¶ Intro / Opening
Hallo Koos.
¶ Welkom Luisteraars
Hey, Raphael.
Hoi. Dat is een keer wat anders zo. Ook welkom luisteraars.
Ja, luisteraars natuurlijk.
Kijkers.
Dat noemt voor al die honderden. Ja, het is echt geweldig hoeveel. Duizenden zelfs, ja. Luisteraars, kijkers, volgers, appers. Noem het allemaal op. Geweldig. Ja, ik vind het echt heel leuk.
Ja, ik weet nog wel. Dat vroeger, we hadden het dan over volgers. En mijn broer zei dan ook wel eens van, ja, ik hoop niet dat Jezus in de Ferrari rijdt. Wat dan? Ja, anders is het zo lastig volgen, weet je. Of ze hard achteraan rennen.
Ik zou meer denken, als je vroeger het over een volger had, dan dacht je dat je achtervolgd werd. Of een of andere potloodventer of zo. Dat was niet best.
Stalker.
Ja, stalker. Maar het is een bijzonder moment, of niet?
Ja.
Hoeveel afleveringen?
¶ Honderd Afleveringen
Honderd afleveringen.
Honderd afleveringen. Zo, had je dat ooit gedacht, honderd afleveringen geleden, dat wij gewoon nu honderd afleveringen zouden hebben gemaakt?
Nou, toen wij begonnen was het echt ook wel het idee dat we niet bij één of twee zouden laten. Het was echt wel het plan van we gaan niet meer door. Maar toen zeiden we gelijk al heel snel van we moeten dit wekelijks een aflevering online zetten.
Ja, vrij snel hebben we dat toch toen bedacht.
Ja, want we hebben sinds de lancering elke week een aflevering gezet. Online gezet.
Ja, dus honderd weken. Plus we hadden nog één bonus extra ertussendoor, toch?
Klopt, ja. Vaderdag special.
Ja, daar zitten we dus nog 99 weken.
Nee, die was gewoon tussendoor. Dus we hebben echt elke week en die Vaderdag special die was extra online gezet.
Ja, oké. Dus is dit de honderdste week? Of is dit de honderdste aflevering?
Ja, dit is de honderdste aflevering exclusief de vaardag special. Ah, precies.
Nee, dan hebben we dat even helder. Dus dan, wauw.
Ja, die tellen we niet mee.
Die tellen we niet mee, maar dat is dan wel bijzonder.
Ja.
¶ Gecensureerde Aflevering
Ja. Ja, en er is ook ooit een aflevering geweest die, zeg maar, gecensureerd is een beetje. Die is door een luisteraar, is die eigenlijk aangekaart van dat we die moesten aanpassen.
Dat klopt.
Maar die zit er wel weer terug in, toch?
Ja, die zit er ook weer terug in.
Die was even een tijdje offline gehaald. En die is wat aangepast en toen weer terug erin gezet.
Klopt, ja. En we hebben in het begin, in het eerste jaar, hebben we ook redelijk wat afleveringen gesplitst in tweeën, die eigenlijk één aflevering was, één opname.
Nou ja.
Omdat we toen dachten van, we willen het zo en zo tussen de 20 en 25 minuten houden, de aflevering.
Ja.
We hebben zelfs eentje in drieën gesplitst.
¶ Afleveringen en Tijd
Wauw.
Ja. Ja, mensen die luisteren lekker op hun eigen tijd. Dus of het nou een uur is of twintig minuten. We hebben wel gezegd van de aflevering die wij maken per onderwerp eigenlijk is gewoon maar twintig minuten. En dan kunnen we lekker onderwerp lekker afronden. En als we een gast hebben dan gaat het automatisch langer duren.
Ja, dan red je het eigenlijk nooit in twintig minuten.
Nee.
Maar ik kan me herinneren, dat is nog niet zo lang geleden, dat we ook zo'n aflevering hadden waar we ook gewoon de tijd verloren waren. Vroeg Spijn was er vorige week. Ja, ik wou niet zeggen.
We bleven wel binnen de 25 minuten, Coach.
Jawel? Oké, maar we waren al over de 20 minuten. Maar goed, dan nog wel binnen de tijd. Maar toen, ik zat echt zo lekker met jou te kletsen. En ineens zei hij van nou, het is afgelopen. En van, wat? Ik ben nog maar net bezig.
