¶ De Stemmen van Srebrenica en Satko's Aankomst
Dit is een podcast van VPRO's OVT voor NPO Radio 1. In een paar dagen tijd meer dan 8000 jongens en mannen werden vermoord. Planmatig, alles uitgevoerd zoals het jaren ervoor gepland was. Verjagen, verkrachten, vermoorden. Hoe kon een vreedzame samenleving afglijden naar een oorlog met Srebrenica als dieptepunt? Dat is de stad waar de terreur aan de macht is. En ik vind nog als klein kind dat ik dacht, dit klopt niet. Dit is...
De elf stemmen van Sebrenica. Een podcast met elf persoonlijke verhalen van Bosnische Nederlanders. De schoten. Met name was ik bang voor de schoten. Over wat zij meemaakten en hoe zij omgaan met dat verleden. Hoe kan dat gebeuren? Hoe is het mogelijk? Wie doet dat? Ik ben Marjolein Koster. En ik ben Alma Mustafić. Ik hou me al jaren als journalist bezig met Sabrina. En ik heb ook een tijd in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina, gewoond.
En ik hou me als docent en onderzoeker bezig met deze genocide. Ik was erbij in Srebrenica. Ik was 14 jaar toen mijn vader weggevoerd werd. Ik heb hem nooit meer gezien. In Nederland wonen meer dan 60.000 Bosniërs en wij gaan met elf van hen in gesprek. Aflevering 1. Satko. Noem hun namen. Ik loop met Satko Mujagic door Haarlem. Hij vertelt me hoe hij hier in 1992 als vluchteling aankwam en zichzelf enorm welkom voelde. Hij was begin twintig.
Aan de praatraak in de kroeg. Of niet toevallig in mijn geval. Want ik praat graag. En veel. Maar ik zeg, Haarlem is mijn tweede geboortestad. Ik voelde me echt bijna zo... Goed, zoals in Cossarads en Predor, waar ik geboren ben. In Predor en Cossarads opgegroeid. De afgelopen dertig jaar is Satko heel wat keren verhuisd. Maar hij vindt het fijn om weer even in Haarlem te zijn. De straten kent hij als zijn broekzak.
En hij herinnert zich zelfs nog het geluid van de kerkklokken. Dat hoorde je s'avonds als we gingen stappen bijvoorbeeld, terwijl we helemaal geen geld hadden. We kregen 20 gulden per week. Daarvan kon je niet eens sigaretten kopen voor de hele week. Laat staan een onderbroek of sokken. Dus dat was wel pittig qua financiën, maar iedereen was... Zo blij dat we leefden. We zijn onderweg naar de Ripperda kazerne.
Een statig gebouw, wat toenertijd een AZC was. Satko zat hier samen met andere Bosnische vluchtelingen. Die tweede verdieping, precies boven de ingang, daar zat ik dus zeven maanden lang. Die twee raampjes? Ja. Je hebt er drie, maar de middelste was van ons. Als je omdraait, dan zie je weer het gras waarop we net liepen. Een van de herinneringen die ik net had was dat ik niet meteen durfde om op het gras te lopen. Dat is omdat in kamp Manyacha, tweede kamp waar ik zat, na Marska...
Dat zijn concentratiekampen. In Kamijnertje had je echte prikkeldraad om ons heen. En paal voor die prikkeldraad was er een klein anderhalf meter brede mijneveld. Het mijne strook. 7 oktober heeft een man zijn jas gewassen en geprobeerd om op die prikkeldraad te hangen om te laten drogen. Toen knalde er iets, ik draaide me om. En ik zag zijn onderbeen letterlijk vliegen. En boven op het dak van de stal vallen waar we lagen. We lagen in stallen als koeien. Vanwege deze.
Het is niet klein, maar vergeleken met Tomarska is het klein. Deze kleine trauma... Durfde ik wekenlang niet zomaar op het gras te stappen. En als ik zou stappen, dan liep ik en zei ik, er zijn geen mijne in Nederland. Er zijn geen mijne, er zijn geen mijne in Nederland. Er zijn geen mijne in Stadco. Loop nou. Zo.
¶ Srebrenica, Prijedor en Satko's Achtergrond
Je hoorde Satko over Kozarats, Prijedor, Omarska, Manyača. Plaatsen in het noordoosten van Bosnië. Misschien denk je nu, dit is toch een podcast over Sabrenica? Wat heeft een stad als Prijador met Srebrenica te maken? Genocide is een langdurig proces. Srebrenica of Srebrenica is geen geïsoleerde gebeurtenis die op zichzelf staat.
maar een eindstation van jarenlange vervolging van een volk. Om Srebrensen te begrijpen moet je weten wat er zich drie jaar eerder aan de andere kant van Bosnië heeft afgespeeld. 47? Oh ja. Bij het nummer 47 een steegje in. En dus gaan we op bezoek bij Satko in zijn geboorteplaats Kozarat. Een klein stadje vlakbij Prijador. Het is een zonnige januari dag. De sneeuw van afgelopen dagen is aan het smelten. Het is niet mijn eerste keer dat ik in Kazaraz ben.
Een paar jaar geleden was ik hier met mijn gezin in de zomervakantie. De straten waren overvol. Uit elke kroeg kwam muziek. De hele diaspora was even terug. De stad leefde. Net als voor de oorlog. Zo praten wij Bosniërs vaak over ons geboorteland. Voor en na de oorlog. Ima al Boerumma. Ima. Ima. Hallo, goeie. Morgen welkom. Hallo. Zullen we schoenen uitdoen? Ja, natuurlijk.
