Maar dan heb je ook nog kinderen. Nou, in die tijd hadden ze toch wel redelijk wat kinderen volgens mij. Dus je komt al snel, inderdaad, aan die 2,5, 3 miljoen. Door die Rode Zee heen, hè. Een groepje mensen.
Dat is niet even.
Nee. Dan, maar ze zaten dus in de val. Want Faro, ze gaan niet voor niks die rode zee in. Omdat Faro...
Ja, die zit op de hielen.
Maar die wordt tegengehouden door een grote vuurkolom. En rookwolk of donkere wolk. En ze kunnen niet verder. Dan gaat die wolk weg. Kan een Faro erachteraan.
Ja, Faro niet. Dat zijn troepen.
Ja, zijn troepen erachteraan. Heel zijn leger zo'n beetje. Erachteraan. en dan een beetje in het midden van de Rode Zee dan sluit de Rode Zee weer booms, Ja, oké. Jij bent nog steeds niet humoristisch, hè? Oké, daar gaan we verder. Daar gaan we verder. Dat volk, dat trekt een paar dagen daar die woestijn in. En dan hebben ze zoiets van, ja, wat is er hier te eten? We hebben niks te eten. Wat doen we hier eigenlijk in de woestijn? Waarom gaan we niet terug naar Egypte?
Want daar hebben we te eten. en zegt van oké, weet je wat jullie willen eten, ik krijg van mij eten en dan stuurt God nou ja, ze worden ochtends wakker en dan ligt er allemaal een soort van brood op de grond ja, manna nou iedereen die zegt maar je mag alleen maar zoveel verzamelen voor één dag er zijn er altijd bij die denken van één dag, ik doe meer wat gebeurt daarmee? Dat bederft gelijk. Het was gelijk, het begon te schimmelen en maden kwam eruit.
Het was heel verse mannen.
Het was super verse mannen, maar je kon niet langer bewaren dan één dag en dan was het echt een gelijk.
Het had nog geen, conservatist, hoe noem je dat? Conserveermiddel.
Oh ja, conserveermiddel. Dat kon later pas. Dat kregen ze wel op de zaterdag, kregen ze conserveermiddel. Op de zaterdag, dat kon ze ineens wel voor twee dagen.
De dag voor de sabbat.
Of de, ja, oh ja, wij denken, ja, nee, waarschijnlijk, bij hun was de zaterdag waarschijnlijk, dus op de vrijdag dan hadden ze, dus inderdaad, kregen ze voor twee dagen. Nou, dat zover. En ze zeggen, ja, maar we hebben ook nog dorst. Waren ze hier te drinken? Waarom gaan we niet terug naar Egypte? Want daar hadden we te drinken. Nou, Mozes weer. Nou, sla met je staf op die rots en dan heb je te drinken. En ja hoor, hij slaat erop, bad, komt water uit de rots. Nou, dat is toch ook...
Jij vindt dat grappig.
Ik vind het echt allemaal grappig. Ik denk van, wat is dit?
¶ Wonderen en Verlangen
Toch?
Als je het zo begrijpt. Ik zal het verder vertellen. Oké, nog steeds. Al die mensen. Oké, nou hebben ze dus brood. Elke ochtend hebben ze brood, vers brood. Ze hebben dan nu water uit een rots. Dan gaan ze op een gegeven moment weer verder. En zeggen ze. Brood, daar komt mijn neus uit. Wij willen vlees. Wij willen vlees. Dus. Wat doen wij hier in de wilden? Waarom gaan we niet terug naar Egypte? Want daar hadden we vlees. Oké. Nou. Moos gaat weer terug naar God. Ze willen vlees. Nou. Wat doet.
Ik vind dat heel grappig. Moet je opletten. Wat er dan gebeurt.
Ja, ik weet het, ja.
Mozes zegt, God, ze willen vlees. Het zegt, God, oké, is goed. Bam. Een heel, echt, echt, niet te tellen, zoveel kilometers in omtrek, kwartels, een soort vogels, een soort eendjes of zo, die strijken daar neer. Echt, ja, je kunt gewoon niet geloven zoveel. Echt ongelooflijk veel. Dus die mensen, die denken van, wow, nou hadden ze vlees. Maar ze pakten echt zoveel vlees. Sommigen dan, hè? Die pakten echt zoveel vlees. Dus ze waren super... Die maakten die beesten allemaal dood, weet ik veel.
Maar konden er niet eten zoveel. Die gingen dood. Want ze aten te veel.
Nou ja.
Van dat vlees. Maar degene die daar eigenlijk met maten... Die, nou ja. Dus ik... Wow, dat is echt wel... Ja, ik vind het, als je het allemaal zo bekijkt, hoe dat eraan toegaat, ik vind dat wel humoristisch. Of is dat niet het goede woord dan?
Ja, ik weet niet.
Hoe kijk jij er tegenaan?
Ja, wonderlijk.
Wonderlijk.
Ja.
Ja, wonderlijk.