Ja, klopt. En die aflevering was ook heel mooi. Dat ging natuurlijk over vast- en getuigenisverhaling. En toen ging het eigenlijk een beetje over jou als hoge raadslid.
Oh ja, daar ging, en toen ging een beetje de tijd uit je ogen verliezen.
Ja, en toen zei jij dus, en daar wil ik nog wel, toen zei ik aan het einde van, ik ben hier nog niet over uitgesproken. Want jij zei namelijk, ik schrijf mijn toespraken nooit helemaal uit, ik doe het allemaal uit het hoofd. En ik bereid het goed voor, van tevoren. En af en toe breng ik weleens de traat kwijt en dan heb ik weleens steekwoorden op papier staan.
Ja, precies. Zo doet dat.
Ja, ik vind het echt super knapkoos. Echt?
Ja. Nou, dank je.
Ik kan het dus echt niet hè.
Oké.
Ja, want ik zei al dat ik met een getuigenis, die je dus totaal niet doet voor te bereiden, daar ben ik al zenuwachtig voor.
Oh ja.
¶ Toespraken en Voorbereiding
En als ik een toespraak moet geven.
Ja, dat zei je vorige week dat je inderdaad, ja, klopt.
Ja, dan schrijf ik al mijn toespraken volledig uit.
Wow, oké.
Woord voor woord.
Ja.
En ik probeer dan ook erin te markeren wat ik zou kunnen schappen.
Ja.
Mocht er bijvoorbeeld tijd te kort zijn. Maar ik lees het eigenlijk ook wel voor. Omdat ik namelijk niet, omdat ik dus te zenuwachtig ben en ik heb niet zo goed in mijn hoofd zitten, dat ik het kan vertellen. Want als ik het ga vertellen, dan ga ik echt serieus, dan wordt mijn toespraak half zo lang. En dan heb ik misschien wel bijna hetzelfde verteld, alleen aan inmiddende woorden. En dat vind ik zonde, want er zijn heel veel goede woorden die ik dan op papier heb geschreven.
Ja, oké. Maar goed, weet je, zo heeft iedereen zijn stijl en ook zijn manier. Nou, voor jou werkt het dus goed om het wel op papier te zetten. Ja. En als ik het op papier zet, ik kijk er toch niet naar. Dus ja, het heeft weinig zin.
Ik vind het echt heel knap hoor. Als je dat kan.
Oké.
Want ik bereid het ook, net zoals jou, ook gewoon weken van tevoren voor. En dan heb ik het ook in mijn hoofd zitten, maar ja, angst ook denk ik.
Ja.
Ja.
Ik ben ook trouwambtenaar. Bij de trouwambtenaar doe ik dat ook zo. Alleen laatst werd ik gevraagd om iemand te trouwen in het Engels. Dat was wel lastig. Want ik weet niet, dan kan ik het niet zo oproepen. Dacht ik. Dus ik had alles wel voorbereid. Ik had alles wel op papier gezet. In het Engels. In het Engels. Yes. Dus ja. Ja. Maar goed. Ik had het toch wel grotendeels wel uit mijn hoofd gedaan.
Oké, wat knap welke.
Ja, omdat ik, ja, doordat ik het toch gewoon op papier had gezet, maar wist ik het ook wel gewoon dan toch te vertellen in het Engels.
¶ Publiek Spreken
Als ik met mensen spreek over dat ze bijvoorbeeld een toespraak gaan geven en dan niet lid zijn van onze kerk of als ze heel jong zijn, dan geef ik ze wel eens mee van, het onderzoek is gebleken dat als er een begrafenis is en iemand moet een toespraak geven bij die begrafenis, dat, nou ik weet dus niet het percentage nu uit mijn hoofd, maar dat het overgrote deel van de mensen die daar een toespraak geeft, liever in die kist ligt.
Dood.
Dan dat ze daar staan om een toespraak te geven.
Echt waar?
Ja. Er zijn zoveel mensen bang voor openbaar spreken.
Oh.
Dat ze echt, ja, die hebben er echt een hekel aan.
Oké.
Of een hekel aan, misschien niet. Maar die hebben er echt doodsangsten van, zeg maar.
Wauw. Wauw. Maar ze hebben hem al gewoon voor een groep neer.