Zatko is jurist en woont in Nederland. Maar regelmatig gaat hij terug naar Kozerads, waar zijn eerste herinneringen liggen. Kan ik jullie koffie aanbieden? Ja, ik vind het wel lekker. Ga je koffie voor ons maken? Ik ga het niet zelf maken, het is Nederlandse koffie. Nederlandse koffie. Ja, dat hoeft het voor mij niet. We zitten in het ouderlijk huis van Satko. Of nou ja...
Het huis waar hij geboren is staat er niet meer. Maar op diezelfde plek is nu een nieuw huis gebouwd. De meubels in het huis zijn afgedekt met doeken tegen het stof. Want zo vaak is de familie Mujagic hier ook weer niet. Ik zie ook een schilderij van een molen. Ook een stukje Nederlander. We kennen Satko allebei al een aantal jaar. Ik zou hem typeren als een joviaal persoon.
Met een enorm vriendelijk gezicht. Zatko is ook een grote man. Een soort knuffelbeer. Ik noem Zatko ook wel Brad Pomissi. Mijn broer. Niet letterlijk mijn broer, maar mijn medestrijder. Wij delen dezelfde missie. Wij willen dat mensen weten en begrijpen wat er gebeurd is tijdens de Bosnische genocide. En daarom zijn we hier. Satko neemt ons mee terug naar 1991.
¶ Dienstplicht, Propaganda en Eerste Oorlogservaringen
Net voordat de oorlog in voormalig Jugoslavië begint. Hij was toen 19 jaar, heeft zijn gymnasium afgerond en weet niet wat hij wil gaan studeren. Mijn ouders waren beide in onderwijs. Ik vond geschiedenis altijd leuk. Aardrijkskunde vond ik heel leuk. Talen vond ik heel leuk. Dus ik denk dat als er geen oorlog was geweest, dan dat ik bijvoorbeeld Pabo had gedaan of zo. En dan leraar was geworden. Maar dat is nu...
Achteraf vraagt hij, nu ben ik saai jurist. Zatko wist dus nog niet wat hij wilde studeren. En zag het jaar dienstplicht als een manier om die keuze nog even uit te stellen. Ik was wel dienstplichtig, ik moest ook een dienst in, maar ik kon het op zich uitstellen als ik wilde gaan studeren. Alleen omdat ik zo onzeker was wat ik wilde doen en de oorlog...
De politieke situatie in Ex-Jugoslavië was al verslechterd. Dacht ik van laat ik maar in dienst gaan en dan heb ik het alvast gedaan voordat dat eventueel begint. En dat was eigenlijk heel stom. Daardoor heb ik de oorlog in Kroatië meegemaakt als soldaat. Op het moment dat Zadko het Joegoslavische leger ingaat, is het land Joegoslavië nog intact. Hij wordt naar een kazerne in Servië gestuurd waar hij in opleiding gaat.
Een week nadat Zadko in dienst is getreden, roepen de deelrepublieken Slovenië en Kroatië de onafhankelijkheid uit. In beide landen begint de oorlog. In Slovenië duurt die oorlog slechts tien dagen. Maar in Kroatië barst het geweld los. Allerlei wilde verhalen deden de ronde van, we moeten daarheen om onze mensen, zeg maar, Servië, Servische minderheid, te beschermen.
En ik weet dat ik het gewoon geloofde, weet je wel, op een gegeven moment. Ja, je hoort niet anders. Je had geen internet, je hebt geen tv Zagreb, je hebt geen tv Sarajevo daar. Dus... Je krijgt een heel vertekend beeld. De reden dat steeds meer deelrepublieken zich wilden afscheiden... was omdat ze zich niet meer wilden onderwerpen... aan de steeds verder toenemende dominantie van Servië.
Slobodan Milosevic was daar op dat moment aan de macht. Hij had een autoritair en nationalistisch beleid. Onder zijn leiding werd ook de macht binnen het Joegoslavische volksleger bij hem gecentreerd. In de kazerne waar Satko zit, in Servië dus, krijgt hij alleen maar beelden en informatie vanuit het oogpunt van deze machthebber. Mijn pa kwam op bezoek op 15 september, weet ik nog.
Dat is op een zondag, 91. Zijn vader maakt zich zorgen. De oorlog in Kroatië is in volle gang. De slag om Vukovar is begonnen. Kort daarna volgde de belegering van Dubrovnik. Het Jugoslavische leger wordt daarvoor ingezet. Mijn vader kwam dus op bezoek. Ik weet nog dat ik toen voor het eerst heb gerookt in zijn bijzijn. Hij vroeg aan mij, wil je naar huis? En toen zei ik, ja, ik wil best naar huis, maar als we nu vertrekken, dan gaan we beide in de gevangenis.
Want Bosnië was nog niet onafhankelijk, dus ik was gewoon dienstplichtig. En als hij mij uit het leger haalt, dan schenden we de wet gewoon. Ik ben disrupteur en hij helpt een disrupteur. Zatko besluit te blijven. Onder de mom van, we zijn nog met oefeningen bezig. En ik hoorde bij een bataljon, zeg maar, bij een brigade die bij de officiële garde van Tito zou horen.