Ja, maar om daar de humor van in te zien, want jij zit er heel veel humor in eigenlijk.
Ja, als ik het nou zo van een afstandje zo bekijk hoe dat dan gaat, maar vooral die mensen, die zitten de hele tijd te mopperen. en nou ja, dus eerst wilden ze brood toen wilden ze water, toen wilden ze vlees en dat wordt elke keer ook gewoon zo, gefaciliteerd vanuit vanuit God ja.
Ik weet niet, ik begin er dan gelijk weer met zo'n geestelijke oog naar te kijken, hoe kijk jij er tegenaan dan?
nou ja, zo van blijkbaar moet je dus om dingen gaan vragen als je iets wilt, aan hem als vader of aan Jezus Christus dan in dit geval, en dan doet hij dat terwijl hij echt wel weet wat de noden zijn van die mensen, waarom geef hij dat niet gewoon direct waarom ziet hij er niet al uit voorzorg in of voorhand in, blijkbaar is dat toch een les die wij dan moeten leren dat we niet zomaar alles, toegeschoven krijgen wat we nodig hebben ook al is het zo dat we het alleen
maar krijgen en als vader vindt dat we het nodig hebben, dus dan moeten we blijkbaar alsnog om dingen vragen. En ik merk dat ook wel bij mijn eigen kinderen, het opvoeden is dat ik geef ze ook niet continu alles ook omdat ik niet alleen maar bezig ben met wat zij nodig hebben maar als zij dan om iets vragen, denk ik oh ja, prima krijg je van mij en ook precies wat je gevraagd hebt.
Oké, dus het is wel een soort van parallel.
Ja.
Ja. Je ziet al die wonderen.
Ja.
¶ De Reis naar het Beloofde Land
Mozes zegt, trek hier weg uit Egypte. God heeft mij naar jullie toegebracht om jullie hier uit Egypte weg te halen. Ze zien al die wonderen. En toch blijven ze elke keer weer, daarop terugkomen we, we willen terug naar Egypte.
Ik snap daar niks van.
Dat is toch ongelooflijk. Ongelooflijk.
Ja, en echt. Ze worden zelfs begeleid door een wolk.
Ja, in een vuurkolom. In de nacht. In een wolk.
Dus zij zien zoveel. En wij worden gevraagd om het geloven blind te geloven eigenlijk.
Ja.
En zij zien het gewoon allemaal.
Ja.
En zij willen het niet accepteren.
En dan nog zeggen ze, nou, ik wil terug naar Egypte.
Ja, want daar hadden we het beter. Al in de slavernij.
Ja, daar hadden we het beter. Ik vind het echt wonderlijk.
Maar daarom moesten ze ook natuurlijk 40 jaar door zijn heen.
Nou, dat was dus weer iets anders. Die 40 jaar, die komt dus, dan zijn ze er eigenlijk, waar ze naar het beloofde land. En dan zegt God, nou, stuur van elke stam iemand dat beloofde land in. En laat ze maar eens kijken wat voor land dat is.
En wie daar wonen en hoe dat er allemaal aan toe gaat. Dus ze sturen twaalf, want het zijn twaalf stammen, twaalf verspieders, of verspieders, hoe noem je dat, twaalf scouts, sturen ze het land in, het beloofde land in, waar God ze eigenlijk naartoe wilde leiden. En twaalf daarvan komen terug. Nou, wat is hun verslag? tien van de twaalf die zeggen van het is een prachtig land, maar die mensen die krijgen wij nooit, die kunnen we nooit veroveren. Laten we maar terug gaan naar Egypte.
Dat is echt ongelofelijk. Het is echt ongelofelijk dat ze zeggen van nou, dit wordt niks. Laten we terug gaan. Twee zeggen van, ja, doe niet zo gek. Onze God is een God, machtig God. is een god van wonderen dat is appeltje eitje het is een prachtig land laten we het naar binnen trekken, nou ja 10 tegen 2 dus dan zeggen ze nou dat gaan we dit niet doen en dan zegt god van nou wacht maar, Dan gaan jullie...
Op basis van twaalf mensen.
Op basis van...
Gaan er tweeënhalf, drie miljoen moeten onder lijden.
Veertig jaar lang.
Ja.
Ja, tien mensen dan. Die tien mensen. Die anderen, die twee...
Ik ben nu drieënveertig.
Ja, nou precies. Ja. Heb jij eigenlijk tot nu toe dan gewoon rondgedoeld... Eindelijk nu ben je het beloofde land binnen kunnen gaan. Alleen die twee, alle anderen moesten eerst allemaal dood zijn.
¶ Lessen uit de Woestijn
Alleen die twee zijn dus het beloofde land. Dat was Joshua. Of de eerste naam was Hosea. Maar toen werd die Joshua genoemd. En die andere, ben ik zijn naam even kwijt. Maar die, kan ik je het ergens wel vertellen? Die mocht het beloofde land in.
Ja. Ik vind het eigenlijk bijna gewoon... Niet humoristisch wat God of wat Christus daar gedaan heeft, maar gewoon gruwelijk.