Ja, maar dan is het ook een beetje met een paplepel ingegoten, denk ik. Bij ons in de kerk.
Ja, dat wel. Dat vind ik een groot voordeel. En ook heel mooi van de kerk. Die leert je echt spreken voor groepen. voor grote groepen, ja.
Ja, want in het jeugdwerk leer je dat al, hè?
Ja, precies.
Om toespraakjes te geven voor de groep. En als je wat ouder wordt in de tienerjaren, dan mag je zelfs op het podium in de avondmansvergadering mag je toespraken geven.
Ja.
Wat we trouwens al heel lang niet meer gehad hebben, jeugdsprekers.
Ja, dat vind ik wel gemis. Ik vind ook eigenlijk dat onze jeugd veel meer, net als ik vroeger gestimuleerd werd, zouden moeten stimuleren of met het spreken voor groepjes en groepen en in het openbaar.
Ja, want wij hadden vroeger natuurlijk drie uren kerk. En dan was de avondmiddelsdienst ook een uur en tien minuten volgens mij. Ja, klopt.
Dat was vroeger een uur en tien minuten.
Toen hadden we in Groningen ook drie sprekers, waarvan een vijf minuten spreker, een tien minuten spreker en een kwartier spreker. en ook nog een keer een tussenlofzang tussen de 10 en de 15 minuten sprekers.
Ja.
En toen is het een uur geworden en toen is het besloten in Groningen van, nou weet je wat, we skippen een tussenlofzang en een spreker.
Ja.
Dus nu heb je twee kwartiersprekers, bijna altijd.
Ja.
¶ Jeugd en Spreken
Wat volgens de TED-standaarden eigenlijk alweer te lang is, want de TED-talk is twaalf minuten volgens mij.
Oké.
En daarna verliezen mensen hun aandacht.
Ja.
Dus je moet binnen 12 minuten moet je zo echt tot de punt komen, zeg maar. En dan goed je punt over kunnen brengen. Maar in Groningen doen we dat echt al heel lang niet meer. En ik weet dat in sommige units, daar hebben ze nog wel een tussenlofzang. Maar ik dacht, als ik nou de nieuwe bisschop zou zijn geworden in Groningen, dan zou ik twee vijf minuten sprekers hebben en een tien minuten spreker. En misschien zelfs ook nog een tussenlofzanger tussen.
Ja, ik zou zeker een tussenlofzanger tussen doen. Ja, absoluut.
En dan altijd bijvoorbeeld de eerste spreken, misschien ook maar drie minuten. Maar gewoon een jeugdige spreker. Of mensen die eigenlijk niet willen spreken, maar best wel drie minuten even willen spreken.
Wat ik zou doen, ik zou het nog anders doen. Want ik vond wat onze vrienden Dick en Renko hadden gezegd. Dat ons avondmaal zo in het begin van het dienst zit. Ik zou hun advies te harten nemen. En dan zou ik zeggen, we gaan eerst een soort van toespraak of twee toespraakjes doen. Gericht op het verbond, het doopverbond, Christus, rol van Christus. Als inleiding naar het avondmaal toe. ...avondmaal in het midden van de dienst...
En dan daarna nog een toespraak als afsluiting, zingen, gebed, klaar. Dus ik zou veel meer inderdaad aanval in het midden van de dienst willen hebben.
En dat kan gewoon, want in het handboek staat hoe we de voorgoorden moeten doen.
Ja.
Maar het handboek is alleen maar leiddraad.
Juist, en dan staat dat bischop.
Mag bepalen.
Mag bepalen. Dus als ik bischop zou zijn geworden, zou ik dat zeker aanpassen.
Ja.
Op die manier. En ik zou zeker extra zang erin gooien.
Maar jij bent niet de bischop geworden.
Nee.
En ik ook niet.
Dat is maar goed ook. Dat wij dat niet zijn geworden. Ik ben blij.
¶ Nieuwe Bischop
Ik ben ook blij.
Sommigen dachten dat ik misschien de bischop zou worden.
Die kwamen naar jou toe van, oh Koos, wat is dit? Ja, want we hebben dus...
Ze zeiden echt van, wij hadden verwacht dat jij de bischop zou worden. Maar goed, ik ben allemaal net getrouwd natuurlijk, dat ten eerste. En ook, nou ja, mijn situatie is niet helemaal ideaal. Dat mijn vrouw nog heel eind van me vandaan woont. Weet je, ja. Dus ik denk dat Ja.