Dat waren elite eenheden die in Belgado staan bij het graf van Tito. Die staan in Belgado als buitenlandse presidenten aankomen, snap je? Op het vliegveld. De allerbelangrijkste pries, maar ook juist niet de eenheid die per se gaat vechten ergens aan een frontlinie. Dat was niet de bedoeling. Maar het punt is, ze hadden niet zoveel soldaten.
Kroaten kwamen vaak niet, Slovenen kwamen vaak niet, een aantal Bosniaken niet, een aantal Abonnezen niet. Dus een derde van aanwas was er al niet meer in dienst. Ik besluit dus om te blijven onder de mond van we worden niet ingezet. En precies die avond, die nacht zeg maar, is er een noodtoestand uitgeroepen in de kazerne. Wij moeten meteen de wapens pakken, echte munitie pakken, vrachtwagens vol laden met mortieren, kanonnen achteraan weet ik veel. En binnen een paar dagen werden we ingezet.
¶ Morele Dilemma's en Desertie
Gaandeweg wordt Zadko steeds meer duidelijk waarvoor hij wordt geacht te vechten. Hij wordt uitgezonden naar Kroatië, naar de frontlinie. Wat hij daar ziet, klopt niet met het beeld dat hem is voorgeschoteld. Het Joegoslavisch leger werd gewoon ingezet in die oorlog aan de kant van Kroatische Serviërs. Onder de mom van het verdedigen van Joegoslavië. Dat was officieel de reden waarom het Joegoslavisch leger in Kroatië werd ingezet.
was het verdedigen van het land, maar de facto was het in feite aanvallend bezig om Kroatisch grondgebied voor Groot-Servië te winnen. Dat bleek ook later. Het was heel duidelijk vanaf de dag één... We hoefden niemand te verdedigen. In de Serbische huizen waar we kwamen was er geen enkel kogelgat te zien. En het eerste dorp waar we kwamen in Kroatië was leeg. En in no time kwamen ze plunderen.
En in no time lag het een fik. En daar stond ik gewoon bij. In slechts drie maanden is Zatko's leven compleet veranderd. Van een tienerjongen die niet weet wat hij wil studeren, zit hij nu ineens midden in een oorlog. Hij neemt een beslissing. Ik had hem gezworen dat ik niemand zou doden en dat ik het alleen maar zou doen op puur uit zelfverdediging als ik echt mijn eigen leven moet redden. Als Zadko het bevel krijgt om te schieten, schiet hij vaak omhoog of ernaast.
Hij komt er telkens mee weg. Maar op sommige momenten kruipt hij door het oog van de naald. Dus we zitten in Bosniak en in Kroaat in de nachtwacht richting Kroaten, zeg maar. De seriëse verdedigen, precies. Satko's verhaal begint als een slechte Bosnische grap. Als het niet een kwestie van leven of dood zou zijn, zou ik erom moeten lachen.
Een Bosniër en een Kroaat zitten aan de frontlinie de Servische zaak te verdedigen. Het is een zogenaamde dodenwacht. Je schiet op alles wat beweegt. Er is net een aanval geweest en de situatie is heel gespannen. En je ziet gewoon geen moer. En op een gegeven moment, we horen wat geluiden vergens van beneden. Er was een beekje voor ons. En we horen gewoon...
Dat beekje, we horen alsof iets beweegt, alsof iets door het gras loopt of iemand. Ik hoopte nog dat dat een koe was of zo. Maar het was heel regelmatig. En ineens zag ik in de verte 30 meter voor ons vier silhouetten. Dat is gewoon mensen, mannen, weet je wel. Soldaten. We hadden ze moeten neermaaien, dat was het opdracht. Alleen ik...
Kon gewoon niet zomaar op mensen schieten. Sadko en zijn Kroatische vriend Ronic zitten onder hoog spanning. Wie zijn deze soldaten? Als het de vijand is, waarom lopen ze dan zo rustig hun kant op? En Rojnic was zo gespannen dat hij steeds tegen mij, ze noemde mij Mujo altijd, vanwege Mujagic. En Mujo, Mujo, zullen we, zullen we? Ik zei, nee man. En toen ineens dacht ik van, ik ga niet schieten, weet je, wel klaar.
Dus ik riep gewoon, stop, stoi. En toen stopten ze. Toen zei ik, wie is dat? Toen zei hij, het leger. Wat voor leger? Ja, nou, het Joegoslavisch leger. En... Toen zei ik van eerste vooruit, andere blijf staan. Dus de jongen kwam letterlijk vijf meter voor ons in het donker zo. Ik zeg, wie zijn jullie? Wat zijn de namen? Welke eenheid? Dus hij noemde vier Zergense namen.
Ik kende hem persoonlijk. Twee van de vier kende ik persoonlijk, waaronder die jongen. Satko realiseert zich dat het mannen van hun eigen eenheid zijn. De volgende ochtend komt zijn sergeant tijdens het ontbijt naar Satko toe. Waarom heeft hij niet geschoten? Het was toch een dode wachtmoeien? Ik zeg, ja, maar ja, het waren onze jongens. Hij keek me zo aan van, ik had gewoon moeten schieten. Satko zat in een onmogelijke situatie.