Gruwelijk?
Ja.
Oké. Nog een ander voorbeeldje, dan ben ik bijna klaar met een ander voorbeeldje. Ze zitten weer te zeuren en te doen, stuurt God vuurige slangen. Of vuurige slangen, hoe zeg ik? Giftige slangen.
Ja.
Slangen die, nou, er wordt gebeten, dan ga je dood. Ja, dat is niet zo prettig. Of werd je in ieder geval eerst ziek en dan bijna dood. Dus ze zegt van, oh, Mozes, Mozes, we hebben iets gedaan wat niet goed was. En ze hadden weer zitten zeuren over God en tegen God en allemaal mopperen, mopperen, mopperen. En dan hadden ze wel door, oh crap, zijn we weer te ver gegaan. Omdat die slangen hun allemaal aan het bijten waren en dat ze daarvan heel ziek werden.
Tot doodens toe had God gezegd, oké, dan maak een kopere slang. en als die kopere slang, als ze daarnaar kijken dan gaan ze niet dood, dan worden ze weer beter nou vind je dat ook niet humor?
Ja die is, ik vind die wel weer grappig maar dat is echt gewoon zo'n ja, hoe noem je dat een aparte vorm van humor maar wel van lekker simpel, van kijk daar maar naar een andere slang je.
Wordt gebeten door een slang Kijk maar, die slang.
En klaar.
En klaar. Veel mensen die kijken er niet naar. Die gaan dus gewoon dood.
Ja.
Ja.
Omdat het dan te simpel is of zo.
Ja.
Geen idee.
Ik wil met dit, ik wil hier nu dus God zeker niet belachelijk maken. Dat wil ik niet doen. Maar als ik er zo van een afstandje naar kijk, kijk. Ik hou van God en ik hou ook van Christus en ook Jehove in het Oude Testament. Maar ik denk van, wow, als ik het zo lees en ik denk van, ongelooflijk jongen. Dat is echt niet normaal. En dan ook, nou ja, het ene naar het andere. En die mensen blijven maar roepen van, oh, we gaan terug naar Egypte.
Ja, dat is wel verwonderlijk inderdaad.
Ja, misschien heb ik het zelf ook wel in mijn leven. Dat ik soms te veel denk van, dat ik God te weinig betrek in mijn leven. Of te weinig vertrouwen op God. Dat dingen goed komen. Te veel aan het piekeren ben of stress heb van bepaalde dingen. Als ik nou eens wat meer op God vertrouw en meer God erbij betrek, dan gaat het wat soepeler. Dus ja, kijk ook wel een beetje naar. Ja, en niet vergeten.
Niet vergeten wat hij allemaal gedaan heeft in je leven.
Ja, juist. Hoe vaak vergeet ik ook wel niet dingen wat God allemaal in mijn leven heeft gedaan.
Ja, makkelijk. Ik denk dat we dat heel makkelijk doen ook in ons leven. En hoe groot sommige wonderen ook zijn. En daarom wordt ook weleens gezegd bij ons in de kerk. Als je ervaringen hebt gehad, schrijf die op. En als je in moeilijkere tijden zit, lees dat weer terug.
¶ Reflecties op Gods Begeleiding
Vandaar dat het dan zo belangrijk is om bijvoorbeeld je dagboek bij te houden. Waar je je ervaring in opschrijft.
Nou.
Omdat je komt zeker weten in zwaar weer.
Nou goed, ik heb je niet helemaal kunnen overtuigen dat Gods humor heeft.
Cynisch denk ik.
Cynisch?
Is dat het juiste?
Ik vind jou, de eerste vind ik beter, wonderlijk.
Wonderlijk, ja.
Ja, want mijn conclusie is, Gods is echt een machtig God. Een God van wonderen, maar ook een God van bevrijding. Hij heeft ze allemaal bevrijd. Hij heeft bevrijd van de Egyptenaren, hij heeft ze bevrijd van die slangen, bevrijd van honger, bevrijd van dorst, bevrijd noem het allemaal maar op en dus God is echt een God van ja, je bevrijden van allerlei, onmogelijke situaties of problemen ja.
Natuurlijke mens ook, ja.
Hij is echt machtig dus nou, dat wil ik even met jou bespreken vandaag dankjewel Koos ja, Het.
Vond wel een leuk.
Onderwerp.
Ja, het vond wel een leuk onderwerp.
Maar wonderbaar, dus niet.
Maar dat is een exodus voor je, hè?
Yes.
Bijzonder stukje Bijbel.
Ja, en een stukje nummerie ook. Of nummerie, ja.
Die komt daarna, toch?
Ja, die komt daarna. Dat gaat dan meer over. Leviticus hoort er ook nog bij. Nou, een aantal boeken waar dit allemaal in... Ik heb even een heel snel soort...
Dat is wel een beetje het basisverhaal, wat heel uitgebreid verteld wordt met allemaal dingen die tussendoor komen.
Ja, precies.