Dat zou je de onderzondag niet zijn. Wat op zich prima is, want je hebt de raadgevers.
Klopt, klopt.
Maar we hebben dus een nieuwe bischap in Groningen. Hebben we helemaal nog niet gemeld ook. Maar dat is al in... Wanneer was dat?
Ja, dat is al heel lang geleden. Maar een bischap is dus een bischop met twee raadgevers. Dat noemen wij een bischap.
Ja, een eerste en een tweede raadgever.
Ja, een eerste en een tweede raadgever, ja.
En het is een eerste en een tweede raadgever, omdat de eerste raadgever heeft bepaalde takenpakket en de tweede ook.
Ja, precies.
Dus qua inspraak maakt het niet uit. Het is gewoon het takenpakket wat je krijgt. Als je als tweede raadgever wordt gehoopt, moet je niet denken van... Oh, ik win de minder of zo van de drieën. Dat is dus helemaal niet zo.
En het is allemaal vrijwilligerswerk, hè? Ze krijgen er niks voor betaald of zo.
Ja, gewoon naast hun eigen werkzaamheden die ze doen. Onze nieuwe bischop, Erik, die... Hij werkt zelfs in Amsterdam.
O ja, daar had hij het over. Daar vertelde hij dat hij in Amsterdam werkt. Een van een project of zo.
Ja, een project dat hij heeft nu in Amsterdam. En zijn tweede raadgever, die heeft een eigen praktijk in Assen.
O ja.
Dus die is er ook heel druk mee bezig. Dus mensen hebben echt drukke banen ook daarnaast.
Ik ben heel blij dat ik niet daarvoor geroepen ben. Goed, hoe ze dat doen is toch... Ze denken erover na, wie zou dat kunnen doen? Dan gaan ze erover bidden, ze proberen inspiratie te krijgen van de hemelse vader, van is dit een goede keuze? Dan sturen ze zoiets in volgens mij, richting het gebied of zelfs naar de hoofdkantoor.
Je bedoelt als voor een nieuw bischop, de ringpresident, die maakt zeg maar een lijst met kandidaten en ook wel op basis van informatie. Inspiratie op basis van informatie. En dan wordt er een keuze gemaakt en die keuze van de ringpresident wordt besproken met zijn raadgevers, En dan zitten de secretaris en de administrateur vaak ook in die vergadering. En dan gaat die keuze, als het binnen het drinkpresidium akkoord is, dan gaat die keuze naar Salt Lake.
¶ Proces van Bischopsbenoeming
Met het lijstje of zonder het lijstje?
Zonder het lijstje. Dus alleen één persoon gaat dan als voorstel naar Salt Lake. En dan wordt door het eerste presidium daarover besloten. En dan wordt er een akkoord of niet een akkoord opgegeven. En als er een akkoord op wordt gegeven, dan is het zo dat die persoon wordt dan benaderd met een nieuwe roeping. En dan mag die raadgevers erbij uitzoeken. Die raadgevers worden niet door het eerste presidium gekeurd, die worden door het ring presidium goed gekeurd.
En in het geval van, in de tijd dat ik dus administrateur ben van het ring prasidium, of van de ring.
is het zo dat de bisschop wordt al een week van tevoren geroepen voordat het wordt bekendgemaakt in de wijk en pas in die week want het moet ook nog eens ondersteund worden door de Hoge Raad maar ja de Hoge Raad, het is eigenlijk al gedaan dus het is meer formaliteit eigenlijk, dat is trouwens in de wijk ook zo wordt ook gevraagd ondersteuning als iemand tegenstemt dat heeft eigenlijk geen invloed met zo'n persoon wordt alleen gesproken, tenzij het echt serieus aanklachten zijn, zeg maar.
Maar dan wordt het in die week, vooraf, wordt het ergens in het midden, einde van de week, wordt het dus aan de hoge raad bekend gemaakt en gevraagd de ondersteuning. En gevraagd of ze zich stil willen houden tot zondag. En dan voor het vaak ook de raadgevers worden er ook bij genoemd. Dat die ook ondersteund kunnen worden.