Had hij geschoten, dan had hij, als Bosniak, Servische soldaten gedood. Hij schoot niet, maar daarmee heeft hij de orders van zijn Servische meerdere doelbewust genegeerd. Zijn sergeant maakt het met het bezoek aan Satko duidelijk dat hij hem in de gaten houdt. Satko beseft maar al te goed dat het ook anders had kunnen aflopen.
En dat ik eigenlijk ook mijn eigen leven misschien heb gered door niet te schieten. Want stel dat een Kroaten en Bosniak vier Serviërs hadden gedood, dan was ik er niet hoor. Denk ik niet. Zatko wil niet doden of gedood worden. Hoe groot het risico ook is, hij besluit te deserteren. Als zijn eenheid teruggaat naar de kazerne, ziet hij een kans het leger te ontvluchten. Hij belt zijn vader. Die staat de volgende ochtend op de stoep.
Met een extra paar kleren. Zatko krijgt toestemming om even koffie met hem te drinken. In een restaurant aan de overkant van de kazerne. Daar, in de wc, kleedt hij zich om. Zijn uniform ligt op een hoopje naast de pot. En laat hij daarachter. En zonder om te kijken loopt hij langs de kazerne naar het station. Samen met zijn vader reist Satko terug naar huis. Een risicovolle onderneming. Maar eindelijk is hij terug in Kozrat.
Daar in Bosnië is de oorlog nog niet aanbeland. Zijn familie is heel blij hem weer te zien. Ja, tranen, weet je wel. Mijn moeder die omhelstde me. We kwamen half twaalf thuis. Mijn oma lag op bed, die had een hersenbloeding gekregen net daarvoor. Dus die lag zo rechts op een sofa en toen kwam ik bij haar zo op mijn knieën en toen keek ze me zo aan.
Ze kon het niet geloven en toen ging ze me aanraken om te voelen dat ze niet droomt. Dat staat me nog bij. Zlatan die werd wakker, die was toen zes. Een kind, weet je wel. Ik had hem in mijn armen en toen zei mijn moeder... Zlatan Sadko is er, je broer is er. En toen keek je zo rond.
Met die kleine oogjes, want net wakker. Waar, waar, waar is die? Ik deed, ik deed. Hij kon me niet zien omdat ik hem in mijn armen hield. Dus hij keek naar iedereen behalve naar mij. Dat weet ik nog wel, dat is een mooie detail.
¶ Terugkeer naar Oorlog en De Val van Kozarats
Het leven gaat enigszins normaal door. Wel is Satko op zijn hoede. Hij is immers deserteur. Twee keer klopt de militaire politie op de deur van het familiehuis. Satko is gelukkig niet thuis. Maar hij weet dat er een keer komt dat hij opgepakt zal worden. Hij besluit om naar Oostenrijk te vluchten.
ging verslechteren, dat er hier oorlog zou kunnen uitbreken en gaat uitbreken. En ik kon het niet verkroppen om hiermee eens in het buitenland te zitten. Ik vond het gewoon... ...ik met mijn 19 enige uit dit huis... ...die kan vechten, dat ik dan ergens weg ben... ...en mijn hele familie, mijn hele stad...
hier maar hun lot afwachten. Een soort solidariteit en het gevoel van ik trek het niet. Als het begint, dan trek ik het psychisch niet om er niet bij te zijn. Achteraf hartstikke stom. Dus ik ben... Tot twee keer toe, en in 1991 in dienst, en 1992 met terugkeer uit veilige westen, zeg maar, Oostenrijk, naar Bosnië. Tot twee keer toe heb ik mezelf die oorlog in geduurd, zonder dat ik wilde vechten of wat dan ook.
Zadko gaat terug naar Bosnië. Twee weken later kiest ook deze deelrepubliek voor onafhankelijkheid en begint het geweld. Ik herinner me het als de dag van gisteren, 2 april 1992. Het moment dat de oorlog live op tv aangekondigd werd. Het is niet officieel, het is niet bevestigd. Het wordt al uitgevochten. Vooralsnog in beperkte gebieden en met speciale methodes.
Maar we kunnen vrijheid zeggen, dit is oorlog. Straatgevechten, plunderingen, brandstichtingen, dat is het huidige beeld in Oost-Bosnië. Servische paramilitairen vallen de ene naar de andere stad in Oost-Bosnië aan. Ze martelen en vermoorden de niet-Servische burgers. De hoofdstad Sarajevo wordt omsingeld door Bosnisch-Servische troepen.
gesteund door het Joegoslavische volksleger. Hetzelfde leger waar Satko zes maanden geleden nog in zat, richt zich nu tegen zijn land. En het zal niet lang duren voordat ook Kozarats aan de beurt is. Mijn vader zei tegen mij, niemand mag naar boven, het zou vandaag kunnen beginnen. We hadden dus twee verdiepingen, huis plus zonder. En boven zat de woonkamer bijvoorbeeld, een keuken en zo.
Het was minder veilig dan op de begaande grond. Vanwege de... Eventuele bombardement, precies. En zo gek als we waren, nadat ik klaar was met eten, narcisme, broertje... Die zegt tegen mij, 16 was hij. Hij zei, zullen wij de film afkijken? We hadden een film gehuurd uit de videotheek. En omdat het de laatste dag was... Toen dacht hij, laten we de film maar afkijken, dan kan dat weer teruggebracht worden. Moet je nagaan. Dus wij gingen naar boven. Ik lig op ene sofa, hij ligt op andere sofa.
TV aan, video aan, halverwege de film kijken. En het geluid stond zo hard aan dat we niks hoorden verder. Dus op een gegeven moment kwam mijn vader boven, een uur of twee. Helemaal rood, helemaal bezweet. En hij begint meteen te vloeken, ik weet niet meer wat, maar hij begon te vloeken, dat weet ik zeker. Wat doen jullie hier? Boos omdat wij zijn instructies niet hebben opgevolgd.
Hij ging niet eens de afstandsbediening pakken. Hij liep naar de tv. Hij drukte op de knop op het apparaat zelf. En op dat moment viel natuurlijk geluid weg uit de speakers. En dan hoorde ik hier.
¶ De Inname van Prijedor en De Witte Banden
Echt zie je vlakbij ergens. Dus de aanval was al begonnen en wij lagen gewoon tv te kijken. Zo is voor mij de oorlog begonnen. Letterlijk. Hierna gaat het razendsnel. Gozerads wordt aangevallen en overmeesterd. In een paar dagen tijd worden honderden mensen vermoord. Zatko vlucht met het gezin naar de nabijgelegen stad Priador. De hele hoofdstraat was vol mensen, dat zal ik nooit vergeten. Dat is één grote rivier. Mensen, weet je.
Burgers, vrouwen met kinderen, mannen, alle leeftijden, sommigen huilde, sommigen rende, sommigen liepen rustig. En vanuit alle zijstraten zag je mensen. Het was één grote rivier met zijtakjes. Snap je? Hoe zuiger ik kwam, hoe groter het was. Hoe dichter op elkaar het was. En wij liepen wat sneller. En ik vond dat zo verschrikkelijk om te zien. Veel huizen waren al geraakt. Je zag stukjes kapotgeschoten dakpannen op straat. Je zag stukjes mortieren op straat.
Ik ging al die stukken mortieren, zeg maar, letterlijk van de weg plukken. Weer een soort bijgeloof in mij. Ik vond het gewoon zo onnatuurlijk dat het daar lag, dat ik gewoon al lopend ging ik zelf schoppen. Of gewoon letterlijk met mijn handen even pakken en opzij gooien, dat dat schoon is. Weet je wel, gewoon mijn laatste manier om iets te doen tegen die oorlog. Om die dingen op te rijden, meteen te plekken. Dus een stad ligt al half in puin en jij denkt ik ga op dit scherfje. Ja.
Letterlijk. Dit was voor mij symbolisch mijn manier om een stad te verlaten. Om het even schoon te maken achter mij. Om hun troep, want ik zag het als hun troep, op te ruimen. Bizar, maar dat deed ik dus. In Predor zoekt Zadkov veiligheid bij familieleden die daar wonen. Maar ook deze stad wordt ingenomen door de Bosnisch-Servische troepen. Op 31 mei klinkt de volgende boodschap op de radio. Radio Priedor rupte serfische burgers op zich aan te sluiten bij het leger.
En andere inwoners wordt gevraagd loyaal te zijn aan de nieuwe autoriteiten en hun huis te markeren met een witte vlag. Er is geen reden voor angst of paniek, voegt de nieuwslezer toe. De boodschap klinkt misschien kalmerend. Maar het is een typisch voorbeeld van hoe oorlogspropaganda werkt. Nietsvermoedende burgers luisteren naar de oproep. Maar vervolgens vallen Servische milities juist deze huizen aan.
Mensen worden meegenomen en naar concentratiekampen gedeporteerd. Sommigen worden meteen voor hun voordeur vermoord. Drie bussen komen eraan en toen zag ik nog voor het laatst mijn moeder. Broertjes en zusjes in tranen. Ik heb vaak gewoon naar de andere kant op gekeken, weet ik nog. Ik weet dat ik de lijken zag naast de weg. Langs de straat, zeg maar. In partizaanskant.
Er werd constant geschoten om ons heen, het was nooit rustig. Wie aan deze grootschalige razzia wist te ontsnappen, was vanaf 31 mei verplicht om een witte band te dragen op straat. Wat de gele ster voor Joden was tijdens de Tweede Wereldoorlog, was de witte band voor Bosnië. Satko en zijn vader belanden in Omerska, een van de 657 kampen die in het begin van de oorlog in Bosnië opgezet werden.
¶ Het Leven in Concentratiekamp Omarska
Geen massenvernietigingskampen zoals we die uit de Tweede Wereldoorlog kennen, maar concentratiekampen waarin mensen werden gemarteld, verkracht, vernederd en vermoord. In scholen, theaters en fabriekshallen zoals Ommarska. De dagen waren heel lang. We zaten gewoon iedere dag binnen. Niks te doen, te wachten. De stiltes werden doorbroken door mensen, vaak buiten, die werden gemarteld. Door het oproepen van namen van mensen die voor de eerste of tweede keer werden ondervraagd of verdwenen.
En daardoor ook heel veel angst. Dus iedere keer als iemand wordt opgeroepen, wist je niet of ze één iemand opgeroepen of meerdere, wist je niet of jij het de volgende bent. Dus iedereen zat in spanning gewoon naar elkaar te kijken als dieren in een kooi. Zatko wordt steeds zwakker. Hij is enorm afgevallen en weegt nog maar zo'n 50 kilo. Hij krijgt dysenterie.