En dan is het zondag wordt en het ligt er net aan wanneer de oude bissel wordt ontheven dat kan in die week daarvoor zijn of op de zondag zelf dat komt eigenlijk altijd als een verrassing.
Ja, interessant hoe dat er gaat van.
Ja, vroeger is het zo dat, ik weet nog wel, vroeger dan werd je gebeld van ben je morgenochtend vroeger in de kerk?
Ja.
Eh, ja. Oké, ik wil even met je spreken. Oké. En dan werd dat door de ringpresident.
Ja.
En weet je, gewoon ochtends geroepen als bischop.
Ja.
Dat is die tijd dat mijn vader de bischop werd. Dat is echt, nou, twintig jaar geleden of zo.
Ja.
Dus in die tijd was dat veel normaler. En nu word je dus gewoon al een week wat tevoren geroepen, zeg maar.
Ja. Ja, leuk hoe dat gaat, maar ik vind het wel mooi. Maar ja.
Maar wat ik eigenlijk ook nog wil zeggen, ik hoop dat we nog genoeg tijd hebben koos.
Oké, oké.
We hadden het over toeswaken geven en over getuigenis geven, dat ik daar best wel zenuwachtig van word. Maar ook met toeswaken geven, ik wil het altijd zo goed voorbereiden, omdat ik, ik heb eigenlijk gewoon een vorm van faalangst. Want ik denk echt serieus dat als ik daar sta en ik ben, Waarom ik ook zenuwachtig ben, is van wat denken die mensen van mij? En wat ik zeg. Gek is dat, hè?
Ja, wel gek.
Nou ja.
Heb je er last van?
Nee, maar ik denk echt dat ik ook in meerdere zaken, naast dus alleen maar toespraken geven, dat ik echt last heb van faalangst. En dat me dat ook wel tegenhoudt in bepaalde dingen.
Ja. Ja, maar goed, dat is iets wat in jou zit, waar je ook heel moeilijk iets aan kan doen. Volgens mij probeer je er ook wel wat aan te doen. Jij bereidt daardoor je toespraak hartstikke goed voor. Mooi papier, zodat je dat gevoel van valang zoveel mogelijk kunt onderdrukken. Maar ook in andere aspecten, zeg jij, komt dat naar voren.
Ja, en dan voornamelijk eigenlijk ook wel een beetje de faalangst in de zin van wat denken andere mensen.
Oh ja?
Ja, ik ben echt zo'n people pleaser. Dus dan heb ik dat altijd wel een beetje in het achterhoofd.
Ja, nou ben ik ook een soort van people pleaser, maar dan wel op een andere manier. Ik heb gelukkig ooit, heb ik dat gevoel los kunnen laten. Zo van wat andere mensen van mij denken. Dat maakt me eigenlijk helemaal niet zoveel uit.
Ja, ik wil het voor iedereen goed doen.
Ja.
En ik wil ook niet dat mensen... gek over mij denken. Snap je? En dat is heel lastig als jij... voor een groep van... honderd mensen staat. En soms nog meer. Om dan... Iedereen dat te laten denken wat jij eigenlijk wil vertellen.
Ja, dat gaat sowieso allemaal niet lukken. Maar goed.
¶ Faalangst en Mensenliefde
Is dat van Satan?
Nee, dat is sowieso niet van Satan. Nee, dat is niet van Satan. Maar ja, kijk, angst is tegenovergestelde van liefde naast liefde en zo.
Ja, dat is toch wel een beetje...
Ja, maar het is niet van Satan, maar het is vanuit de natuurlijke mens. Dus jouw faalangst komt vanuit die natuurlijke mens. Nou is die natuurlijke mens wel een vijand van God, maar het is geen Satan. Dan probeert Satan daar wel heel dankbaar gebruik van te maken van die natuurlijke mens. En dan denk je van, ah mooi, die probeert net als drangen en verslavingen en zo, die in jouw natuurlijke mens zitten, probeert Satan mooi te versterken.
En ja, hoe zeg je dat? Lekker op in te prikken en te doen. Want hoe meer jij die ervoor opzet of naar voren laat komen, des te minder ruimte is er eigenlijk voor die geestelijke mens en voor geestelijkheid. Dus ja, die natuurlijke mens zit ons best wel vaak in de weg. Ja, maar dat is nou eenmaal wat je hier op aarde mee hebt gekregen. Dus ja, je natuur, je lichaam, maar ook die natuurlijke mens.