Een ziekte die wordt veroorzaakt door besmet water en bedorven voedsel. Je krijgt bloedige diarree en droogt uit. Veel mensen in het kamp hebben het. Sommigen overlijden eraan. Zadko moet telkens rennen naar de wc. Zijn vader waarschuwt hem nog om niet te gaan. Ik was net klaar en toen kwam de bewaker binnen. Ik hoorde hem vloeken, omdat het zo stonk. Hij... Hij komt bij de cabines en allemaal waren ze dicht. Dus hij gaat met zijn voet, gaat die een naar de andere deur inslaan. Boom! En vloeken.
Godverdomme, wat is dat weer vis, die vieze Turken. Boom, tweede. Boom, derde. Boom, vierde. En in vijfde zit ik gewoon. En die angst, jongen, van nu komt dat, weet je wel. Boom, vijfde. En toen zag hij mij zo. Oh, kijk eens aan. En ik denk dat hij een paar jaar ouder was dan ik. Hij was niet eens zo oud. Hij had een papufka, een half automatisch geweer aan zijn... schouder. Hij keek me zo aan, zegt hij, kom maar naar buiten. Dus ik naar buiten en hij pakte zijn politie knuppel, zeg maar, stok.
En ik zag al wat er gaat gebeuren en ik was zo zwak, ik was al fysiek zo zwak door uitputting, door dysenterie die ik dus kreeg die dag, dat ik al amper op mijn benen kon staan. Laat staan dat ik ook nog zo'n... mishandeling kan doorstaan. Dus ik stond echt zo naar hem te kijken en bijna te beven. En hij vroeg aan mij, waarom is de wc zo vies? Sto je per la wc? En ik weet het niet.
Stoi per de wc. Waarom is de wc zo vies? En toen pakte hij me aan mijn haar, zodat ik mijn hoofd niet kan bewegen en toen begon hij te slaan. Met name ook, dat weet je nog, tempo die was hoog. Die was echt bam, bam, bam, bam, bam. Alsof die een tapijt aan het... Hoe zeg je dat? Schoonmaken, wou ik zo zeggen. Uitloffen, precies dat. Tap, tap, tap, tap. Voor mij is het tempo.
En hij deed dat zo snel dat ik er steeds niet bij kwam om me te beschermen. Dus de ene keer was het op mijn rug, de andere keer was het op mijn achterhoofd. Daarna was het de voorkant. Dus het was echt een flinke, flinke mishandeling.
Slaan constant. Ergens op dat moment hoorde ik hem ook heel zwaar ademen. Hij was ook te zelf moe geworden van het slaan. Maar dat is best wel een fysieke inspanning. Als je een paar minuten, ik weet niet eens hoe lang het duurde. Het was drie minuten, vijf of tien. I don't know. Kan ik niet zeggen. Op een gegeven moment lukt het mij puur uit pijn om me los te trekken van hem. Hij kan me niet constant met de linkerhand, zeg maar, vasthouden. Dus ik trek me los. En hij roept, stoppen! Stani!
Dus ik stop weer, want ik ben gewoon bang dat hij me doodschiet. Weet je wel. Dus hij blijft weer slaan op mijn rug. Dus ik probeer richting de uitgang te lopen. Hij heeft dat door. Toen zegt hij stoppen jij. Dus ik stop weer. Hij pakt me weer achter mijn shirt. Weer slaan op mijn rug. En toen dacht ik ergens van, ik voel me zo slecht, je verliest mijn bewustzijn.
En toen dacht ik, als dat gebeurt, dan overleef ik het niet meer. Zadko weet op een of andere manier kracht te vinden om op te staan. Hij rent terug naar zijn vader, die op de bovenverdieping van de fabriekshal zit. Toen pas had ik door, het was een doodse stilte boven. Niemand sprak en iedereen keek naar mij. Toen had ik pas door hoe hard ik schreeuwde. Snap je, iedereen kon me geschreeuw horen. Zoals ik geschreeuw hoorde van alle andere mensen buiten.
Dus dat was een doodse stilte. Iedereen van de gedetineerden zat alleen maar naar mij te kijken hoe ik eruit zie. Of ik het gered heb, weet je wel. En toen liep ik zo richting mijn vader. Die zat helemaal in angst naar mij te kijken. Want die ook niet... Wist wat hij zou aantreffen. Ik weet niet hoe ik eruit zag. Waarschijnlijk heel erg rood van die slagen. Deze mishandeling in combinatie met de ziekte en uitputting...
¶ De Wil om te Overleven
hoorde Satko bijna fataal. In de dagen daarna is hij amper bij bewustzijn. Hij ligt languit op de grond en zijn vader waakt over hem. En ik weet dat mijn vader op een gegeven moment... Dit zal ik nooit vergeten, dit is echt... Ik lag op de grond en de gedachten waren zo langzaam door uitputting dat ik ook heel langzaam dacht. Ik kon niet meer praten, ik kon niet meer staan, ik kon niet meer zitten. En ik zag een traantje in de ogen van mijn vader en ik keek zo naar hem en ik dacht, pa huilt.
En er kwam recht een stilte, een pauze in mijn hoofd. En toen dacht ik, misschien hebben ze iemand weer vermoord. Misschien hebben ze mijn oom vermoord, zijn broer. En toen dacht ik, nee, nee, toen Betsje gedood werd, zijn beste vriend, toen heb ik hem ook niet zien huilen. En toen dacht ik, hij kijkt naar mij. En toen... In de split of the second, echt in het moment, besefte ik van, ik ben het. Teovic is overleden die ochtend, of de dag daarvoor. Paar kijkt naar mij. Weet je, ik ga dood.
Ik kan niet eens nadenken meer. Ik ben gewoon... Nogmaals, alles was wiet om me heen. En ik kwam in een hele gekke... en een hele sterke gedachte van ik wil dat niet, ik wil niet hier eindigen. Het was een soort laatste stuiptrekking van mijn spirit, van mijn ziel, die echt zei van ik...
Jij gaat hier niet eindigen. Dit is niet voor jou. Jij bent nog twintig. Jij hebt nog zoveel te doen. En toen riep ik mijn vader naar me toe. En hij kwam met zijn... Want ik kon dus... Ik fluisterde alleen. Ik kon echt geen geluid meer maken. Dus hij moest letterlijk met zijn oor naar mijn mond komen. En ik fluisterde. Ik zei, je hoeft niet te huilen, pa. Wij zijn de hoofdrollen in deze film. En de hoofdrollen gaan niet dood. Echt.
¶ Offeren voor een Ander: Shafik Siwat
De twee dagen dat we met Zadko pad zijn, zijn ver van genoeg om al zijn herinneringen aan kamp Omarska met ons te delen. En het valt ons op dat het niet zozeer zijn eigen pijn is waar hij verdriet van voelt. Het zijn de momenten waarop hij anderen heeft horen schreeuwen. De momenten dat hij heeft gezien dat zijn vrienden, klasgenoten en buren gemarteld en gedood werden. Een van die mannen is Shafik Siwat.
Op een gegeven moment, ergens in die dagen dat ik ziek ben, blijf ik liggen. Als enige met suffix die wat. En suffix was een man, een jaar of dertig jaar oud. Eigenaar van een restaurant, vader van twee dochters. Het was etenstijd en iedereen ging naar buiten behalve Zadko en Sjefik. Zadko was te ziek om te lopen. En Shafik was te bang omdat hij eerder mishandeld was. Hij bleef gewoon boven. En dan maar hopen dat ze hem vergeten. Maar ze hadden wel door en in welke ruimte hij zat.
dat hij niet dood is. Dus op een gegeven moment stond Sefiq boven en ik hoorde ze beneden roepen, Sefiq zie wat, Sefiq kom naar buiten, kom naar buiten. Ik zal het nooit vergeten. Hij was zo bang omdat hij gewoon wist wat er gaat gebeuren. En hij stond in de hoek. Hij was al flink geslagen al eerder. Hij stond in de hoek. En hij ging echt zoals een kind.
ging hij met zijn voeten trappen op de plek. Van angst, weet je wel. Dat beeld zal ik nooit vergeten in mijn leven. Een volwassen man die zoveel angst heeft, zo bang is dat hij... Echt als een kind staat te trappelen. En toen zei hij, nee, nee, nee moeite, doe het niet. En zij maar roepen, kom naar beneden, kom naar beneden. Als we komen halen, dan gaat het niet goed, zoiets. Toen keek hij mij aan en ik...
Ik heb heel lang nagedacht over die blik en ik dacht van volgens mij had hij gewoon door. Als ik blijf staan, dan gaan ze ook die jongen vermoorden. Dan ben ik ook getuigen, snap je? Dus hij koos zich voor, ondanks zijn angst en alles, om naar beneden te gaan. En ik heb heel lang niet nagedacht hierover. Heel lang. Tot een paar jaar geleden. Nu ga ik ook huilen allemaal.
Omdat ik ergens in mijn herinnering die blik was vergeten. Snap je, ik bedoel dat moment was vergeten. Ik probeer sterk te zijn, maar ik kan de tranen niet tegenhouden. Het beeld van een volwassen man... die als een kleuter staat te trappelen, wetende dat hij zometeen vermoord gaat worden en dat hij Satko niet wil meenemen in zijn dood? Wat voor een blik moet het zijn geweest?
Ik hoorde ze hem slaan beneden en binnen een paar minuten was het stil. Dus ik stond op, stond letterlijk op om te kijken zo naar het raam. En ik zag vijf lichamen als een soort kruis.
¶ Eerbetoon en De Pijn van de Namen
Het zijn de zeldzame momenten als deze... dat ik de grote, joviale en sterke Satko een beetje zie breken. En ook bij mij komen deze verhalen harder binnen, nu ik op de plek ben waar het allemaal gebeurde. Wacht even, hier moet je straks naar rechts. Net voor dat gebouwtje zie je, voor het busstation hier. Aan het einde van de dag neemt Zatko ons mee naar de begraafplaats.
Het is voor hem een belangrijke plek. Hier eert hij de mensen die er niet meer zijn. De zon gaat net onder. Het is een prachtig plaatje. Het is hier stil en vredig. Maar tegelijkertijd voel ik een brok in mijn keel. Er zijn er steeds meer. Dit was die man, beste vriend van mijn vader. Hij was mijn docent natuurkunde. Hij is drie dagen lang dood gemarteld, zeg maar. In Inomarsk. Bedje. Naast hem zijn vrouw Sadata.
Een van de 37 vrouwen die nog maar eens kan zaten en een van de vijf vrouwen die zijn vermoord. Allemaal waren ze verkracht. En ze heeft het moeten... Zien hoe haar man werd vermoord, werd buiten vermoord door een bewaker. Ik herken me in Satko. De drang om de verhalen te vertellen van de mensen die er niet meer zijn.