Ja dus dus dus dus dus faal angst is op zich is dat is dat prima als je meer maar niet door laat lijden eigenlijk en want of nou ja satan die misbruikt het is dus als ik bijvoorbeeld gevraagd wordt om een toespraak te geven en dan heb ik dus mijn faal angst waarvoor door dus ik zoiets van nou ik vind het lastig maar dan zou zaten dat kunnen gebruiken om mij extra te motiveren om niet die toespraak te gaan geven.
Precies, dat is wat hij probeert om op te bouwen. Ja, juist. Hij wil jou in dat opzicht dat faalangst zo verder uitvergroten, dat je een soort van verlamd en inderdaad niet het goede de goede boodschap, verspreidt of het goede. Dus dat je niet het goede kiest. Liefst dat je lekker achter in een hoekje blijft zitten. Liefst dat je geen mensen lief hebt en niet mensen helpt hem zelf. Dat vindt Satan prachtig mooi.
Ja, of ergens een monnik zijn.
Ja, precies. Ja, dat kan ook nog. Nou hadden die monniken meestal echt wel een taak om voor mensen te helpen en te zorgen. Er was meestal ook een toevluchtsoord en ze waren allemaal gespecialiseerd in medicijn. En vroeger dan, hè. Echt, nou ja, daar kon je eigenlijk wel terecht als je echt in Penair is. Dat kon je bij de monniken terecht. Dan zijn er ook monniken natuurlijk geweest die dat allemaal een beetje, ja.
dat is zeg maar de rotte appel monnik, maar goed, dat heb je toch overal maar over het algemeen waren het echt wel goede bevlogen mensen, die het goede voorhalen, maar ja, nee, ik heb dat dus meer dat ik, kijk, ik wil net als Christus mensen lief hebben, en vanuit dat lief hebben, wil ik altijd een soort van aardig zijn, vredestichter zijn verbinder zijn En daarom, ja, hoe zou ik dat zeggen? Ben ik altijd zo aardig. Ja, is het gek? Een beetje de chameleon, zoals jij dat zo mooi zegt.
Dat klopt wel, daar heb je gelijk in. Dus dan, soms vragen mensen zich ook af, ja, maar wat denkt Koos nou echt dan? Wat is zijn echte eigen mening? Maar ja, weet je, ik sta open voor verschillende meningen en ik kan ook, ik kan ook zus denken en ik kan zo denken. Weet je, dat is gewoon wat ik heb. Dus ja...
¶ Vrijheid van Meningen
Ja, ik ben gewoon aardig, ja. Maar niet dat ik nou, weet je, net als jij, hoe jij dat beschrijft, dat ik heb geen faalangst. En ik heb ook niet dat mensen mij per se dan aardig moeten vinden of zoiets. Of hoe zeg je dat? Nee, het maakt er niet zoveel uit wat mensen van mij denken.
Ja, dat is echt wel mooi.
Ja, dat geeft vrijheid. Dat geeft echt het gevoel van, ah, mooi, fijn.
Ja, maar dat is, wat ik heel mooi vind is dat, ik heb eigenlijk ook geen, ik heb geen vijanden. Er is één persoon in mijn leven die ik waarschijnlijk niet zou groeten als ik hem zou tegenkomen. Er is één persoon. En voor de rest kan ik met iedereen door dezelfde deur lopen.
Ja.
En op de een of andere manier wil ik dat ook zo houden, zeg maar. Dus dan probeer ik iedereen altijd ook de vredestichter te zijn, maar gewoon in de relatie die ik heb met die persoon. Dus als er wel wat voorkomt, dan probeer ik het te... Ik probeer al, voordat iets kan escaleren, probeer ik het al te deescaleren.
Ja, maar dat herken ik wel. Eigenlijk zitten we al een beetje op één lijn, hoor. Misschien klikt het ook zo goed. Dat is ook echt nooit ruzie. Behalve dat we weer.
Bijna over tijd zijn.
Over tijd zijn dat we moeten afsluiten. Wij willen ons wel aan ons principe houden.
Dat is waar.
¶ Afsluiting en Bedankt
Korte afleveringen. Dus bedankt voor het luisteren. Dieve luisteraars. En tot de volgende keer.
Tot volgende week.