¶ Internationale Ontdekking en Gerechtigheid
Om hun namen te noemen. En hij rookte heel vaak samen sigaretten en ik ook. Karabashi Cemir, dat is Cemir. En Itko, Itkois was een roepnaam, was gewoon echt een hele leuke, lieve jongen. We gingen vaak samen paddenstoelen zoeken vroeger, voetballen. In augustus 1992 worden de concentratiekampen in de omgeving van Priador ontdekt door Britse journalisten. Video's en foto's van uitgehongerde mannen achter prikkeldraad. Beelden zoals we die uit de Tweede Wereldoorlog kennen.
Maar dan in kleur. Het zijn mannen in Levi's broeken en met Adidas schoenen. De beelden gaan de wereld over en het veroorzaakt een schokgolf. Opnieuw concentratiekampen in Europa. Vijftig jaar nadat we gezegd hebben, nooit meer. Zatko wordt geïnterviewd, omdat hij een van de weinigen is die Engels spreekt. Hij zit dan nog vast in het kamp. Dit is geen concentratie. Hier zijn niet zo slechte conditieken voor de leven. We hebben twee dagen, twee keer een dag.
Op de beelden zien we een jonge magere Satko die zegt dat er goed voor hen gezorgd wordt. Maar zijn lichaam en zijn blik vertellen een ander verhaal. Hierna worden de concentratiekampen in de regio Predor ontruimd. Honderden gevangenen komen vrij. Hun getuigenissen zorgen ervoor dat de internationale gemeenschap niet meer kan wegkijken. En in 1993 wordt het Jugoslavietribunaal opgericht.
Uiteindelijk worden daar tientallen mensen veroordeeld voor oorlogsmisdaden, waaronder moorden, martelingen, verkrachtingen, vervolging en uitroeiing. van burgers van niet-Servische etniciteit. Volgens de officiële cijfers hebben meer dan 30.000 mensen in de kampen rondel Prijedor gezeten. 3176 overleefden het niet. Waaronder 102 kinderen. Een van de massagraven, Tomasica, is het grootste massagraf van Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
De witte band die mensen moesten dragen in Prijedor wordt nu gezien als een symbool van onderdrukking en vervolging van niet-Serviërs. Het was een van de eerste formele stappen in het proces van genocide in Bosnië.
¶ Een Nieuw Leven en Podcast Afsluiting
met een massamoord in Sabrenica als dieptepunt. Zadko komt uiteindelijk in Nederland terecht, net als veel anderen die in de kampen in de regio van Predor hebben gezeten. Na vele omwegen wordt het gezin Mujagic in Nederland met elkaar herenigd. Alleen zijn oma is achtergebleven. Zij heeft de oorlog niet overleefd en is een van de honderden nog vermiste inwoners van Kozarats.
Satko bouwt in Nederland een nieuw leven op. Hij gaat rechten studeren en werkt 30 jaar als jurist. Ook krijgt hij twee dochters, Lela en Mila. Als we een paar maanden later bezig zijn met de montage van deze podcast, krijgen we een bericht van Satko dat hij opnieuw vader is geworden. Zo. Hey, ciao Satko. Hey Satko. Ciao, hey. Hoe is het? Goed hoor. Gefeliciteerd man. Ja, we wilden je even bellen om te feliciteren met de kleine Sarah.
Dankjewel. Hoe gaat het? Ze ligt nu te slapen. Ze ligt nu te slapen op mij. Ze heeft net wat gegeten en in slaap gevallen, ja. Het gaat goed hoor, het gaat goed. Het is een rustig kind. Ik noem het een dankbaar kind. Weet je wel? Eten, slapen, poepen. Dat is haar dagelijkse bezigheid. Zet de camera aan. Zie je? Wat een eenieminie. Gaan ze dat ze ook mij lijkt. Jeetje, weer een nieuw leven, Zatka. Ja, precies. Derde fase. Oké. Maar je ziet er goed uit, Satko. Ik zie aan je dat je gelukkig bent.
Ja, dat ben ik ook. Moe, maar gelukkig. Ja, precies. Dat heb ik goed beschreven. Dit was aflevering 1 van de podcast De Elf Stemmen van Srebrenica. In de volgende aflevering spreken we met Pamela. En hij zei van nou nu ziet het er echt heel slecht uit. Nu gaat het niet goed. Dus ze zullen de komende dagen de stad binnenvallen. En dan vrees ik dat het helemaal fout zal gaan. Maar goed, ik hoop nog steeds. Er zijn Nederlandse militairen gelukkig hier.
Dus ik ga ervan uit dat ze mensen zullen beschermen. Deze podcast is gemaakt door Alma Mustavits en Marjelen Koster. In samenwerking met het radioprogramma OVT. De muziek is gecomponeerd en gespeeld door Nihat Hrustanbegovic. Daarnaast hebben we muziek gebruikt van Blue Dot Sessions. De Elfstemmen van Sebrenica is een multimediaal project.
Er is een fotoserie van Robin de Pui en er zijn ook twee tentoonstellingen in Kampvucht en in Fotodok in Utrecht. We nodigen je uit om daar met de makers en deelnemers in gesprek te gaan. Kijk voor meer informatie op elfstemmen.nl.
